Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
mieke mantel

mieke mantel
Uit het evangelie volgens Johannes
Uit het evangelie volgens Johannes
8, 51-59
Jezus sprak:
'Waarachtig, Ik verzeker u: als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit
zien.’
Toen zeiden de Joden: ‘Nu weten we zeker dat U bezeten bent! Abraham is
gestorven, en de profeten ook, en U zegt: “Wie mijn woord bewaart zal de dood
nooit proeven”! Bent u soms meer dan onze vader Abraham, die gestorven is? Ook
de profeten zijn gestorven. Wie denkt u wel dat u bent?’
Jezus antwoordde: ‘Wanneer Ik mezelf zou eren, zou mijn eer niets betekenen,
maar het is de Vader die mij eert, de Vader van wie u zegt dat Hij onze God is,
hoewel u Hem niet kent. Ik ken hem. Als Ik zou zeggen dat Ik Hem niet ken, zou
Ik een leugenaar zijn, net als u. Maar Ik ken Hem wel, en Ik bewaar zijn woord.
Abraham, uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was
hij blij.’
De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en U zou Abraham gezien hebben?’
‘Waarachtig, Ik verzeker u’, antwoordde Jezus, ‘van voordat Abraham er was, ben
Ik er.’
Toen raapten ze stenen op om naar Hem te gooien. Maar Jezus wist onopgemerkt
uit de tempel te ontkomen.
Lang en gelukkig leven is de diepe hunker van elke mens. Jezus spreekt van eeuwig leven, indien we zijn woorden onderhouden. Daardoor plaatst Hij zich in de rij van de profeten. Hij laat zelfs vermoeden dan Hij nog groter is dan Abraham. 'Van voor Abraham er was, ben Ik er'. Die uitspraak is te sterk voor zijn toehoorders.
Vandaag verzekert Jezus ons: 'Als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien.'
Christus' woord bewaren betekent leven in Hem, vanuit Hem, door Hem. Het betekent zich door Hem laten opnemen in Hem. Zo zullen we deelgenoot worden van Hem, en dus van het eeuwig leven. Wie leeft in Hem mag in zekere zin nu reeds delen in Christus' onsterfelijkheid.
Daar we Christus in ons mogen dragen, dragen we nu reeds de hemel in ons, en mogen we leven vanuit de glorie van de hemel, mét de engelen, mét de heiligen, met allen en alles wat de hemel kleurt.
Hemel en aarde staan echt niet ver uit elkaar, ze zijn wezenlijk met elkaar verbonden, vloeien naadloos in elkaar over. 'Uw wil geschiede op aarde als in de hemel'... Dat dit een werkelijkheid mogen zijn voor ieder van ons.
eerste brief van Johannes
eerste brief van Johannes
2, 9-11
Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat,
bevindt zich nog altijd in de duisternis. Wie de ander liefheeft,
blijft in het licht en komt niet ten val, maar wie de ander haat,
bevindt zich in de duisternis. Hij gaat zijn weg in het duister,
zonder te weten waarheen die weg voert, want de duisternis
heeft hem blind gemaakt.
Uit het evangelie volgens Johannes
Uit
het evangelie volgens Johannes
8, 21-30
Jezus sprak tot de Farizeeën: ‘Ik ga weg, en u zult me zoeken. Maar
u zult in uw zonde sterven. Waar Ik naartoe ga, daar kunt u niet komen.’
De Joden zeiden: ‘Hij zal toch geen zelfmoord plegen, dat Hij zegt dat Hij
ergens naartoe gaat waar wij niet kunnen komen?’
Jezus vervolgde: ‘U bent van beneden, Ik ben van boven; u hoort bij deze
wereld, Ik hoor niet bij deze wereld. Ik heb tegen u gezegd dat u in uw zonden
zult sterven, want als u niet gelooft dat Ik het ben, zult u inderdaad in uw
zonden sterven.’
‘Wie bent u dan?’ vroegen ze.
Jezus zei: ‘Wat Ik vanaf het begin al tegen u gezegd heb. Ik heb veel over u te
zeggen, en veel in uw nadeel, maar Ik zeg tegen de wereld wat Ik gehoord heb van
Hem die mij gezonden heeft, en Hij is betrouwbaar.’
De mensen begrepen niet dat Hij over de Vader sprak.
‘Wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt’, ging Jezus verder, ‘dan zult u
weten dat Ik het ben, en dat Ik niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen
spreek zoals de Vader het mij geleerd heeft. Hij die mij gezonden heeft is bij
mij; Hij heeft me niet alleen gelaten, omdat Ik altijd doe wat Hij wil.’
Jezus' kruisdood zal velen de ogen openen en doen inzien wie Hij is en door wie Hij gezonden is
Wie zich halsstarrig blijft vastklampen aan zijn eigen duisternis zal het zeer moeilijk hebben de Heer te zien en te leren kennen zoals Hij werkelijk is. Hij zet zich immers vast in z'n eigen gedachtenkronkels die hij bemint als geen ander. Niet willen loskomen van duistere praktijken (kleine en grote) kan de mens helemaal in zichzelf doen keren en steeds verder weg doen drijven van God.
En toch...
Zolang de mens leeft op aarde heeft de duisternis voor God nooit het laatste
woord. Zijn liefde voor de zondaar is zo groot dat Hij zijn Zoon zal sturen op
de weg van het kruis, om af te dalen daar waar de grootste zondaar huist, om
deze op de derde dag op te tillen tot het volle licht.
God is groot !
Psalm 40, 7-11
Psalm 40, 7-11
Offers en gaven verlangt U niet,
brand– en reinigingsoffers vraagt U niet.
Nee, U hebt mijn oren voor U geopend,
en nu kan ik zeggen: ‘Hier ben ik,
over mij is in de boekrol geschreven.’
Uw wil te doen, mijn God, verlang ik,
diep in mij koester ik uw wet.
Wanneer het volk bijeen is,
spreek ik over uw rechtvaardigheid.
Ik houd mijn lippen niet gesloten,
U weet het, Heer.
Ik zwijg niet over uw goedheid,
maar getuig van uw trouw en uw hulp.
In de kring van het volk verheel ik niet
hoe liefdevol, hoe trouw U bent.
Uit het evangelie volgens Johannes
Uit het evangelie volgens Johannes
12, 20-33
Er was ook een aantal
Grieken naar het feest gekomen om God te aanbidden.
Zij gingen naar Filippus uit Betsaïda in Galilea, en vroegen hem of ze Jezus
konden ontmoeten.
Filippus ging dat tegen Andreas zeggen en samen gingen ze naar Jezus.
Jezus zei: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven.
Waarachtig, Ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft,
blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht. Wie
zijn leven liefheeft verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat,
behoudt het voor het eeuwige leven. Wie mij dient moet mij volgen: waar Ik ben
zal ook mijn dienaar zijn, en wie mij dient zal door de Vader geëerd worden. Nu
ben Ik doodsbang. Wat moet Ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij
voorbijgaan? Maar hiervoor ben Ik juist gekomen. Laat nu zien hoe groot uw naam
is, Vader.’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Ik heb mijn grootheid getoond
en Ik zal mijn grootheid weer tonen.’
De mensen die daar stonden en dit hoorden, zeiden: ‘Een donderslag!’ Maar er
waren er ook die zeiden dat het een engel was die tegen Hem gesproken had.
Jezus zei: ‘Die stem heeft niet voor mij gesproken, maar voor u. Nu wordt het
oordeel over deze wereld geveld, nu zal de heerser van deze wereld uitgebannen
worden. Wanneer Ik van de aarde omhooggeheven word, zal Ik iedereen naar mij
toe halen.’
Daarmee bedoelde hij de wijze waarop hij zou sterven.
Nog voor het kruis voor zijn Zoon werd opgericht, openbaart de Vader er de vruchtbaarheid van. De pogingen van de Grieken, die Jezus wilden zien, kondigen aan dat het uur is gekomen om alle volkeren te verzamelen. De stem uit de hemel belooft aan de Gekruisigde dat Hij zal verheerlijkt worden en Koning zijn.
“Waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.” (v.26b)
Dit zinnetje van Jezus uit het evangelie lijkt mij alles samen te vatten en uit te drukken wat er te zeggen is. “Waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.”Puur, eenvoudig en direct, zonder omwegen wijst Jezus ons de weg naar de kern van ons christen-zijn.
Er is over het christelijk geloof oneindig veel geschreven en gesproken. De meeste woorden zullen wel teveel geweest zijn. Er zijn ook talrijke christelijke kerken opgericht, ieder met zijn eigen waarheid. Helaas vaak muren die de werkelijkheid van Jezus’nabijheid dreigen af te sluiten.
En toch is er zo’n gewoon levensecht antwoord gegeven op de simpele vraag van de griekssprekende joden uit het evangelie. Ze vroegen aan de Filippus: “Heer, we zouden Jezus graag spreken.” Ze vroegen niet: “ Laat ons de tempel zien” of “ welke leer wordt er nu verkondigd?” Nee, ze wilden Jezus zelf ontmoeten, Hèm leren kennen, bij Hem zijn. In de vraag van de Grieken wordt het diepste verlangen van ieder mens uitgedrukt, hoe onbewust dat ook mag zijn. Het is de vraag naar iemand die je leven helemaal wil delen, die onvoorwaardelijk van je houdt en je ook nooit los zal laten, een verbondenheid die je leven vervult
uitnodiging

Iedereen welkom
Uit het evangelie volgens Johannes
Uit het evangelie volgens Johannes
7, 40-53
Bij het horen van Jezus' woorden zeiden
sommigen van het volk: ‘Dit moet wel de profeet zijn.’
Anderen beweerden: ‘Het is de messias’, maar er werd ook gezegd: ‘De messias
komt toch niet uit Galilea? De Schrift zegt toch dat de messias uit het nageslacht
van David komt en uit Betlehem, waar David woonde?’
Zo ontstond er verdeeldheid in de menigte, en sommigen wilden Hem grijpen, maar
niemand deed hem iets.
De dienaren van de hogepriesters en de Farizeeën gingen terug. Toen hun werd
gevraagd: ‘Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?’ antwoordden ze: ‘Nog
nooit heeft een mens zo gesproken!’
Maar de Farizeeën zeiden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden? Er is toch
geen enkele leider of Farizeeër tot geloof in hem gekomen? Alleen de massa die
de wet niet kent–vervloekt zijn ze!’
Maar Nikodemus, die destijds bij Jezus was geweest, iemand uit hun eigen kring,
zei: ‘Onze wet veroordeelt iemand toch pas als hij gehoord is en als bekend is
wat hij heeft gedaan?’
Ze zeiden tegen hem: ‘Kom jij soms ook uit Galilea? Zoek het maar na, dan zul
je zien dat er uit Galilea geen profeet kan komen.’
Daarop ging iedereen terug naar huis
Jezus is een betwiste figuur. Voor sommigen is Hij een profeet of zelfs de messias. Het nalezen van de Schriften brengt verwarring. De dienaars van de hogepriesters weten het ook niet meer. Zij hebben een stille bewondering voor Jezus. Nikodemus, een van de Farizeeën, brengt de moed op voor te stellen, Jezus zelf te horen en Hem de kans te geven zich te verdedigen.
Vandaag hoorden we bij Johannes dat de
leiders Jezus niet konden aanvaarden als de messias. Ze namen zichzelf, en
bijzonder hun eigen redeneren, als norm van het al dan niet aanvaarden van
Jezus als de Christus.
Dit laatste is iets zeer actueels, een vrucht van een soort verlichtingsdenken
waar het eigen redeneren het centrum is geworden van het persoonlijk verwoorden
van wat waarheid is.
Dat is gevaarlijk, want de kans is groot dat men op deze wijze de dingen niet
meer ziet zoals ze zijn. Men denkt te leven in wat waar is, maar de
werkelijkheid is dat men leeft in de leugen.
We moeten leren de dingen te ontvangen vanuit de dingen zelf, bereid zijnde ons
eigen denken en verwoorden achter te laten om ze eventueel opnieuw uit te
spreken afgaande op wat de dingen in werkelijkheid zijn.
Dat geldt voor alles wat ons geschonken wordt. Dus ook wat Jezus betreft.
mieke mantel

mieke mantel
Kalme woorden breken krachtige tegenstand.
Uit het boek Spreuken
25, 15b
Kalme woorden breken krachtige tegenstand.
Uit
het evangelie volgens Johannes
7, 1-2 + 10 + 25-30
Jezus trok door Galilea; in
Judea wilde Hij niet komen, omdat de Joden daar Hem wilden doden. Het Joodse
Loofhuttenfeest naderde.
Toen zijn broers naar het feest vertrokken waren, ging Hij zelf ook, niet
openlijk, maar in het geheim.
Sommige Jeruzalemmers zeiden: ‘Is dat niet die man die ze willen doden? Moet je
zien, Hij spreekt vrijuit en ze zeggen niets tegen Hem. Zouden onze leiders
werkelijk tot de overtuiging zijn gekomen dat Hij de messias is? Wanneer de
messias komt, zal niemand weten waar Hij vandaan komt, maar van Hem weten we
wel waar hij vandaan komt.’
Bij zijn onderricht in de tempel zei Jezus luid en duidelijk: ‘U kent mij en u
weet waar Ik vandaan kom. Maar Ik ben niet namens mezelf gekomen; Ik ben
gezonden door iemand die betrouwbaar is, en Hem kent u niet. Ik ken Hem, omdat
Ik bij Hem vandaan kom en Hij mij heeft gezonden.’
Toen wilden ze Hem grijpen, maar niemand deed Hem iets, omdat zijn tijd nog
niet gekomen was
Ter gelegenheid van de grote feesten bezochten vele Joden de tempel van Jeruzalem. Jezus treedt op. Sommigen stellen zich de vraag of de overheid nu werkelijk erkend zou hebben dat Hij de messias is. Anderen daarentegen willen zich van Hem meester maken omdat Hij gezegd heeft dat degene die Hem gezonden heeft waarachtig is en dat ze Hem niet kennen
Wie waarachtig leeft als
christen zal een tegenspraak zijn voor velen.
Maar wees getroost... je bent in goed gezelschap. Als christen leef je immers
met en in Christus en ben je dus samen met Hem die tegenspraak.
Voor de 'wereld' zal dit onbegrijpelijk klinken, maar deze tegenspraak draagt
een diepe genade in zich. Niet enkel omdat je ze samen met de Heer beleeft,
maar ook omdat het een levende echo is van het kruis van Golgotta, dus
inclusief de vruchtbare uitwerking daarvan.
Dus mogen we ons in zekere zin gelukkig prijzen moesten we deze vorm van
tegenspraak ervaren.
Uiteraard mogen we de ander nooit gebruiken voor deze vorm van geluk. Het is
gewoon een gevolg van onze navolging van de Heer
Uit het evangelie volgens Johannes
Uit
het evangelie volgens Johannes
5, 31-47
'Als Ik nu over
mezelf zou getuigen, dan was mijn verklaring niet betrouwbaar, maar iemand
anders getuigt over Mij, en Ik weet dat zijn verklaring over Mij betrouwbaar
is. U hebt boden naar Johannes gestuurd en hij heeft een betrouwbaar getuigenis
afgelegd. Niet dat ik het getuigenis van een mens nodig heb, maar Ik zeg dit om
u te redden. Johannes was een lamp die helder brandde, en u hebt zich een tijd
in zijn licht verheugd.
Maar ik heb een belangrijker getuigenis dan Johannes: het werk dat de Vader mij
gegeven heeft om te volbrengen. Wat Ik doe getuigt ervan dat de Vader Mij heeft
gezonden. De Vader die Mij gezonden heeft, heeft dus zelf een getuigenis over
Mij afgelegd. Maar u hebt zijn stem nooit gehoord en zijn gestalte nooit
gezien, en u hebt zijn woord niet blijvend in u opgenomen, want aan degene die
Hij gezonden heeft, schenkt u geen geloof.
U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de
Schriften getuigen over Mij, maar bij Mij wilt u niet komen om leven te
ontvangen.
Niet dat de mensen Mij moeten eren, maar Ik ken u: u hebt geen liefde voor God
in u.
Ik ben gekomen namens mijn Vader, maar u accepteert Mij niet, terwijl u iemand
die namens zichzelf komt, wel zou accepteren.
Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? Van elkaar wilt u wel eer ontvangen,
maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven.
U moet niet denken dat Ik u bij de Vader zal aanklagen; Mozes, op wie u uw hoop
hebt gevestigd, klaagt u aan. Als u Mozes zou geloven, zou u ook mij geloven,
hij heeft immers over mij geschreven. Maar als u niet gelooft wat hij
geschreven heeft, hoe zou u dan geloven wat
Jezus verdedigt zijn zending tegenover sommige Joden die niet in Hem geloven. Vermits het getuigenis over zichzelf niet aanslaat, beroept Jezus zich op andere getuigen: op Mozes, die over Hem geschreven heeft, op de teksten van de Schriften die over Hem getuigen, op Johannes de Doper, op de Vader zelf die Hem gezonden heeft.
Nergens zegt Jezus: 'uw gevoel heeft
u gered', of 'uw inzicht heeft u gered'. Steeds zegt Hij: 'uw geloof heeft u
gered'.
Daar gaat het om: geloven in Hem die de Vader gezonden heeft.
Wat we soms durven vergeten is dat geloven in wezen gave is. Het is niet iets dat we zelf kunnen maken, we kunnen het enkel ontvangen. Het is de Geest die het ons schenkt.
Natuurlijk vraagt geloven ook een
zekere act van de mens. Het vraagt innerlijke armoede, bereidheid,
beschikbaarheid. Het vraagt openheid om het vuur van de Geest te kunnen
ontvangen.
Dus de act van de mens bestaat erin je handen, je hart, je hele zijn in stilte
en met veel geduld te openen voor de gave van het geloof.
Het zou een vergissing zijn te denken dat we geloven wanneer we met onze lippen belijden dat we geloven. Dit kan zo zijn maar het is niet per definitie zo. Geloof is veel meer dan belijden met de lippen. Het is stille overgave aan Gods aanwezigheid, het is je toevertrouwen aan zijn genade die je geschonken wordt wanneer je je hele zijn laat bevruchten door zijn tegenwoordigheid.
Gebed is de sleutel tot deze
overgave. Niet dat soort gebed dat ons in een soort stemming brengt van zoete
gevoelens alsof dat het wezen zou zijn van ons geloofsleven. Als je deze
gevoelens moest hebben moet je daar uiterst voorzichtig mee omgaan. Gewoonlijk
is het een vrucht van ons egoïstisch verlangen; een produkt dus van ons eigen
ikje.
Het gebed van overgave gebeurt doorgaans in een volgehouden discipline, dag na
dag, de woestijn van je hart beminnend. Als dit gebed dan nog kan doorstromen
in onze bezigheden van de dag, in alle eenvoud, blij om het bestaan van God, de
medemensen, de schepping,... dan zijn we al een heel eind op weg.
Zo gaan we de weg van het geloof, met veel vallen en telkens weer opstaan,
iedere keer weer zeggend: 'Vader, hier ben ik om uw wil te doen. Mij geschiede
naar uw Woord.'
Uit het evangelie volgens Johannes
Uit het evangelie volgens Johannes
5, 17-30
Jezus verdedigde
zich tegen de Joden met de woorden: ‘Mijn Vader werkt aan één stuk door, en
daarom doe Ik dat ook.’
Vanaf dat moment probeerden de Joden Hem te doden, omdat Hij niet alleen de
sabbat ondermijnde, maar bovendien God zijn eigen Vader noemde, en zichzelf zo
aan God gelijkstelde.
Jezus reageerde hierop met de volgende woorden: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: de Zoon
kan niets uit zichzelf doen, Hij kan alleen doen wat Hij de Vader ziet doen; en
wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier. De Vader heeft de Zoon
immers lief en laat Hem alles zien wat Hij doet. Hij zal Hem nog grotere dingen
laten zien, u zult verbaasd staan! Want zoals de Vader doden opwekt en levend
maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil.
De Vader zelf velt over niemand een oordeel, maar Hij heeft het oordeel geheel
aan de Zoon toevertrouwd. Dan zal iedereen de Zoon eer betuigen zoals men de
Vader eert. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet die Hem gezonden
heeft.
Waarachtig, Ik verzeker u: wie luistert naar wat Ik zeg en Hem gelooft die mij
gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken,
hij is van de dood overgegaan naar het leven.
Ik verzeker u: er komt een tijd, en het is nu al zover, dat de doden de stem
van Gods Zoon zullen horen en dat wie hem horen, zullen leven.
Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in zichzelf;
dat heeft de Vader Hem gegeven.
En omdat Hij de Mensenzoon is, heeft Hij hem ook gezag gegeven om het oordeel
te vellen.
Wees hierover niet verwonderd, er komt een moment waarop alle doden zijn stem
zullen horen en uit hun graf zullen komen: wie het goede gedaan heeft staat op
om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden.
Ik kan niets doen uit mijzelf: ik oordeel naar wat Ik hoor, en mijn oordeel is
rechtvaardig omdat Ik mij niet richt op wat Ik zelf wil, maar op de wil van Hem
die mij gezonden heeft.’
Het conflict met de Joodse leiders wordt scherper. Jezus overtreedt publiekelijk de wet op de sabbatrust en noemt zelfs God zijn eigen Vader. Jezus verdedigt zich en verduidelijkt zijn zending. Hij zal levend maken wie Hij wil. Want de Vader heeft Hem alle macht in handen gegeven.
Uit het boek der psalmen
Uit het boek der psalmen
36, 8-10
Hoe kostbaar is uw liefde, God !
In de schaduw van uw vleugels schuilen de mensen,
zij laven zich aan de overvloed van uw huis,
U lest hun dorst met een stroom van vreugden,
want bij U is de bron van het leven,
door úw licht zien wij licht
DE BLOEMBOL
Als je een bloembol goed bekijkt, lijkt het maar een dood geval. Stop je hem echter zo'n 20 cm in de grond, dan heb je grote kans dat er in de lente een bloem uit komt. Laat je de bloembol toch nog enkele jaren liggen alvorens hem te planten, zelfs dan is de kans groot dat hij 'vrucht draagt'.
Het zou nogal wat zijn, als er hetzelfde kon gebeuren met de mens. Als je hem niet meer moet hebben, stop je hem in de grond... en ja hoor! daar is een compleet nieuwe mens. Nogal wat vrouwen zouden ieder jaar weer opnieuw hun man in de grond stoppen, tot ze de perfecte man krijgen. Probeer dit echter niet, want zo lukt het niet. De mens heeft niet, zoals de bloembol, alles in zich om nieuw leven voort te brengen. Alleen via het kruis en de opstanding van Christus is dit nieuwe leven mogelijk. 'Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping' (2 Korintiërs 5:7).
mieke mantel

mieke mantel
Uit het evangelie volgens Johannes
Uit het evangelie volgens Johannes
3, 20-21
'Wie kwaad doet, haat het licht;
hij schuwt het licht omdat anders
zijn daden bekend worden.
Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op,
zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is
in alles wat hij doet
Uit
het evangelie volgens Johannes
3, 14-21
'De
Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang
omhooggeheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven heeft.
Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat
iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te
vellen, maar om de wereld door Hem te redden. Over wie in Hem gelooft wordt
geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem gelooft is al veroordeeld,
omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.
Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van
de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht. Wie kwaad doet,
haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden.
Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God
werkzaam is in alles wat hij doet
In zijn gesprek met Nikodemus openbaart Jezus wat aan de geleerden van Israël verborgen blijft. De aanwezigheid van de Zoon van God is het definitieve oordeel over de wereld. Alleen wie in de waarheid leeft, heeft geen afschuw van het licht. Hij zal het heil verwerven
'Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het
licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het
licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet', zegt
Jezus
Wie kiest in Christus te leven zal al snel zijn slechte daden duidelijk onder ogen zien. Ze staan immers in schril contrast met het evangelie, en in die zin zullen de slechte daden duidelijk opvallen. Misschien niet zozeer voor de buitenwereld (want een mens is geslepen om z'n slechte daden verborgen te houden voor zijn omgeving), maar wel voor jezelf, tenminste als je eerlijk bent tegenover je eigen geweten (geweten hier als ontmoetingsplaats met God).
Zijn we bereid Christus zo welkom te heten in onze duisternis dat Hij ze kan omkeren naar zijn licht ?
Wie oprecht handelt in het licht van de Heer, zal z'n goede daden ervaren als door God gegeven. Het kruis dat hier eventueel voor moet gedragen worden zal met liefde gedragen worden, één met Christus die de genade zal schenken deze weg te gaan.
Uit het evangelie volgens Lucas
Uit het evangelie volgens Lucas
18, 9-14
Met het oog op
sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde Jezus
de volgende gelijkenis.
‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een Farizeeër en de
ander een tollenaar.
De Farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank U dat ik
niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig
zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en
draag een tiende van al mijn inkomsten af.”
De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar
de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God,
wees mij zondaar genadig.”
Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van
God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar
wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’
Twee soorten mensen worden hier tegenover elkaar gesteld. De eerste keert zich bij zijn bidden in zichzelf, de tweede keert zich naar God. De Farizeeër kan door zijn valse gerechtigheid niet gerechtvaardigd worden. De tollenaar vindt door zijn nederigheid de weg naar genade en vergeving.
Zichzelf vernederen betekent niet
zichzelf minachten. Vernedering in de religieuze betekenis van het woord,
betekent zich ervan bewust zijn dat je God wel degelijk nodig hebt, en dat je
het alleen niet kunt klaarspelen.
God zoekt naar mensen die nederig
zijn. In hen kan Hij zijn intrek nemen, door hen heen kan Hij tot leven komen.
Laat ons klein worden, opdat Hij steeds groter mag worden in ons.
Uit het evangelie volgens Marcus
Uit
het evangelie volgens Marcus
12, 28b-34
Een schriftgeleerde
legde Jezus de volgende vraag voor: 'Wat is van alle geboden het belangrijkste
gebod?'
Jezus antwoordde: ‘Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is
de enige Heer; heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel
en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” Het op een na belangrijkste is
dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan
deze.'
De schriftgeleerde zei tegen Hem: 'Inderdaad, meester, wat U zegt is waar: Hij
alleen is God en er is geen andere God dan Hij, en Hem liefhebben met heel ons
hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en onze naaste liefhebben
als onszelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.'
Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver
van het koninkrijk van God.’
En niemand durfde Hem nog een vraag te stellen.
Wat is er wezenlijk voor het christelijk leven? Jezus herinnert ons er aan: de liefde! De christen volgt een dubbel gebod van liefde tot God en tot de naaste. Maar dit vormt slechts één liefde om tot het koninkrijk van God te naderen
Een schriftgeleerde
legde Jezus de volgende vraag voor: 'Wat is van alle geboden het belangrijkste
gebod?'
Jezus antwoordde: 'Het
voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; heb de
Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand
en met heel uw kracht.” Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief
als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.'
Twee
geboden die eigenlijk één gebod zijn. En toch horen we een zekere hierarchie.
Het eerste is 'bemin God', het tweede 'bemin je naaste'. Ze zijn één, en toch
is het goed het ene vanuit het andere te beleven. Wie zijn naaste bemint vanuit
het feit dat hij God bemint, weet waarom hij zijn naaste bemint, en vooral van
waaruit hij zijn naaste bemint, namelijk vanuit het beminnen van God. Wie God
bemint draagt de liefde van de Geest in zich (want de Geest doet God beminnen),
en kan dus vanuit deze zelfde Geest ook de naaste beminnen. Eigenlijk bemin je
dan je naaste vanuit God die je doet beminnen in zijn Geest.
De meerwaarde van deze vorm van liefhebben zit in het feit dat je beminnen vol van genade zal zijn, omdat je niet bemint vanuit jezelf los van God, maar vanuit God in jezelf.
En ook niet onbelangrijk: je beminnen krijgt een eeuwigheidswaarde.
Ben een dag of vijf out..
Wegens opname ziekenhuis


