Uit het evangelie volgens Johannes
Uit
het evangelie volgens Johannes
3, 1-8
Er was onder de
Farizeeën iemand die Nikodemus heette. Hij kwam in de nacht naar Jezus toe.
‘Rabbi’, ‘zei hij, ‘wij weten dat U een leraar bent die van God gekomen is,
want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die U verricht.’
Jezus zei: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan
het koninkrijk van God zien.’
‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ vroeg Nikodemus. ‘Hij kan
toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?’
Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van
God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest. Wat geboren is uit
een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. Wees niet
verbaasd dat Ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten worden. De wind
waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij
vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest
geboren is.’
Het verhaal van de ontmoeting tussen Jezus en Nikodemus leert ons de diepere zin van het doopsel: herboren worden, nieuwe mens worden . De mens is meer dan vlees en bloed en stof. Hij is in het doopsel als het ware opnieuw geboren. Elke gedoopte is een kans voor Jezus om weer mens te worden onder de mensen. Het doopsel eist dat wij elke dag als gedoopten leven.
Biologisch gezien
zijn wij uiteraard uit een mens geboren. Een wonderlijk gebeuren dat haar
wortels vindt in God zelf !
De roeping van de christen echter is in zijn leven een diepere dimensie van
geboorte ontdekken, namelijk een geboren of herboren worden in de heilige
Geest.
Jezus zegt daarover vandaag: 'De wind waait waarheen hij wil;
je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen
gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.'
Jezus spiegelt het leven van een gedoopte hier aan het bestaan van de wind: je
hoort zijn geluid maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen
gaat.
Een christen valt doorgaans niet zo op. Men hoeft ook niet van elkaar de hele
voorgeschiedenis te kennen om een goed christen te zijn. Dikwijls is het zelfs
goed om je bedeesd te houden in het kenbaar maken van die voorgeschiedenis,
omdat dat in wezen een zaak is tussen God en jou.
Waar de christen zijn weg zal eindigen is al even onbekend voor de
buitenwereld, zelfs voor de mens in kwestie. En da's een goede zaak. Het gaat
om vandaag, om de wijze van ons christen-zijn op deze dag. En morgen... da's
voor morgen.
De diepere inhoud van dit 'niet-weten' is het geheimnisvol handelen van God in
ons leven. Wie leeft doorheen de Geest, laat zich leiden door het leven van
Christus in hem. Of om het met de woorden van Paulus te zeggen: 'Het is niet meer ik, maar het
is Christus die leeft in mij'.
Het gaat om een volledige beschikbaarheid jegens God, een overgave aan Christus' aanwezigheid in ons, een zich toevertrouwen aan zijn leven in ons bestaan. Zo zal Hij door ons heen al weldoende rondtrekken en zoals de wind waaien waar God ons naar toe zendt.








