Johannes
Johannes
13, 1-15
Het was kort voor het Pesach
feest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat Hij uit de wereld terug zou
keren naar de Vader. Hij had de mensen die Hem in de wereld toebehoorden lief,
en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan.
Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de
zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden.
Jezus, die wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven, dat hij van God was
gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op. Hij
legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom.
Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek
die Hij omgeslagen had.
Toen Hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen,
Heer?’
Jezus antwoordde: ‘Wat Ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het
wel begrijpen.’
‘O nee’, zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’
Maar toen Jezus zei: ‘Als Ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen’, antwoordde
hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’
Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij
is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein–maar niet allemaal.’ Hij wist
namelijk wie Hem zou verraden, daarom zei Hij dat ze niet allemaal rein waren.
Toen Hij hun voeten gewassen had, deed Hij zijn bovenkleed aan en ging weer
naar zijn plaats.
‘Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg Hij.
‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben
Ik ook. Als Ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je
ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb
gedaan, moeten jullie ook doen.
: 'Als Ik je voeten niet mag wassen kun je niet bij mij horen.'
Dit gaat tegen alle wereldse logica in.
God zelf knielt voor de mens om de voeten te wassen, om hem te reinigen. Dat
kan Christus omdat Hij een en al Liefde is. De Liefde gaat nooit boven de ander
staan, maar treedt de naast tegemoet als een mindere. Dat is Liefde.
Wie deze daad van de Heer niet toelaat, zo zegt Hij, kan niet bij Hem horen.
Hij zal nooit Jezus' deelgenoot kunnen zijn. Het is in de reiniging dat
Christus ons in zich opneemt.



