Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
IK WIL VRIJ ZIJN
We waren met onze kinderen op vakantie aan een meer en lagen in het zand te genieten van de zon. Maar telkens dwaalde mijn blik af naar de waterskiërs, jonge mensen die schijnbaar moeiteloos over het water suisden. \'Ik wou dat ik ook kon waterskiën.\' In mij groeide de wens ook zo \'vrij\' te zijn. Telkens ging ik naar de startplaats en keek hoe het ging. Ik zag hoe de beginnelingen in het water vielen. Ik verwonderde me over de kunsten die gevorderden uithaalden. Het leek of het voor hen maar een spel was. Ik besloot er ook aan te beginnen. De eerste start mislukte grandioos. Mijn kinderen hadden medelijden met me. Maar na een paar keer lukte het. En dadelijk ondervond ik de vreugde en de vrijheid die met deze sport verbonden is. Ik suisde, net zoals de anderen, over het water. Het ging! Ik kon bochten draaien, sneller en langzamer gaan en ook over de golven dansen. Eén ding was daarbij belangrijk! Ik moest in verbinding blijven met de motorboot, met het trekkende koord. Dat was beslissend. Als ik het koord los liet, lag ik meteen in het water.Dat waterskiën gaf me wel stof tot nadenken. Het is de droom van veel mensen, helemaal vrij te zijn, boven de dingen te \'zweven\', onafhankelijk te zijn. Iedereen heeft zo zijn eigen voorstelling van vrijheid. Maar als je met mensen spreekt die zich bijna alles kunnen veroorloven waarvan je kunt verwachten dat ze veel vrijheid hebben, hoor je vaak zulke mensen klagen dat ze nog onder allerlei dwang leven. Dus ook voor hen is er geen vrijheid!
Absolute vrijheid is er niet. Dat is trouwens ook niet goed - het kan zelfs gevaarlijk zijn. De belangrijke vraag voor een mens is welke kracht hem trekt. De waterskiër is door het touw verbonden met de motorboot. Deze kracht bewaart hem ervoor in het water weg te zakken. Welke kracht trekt ons? Je kunt getrokken worden door een ideologie en die volgen, terwijl je je verder aan niets en niemand stoort. Je kunt getrokken worden door je egoïsme en voor jezelf de vrijheid opeisen die je denkt nodig te hebben. Ook als je daarmee anderen schaadt, doordat je leeft ten koste van de vrijheid van anderen. Een christen wordt getrokken door de kracht van God. Daardoor wordt hij ervoor bewaard weg te zakken in angst en liefdeloosheid, in oppervlakkigheid en zelfbeklag. We glijden zo gemakkelijk af! Maar wie zo door God \'getrokken\' wordt, die is volkomen vrij. Dit is christelijke vrijheid! Hij kan liefhebben, ook als de ander hem haat. Hij kan vergeven, ook als de ander hem kwaad doet. Hij kan trouw blijven aan God, ook als velen hem tot verkeerde dingen willen verleiden. Dat is een vrijheid die tot zegen is voor anderen. Deze vrijheid geeft u nieuwe ervaringen, onder andere een ongekende vreugde. Bent u op zoek naar die vrijheid? U moet uzelf door de liefde van God laten \'trekken\' zodat u niet wegzinkt.
schrijver onbekend
(ON)DANKBARE KINDEREN
Als je kinderen krijgt, kom je heel je leven niet meer los van het feit dat je vader of moeder bent geworden. Ook al zijn ze misschien zelf al op middelbare leeftijd: ze blijven je kinderen. Natuurlijk vinden we het fijn dat onze kinderen een goede baan krijgen. Maar als die goede baan of positie ertoe leidt dat dat kind zich af gaat zetten tegen het milieu waar het uit komt, en maar heel weinig meer thuiskomt of zich misschien zelfs voor ons schaamt, dan doet dat ons verschrikkelijk pijn. Het geeft het gevoel dat je alles hebt gedaan wat je kon, het kind heeft ervan geprofiteerd en wil nu liever niet teveel meer met je te maken hebben.
God is onze Vader, en net als aardse vaders blijft Hij dat voor eeuwig. Hij zorgt voor ons en heeft alles voor ons overgehad, zelfs zijn Zoon. Hij heeft Zich er niet voor geschaamd ons zijn kinderen te noemen. Het past ons niet te denken dat wij onze talenten zelf verdiend hebben en het wel zonder Hem af kunnen. Wat Hij zo graag wil, is dat we eens glimlachen van dankbaarheid in de wetenschap dat wij de beste Vader hebben die er is. Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen ... ook onze talenten.
Schenk Hem vandaag eens zo'n dankbare glimlach, dat is Hij toch wel waard?
schrijver onbekend
UIT HET EVANGILIE VOLGENS MARCUS

Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag Hij Simoen en Andreas,
de broer van Simoen , die hun netten uitwierpen in het meer
het waren vissers. Jezus zei tegen hen : Kom , volg Mij !
Ik zal van jullie vissers van mensen maken. Meteen lieten ze hun netten
achter en volgden hem.
Iets verderop zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeus, en zijn broer Johannes,
die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten,
en direct riep Hij hen. Ze lieten hun vader Zebedeus met de dagloners achter
in de boot en volgden Hem.

DE COACH
ALS IEMAND
Belofte
ik kom
DE GEEST


De vrouw met de verbrande handen
Toen de Heer Jezus uit de dood was opgestaan, verscheen Hij te midden van zijn discipelen en toonde hun zijn doorboorde handen. Dit bracht vrede en blijdschap in hun hart, zelfs in het hart van de zwaarmoedige Thomas.
Er is een geschiedenis die, op menselijk niveau, hieraan min of meer parallel loopt. Op zekere dag brak er brand uit in het huis waarin een ouderpaar met hun enig kind woonde. Zij vluchtten in paniek de straat op, maar toen dacht de moeder aan haar dochtertje dat nog in de wieg lag. Zij wilde het huis weer ingaan om haar kind te redden, maar de mannen van de brandweer zeiden dat het niet meer kon. Het vuur was al te ver. Maar de moeder luisterde niet naar hen en liep toch weer het huis binnen. Zij wilde, wat het ook mocht kosten, haar kind redden. Zij liep naar het wiegje en nam haar dochtertje eruit. Maar de vlammen waren toen al om haar heen. Ze wist weer naar buiten te komen, haar dochtertje was gered, ze was ongedeerd. Maar de handen van de moeder waren verbrand door de vlammen. Haar hele leven door zou ze verminkt zijn, omdat ze haar dochtertje had willen redden.
Na enige jaren overleed de vader van het gezin en de dochter groeide op tot een flink, lief meisje. Later trouwde ze met een rijke, voorname man. En toen ging het meisje zich schamen voor haar moeder. Ze kwam nooit meer bij haar moeder en haar moeder was ook niet meer welkom bij haar. Er was te veel verschil: die deftige dochter met haar deftige man in het deftige huis en die eenvoudige moeder. Maar de moeder hield nog altijd van haar dochter. Zij kon haar nooit vergeten, haar lieve, kleine meisje. Daarom ging ze toch weer naar haar dochter toe. Zij belde aan bij het deftige, grote huis. Het dienstmeisje deed open: `Waarmee kan ik u van dienst zijn?\' `Wilt u vragen of het goed is, dat ik mevrouw bezoek? Zeg maar dat haar moeder er is.\' Het dienstmeisje kwam even later terug met de boodschap: `Mevrouw zegt, dat zij u nu niet kan ontvangen. Het komt haar niet goed uit. Misschien een andere keer.\' Nooit had de dochter tijd voor haar moeder. Zij had geen plaats in haar leven en in haar huis om haar moeder te ontvangen.
Jammer genoeg zijn er ook nu veel mensen die geen tijd en geen plaats hebben voor de Heer Jezus.
De moeder was bedroefd. Wat moest ze doen om haar kind te benaderen? Om haar hart weer te winnen? Ze zei tegen het dienstmeisje: `Je moet toch weer naar mevrouw teruggaan en wat anders zeggen. Je moet niet zeggen: Je moeder staat aan de deur, maar: de vrouw met de verbrande handen staat aan de deur, zij wil met u spreken.\' Het dienstmeisje ging weg, maar nu kwam zij niet terug, nee, de dochter kwam zelf aan de deur en viel haar moeder snikkend om de hals. `Moeder, wat spijt het me, dat ik u aan de deur heb laten staan, dat ik u nooit heb willen ontvangen. U hebt zoveel voor mij gedaan. U hebt uw leven gewaagd om mij te redden. U hebt uw handen verbrand om mij uit het vuur in veiligheid te brengen. Moeder, wilt u het mij vergeven, dat ik zo ondankbaar, zo harteloos voor u ben geweest? Kom toch binnen en blijf bij óns wonen, voor altijd!\' Zo is alles tussen moeder en dochter weer goed gekomen.
En wat doet u, die dit leest, met de Heer Jezus, die stierf aan het kruis om u te redden? De `Man met de doorboorde handen\' vraagt toegang tot uw hart.
HET NUT VAN MOEILIJKHEDEN

Een kleine jongen zag eens een vlinder die bezig was los te komen uit de cocon. Hij zag hoeveel moeite het de vlinder kostte om door de smalle opening te kruipen. Hij wilde de vlinder helpen, nam zijn mes en sneed de cocon voorzichtig open. Maar tot zijn teleurstelling kwam de vlinder naar buiten met kleine, verkreukelde vleugeltjes. Het dier kon niet vliegen en ging na een tijdje dood. 's Avonds vertelde hij het aan zijn vader. Hij vroeg hoe het kwam dat de vlinder niet kon vliegen en dood ging. Zijn vader legde hem uit dat de vlinder juist deze worsteling nodig heeft om uit de cocon te komen. Daardoor ontwikkelen zijn vleugels zich en wordt hij sterk genoeg om te vliegen. Wat de jongen had gedaan was goedbedoeld, maar was toch helemaal verkeerd. Hetzelfde beginsel geldt ook ons leven. De moeilijkheden die we meemaken zijn goed voor onze lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. De Heer weet wat goed voor ons is en wat we nodig hebben. De psalmdichter zegt: 'Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik uw inzettingen zou leren' (Ps. 118:71). En: 'Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik uw Woord' (vers 67).
En wie

eb wie
een oude vogelkooi
HEB UW NAASTE LIEF
DE MILJONAIR EN DE RUPS


en wie


De Hemel
Was het een droom?
Ik had een droom.
In mijn droom had ik een interview met Jezus. Jezus zei: “Je hebt vragen te stellen.”
Ik vroeg: “Hebt U tijd voor mij?” “Natuurlijk” zei Hij “Ik heb de eeuwigheid… en meer voor jou! In liefde spreek ik tot mijn kinderen, vraag me alles!”
Ik vroeg Hem: “Wat denkt U van ons?… Mensen bedoel ik.” Jezus glimlachte, maar ik dacht dat ik tranen in Zijn ogen zag opwellen. Hij sprak: “Mijn hart huilt om de mensen. De Vader heeft alles gegeven voor zijn kinderen, maar zoveel weigeren zijn liefde. Ze hebben dorst, maar ze drinken niet. Ze hebben honger, maar ze eten niet. Ze zijn uitgeput, maar ze rusten niet”
Jezus nam mij bij de hand zodat ik zelf de littekens kon voelen. Hij troostte me aangezien ik huilde
“Maar Heer, hoe worden we vol? Hoe kennen we de liefde van de Vader?” Jezus antwoordde: “Ik ben het brood om te eten, Ik ben het water voor eeuwige verfrissing, Ik ben de weg, de waarheid en het leven! Ik ben bij je, roep Mij aan!
Word wakker, Mijn kind!”
Jezus


