Johannes
Johannes
21, 20-25
Toen
Petrus zich omdraaide zag hij dat de leerling van wie Jezus hield hen volgde–de
leerling die zich tijdens de maaltijd naar Jezus toegebogen had om te vragen
wie het was die Hem zou verraden.
Toen Petrus hem zag vroeg hij Jezus: ‘En wat gebeurt er met hem, Heer?’
Maar Jezus antwoordde: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat Ik
kom. Maar jij moet mij volgen.’
Op grond van deze uitspraak hebben sommige broeders en zusters gedacht dat deze
leerling niet zou sterven, maar Jezus had niet gezegd: ‘Hij zal niet sterven’,
maar: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat Ik kom.’
Het is deze leerling die over dit alles getuigenis aflegt, en het ook heeft
opgeschreven. Wij weten dat zijn getuigenis betrouwbaar is.
Jezus heeft nog veel meer gedaan: als al zijn daden, een voor een, opgeschreven
zouden worden, zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken die dan
geschreven moesten worden
Johannes beëindigt zijn evangelie met een oproep tot allen die het zullen horen of lezen, opdat ze het in geloof benaderen. Hij was de leerling die Jezus beminde. Hij stelt zich als waarborg voor de waarde van deze boodschap. Johannes wil zeggen: Mensen van alle tijden, het is de moeite u aan deze Jezus toe te vertrouwen.


