Mattheüs
Mattheüs
5, 33-37
Jezus sprak tot zijn
leerlingen:
'Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: “Leg geen valse
eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.”
En Ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat
is de troon van God, noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij
Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; zweer evenmin bij je eigen
hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken.
Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort
uit het kwaad.'
'Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.'
De meeste mensen beginnen hun dag - als het goed is - met goede bedoelingen. Men wilt er een mooie dag van maken, aangenaam voor henzelf en de mensen die zij gaan ontmoeten. Een mooie intentie.
Ook een christen begint zijn dag zo. Als het goed is zijn zijn intenties geworteld in God, intenties gemaakt vanuit het gebed, intenties die hun thuis hebben in de wil van Vader, vervuld van Gods Liefde. Hij wil een dag beleven gehoor gevend aan wat God van hem vraagt, ja zeggend tot de liefde waar deze zich aanreikt in de loop van de dag.
Het is goed om 's morgens voor alle actie deze intenties zuiver te stellen. Met andere woorden: het is goed om de dag te beginnen met gebed. In de stilte van ons hart zal immers God zelf ons tot goede intenties aanzetten. Het voornemen maken om aan deze intenties gehoor te geven is uiteraard van fundamenteel belang. Ons ja moet een ja worden doorheen heel de dag, ons nee (aan het kwaad) moet nee zijn en blijven. Daar ergens tussenin gaan leven, zo zegt Jezus ons vandaag, komt uit den boze.
Met
andere woorden: geen lauwheid, maar enkel 'ja', en wel tenvolle. Dat is de
vraag, de roep, van het evangelie.
De meeste van ons kunnen dit niet; laten we daarin gewoon eerlijk zijn. En
Jezus weet dat, en bemint er ons niet minder om. Wat niet wilt zeggen dat Hij
de lat voor ons minder hoog zou leggen. Geen compromissen, de lat blijft waar
ze is.
Jezus vraagt van ons dat we ons geven aan zijn aanwezigheid. Hij kent onze duistere kantjes, onze neigingen om lauw te zijn. Deze plekjes wilt Hij aanraken, ze genezen, ze ombuigen naar zijn licht.
Laten
we doorheen de dag het gebed levend houden, onze omgang met Jezus gaande
houden, zeker op die momenten dat we aanvoelen lauw te worden. Laten we op die
momenten zijn hulp inroepen, Hem welkom heten in onze neiging tot lauwheid.
Dit vraagt keuze, dit vraagt liefde voor de liefde.
Laten we ons geven aan Jezus, onze Broer en Heer.


