Spreuken
Spreuken
16, 19
Beter in eenvoud leven met de armen
dan de buit verdelen met hoogmoedigen
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
SpreukenSpreuken
16, 19
Beter in eenvoud leven met de armen
dan de buit verdelen met hoogmoedigen
Kronieken 29:11 HTB
Van U is al de macht, de glorie, de overwinning en de majesteit. Alles in de hemel en op aarde is van U, HERE. En dit is Uw koninkrijk. Wij vereren U als Degene Die alles in handen heeft.
Spreuken 15:1 HTBEen zachtmoedig antwoord sust de woede, maar een taktloze uitspraak roept de woede juist op.
JohannesJohannes
1, 17
De wet is door Mozes gegeven,
maar goedheid en waarheid
zijn met Jezus Christus gekomen
Openbaring 21: 2-4 HTB
Ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, van God uit de hemel naar beneden komen. Zij zag er feestelijk uit, als een bruid die op haar bruidegom wacht. Ik hoorde een luide stem uit de troon zeggen: "Gods huis staat nu bij de mensen. Hij zal bij hen wonen. Zij zullen Zijn volk zijn en Hij zal Zelf bij hen zijn. Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en er zal geen dood meer zijn. Van verdriet, rouw en pijn zal geen sprake meer zijn. Dat hoorde allemaal bij de oude wereld en die is voorgoed voorbij."
1 Thessalonicenzen 4:16-17 HTB1 Thessalonicenzen 4:16-17 HTB
Want als het bevel klinkt, als één van de voornaamste engelen zijn stem laat horen en de trompet van God schalt, zal de Here Zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen de gestorven christenen eerst opstaan en daarna zullen wij die op dat moment nog leven, met hen in de wolken worden opgenomen om de Here in de lucht te ontmoeten en altijd bij Hem te zijn.
Psalmen 56:4 HTB
Psalmen 103:17-18 HTB
Maar de goedheid en trouw van de HERE zijn eeuwig en gelden voor wie eerbied en ontzag voor Hem hebben. Zijn rechtvaardigheid is voor hun nageslacht. Voor wie Zijn wil doen en met zorg hun levensweg met Hem gaan
Romeinen 12:15 HTBWees blij als anderen blij zijn en wees verdrietig als zij verdrietig zijn.
Johannes 3:17 HTBGod heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de wereld te veroordelen, maar om haar van de ondergang te redden.
psalmpsalm
139, 13-14
Heer,
U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof U voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.
. Romeinen 12:10 HTBHoud veel van elkaar, als broeders en zusters, en laat elkaar uw waardering blijken
RomeinenRomeinen
7, 21-23
Ik
ontdek in mij de wetmatigheid dat het
kwade zich aan mij opdringt, ook al wil ik
het goede doen. Innerlijk stem ik vol vreugde
in met de wet van God, maar in alles wat ik
doe zie ik die andere wet. Hij voert strijd
tegen de wet waarmee ik met mijn verstand
instem en maakt van mij een gevangene van
de wet van de zonde, die in mij leeft.
Galaten 5:13 HTBBroeders, God heeft u niet de vrijheid gegeven om te misbruiken en uw eigen zin te doen, maar om elkaar te dienen in een geest van liefde
JohannesJohannes
3, 16
Wat liefde is, hebben we geleerd van
Hem
die zijn leven voor ons gegeven heeft.
Daarom horen ook wij ons leven te geven
voor onze broeders en zusters.
KorintiersKorintiers
12, 4-7
Er
zijn verschillende gaven, maar er is één Geest;
er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer;
er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht,
maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt.
In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk,
ten bate van de gemeente.

Handelingen
2, 1-4
Toen
de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze
allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een
geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis
waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen
aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen
verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en
allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen
op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun
door de Geest werd ingegeven.
JohannesJohannes
21, 20-25
Toen
Petrus zich omdraaide zag hij dat de leerling van wie Jezus hield hen volgde–de
leerling die zich tijdens de maaltijd naar Jezus toegebogen had om te vragen
wie het was die Hem zou verraden.
Toen Petrus hem zag vroeg hij Jezus: ‘En wat gebeurt er met hem, Heer?’
Maar Jezus antwoordde: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat Ik
kom. Maar jij moet mij volgen.’
Op grond van deze uitspraak hebben sommige broeders en zusters gedacht dat deze
leerling niet zou sterven, maar Jezus had niet gezegd: ‘Hij zal niet sterven’,
maar: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat Ik kom.’
Het is deze leerling die over dit alles getuigenis aflegt, en het ook heeft
opgeschreven. Wij weten dat zijn getuigenis betrouwbaar is.
Jezus heeft nog veel meer gedaan: als al zijn daden, een voor een, opgeschreven
zouden worden, zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken die dan
geschreven moesten worden
Johannes beëindigt zijn evangelie met een oproep tot allen die het zullen horen of lezen, opdat ze het in geloof benaderen. Hij was de leerling die Jezus beminde. Hij stelt zich als waarborg voor de waarde van deze boodschap. Johannes wil zeggen: Mensen van alle tijden, het is de moeite u aan deze Jezus toe te vertrouwen.
SpreukenSpreuken
3, 31
Wees niet jaloers op iemand die geweld
gebruikt, kies niet de weg die hij gaat.
JohannesJohannes
17, 20-26
Jezus sloeg zijn ogen op
naar de hemel en zei:
'Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij
geloven.
Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in mij bent en Ik in U, laat hen zo ook
in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U mij hebt gezonden.
Ik heb hen laten delen in de grootheid die U mij gegeven hebt, opdat zij één
zijn zoals wij: Ik in hen en U in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal
de wereld begrijpen dat U mij hebt gezonden, en dat U hen liefhad zoals U mij
liefhad.
Vader, U hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar Ik ben. Dan zullen
zij de grootheid zien die U mij gegeven hebt omdat U mij al liefhad voordat de
wereld gegrondvest werd.
Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en zij weten dat U
mij hebt gezonden.
Ik heb hun uw Naam bekendgemaakt en dat zal Ik blijven doen, zodat de liefde
waarmee U mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen.'
Aan het slot van zijn hogepriesterlijk gebed, vraagt Jezus dat alle gelovigen mogen één zijn in broederlijke liefde. Deze eenheid is een deelname aan de eenheid die er is in God tussen Vader, Zoon en Geest. Jezus is ervoor gestorven. Wat doen wij voor de realisatie van die eenheid ?
'Vader, Ik heb hun uw Naam bekendgemaakt en dat zal Ik blijven doen, zodat de liefde waarmee U mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen.'
De
zending van Jezus bestond erin de naam van de Vader bekend te maken. Dat heeft
Hij gedaan, dat zal Hij blijven doen zolang de mensheid bestaat. Hij zal dit
doen opdat de liefde waarmee de Vader Hem liefheeft ook in ons zou zijn.
Door zijn eenheid met de Vader, is Jezus liefde zoals de Vader dat is. Door
Christus' tegenwoordigheid in ons maakt Hij het ons mogelijk te delen in die
liefde.
Een
ver-van-ons-bed-gebeuren ?
Nee, dat hoeft het niet te zijn.
Deze mystieke beleving van het evangelie is voor elke mens weggelegd, voor
ieder van ons, ook voor u.
Christus' liefde kan in ons tot leven komen in alles wat we doen (en laten), in
iedere ontmoeting, in elke handeling.
Wanneer we aardappelen schillen, de kamer vegen, de was ophangen, een praatje
maken met de buren, uit werken gaan, onderweg zijn, rusten, ontspannen, lijden,
sterven,... overal en altijd kunnen we ons innig verenigen met de liefde van de
Heer, met Christus zelf.
Dit vraagt gebed, een voortdurende gebedshouding, een 'bidden zonder ophouden'. Niet vanuit eigen krachtinspanning, maar vanuit het rustig laten inwonen van Gods heilige Geest die ons hart steeds zal wenden naar en in de Heer.