Matteüs
Matteüs
18, 15-20
'Als een van je broeders
of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken.
Als ze luisteren, dan heb je ze voor de gemeente behouden. Luisteren ze niet,
neem dan een of twee anderen mee, zodat de zaak zijn beslag krijgt dankzij de
verklaring van ten minste twee getuigen. Als ze naar hen niet luisteren, leg
het dan voor aan de gemeente. Weigeren ze ook naar de gemeente te luisteren,
behandel hen dan zoals je een heiden of een tollenaar behandelt.
Ik verzeker jullie: al wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de
hemel bindend zijn, en al wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel
ontbonden zijn.
Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind
om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen
laten gebeuren. Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik
in hun midden
We hebben dikwijls de neiging wanneer we mensen iets verkeerds zien doen, dit al snel te gaan bespreken met anderen. Het zij uit behoefte om eens goed te roddelen, of - en dat is nog erger dan roddelen - uit lafheid omdat we het niet aandurven de persoon in kwestie aan te spreken, om welke reden ook. Jezus roept vandaag op dit laatste toch te doen. Naar de persoon toegaan dus. Niet om hem rond de oren te slaan, maar om hem vanuit een diepe liefde aan te spreken op zijn daden of woorden die in wezen zondig waren.
Dikwijls zijn we blind geworden voor de waarheid, of zijn we het kwade goed gaan noemen, en doen daardoor dingen die echt niet kunnen. We hebben het amper door. Iemand die dan de moed heeft om naar ons te komen om ons de ogen te openen, ons hart te openen voor wat het leven in werkelijkheid is, wel, zo'n iemand mag je een vriend noemen in de diepste zin van het woord. Ok, het kan even lastig zijn, maar wat die vriend komt doen is wel van wezensbelang.
Jezus roept op om zo met elkaar om te gaan. Dit vraagt moed, wijsheid, inzicht,... het vraagt liefde. Niet naar elkaar toegaan vanuit een starre bekeringsdrang. Nee, naar elkaar toegaan met de warmte van God, met zijn barmhartigheid, zijn vergevingsgezindheid, zijn goedheid. Da's niet makkelijk, maar wel doenbaar, daar we geschapen zijn naar zijn beeld en gelijkenis en dus geroepen zijn te zijn zoals Hij is.
Als de persoon naar wie we toegaan niet in staat is zijn hart te openen, mogen we er derden bijhalen. Das liefde die doorzet. Als je echt gemeend met iemand inzit laat je die niet zomaar los. Als je het alleen niet aankan roep je hulp in. Je kan het, bij wijze van spreken, niet verdragen, dat een verdwaald schaap steeds verder verloren loopt. Je zal heel je zijn voor hem inzetten.
Als dit nog niet helpt... ja... dan zij dat zo.
In dat geval kun je misschien alleen nog bidden, in Jezus naam, met twee of
meer, zoals Jezus het verdaag zegt. Vraag en je zal verkrijgen. Ons geloof is
klein wat dit laatste betreft. Ons gebed soms nog kleiner.
We kunnen het belang van het samen bidden niet genoeg onderlijnen. Het is een
zeer sterke en liefdevolle vorm van de zondaar tegemoet treden



