Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Jesaja 31:5
Zoals een vogel boven zijn nest vliegt, zo waakt de HEER van de hemelse machten over Jeruzalem, hij waakt en hij redt, hij beschermt en bevrijdt. -- Jesaja 31:5
psalmen
52, 10-11
Ik ben als een groene olijfboom
in het huis van God,
ik vertrouw op de liefde van God
voor eeuwig en altijd.
Ik zal U eeuwig loven
om wat U hebt gedaan,
ik blijf hopen op uw Naam,
die goed is,
in de kring van wie U lief zijn.
Galaten
Jesaja 61:10
mijn hele wezen jubelt om mijn God.
Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan,
hulde mij in de mantel van de gerechtigheid,
zoals een bruidegom een kroon opzet,
zoals een bruid zich tooit met haar sieraden.
-- Spreuken 2:6
Want het is de HEER die wijsheid schenkt, zijn woorden bieden kennis en inzicht. -- Spreuken 2:6
Lucas 6:45
Johannes
Johannes
11, 25-26ab
'Ik ben de opstanding en het leven.
Wie in mij gelooft zal leven,
ook wanneer hij sterft,
en ieder die leeft en in mij gelooft
zal nooit sterven.'
1 Johannes 2:28
1 Johannes 4:18
De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden. -- 1 Johannes 4:18
lucas13.18-21
Lucas
13, 18-21
‘Waarop lijkt het koninkrijk van God en
waarmee zal Ik het vergelijken? Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat
iemand meenam en in zijn tuin zaaide, waarna het groeide en een grote struik
werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen.’
En opnieuw zei Hij: ‘Waarmee zal Ik het koninkrijk van God vergelijken? Het
lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot
alle meel doordesemd was.’
Nog moeilijker dan op andere domeinen zien christenen de resultaten van hun inspanningen voor het Rijk Gods. Zij zien het nauwelijks groeien, soms lijkt het eerder op een mislukking. Het evangelie van vandaag wil ons moed inspreken: het is niet omdat we geen onmiddellijke zichtbare vruchten zien, dat het niet groeit
‘Waarop lijkt het koninkrijk van God en waarmee zal Ik het vergelijken? Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn tuin zaaide, waarna het groeide en een grote struik werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen’
Het zaadje groeit uit tot een struik waar de volgens in de takken komen nestelen... Prachtig beeld !
Is dat niet het
beeld van de gemeente, of hoe de gemeente zou moeten zijn ?
Een struik, of een boom, met wijd uitgespreide takken waarin vogels van
allerlei pluimage welkom zijn, een boom waar ze kunnen komen nestelen, waar ze
zich thuis voelen, waar ze kunnen ontvangen en geven, waar ze gemeenschap
vinden en kunnen beleven.
Maar de gemeente zijn wij allen, u en ik. En op de plek waar wij wonen, leven en werken, zijn we geroepen zo'n boom te zijn. Geen passieve stam zonder takken, maar een boom met een grote volgroeide kruin, z'n takken uitstrekkend naar allen die God op ons levenspad brengt.
Is iedereen welkom
? Echt welkom ?
Mag ieder die we ontmoeten proeven van Gods liefde ?
Laten we bomen zijn voor elkaar, laten we samen die ene boom zijn waar ieder welkom is, ja laten we Kerk zijn gegrondvest in Gods liefde.
Moge ieder van u een boom zijn die zingt van Gods Vrede
Lucas
Lucas
18, 9-14
Met het oog op sommigen
die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde Jezus de
volgende gelijkenis.
‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een Farizeeër en de
ander een tollenaar. De Farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God,
ik dank U dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of
onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik
vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.”
De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik
naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei:
“God, wees mij zondaar genadig.”
Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van
God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar
wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’
Twee biddende mensen in de tempel. Echter één die écht bidt, die in ontmoeting komt met God, die van aangezicht tot Aangezicht staat. De eerste is hoogmoedig, hooghartig, blind voor zichzelf, schijnheilig, vergelijkt zich tijdens zijn bidden met anderen. De andere is nederig, bescheiden, bewust van zijn zwakheid, weet zich klein tegenover de altijd Grotere.
En heel spontaan zal onze sympathie uitgaan naar degene die in alle bescheidenheid bidt. Al vlug denken we bij onszelf: 'Zoals die Farizeeër, zo bid ik gelukkig niet'. En daarmee is de kans groot dat we dezelfde fout maken door te zeggen: 'Ik ben blij dat ik niet zoals de andere ben'. Dat gevaar schuilt altijd om de hoek.
Bij bidden komt het erop neer eerlijk te staan tegenover
God. Bij het gebed moeten we onszelf, én God, recht in de ogen kunnen kijken.
Echt bidden kan enkel wanneer we eerlijk zijn tegenover onszelf en tegenover
God. Het is onze zwakheden en onze neiging tot zonde bij Hem neerleggen,
gelovend dat Hij ons in zich zal opnemen ondanks onze nee-woorden.
En dit in een geest van diepe dankbaarheid omdat Hij is die is: de
Allerhoogste, de levende Liefde, het kloppend hart van ons bestaan
Heer,
bescherm ons van hoogmoed,
en maak ons nederig en arm van hart.
Geef ons de moed eerlijk te bekennen
dat ook wij soms toegeven aan de zonde
door uw liefde te laten varen.
Vervul ons dan met uw barmhartigheid
en zend ons telkens opnieuw op weg
om één met U
uw Vrede te bezingen.
Alle dagen van ons leven,
amen.
Spreuken 29:25-26
Angst voor mensen is een valstrik, wie op de HEER vertrouwt, wordt beschermd. Velen zoeken de gunst van een heerser, maar alleen bij de HEER vindt een mens zijn recht. -- Spreuken 29:25-26
Psalmen 90:12
dat wijsheid ons hart vervult.
Lucas
Lucas
12, 35-38
'Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend, en wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van een bruiloft, zodat ze direct voor hem opendoen wanneer hij aanklopt. Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen. Gelukkig degenen die hij zo aantreft, ook al komt hij midden in de nacht of kort voor het aanbreken van de dag.
'Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend, en wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van een bruiloft, zodat ze direct voor hem opendoen wanneer hij aanklopt. Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft.'
Staan we klaar om
de Heer te ontvangen wanneer Hij komt ?
Komen doet Hij, sowieso. Maar zijn we klaar ?
Zullen we het merken als Hij komt ?
Of zijn we zo met onze zaakjes bezig dat we zijn komen nauwelijks of helemaal
niet gewaar worden...
Het evangelie van vandaag wordt dikwijls toegespitst op het sterven van de mens. En terecht. Doorgaans komt een overlijden onverwacht en moeten we ons de vraag stellen: gaan we klaar zijn voor die grote ontmoeting met de Heer ?
Maar dit evangelie
gaat ook over het gewone leven, over elke dag.
Want… in elke situatie van het leven komt de Heer langs, en vraagt Hij bemind
te worden, zijn liefde te zijn. Dit speelt zich af voor het kookfornuis, tussen
mensen onderling, op de tram, in de natuur,… Overal en altijd.
We kunnen koken in
de Vrede van God, met zijn liefde, dankbaar om de vruchten van de aarde, het
werk van onze handen.
We kunnen elkaar ontmoeten met de liefde van de Heer, met zijn tederheid, zijn
vriendschap, zijn warmte.
We kunnen op de tram zitten vleiend tegen Hem aan, blij omdat Hij er is, de
mensen rondom ons biddend bij Hem brengen, genietend in zijn Vrede van een goed
boek.
We kunnen opgaan in de schoonheid van de natuur door verwonderd te zijn over al
dat mooie gegeven door God zelf.
Enz enz…
We hoeven daarvoor niet altijd met ons verstand bij de Heer te zijn, Hem of het evangelie met ons kopje te beredeneren. Het gaat veeleer over een wijze van zijn, een levenshouding, die getekend is door een stille dankbaarheid om het bestaan van God, om wat Hij doet, om wat Hij vraagt.
Laten we leven in het licht van de Heer.
Spreuken 29:23
De hoogmoed van een mens brengt hem ten val,
eer is weggelegd voor wie bescheiden is.
1 Korintiërs 15:58
Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn.
Lucas
Lucas
10, 1-9
In die tijd stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan,
die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij
van plan was heen te gaan.
Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus
de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te
halen. Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven.
Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg
niemand. Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!”
Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan
zal die vrede bij je terugkeren. Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je
aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard. Ga niet van het ene huis naar
het andere. En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat
je wordt voorgezet, genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het
Koninkrijk van God heeft jullie bereikt.”
Als je de woorden van Jezus die we vandaag horen omzetten in onze moderne taal, klinkt dat heel gewoon: zoek je kracht niet in je kredietkaarten of je bankrekening, verlies je tijd niet met oppervlakkig gepraat, met vrijblijvende discussies, durf dieper contact nemen met de mensen, met hun verlangens en noden. Straal vrede en vreugde uit. Je komt in een harde wereld terecht, er lopen wolven rond, wees niet naïef; als het hen niet interesseert, ga dan verder, wees goed voor zieken en zwakken.
Er staat ook iets eigenaardigs bij: 'eet wat ze je presenteren'. Let op, het gaat hier niet over beleefdheid! Joden in Jezus' tijd, en nu nog, aten alleen wat zij rein vonden, kosjer, Jezus was dus wel erg revolutionair voor zijn tijd. Eet wat u wordt voorgezet, ook al verbiedt je godsdienst of je cultuur dat. Voor ons betekent dat: als je met vreemden omgaat, hou dan niet halsstarrig vast aan je westerse gebruiken, wordt Griek met de Grieken, Afrikaan met de Afrikanen, Turk met de Turken. Misschien worden die dan ooit wel Vlaming met de Vlamingen, of Nederlander met de Nederlanders.
We horen ook dat er veel werk is aan de winkel. Jezus zegt: genees de zieken. Ook in onze tijd zijn er zieken genoeg. Want nu worden ook veel gezonde mensen ziek, omdat de maatschappij zelf dikwijls ziek is. Mensen raken in de put omdat ze ontevreden zijn, omdat ze alleen maar met zichzelf bezig zijn of omdat er niemand in hun omgeving tevreden is, velen zitten te kankeren en te kritiseren. Werk genoeg dus. Je moet niet eerst een paar jaar gaan studeren om dat soort zieken te helpen. De ziekte van onze tijd is toch duidelijk het materialisme, alsmaar meer willen hebben, nooit tevreden zijn, steeds meer willen profiteren ten koste van de samenleving, ten koste ook van jezelf, van je gezondheid, van je geweten. Je moet geen theologische of zelfs medische opleiding hebben om die diagnose te kunnen stellen, om de mensen te laten aanvoelen dat het materialisme hen ziek maakt.
Wij kunnen een van die tweeënzeventig zijn die niet ziek zi
Jesaja 26:3-4
De standvastige is veilig bij u, vrede is er voor wie op u vertrouwt. Vertrouw altijd op de HEER, alleen op hem, want de HEER is een rots sinds mensenheugenis. -- Jesaja 26:3-4


