Petrus
Petrus
4, 10
Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft,
gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het
goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
PetrusPetrus
4, 10
Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft,
gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het
goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.

Lucas
21, 5-19
Toen er gesproken werd over de tempel, over de mooie stenen en wijgeschenken waarmee hij versierd was, zei Jezus: ‘Wat jullie hier zien – er zullen dagen komen waarop geen steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’
Ze stelden Hem toen de vraag: ‘Meester, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we het herkennen?’
Jezus zei: ‘Let op, laat je niet misleiden. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben het”, of: “De tijd is gekomen.” Volg hen niet! Als jullie berichten horen over oorlog en opstand, raak dan niet in paniek. Die dingen moeten eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen het einde.’
Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere, er zullen zware aardbevingen komen en hongersnoden en epidemieën alom, en er zullen aan de hemel grote en verschrikkelijke tekenen verschijnen.
Maar eerst zullen jullie worden mishandeld en vervolgd en uitgeleverd aan de synagogen, jullie zullen worden opgesloten in de gevangenis en worden voorgeleid aan koningen en gouverneurs omwille van mijn Naam. Dan zullen jullie moeten getuigen.
Bedenk wel dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden. Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken.
Zelfs je ouders en broers, verwanten en vrienden zullen je uitleveren, sommigen van jullie zullen worden terechtgesteld, en jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn Naam. Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan.
Red je leven door standvastigheid!'
“Standvastigheid” is de vertaling van een oorspronkelijk Grieks woord met een rijke inhoud. Het omvat ook geduld, volharding, weerstand, vertrouwen.
Wanneer we lijden, wanneer we geneigd zijn de moed op te geven, wanneer we bekoord worden door de wereld om ons heen, wanneer we worden vervolgd, is standvastigheid belangrijk. Standvastigheid is onmisbaar.
Je zult ook wel eens van die moeilijke momenten hebben gekend waarop je zonder standvastigheid zou zijn bezweken. En misschien is dat ook wel eens gebeurd, of misschien verkeer je juist nu in zo’n situatie.
Wat kun je dan doen ?
Wees standvastig, hou vol. Je weet dat wie Christus wil volgen iedere dag zijn kruis moet opnemen en het lijden willen aanvaarden. De roeping van een christen is er een van standvastigheid. De apostel Paulus spreekt over zijn eigen standvastigheid als teken van echt christen-zijn. En hij stelt volharden zonder aarzelen gelijk aan wonderen.
Als we onder het kruis volharden in de liefde, volgen we Christus na en zullen we delen in het volle leven zonder einde.
Er zijn mensen die de oproep om echte christenen te zijn wel aannemen, maar het is alsof het zaadje op rotsgrond valt. Hun enthousiasme brandt als een strovuurtje en er blijft algauw niets van over.
Bij andere mensen komt het zaadje op goede grond terecht. Het leven naar Christus voorbeeld ontkiemt in hen, groeit, overwint moeilijkheden en weerstaat stormen. Zij hebben die standvastigheid wel.
Als je wilt volhouden is het natuurlijk niet genoeg alleen op eigen krachten te vertrouwen. Je zult daarvoor de hulp van God nodig hebben. Paulus noemt Hem “de God die ons doet volharden” (brief aan de Romeinen 15,5). Vraag Hem dat Hij jou die standvastigheid geeft.
Om christen te zijn volstaat het immers niet dat je gedoopt bent, af en toe naar de kerk gaat en iets van je bezit weggeeft. Er is groei nodig, en geestelijke groei komt vooral tot stand te midden van beproevingen, momenten van pijn, obstakels en strijd.
Standvastige mensen leven vanuit een liefde die volhoudt bij obstakels en moeilijkheden. Standvastigheid is beproefde liefde, dat zie je bij Maria. En als er iemand standvastig was, dan was zij het wel.
Vraag aan God om in jouw hart die liefde te ontsteken. Het zal je standvastigheid aanwakkeren in alle omstandigheden. En daarmee zul je het echte leven winnen.
Maar er is meer. Standvastigheid werkt aanstekelijk. Wie standvastig is moedigt ook anderen aan om vol te houden.
Laten we hoog mikken. We hebben maar één leven en dat is ook nog kort. We willen volhouden, dag na dag, en de ene moeilijkheid na de andere tegemoet treden zoals Jezus, om het volle leven te winnen.
-- Spreuken 3:5-6Vertrouw op de HEER met heel je hart, steun niet op eigen inzicht. Denk aan hem bij alles wat je doet, dan baant hij voor jou de weg. -- Spreuken 3:5-6
1 Tessalonicenzen 5:15
Matteüs 7:24
Jesaja 31:5Zoals een vogel boven zijn nest vliegt, zo waakt de HEER van de hemelse machten over Jeruzalem, hij waakt en hij redt, hij beschermt en bevrijdt. -- Jesaja 31:5

psalmen
52, 10-11
Ik ben als een groene olijfboom
in het huis van God,
ik vertrouw op de liefde van God
voor eeuwig en altijd.
Ik zal U eeuwig loven
om wat U hebt gedaan,
ik blijf hopen op uw Naam,
die goed is,
in de kring van wie U lief zijn.
Galaten
Jesaja 61:10
-- Spreuken 2:6Want het is de HEER die wijsheid schenkt, zijn woorden bieden kennis en inzicht. -- Spreuken 2:6
Lucas 6:45
JohannesJohannes
11, 25-26ab
'Ik ben de opstanding en het leven.
Wie in mij gelooft zal leven,
ook wanneer hij sterft,
en ieder die leeft en in mij gelooft
zal nooit sterven.'
1 Johannes 2:28
1 Johannes 4:18De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden. -- 1 Johannes 4:18
lucas13.18-21
Lucas
13, 18-21
‘Waarop lijkt het koninkrijk van God en
waarmee zal Ik het vergelijken? Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat
iemand meenam en in zijn tuin zaaide, waarna het groeide en een grote struik
werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen.’
En opnieuw zei Hij: ‘Waarmee zal Ik het koninkrijk van God vergelijken? Het
lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot
alle meel doordesemd was.’
Nog moeilijker dan op andere domeinen zien christenen de resultaten van hun inspanningen voor het Rijk Gods. Zij zien het nauwelijks groeien, soms lijkt het eerder op een mislukking. Het evangelie van vandaag wil ons moed inspreken: het is niet omdat we geen onmiddellijke zichtbare vruchten zien, dat het niet groeit
‘Waarop lijkt het koninkrijk van God en waarmee zal Ik het vergelijken? Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn tuin zaaide, waarna het groeide en een grote struik werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen’
Het zaadje groeit uit tot een struik waar de volgens in de takken komen nestelen... Prachtig beeld !
Is dat niet het
beeld van de gemeente, of hoe de gemeente zou moeten zijn ?
Een struik, of een boom, met wijd uitgespreide takken waarin vogels van
allerlei pluimage welkom zijn, een boom waar ze kunnen komen nestelen, waar ze
zich thuis voelen, waar ze kunnen ontvangen en geven, waar ze gemeenschap
vinden en kunnen beleven.
Maar de gemeente zijn wij allen, u en ik. En op de plek waar wij wonen, leven en werken, zijn we geroepen zo'n boom te zijn. Geen passieve stam zonder takken, maar een boom met een grote volgroeide kruin, z'n takken uitstrekkend naar allen die God op ons levenspad brengt.
Is iedereen welkom
? Echt welkom ?
Mag ieder die we ontmoeten proeven van Gods liefde ?
Laten we bomen zijn voor elkaar, laten we samen die ene boom zijn waar ieder welkom is, ja laten we Kerk zijn gegrondvest in Gods liefde.
Moge ieder van u een boom zijn die zingt van Gods Vrede
LucasLucas
18, 9-14
Met het oog op sommigen
die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde Jezus de
volgende gelijkenis.
‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een Farizeeër en de
ander een tollenaar. De Farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God,
ik dank U dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of
onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik
vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.”
De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik
naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei:
“God, wees mij zondaar genadig.”
Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van
God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar
wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’
Twee biddende mensen in de tempel. Echter één die écht bidt, die in ontmoeting komt met God, die van aangezicht tot Aangezicht staat. De eerste is hoogmoedig, hooghartig, blind voor zichzelf, schijnheilig, vergelijkt zich tijdens zijn bidden met anderen. De andere is nederig, bescheiden, bewust van zijn zwakheid, weet zich klein tegenover de altijd Grotere.
En heel spontaan zal onze sympathie uitgaan naar degene die in alle bescheidenheid bidt. Al vlug denken we bij onszelf: 'Zoals die Farizeeër, zo bid ik gelukkig niet'. En daarmee is de kans groot dat we dezelfde fout maken door te zeggen: 'Ik ben blij dat ik niet zoals de andere ben'. Dat gevaar schuilt altijd om de hoek.
Bij bidden komt het erop neer eerlijk te staan tegenover
God. Bij het gebed moeten we onszelf, én God, recht in de ogen kunnen kijken.
Echt bidden kan enkel wanneer we eerlijk zijn tegenover onszelf en tegenover
God. Het is onze zwakheden en onze neiging tot zonde bij Hem neerleggen,
gelovend dat Hij ons in zich zal opnemen ondanks onze nee-woorden.
En dit in een geest van diepe dankbaarheid omdat Hij is die is: de
Allerhoogste, de levende Liefde, het kloppend hart van ons bestaan
Heer,
bescherm ons van hoogmoed,
en maak ons nederig en arm van hart.
Geef ons de moed eerlijk te bekennen
dat ook wij soms toegeven aan de zonde
door uw liefde te laten varen.
Vervul ons dan met uw barmhartigheid
en zend ons telkens opnieuw op weg
om één met U
uw Vrede te bezingen.
Alle dagen van ons leven,
amen.
Spreuken 29:25-26Angst voor mensen is een valstrik, wie op de HEER vertrouwt, wordt beschermd. Velen zoeken de gunst van een heerser, maar alleen bij de HEER vindt een mens zijn recht. -- Spreuken 29:25-26
Psalmen 90:12
LucasLucas
12, 35-38
'Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend, en wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van een bruiloft, zodat ze direct voor hem opendoen wanneer hij aanklopt. Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen. Gelukkig degenen die hij zo aantreft, ook al komt hij midden in de nacht of kort voor het aanbreken van de dag.
'Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend, en wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van een bruiloft, zodat ze direct voor hem opendoen wanneer hij aanklopt. Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft.'
Staan we klaar om
de Heer te ontvangen wanneer Hij komt ?
Komen doet Hij, sowieso. Maar zijn we klaar ?
Zullen we het merken als Hij komt ?
Of zijn we zo met onze zaakjes bezig dat we zijn komen nauwelijks of helemaal
niet gewaar worden...
Het evangelie van vandaag wordt dikwijls toegespitst op het sterven van de mens. En terecht. Doorgaans komt een overlijden onverwacht en moeten we ons de vraag stellen: gaan we klaar zijn voor die grote ontmoeting met de Heer ?
Maar dit evangelie
gaat ook over het gewone leven, over elke dag.
Want… in elke situatie van het leven komt de Heer langs, en vraagt Hij bemind
te worden, zijn liefde te zijn. Dit speelt zich af voor het kookfornuis, tussen
mensen onderling, op de tram, in de natuur,… Overal en altijd.
We kunnen koken in
de Vrede van God, met zijn liefde, dankbaar om de vruchten van de aarde, het
werk van onze handen.
We kunnen elkaar ontmoeten met de liefde van de Heer, met zijn tederheid, zijn
vriendschap, zijn warmte.
We kunnen op de tram zitten vleiend tegen Hem aan, blij omdat Hij er is, de
mensen rondom ons biddend bij Hem brengen, genietend in zijn Vrede van een goed
boek.
We kunnen opgaan in de schoonheid van de natuur door verwonderd te zijn over al
dat mooie gegeven door God zelf.
Enz enz…
We hoeven daarvoor niet altijd met ons verstand bij de Heer te zijn, Hem of het evangelie met ons kopje te beredeneren. Het gaat veeleer over een wijze van zijn, een levenshouding, die getekend is door een stille dankbaarheid om het bestaan van God, om wat Hij doet, om wat Hij vraagt.
Laten we leven in het licht van de Heer.