GEWONNEN


Ik kijk naar de broze hand in de mijne. De vele rimpels
laten zien hoe hard ze in haar leven heeft gewerkt. De
aderen die door de huid heen schijnen, geven aan dat ze
al een lang leven achter zich heeft. En de mislukte
poging die ze doet om in mijn hand te knijpen, bewijst
dat ze erg is afgezwakt.
Geen wonder ook op haar leeftijd (ze is 88) en met een
ziekte die nu al bijna een half jaar duurt.
Zacht streel ik haar hand. Wat moet ik zeggen? Woorden
schieten hier tekort. Wat is het voor troost voor haar
op dit moment om te horen dat ze zo oud is geworden?
Haar einde nadert en dat doet zeer. Wat is het voor
troost te zeggen dat ze een rijk leven heeft gehad? De
dood komt eraan en voor wie is dat niet moeilijk?
Dan zegt ze fluisterend en bijna onverstaanbaar: 'Ik ben
verslagen.' Ik kijk in haar fletse ogen, waar de
levensmoed uit verdwenen is. Ik zie de ingevallen
wangen, de dunne lippen. Ik ben verslagen, zegt ze. Ze
wil nog niet dood! Ze wil nog blijven leven. Voor haar
kinderen en kleinkinderen en voor iedereen die ze kent.
Ik ben verslagen! De ziekte heeft haar te pakken genomen
en overwonnen. Ze heeft gevochten, maar het is niet
gelukt!
Plotseling weet ik woorden, belangrijke woorden om te
zeggen en ik zeg ze ook: 'Nee, u hebt gewonnen! U hebt
een half jaar lang van deze ziekte gewonnen, nog een
half jaar bent u bij ons geweest. En nu wint u opnieuw.
Van de dood. Want u gaat naar God! U bent niet
verslagen.'
Dan zie ik hoe er opeens een glans in de vermoeide ogen
verschijnt - een glimlach rond haar tandeloze mond.
'Gewonnen', fluistert ze en ze knikt met een blij
gezicht. In mijn hand voel ik iets bewegen, ze knijpt me
op haar uitgeputte manier en ik voel iets door haar hand
in de mijne stromen. Haar liefde voor God, haar
overwinning op dit leven, haar overwinning samen met
God. Ik leg mijn andere hand erover, ik sluit mijn ogen
en zou willen bidden, maar vind de woorden niet. Dan
herhaalt ze zacht, maar duidelijk verstaanbaar: 'Ik heb
gewonnen!' En in mijn hart klinkt een gebed: 'God, laat
mij hetzelfde kunnen zeggen!'




