Marcus
Marcus
4, 21-25
‘Je steekt toch geen lamp aan om hem onder de korenmaat te laten uitdoven of onder een bed weg te bergen? Nee, je zet hem op een standaard.
Alles wat verborgen is, moet openbaar worden gemaakt, en alles wat in het geheim is ontstaan, moet aan het licht komen.
Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’
Hij zei ook tegen hen: ‘Let goed op wat je hoort: met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden, en er zal je zelfs meer worden toebedeeld.
Want wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen.’
Wanneer we sterven zal al wat we gedaan hebben, of niet gedaan hebben, aan het licht komen.
Hoe dat concreet zal gebeuren… dat weten we niet, maar dat het zal gebeuren weten we wel.
Het is een mooie gedachte. Wie leeft in het licht van dit gebeuren leeft naar een ontmoeting toe.
Hij weet waarvoor hij leeft, wat hij te doen heeft, hoe hij moet leven.
Hij weet het niet pasklaar, maar hij weet zich bewoond door de Heer die met hem de weg van het leven zal gaan.
En met Hem aan zijn zijde weet hij zich veilig, behoed, gedragen.
Niet dat hij geen misstappen kan begaan, verkeerde wegen kan inslaan, maar hij zal doorheen de stormen van het leven groeien in God en wel doorheen de genade die hij krijgt van en ervaart in Jezus. Hij zal zich geleid weten door Christus doorheen die stormen, gedragen door Gods barmhartigheid.
Ooit mogen sterven… iets om naar uit te kijken !
En dat is helemaal niet tegengesteld aan ons leven nu hier op aarde.
Het uitkijken naar ons sterven, en ons leven hier en nu, mogen we als een eenheid beleven in één en dezelfde werkelijkheid.
Leven in het licht van de eeuwigheid zal je intenser doen leven, wetend wat de liefde waard is.




