Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Spreuken 18:2
Een dwaas is niet geïnteresseerd in inzicht,
hij wil alleen zijn eigen mening kwijt.
psalmen
psalmen
63, 4-6
God, uw liefde is meer dan het leven,
mijn lippen zingen uw lof.
U wil ik prijzen, mijn leven lang,
roepend uw Naam, de handen geheven.
Dan wordt mijn ziel verzadigd met uw overvloed,
jubel ligt op mijn lippen, mijn mond zal U loven.
Spreuken 18:21
Woorden hebben macht over leven en dood,
wie zijn tong koestert, plukt daarvan de vruchten.
Johannes 14:13
En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt.
Galaten 6:9
Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is.
Amos 5:24
Laat liever het recht stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek.
Hebreeën 11:1
Psalmen 139:23-24
Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,
peil mij, weet wat mij kwelt,
zie of ik geen verkeerde weg ga,
en leid mij over de weg die eeuwig is.
Jakobus 1:19
Geliefde broeders en zusters, onthoud dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden.
Prediker 7:10
En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt.
Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.
spreuken
Wie vriendschap zoekt, dekt fouten toe,
wie ze telkens oprakelt, verliest zijn vrienden.
Matteüs 5:6
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Spreuken 18:12
Wie zichzelf in de hoogte steekt, komt ten val,
bescheidenheid gaat aan eerbetoon vooraf.
Hebreeën 11:6
Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en wie hem zoekt zal door hem worden beloond.
Johannes
Johannes
10, 11-18
'Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een huurling en de schapen kunnen hem niets schelen.
Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.
Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder.
De Vader heeft mij lief omdat Ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen.
Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen; dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.'
Jezus is de herder die naar God leidt. Hij brengt zijn schapen naar daar waar hun diepste thuis is: bij God.
Mag Jezus ook voor ons die herder zijn? Want laten we niet te snel denken dat wij volledig in God leven. Allemaal hebben we in ons leven plekjes die vervreemd zijn geraakt van God; plekjes die we, merkwaardig genoeg, soms koesteren. Het zijn 'onze' plekjes, die we niet zomaar willen prijsgeven.
Jezus weet dat, en kent als geen ander onze angst om 'alles' prijs te geven. Hij kent onze angst om helemaal van Hem te zijn, want... ja, dan moeten we gaan liefhebben zoals het evangelie ons voorhoudt, liefhebben zoals Hij het ons heeft voorgedaan, en daar kiezen we niet altijd voor. We zijn angstig onszelf te verliezen,
Spreuken 15:23
Een mens vindt vreugde in een goedgekozen antwoord,
de juiste woorden op de juiste tijd -– hoe voortreffelijk is dat.
Matteüs 6:26
Psalmen 139:13-14
U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.


