Prediker
Prediker
5, 14
Naakt is iemand uit de moederschoot gekomen,
even naakt keert hij terug.
Niets van wat hij heeft verworven en in handen
dacht te hebben, neemt hij mee.
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
PredikerPrediker
5, 14
Naakt is iemand uit de moederschoot gekomen,
even naakt keert hij terug.
Niets van wat hij heeft verworven en in handen
dacht te hebben, neemt hij mee.
1 Korintiers 2:9-10Maar het is zoals geschreven staat: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.’ God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God. -- 1 Korintiers 2:9-10
de Galaten 5.18-25 Galaten
5, 18-25
Broeders en zusters,
wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet. Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, afgunst, bras– en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God.
Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.
Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen.
Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons ons wijst.'
Wie leeft in de Geest draagt een vrede en een vreugde in zich die men niet draagt wanneer men leeft naast de Geest. Niet dat men zich perse ongelukkig voelt wanneer men leeft naast de Geest, maar het is een gevoel van geluk dat niet thuishoort in de liefde. Het is een oppervlakkig geluksgevoel dat voortkomt uit het voeden van het ego. De vreugde, als gevolg van het leven in de Geest, is van een heel andere aard. Het is een gekregen vreugde; een vreugde die voortkomt vanuit een overgave aan Christus' inwoning; meer: het is een vreugde die haar wortels vindt in Christus.
Het is goed ons 'gevoel van geluk' met regelmaat te toetsen aan het evangelie, aan wat de Heer vraagt, aan de liefde. Zo komen we er al snel achter of het een vreugde is van de Geest, of een zelfgecreëerde vreugde die weinig of niets met God te maken heeft.
Moge de liefde de norm zijn van al ons doen en laten, de toetssteen van ons handelen, de oorsprong en het doel van ons leven.
Moge de heilige Geest ons hart en leven reinigen opdat we het zuivere verlangen in ons mogen dragen een leven te leiden in en door God.
Ja, laten we ons christen-zijn serieus nemen.
Aan zijn vruchten erkent men een boom. Aan de vruchten van de Geest kan men nagaan of wij onze zelfzucht gekruisigd hebben en leven volgens de Geest, om zo het koninkrijk van God te erven.
Spreuken 11:13Bij een roddelaar is een geheim niet veilig,
wie betrouwbaar is, hult zich in zwijgen.
Jesaja 65:17-18
Zie, ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat er vroeger was raakt in vergetelheid, het komt niemand ooit nog voor de geest. Er zal alleen maar blijdschap zijn en groot gejuich om wat ik schep. Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad en schenk haar bevolking vreugde. -- Jesaja 65:17-18
LucasLucas
11, 27-28
Terwijl Jezus aan het spreken was, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep tegen Hem: ‘Gelukkig de schoot die U gedragen heeft en de borsten waaraan U gedronken hebt!’
Maar Hij zei: ‘Gelukkiger zijn zij die naar het Woord van God luisteren en ernaar leven.’
Naar het Woord van God luisteren is inderdaad meer dan Jezus bewonderen in zijn lichamelijk voorkomen, en de moeder die Hem gedragen heeft. Hoewel de vrouw uit het evangelie heel waarschijnlijk haar woorden riep met een diepe genegenheid voor de figuur van Jezus, én zijn moeder Maria.
Doch wijst Jezus haar, en ons, naar de kern van het echte luisteren. 'Gelukkiger zijn zij die naar het Woord van God luisteren en ernaar leven.', zo zegt Hij.
Naar het Woord van God luisteren is meer dan het lezen van de Bijbel, hoewel het natuurlijk ook dat is. Naar Gods Woord luisteren is Jezus, die het mensgeworden Woord is van de Vader, ontvangen in zijn totaliteit; zowel Jezus als persoon alsook de weg die Hij gegaan is alsook de boodschap die Hij gegeven heeft en geeft.
Echt luisteren is ontvangen en ontmoeten. Je kan in een gesprek met iemand zijn woorden aanhoren maar hem daarom nog niet ontvangen als mens. Echt luisteren naar elkaar is elkaar ontvangen, ontmoeten. Dat is zo tussen mensen, dat is ook zo tussen ons en de Heer.
Luisteren naar het Woord van God wil dus zeggen Jezus ontvangen, Hem ontmoeten, Hem in je toelaten, Hem je goddelijke gast laten zijn, toelaten dat Hij werkzaam is door jou heen. Het is Hem zo toegang geven in het hart van je bestaan dat Hij je kan dragen, vergeven, genezen, optillen.
Luisteren naar Gods Woord is je hele zijn in vuur en vlam laten zetten door Jezus' liefde; en wel zo dat je innig één wordt met die liefde, totaal opgenomen in het ja-woord van Jezus tot de Vader.
Laat ons luisteren: Hem ontvangen, Hem ontmoeten.
Psalmen 73:25-26Wie buiten u heb ik in de hemel?
Naast u wens ik geen ander op aarde.
Al bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam,
de rots van mijn bestaan, al wat ik heb,
is God, nu en altijd.
Matteüs 11:29-30Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.
Efeziers 5:1-2Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die hij liefheeft, en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God. -- Efeziers 5:1-2
LucasLucas
10, 25-37
Er kwam een wetgeleerde die Jezus op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’
Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’
De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’
‘U hebt juist geantwoord,’ zei Jezus tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’
Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’
Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen. Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.” Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’
De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’
Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’
Het verhaal dat Jezus vandaag vertelt is een moeilijk verteerbaar verhaal omdat we weten en ervaren dat we vaak met een boog om één van de meest wezenlijke en meest noodzakelijke waarheden van het geloof heen lopen; dat geloven namelijk geen kwestie is van theorie, maar van praktijk, niet alleen van weten en kennen, maar vooral van doen en beleven.
Het is niet de eerste en de enige keer dat Jezus daar de nadruk op legt. Als een rode draad loopt het door heel het evangelie. Het staat als duidelijke wegwijzer langsheen heel zijn levensweg vanaf Betlehem tot op de Calvarieberg. We kunnen er niet omheen, zelfs niet in een boog. 'Niet zij die roepen: Heer, Heer, zullen het Rijk der hemelen binnengaan, maar zij die de wil doen van mijn Vader...'.
Het is ook de enige norm en maatstaf waarnaar we onszelf als gelovige mensen zullen oordelen of veroordelen; de keuzeknop, in onze eigen handen, tussen 'Kom gezegenden van mijn Vader' of 'Ga weg van mij'. Want op de oordeelsdag zal God ons niet met de bijbel overhoren, niet de tien geboden of onze geloofsbelijdenis, ook niet of we de hongerigen, de dorstigen, de zieken of de gevangenen hebben gezien, maar wel of we tegenover die mensen even warm van hart gereageerd hebben als die Samaritaan het deed op zijn weg van Jeruzalem naar Jericho

Broeders en zusters,
schenk aandacht aan alles wat waar is,
alles wat edel is,
alles wat rechtvaardig is,
alles wat zuiver is,
alles wat lieflijk is,
alles wat eervol is,
kortom, aan alles wat deugdzaam is
en lof verdient.
Filippenzen
4, 8
2 Petrus 3:18Maar groei in de genade en in de kennis van onze Heer en redder Jezus Christus. Hem komt de eer toe, nu en in eeuwigheid. Amen.
Jesaja 61:1De geest van God, de HEER, rust op mij,
want de HEER heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen
heeft hij mij gezonden,
om aan verslagen harten hoop te bieden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan geketenden hun bevrijding
1 Johannes 3:24Wie zich aan zijn geboden houdt blijft in God, en God blijft in hem. Dat hij in ons blijft, weten we door de Geest die hij ons heeft gegeven.
Hebreeën 11:1Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.
Psalmen 139:13-14
PredikerGeniet, beste vriend, van je jonge jaren, haal je hart op aan de dagen van je jeugd. Volg de wegen die je hart wil gaan, gun je ogen wat ze wensen. En onthoud bij alles wat je doet dat God je aan zijn oordeel onderwerpt. Belast je hart niet met verdriet en houd je lichaam vrij van kwalen, want je jeugd en jonge jaren zijn al snel voorbij.
Gedenk daarom je Schepper in de dagen van je jeugd – voordat de slechte dagen komen en de jaren naderen waarvan je zegt: In deze jaren vind ik weinig vreugde meer. Voordat de zon verduistert, de sterren en de maan niet langer stralen, de lucht ook na de regen grauw van wolken wordt. De dag waarop de wachter trillend voor het huis staat, de soldaten kromgebogen voortgaan, de maalsters langzaamaan verdwijnen, de vrouwen uit het venster staren en een schaduw lijken. Wanneer de deuren naar de straat worden gesloten, de molen geen geluid meer maakt, het fluiten van de vogels ijl van toon wordt, wanneer hun lied versterft. Je durft geen heuvel te beklimmen, de weg is vol gevaar. De amandelboom behoudt zijn wintertooi, de sprinkhaan sleept zich voort, de kapperbes droogt uit. Een mens gaat naar zijn eeuwig huis, een klaagzang vult de straat. Voordat het zilverkoord wordt weggenomen, de gouden lamp gebroken, de waterkruik in stukken valt, het scheprad bij de put wordt stukgebroken. Wanneer het stof terugkeert naar de aarde, weer wordt zoals het was, wanneer de adem van het leven weer naar God gaat, die het leven heeft gegeven.
Lucht en leegte, zegt Prediker, alles is leegte.
Wij lezen we bij Prediker:
Geniet, beste vriend, van je jonge jaren, haal je hart op aan de dagen van je jeugd. Volg de wegen die je hart wil gaan, gun je ogen wat ze wensen. En onthoud bij alles wat je doet dat God je aan zijn oordeel onderwerpt. Belast je hart niet met verdriet en houd je lichaam vrij van kwalen, want je jeugd en jonge jaren zijn al snel voorbij.
Gisteren las ik dat er In de grote hal van het centraal station van Antwerpen een ontzettend groot imposant podium opgesteld stond door Base. Voor het podium stonden er heuse dranghekken en voor die hekken was er met koorden een zig-zag-weg gemaakt om veel volk in één rij te doen aanschuiven; je weet wel zoals je ziet voor atracties in pretparken. Boven de loketten was er een reusachtige afiche opgehangen met een afbeelding van... jawel: de iPhone 6.
Het was nog vroeg in de ochtend. Ik dacht: 'Amai, ze zijn er vroeg bij'. Maar nee hoor, vele base-medewerkers hadden er al een hele nacht opzitten. De nieuwe iPhone kon je namelijk vanaf gisteren in België kopen, en dat was dus vanaf één na twaalf. Velen stonden, naar het schijnt, reeds uren aan te schuiven om toch maar bij de eersten te kunnen zijn. Het was een hele stormloop om toch maar bij de eersten te zijn. Een kick zoals een ander waarschijnlijk.
In de loop van de dag, zo zag ik later op het journaal, moest je dus werkelijk in rijen aanschuiven bij het Base-evenement om het nieuwe speeltje te kunnen kopen. Voor zo'n 800 euro...
Vele van deze mensen zijn jong, zelfs jeugdig jong. Uiteraard is hen een gsm van harte gegund, maar moet dit nu echt op deze wijze... Is men zich bewust van de slaafsheid waarmee men zich laat meeslepen, de mamom die hen maar al te graag in de armen sluit en hen wegtrekt van het diepere in het leven.
Ik wil niet negatief doen over de jongeren van vandaag. Ik zie ze zo voor mij, bruisend vol leven, kinderen van deze tijd. Ja hoor: met gsm in de badkamer, op het toilet, op de fiets, op de tram, wandelend op straat, Jonge mensen hebben heel dikwijls hun hart op de juiste plaats zitten. Ze hebben doorgaans een haarfijn, doch dikwijls speels naief, aanvoelen van wat rechtvaardigheid is, hoe men met het milieu zou moeten omgaan. Velen willen de wereld weer beter maken, terug gezond.
Maar, en dat weten we maar al te goed, ze hebben het niet makkelijk. Ze worden omringd door dingen die hen wegtrekken van het hart van het bestaan, zaken die hen weglokken van waar het werkelijk om gaat in het leven. Vele zaken weken hen los van God, en dus van de liefde. De selfi, maar ook en vooral de innerlijke selfi, is meer dan ooit actueel.
Laten we als volwassenen onze jongeren heel warm nabij zijn, hen echt gemeend in de armen en het hart sluiten. Laten we hen dragen op de weg die ze gaan, hen stimulerend in het goede, hen helpen het kwade te benoemen, hen bijstaan de juiste keuzes te maken. Laten we geen angst hebben met hen over God te praten; over God die met hen iets wil. Laten we hen aansporen in het nemen van waardevolle engagementen.
En laten we als ouders, grootouders, zusters en broeders, bidden voor onze jonge mensen. Dat de heilige Geest hun hart moge verwarmen in hun zoektocht van het leven.
Prediker
11, 9 - 12, 8
Efeziërs 5:15-16Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen. Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd.
PredikerLucht en leegte, zegt Prediker, lucht en leegte, alles is leegte. Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven, al zijn moeizaam gezwoeg onder de zon? Generaties gaan, generaties komen, maar de aarde blijft altijd bestaan. De zon komt op, de zon gaat onder, en altijd snelt ze naar de plaats waar ze weer op zal gaan. De wind waait naar het zuiden, dan draait hij naar het noorden. Hij draait en waait en draait, en al draaiend waait de wind weer terug. Alle rivieren stromen naar de zee, toch raakt de zee niet vol. De rivieren keren om, ze gaan weer naar de plaats vanwaar ze komen, en beginnen weer opnieuw te stromen. Alles is vermoeiend, zozeer dat er geen woorden voor te vinden zijn.
De ogen van een mens kijken, en vinden geen rust, zijn oren horen, en ze blijven horen. Wat er was, zal er altijd weer zijn, wat er is gedaan, zal altijd weer worden gedaan. Er is niets nieuws onder de zon. Wanneer men van iets zegt: ‘Kijk, iets nieuws,’ dan is het altijd iets dat er sinds langvervlogen tijden is geweest. De vroegere generaties zijn vergeten, en ook de komende zullen weer worden vergeten.
Prediker
1, 2-11
De prediker wijst op de eentonigheid en het vervelende van onze dagelijkse bezigheden. Daardoor mogen wij ons niet laten misleiden. Wij moeten in het oog blijven houden waar het op aan komt.
-- Spreuken 9:9Geef onderricht aan een wijze, en hij zal nog wijzer worden, onderwijs een rechtvaardige, en hij zal inzicht vermeerderen. -- Spreuken 9:9