Ester
Een missverkiezing in de bijbel, zo zou je het begin van het boek Ester wel kunnen noemen. De Perzische koning Ahasveros is op zoek naar een nieuwe vrouw en laat zijn personeel de mooiste meisjes selecteren. Ze krijgen eerst een langdurige schoonheidsbehandeling en vervolgens bepaalt de koning welk meisje hem het meeste bevalt. Uiteindelijk valt de schoonheid van Ester hem zo op, dat hij haar tot nieuwe koningin kroont.
De bekroning van een schoonheidverkiezing. Is dat nou het enige wat de bijbel over vrouwen te melden heeft? Als het aan de mannen ligt misschien wel. Want één ding is wel duidelijk: mannen hebben een groot stempel gedrukt op de bijbelse geschiedenis. Dat zie je vaak aan de manier waarop over vrouwen wordt gesproken: ze worden vaak voorgesteld als 'de vrouw van' en niet als onafhankelijk, vrij, mens. Maar toch betekent dat niet dat vrouwen in de bijbel altijd een ondergeschikte en onbelangrijke rol spelen. Juist niet eigenlijk! Als je goed leest, gaan je ogen open. Dan zie je dat het juist vrouwen waren die op alle cruciale momenten in het Oude en Nieuwe Testament opduiken.
Moeders
De vrouwen in de bijbelverhalen zorgen steeds voor nageslacht. 'Ja, hè hè', zul je zeggen. 'Wie anders?' Maar waar het in deze verhalen om gaat, is niet dat ze kinderen op de wereld zetten. De verhalen willen vaak zeggen: God brengt de vastgelopen geschiedenis weer op gang. Een weg die doodlopend lijkt te zijn, wordt via vrouwen weer geopend.
Dat lees je ook in het bijzondere verhaal van Ester. In de loop van het verhaal wordt Ester steeds zekerder van zichzelf en van de rol die ze mag spelen in de geschiedenis. Ze ziet dat de weg van het volk doodloopt, omdat alle Joden in het Perzische Rijk vermoord dreigen te worden. Het lijkt een hopeloze situatie. Maar dan staat Ester op en doet het onmogelijke: de koning aanspreken en vragen om het volk te sparen ... De geschiedenis van God met mensen gaat weer door! En weer dankzij het optreden van een moedige vrouw.
Koningin Wasti verstoten
1
1 Het was in de tijd van Ahasveros,
(1:1) Ahasveros – Ahasveros is de Hebreeuwse vorm van de naam van de Perzische koning Xerxes.
de Ahasveros die regeerde over een rijk dat zich uitstrekte van India tot Nubië en dat honderdzevenentwintig provincies telde. 2-3 In het derde jaar van zijn regering, toen hij in de burcht van Susa zetelde, richtte deze koning Ahasveros een feestmaal aan voor al zijn rijksgroten en hoge functionarissen; alle bevelhebbers van het leger van Perzië en Medië, de adel en de hoofden van de provincies waren aanwezig. [2–3] 3 4 Vele dagen spreidde hij de rijkdom en luister van zijn koningschap tentoon en de pracht en praal van zijn majesteit – honderdtachtig dagen lang.
5 Toen deze dagen voorbij waren, richtte de koning een feestmaal aan voor alle bewoners van de burcht van Susa, van hoog tot laag. Dit duurde zeven dagen, en het werd gehouden in de binnenhof van de tuin van het koninklijk paleis. 6 Draperieën van fijn linnen, wit en blauwpurper van kleur, waren aan albasten zuilen bevestigd met roodpurperen koorden van byssus en zilveren ringen; op een mozaïekvloer van porfier, albast, parelmoer en gekleurde stenen stonden rustbanken van goud en zilver. 7 Er werd wijn geschonken in gouden bekers, de ene nog fraaier dan de andere, en er was koninklijke wijn in overvloed, zoals men dat bij een koning mag verwachten. 8 En bij het drinken gold de regel: geen beperkingen;
(1:8) geen beperkingen – Ook mogelijk is de vertaling: ‘geen dwang’.
de koning had alle hofmeesters opgedragen aan ieders wensen tegemoet te komen. 9 Ook Wasti, de koningin, richtte een feestmaal aan, voor de vrouwen in het paleis van koning Ahasveros.
10 Op de zevende dag, toen de koning door de wijn in een vrolijke stemming was, beval hij Mehuman, Bizzeta, Charbona, Bigta, Abagta, Zetar en Karkas – de zeven eunuchen die zijn persoonlijke dienaren waren – 11 om koningin Wasti, getooid met de koninklijke hoofdband, bij hem te brengen; hij wilde de rijksgroten van de volken haar schoonheid laten zien, want zij was mooi. 12 Maar toen haar het bevel van de koning door de eunuchen werd overgebracht, weigerde koningin Wasti te komen. Dit ergerde de koning zeer en hij ontstak in woede.
13 Hij wendde zich tot de wijzen, die kennis bezaten van het verleden. De koning was namelijk gewoon zijn zaken voor te leggen aan al zijn wet- en rechtsgeleerden. 14 Zijn meest vertrouwde raadsheren waren Karsena, Setar, Admata, Tarsis, Meres, Marsena en Memuchan, de zeven rijksgroten van Perzië en Medië; zij hadden vrij toegang tot de koning en bekleedden de hoogste posten in het rijk. 15 ‘Wat zegt de wet?’ vroeg de koning. ‘Wat moet er gebeuren met koningin Wasti, nu ze geen gehoor heeft gegeven aan het koninklijk bevel dat haar door de eunuchen is overgebracht?’ 16 Daarop verklaarde Memuchan ten overstaan van de koning en de rijksgroten: ‘Niet alleen tegenover de koning heeft koningin Wasti zich misdragen, maar ook tegenover alle rijksgroten en alle volken in de provincies van koning Ahasveros. 17 Immers, wat de koningin heeft gedaan, zal alle vrouwen ter ore komen en hen ertoe aanzetten hun echtgenoten te minachten. Ze zullen zeggen: “Koning Ahasveros gaf bevel om koningin Wasti bij hem te brengen, maar ze kwam niet.” 18 Nog vandaag zullen de vrouwen van alle rijksgroten van Perzië en Medië, zodra ze hebben gehoord wat de koningin heeft gedaan, zich hierop beroepen tegenover hun echtgenoten, en dat zal leiden tot veel minachting en ergernis. 19 Als het de koning goeddunkt, laat hij dan een koninklijk besluit uitvaardigen dat schriftelijk in de wetten van Perzië en Medië wordt vastgelegd, zodat het niet kan worden herroepen. Hierin moet bepaald worden dat Wasti koning Ahasveros niet meer onder ogen mag komen en dat de koning haar koninklijke waardigheid aan een ander zal geven, die beter is dan zij. 20 Als in het hele rijk – en dat is groot! – bekend wordt dat de koning een dergelijke verordening heeft uitgevaardigd, dan zullen alle vrouwen, van de hoogste tot de laagste, hun echtgenoten met respect bejegenen.’
21 Het voorstel van Memuchan vond instemming bij de koning en de rijksgroten, en de koning volgde het op. 22 Hij stuurde brieven naar alle provincies van zijn rijk, naar elke
provincie in haar eigen schrift en naar elk volk in zijn eigen taal. Daarin stond dat iedere man thuis heer en meester moest zijn, en ook dat hij de taal van zijn eigen volk moest spreken.
Deel 1