Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.Romeinen 13, 8
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Romeinen 3:23-24
Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God; en iedereen wordt uit genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen omdat hij ons door Christus Jezus heeft verlost. Romeinen 3:23-24
Psalm 15:2-3
Wie de volmaakte weg gaat en doet wat goed is, wie oprecht de waarheid spreekt. Hij doet aan lasterpraat niet mee, hij benadeelt een ander niet en drijft niet de spot met zijn naaste. Psalm 15:2-3
Spreuken 15:3
De ogen van de HEERE zijn op elke plaats: ze slaan slechte en goede mensen gade. -- Spreuken 15:3
Galaten 5:5
Want door de Geest hopen en verwachten wij dat we op grond van geloof als rechtvaardigen worden aangenomen. -- Galaten 5:5 (
2 Tessalonicenzen 3:3
Maar de Heer is trouw, hij zal u kracht geven en u tegen het kwaad beschermen. 2 Tessalonicenzen 3:3
2 Timoteüs 1:7 | NBV
God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
1 Petrus 3:3-4 | NBV
Uw schoonheid moet niet gelegen zijn in uiterlijkheden, zoals kunstig gevlochten haar, gouden sieraden of elegante kleding, maar in wat verborgen ligt in uw hart, in een zacht en stil gemoed. Dat is een onvergankelijk sieraad dat God kostbaar acht.
Lucas 6:31-32
Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. -- Lucas 6:31-32
Lucas 11:13
Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen. Lucas 11:13
p>Handelingen. 2, 1-4
Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
;Handelingen. 2, 1-4
Lucas 24, 49
Lucas 24, 49
'Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van mijn Vader
aan jullie wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie
met kracht uit de hemel zijn bekleed.'
Johannes 21, 15-19
Johannes 21, 15-19
Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’
Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’
Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’
Nog eens vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?’
Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’
Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen’.
En voor de derde maal vroeg Hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van me?’
Petrus werd verdrietig omdat Hij voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield.
Hij zei: ‘Heer, U weet alles, U weet toch dat ik van U houd.’
Jezus zei: ‘Weid mijn schapen. Waarachtig, Ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’
Met deze woorden duidde Hij aan hoe Petrus zou sterven tot eer van God.
Daarna zei Hij: ‘Volg mij.’
Vandaag horen we Jezus zeggen tot Petrus: ‘Toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’
Het zijn woorden die gericht zijn tot Petrus, maar we mogen ze ook rustig beluisteren alsof ze aan ons adres zijn gericht.
Want ook voor ons is het een feit dat wanneer wij jong waren/zijn, dat we vol vuur ons een eigen gordel omdoen en gaan waarheen we willen. Wanneer we ouder worden (zeg maar volwassen in het geloof) zullen we inzien dat een ander (de Ander) ons een gordel wil omdoen om ons te brengen op een weg waar we zelf in eerste instantie misschien nooit voor gekozen zouden hebben.
Maar dit vraagt een geloof dat geleerd heeft zich te geven aan de Heer, en wel op zo’n wijze dat de gelovige inziet dat het in het leven niet om hem draait, maar om wat God wil, en dat Jezus op zo’n wijze genadig kan zijn dat we die weg ook daadwerkelijk kunnen gaan.
Laten we ons geven aan de Heer, opdat Hij ons bij de hand mag nemen om samen met ons de weg te gaan die God met ons wil gaan, zowel in de kleine dagdagelijkse dingen alsook in de grote levenskeuzes die we te maken hebben.
Kolossenzen 2, 9-10
In Christus is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, en omdat u één bent met Hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld.
Kolossenzen 2, 9-10
Petrus 4, 10-11
Petrus 4, 10-11
Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft,
gebruiken om de anderen daarmee te helpen,
zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.
Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt.
Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft.
Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus,
aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig. Amen.
Matteüs 3:17).
De vijfjarige Josiah Duncan heeft de harten veroverd van alle aanwezigen in een filiaal van de Waffle House-keten in de Amerikaanse staat Alabama. En in het bijzonder dat van een dakloze medemens.
© kos.
De kleine Josiah uit Prattville in Alabama zat in het wafelhuis te eten met zijn mama, Ava Faulk, toen zijn oog viel op een wat smerig uitziende man met een tas buiten. Daar wou de jongen het fijne van weten. "Een dakloze", legde zijn moeder uit. Maar dat was niet voldoende voor Josiah: "Hoezo?"
"Wel, dat betekent dat hij geen huis heeft", antwoordde Ava Faulk. De kleuter vond het vreselijk dat de man geen familie of vrienden had bij wie hij terechtkon. Maar vooral dat hij geen eten had. Daarom wou Josiah hem wat te eten aanbieden. En dat vond zijn mama oké.
Menukaart
"Hij kwam binnen en ging zitten. Maar niemand bediende hem. Josiah liep dan maar zelf naar de man en vroeg of hij de menukaart wou zien, omdat je zonder niet kan bestellen", vertelt Faulk aan WFSA-TV. Josiah en zijn moeder lieten de dakloze kiezen wat hij maar wenste. Het werd een hamburger met spek.
Op dat moment waren er elf klanten in het restaurant. Zij waren met verstomming geslagen door de barmhartige daad van de kleine jongen. Toen het ventje ook nog eens al zingend God dankte voor Zijn zegeningen, hield niemand in het wafelhuis het droog. "De man weende, en iedereen daar weende", zegt Faulk.
De trotse moeder besluit dat wat haar zoontje deed "voor altijd een van de grootste verwezenlijkingen voor een ouder zal zijn die ik ooit zal meemaken".
HLN.be-nieuws in je facebook nieuwsfeed?
‘Jij bent mijn geliefde kind, in jou vind ik vreugde’ (Matteüs 3:17).
Petrus 4, 10-11
Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt. Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt. Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft. Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus, aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig. Amen. Petrus 4, 10-11
Romeinen 8:38-39
Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.
Spreuken 4:23
Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart,
het is de bron van je leven.
1 Korintiërs 13:2
Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen - had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.


