Openbaring 1:8
'Ik ben de alfa en de omega,' zegt God, de Heer, 'ik ben het die is, die was en die komt, de Almachtige.' Openbaring 1:8
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
Openbaring 1:8'Ik ben de alfa en de omega,' zegt God, de Heer, 'ik ben het die is, die was en die komt, de Almachtige.' Openbaring 1:8
Efeziërs 5:15-16Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen. Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd. Efeziërs 5:15-16
JohannesJohannes
6, 1-15
Jezus ging naar de overkant van het Meer van Galilea (ook wel het Meer van Teberias genoemd). Een grote menigte mensen volgde Hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen Hij bij zieken deed.
Jezus ging de berg op, en ging daar met zijn leerlingen zitten. Het was kort voor het Joodse Pesach feest.
Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar Hem toe kwam, vroeg Hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’ Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen, want zelf wist Hij al wat hij zou gaan doen.
Filippus antwoordde: ‘Zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.’
Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei: ‘Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen–maar wat hebben we daaraan voor zoveel mensen?’
Jezus zei: ‘Laat iedereen gaan zitten.’
Er was daar veel gras, en ze gingen zitten; er waren ongeveer vijfduizend mannen. Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zoveel als ze wilden.
Toen iedereen volop gegeten had zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.’
Dat deden ze en ze vulden twaalf manden met wat overgebleven was van de vijf gerstebroden die men had gegeten.
Toen de mensen het wonderteken dat Hij gedaan had zagen, zeiden ze: ‘Hij moet wel de profeet zijn die in de wereld zou komen.’
Jezus begreep dat ze Hem wilden dwingen om mee te gaan en Hem dan tot koning zouden uitroepen. Daarom trok Hij zich terug op de berg, alleen.
Hij valt amper op, maar zijn aanwezigheid is van fundamenteel belang: de jongen met de vijf broden en de twee vissen.
Al wat hij had, al wat hij was, gaf hij aan Jezus. En daarmee, en vooral daardoor, kon Jezus het wonder verrichten.
Durven wij zoals de jongen uit het evangelie àlles wat we hebben, àlles wat we zijn, schenken aan Jezus, opdat Hij het zou kunnen gebruiken om zijn wonder in deze wereld te verrichten.
Efeziërs 4:2Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. Efeziërs 4:2
psalm 15 : psalm 15 :1-2
Heer, wie mag gast zijn in uw tent,
wie mag wonen op uw heilige berg ?
Hij is gast die de volmaakte weg gaat en doet wat goed is,
wie oprecht de waarheid spreekt.
De volmaakte weg… Dat klinkt zo ver weg van ons
leven, want – zo zou je kunnen zeggen: wie is er volmaakt ?
Maar ‘volmaakt’ mogen we niet enkel verstaan als een synoniem voor ‘heilig’. Hoewel heiligen volmaakt zijn.
In het woord ‘volmaakt’ zitten de woorden ‘vol’ en ‘maken’. En daarin mogen we
een uitnodiging zien van God aan ons adres: Hij wilt ons leven ‘vol maken’,
‘vol’ van Hem, ‘vol’ van het ware leven, ‘vol’ van zijn Zoon Jezus, ‘vol’ van
waarheid.
Wie het klaarspeelt te leven vanuit die volheid, ons door God geschonken, leeft
volmaakt, vol-gemaakt door God.
Misschien ben je nog niet heilig, hang je nog teveel vast aan dingen die je
wegtrekken van God, en toch leef je al – zij het deels en nog niet af – in God.
God vraagt van ons dat onze levensweg recht is.
Maar het is een feit dat voor de meeste deze weg serieus krom is. Maar het
mooie van God is dat Hij zijn verhaal ook kan schrijven op kromme lijnen. Ieder
van ons persoonlijk wil God gebruiken om zijn liefde te openbaren, om
verzoening te brengen daar waar dat nodig is, om zijn Vrede uit te dragen.
En Hij wacht niet tot we heilig zijn, Hij roept nu al, wil nu met ons op weg
gaan, wetend dat ingaan op zijn uitnodiging de heiligheid bevordert.
God omhelst ieder van ons met zijn barmhartigheid
opdat we zouden groeien in Hem.
Wie dit toelaat, die is, zoals de psalmist het
uitdrukt, te gast in Gods tent. Dat wilt zeggen dat we mogen tafelen aan het
feestmaal van de Drie-ene God: Gods liefde ontvangend om deze ten volle te
delen met allen die Hij op ons levenspad brengt.
God is groot !
Filippenzen 4:5Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. Filippenzen 4:5
Spreuken 17:22Een vrolijk hart bevordert een goede gezondheid, een sombere geest verzwakt het lichaam. Spreuken 17:22
Filippenzen 4:13Ik ben tegen alles bestand door hem die mij kracht geeft. Filippenzen 4:13
Psalm 56:4In mijn bangste uur vertrouw ik op u. Psalm 56:4

Op de een of andere manier waren zo onder de indruk van Jezus, dat ze hun netten lieten vallen en achter Hem aangingen. Niet wetende wat 'vissers van mensen maken' nou precies inhield, gingen ze achter Hem aan, en gingen gewoon doen wat Hij hun onderwees gaandeweg hun wandel met Hem....Simpel en eenvoudig gingen deze ruwe ongeletterde mannen uit Galilea die voor niets anders goed waren dan alleen vissen vangen, de weg met Jezus....Gaandeweg lerende wat Hij hen onderwees en demonstreerde....Die Jezus willen wij volgen!!.
Efeziërs 3:16-17Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. Efeziërs 3:16-17
Efeziërs 3, 16-19 Efeziërs 3, 16-19
Matteüs 19:26Jezus keek hen aan en antwoordde hun: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.’ Matteüs 19:26

Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.Romeinen 13, 8
Romeinen 3:23-24Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God; en iedereen wordt uit genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen omdat hij ons door Christus Jezus heeft verlost. Romeinen 3:23-24
Psalm 15:2-3Wie de volmaakte weg gaat en doet wat goed is, wie oprecht de waarheid spreekt. Hij doet aan lasterpraat niet mee, hij benadeelt een ander niet en drijft niet de spot met zijn naaste. Psalm 15:2-3
Spreuken 15:3De ogen van de HEERE zijn op elke plaats: ze slaan slechte en goede mensen gade. -- Spreuken 15:3
Galaten 5:5Want door de Geest hopen en verwachten wij dat we op grond van geloof als rechtvaardigen worden aangenomen. -- Galaten 5:5 (
2 Tessalonicenzen 3:3Maar de Heer is trouw, hij zal u kracht geven en u tegen het kwaad beschermen. 2 Tessalonicenzen 3:3
2 Timoteüs 1:7 | NBVGod heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.