Joël 2:13
Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart. Keer terug tot de HEER, jullie God, want hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
Joël 2:13Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart. Keer terug tot de HEER, jullie God, want hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.
Jan PoolBen jij één van die mannen en vrouwen?
In Genesis hoofdstuk 6 kunnen we het verhaal van Noah lezen. De tijd waarin Noah leefde, was lang niet gemakkelijk. De aardbodem was bij Adam als gevolg van de zondeval vervloekt. Intussen was het verval doorgegaan. Het ging slechter en slechter met de mens. Het ging van kwaad tot erger en God komt tot een vernietigende conclusie: ‘De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht.’ Genesis 6:5
Wat een tegenstelling met de woorden in Genesis 1 toen God na de schepping van de mens zei dat het zeer goed was. Wat moet dat pijn hebben gedaan! Die pijn van God komt in vers 6 tot uitdrukking. Het is ongetwijfeld één van de droevigste verzen uit de bijbel: ‘Hij kreeg er spijt van dat hij de mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst.’
God was diep gekwetst. God is niet een onbewogen toeschouwer. God is geen emotieloos en afstandelijk wezen. Wij kunnen het hart van God raken. Wij kunnen het hart van God pijn doen. Besef je dat?
Het raakt God zo diep dat het hem spijt dat hij de mens ooit heeft gemaakt. Nou, dan moet de mens het wel bont hebben gemaakt hoor! We kennen God vanuit de bijbel als een enorme liefdevolle, geduldige God. Maar nu is zijn geduld op. De maat van de zonde was vol voor God. Hij zegt dan: ‘Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen…’ Genesis 6:7
God zag geen andere uitweg meer. Het hart van de mensen was zo slecht, corrupt en pervers. De mens was zo van God losgeraakt, zo ver afgedwaald van het doel waartoe God hem geschapen had. Hij kon niet anders dan dit vreselijk besluit nemen om de mensen van de aarde weg te vagen.
Maar te midden van al die corrupte, slechte en perverse mensen ziet God iemand die er uitspringt. Hij ziet iemand die niet meegaat in de stroom van slechtheid en de moed heeft om anders te leven. Hij ziet iemand die zich onderscheidt in positieve zin, met het verlangen om God te volgen. ‘Noah was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man; Noah wandelde met God.’ Genesis 6:9 (NBG)
Noah ‘s leven wordt door deze ene simpele zin getypeerd. Die zin zegt zo ontzettend veel over hem. In een tijd die vol was van kwaad, geweld, onreinheid en liefdeloosheid, durfde hij als enige mens anders te zijn! En God besloot met Noah verder te gaan en maakte aan hem zijn plannen bekend. Hij gaf hem instructies om de ark te bouwen. Dat was een heel bijzondere opdracht. Hij mocht iets bouwen wat te maken had met de toekomst, met de redding van de mensen.
Is de tijd waarin Noah leefde, niet te vergelijken met de tijd waarin wij nu leven? Ook nu is er een enorme toename van zonde. We leven in een wereld vol van onreinheid, corruptie, machtsmisbruik, onrecht, egoïsme en geweld. Nooit eerder is er zoveel duisternis op de aarde geweest als de tijd waarin wij leven. Er is nooit eerder zoveel onrecht geweest als de tijd waarin we nu leven.
We leven in een wereld die door en door slecht is! En net als in de tijd van Noach zoekt God naar mannen en vrouwen die zich onderscheiden. God zoekt te midden van deze slechte, corrupte, perverse wereld mannen en vrouwen die er positief uitspringen. Mannen en vrouwen die de moed hebben om anders te leven. Mannen en vrouwen die het lef hebben om nee te zeggen tegen de zonde, tegen de stroom in willen zwemmen en een verschil willen maken.
God zoekt naar mannen en vrouwen met het hart van Noach. Hij zoekt mensen die in nauwe verbondenheid met Hem willen wandelen. En God onthult ook nu nog zijn plannen aan mannen en vrouwen die in intimiteit met Hem wandelen!
Ben jij één van die mannen en vrouwen?
Jan Pool
Spreuken 3:9-10Eer de HEER met al je rijkdom, met het beste van de oogst. Graan zal je voorraadschuren vullen, je kuipen lopen over van wijn. -- Spreuken 3:9-10
Jesaja 40:6-8Hoor, een stem zegt: ‘Roep!’ En een stem antwoordt: ‘Wat zou ik
roepen? De mens is als gras, hij bloeit als een veldbloem. Het gras
verdort en de bloem verwelkt wanneer de adem van de HEER erover
blaast. Ja, als gras is dit volk.’ Het gras verdort en de bloem
verwelkt, maar het woord van onze God houdt altijd stand. --Jesaja
40:6-8
Alle heerlijkheid waarop de ongelovigen van Israël zich beroemden,
zou vergaan, terwijl wat God gezegd heeft en Wie Hij is, eeuwig
zullen blijven. Gods woord wordt tot op de letter vervuld. De ongelovige
massa zou als het gras verdorren. Dat is wat er van de mens
zonder God wordt. Voor de gelovige is het een bemoediging te weten
dat als alle steun in de mens en van de mens wegvalt, het woord van
God als de onwankelbare steun blijft. De vergankelijke natuur van de
mens tegenover het onvergankelijke woord van God kan niet sterker
worden voorgesteld.
Jesaja 40:29Hij geeft de vermoeide kracht, de machteloze geeft hij macht in overvloed. Jesaja 40:29
Jeremia 6:16Dit zegt de HEER: Ga op de kruispunten staan, denk na, kijk naar de oude wegen. Welke weg leidt naar het goede? Sla die in, en vind rust. Maar zij zeggen: 'Dat doen wij niet.' Jeremia 6:16
Jesaja 40:6-8Hoor, een stem zegt: ‘Roep!’ En een stem antwoordt: ‘Wat zou ik roepen? De mens is als gras, hij bloeit als een veldbloem. Het gras verdort en de bloem verwelkt wanneer de adem van de HEER erover blaast. Ja, als gras is dit volk.’ Het gras verdort en de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt altijd stand. -- Jesaja 40:6-8
Spreuken 17:9Wie vriendschap zoekt, dekt fouten toe, wie ze telkens oprakelt, verliest zijn vrienden. Spreuken 17:9
Efeziers 2:17-18Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader. -- Efeziers 2:17-18

Geeft God u de Geest en goddelijke krachten omdat u de wet naleeft? Of geeft hij ze omdat u naar hem luistert en op hem vertrouwt? Van Abraham wordt gezegd: ‘Hij vertrouwde op God, en dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend.’ -- Galaten 3:5-6

Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door hem. Kolossenzen 3:17

In Exodus lezen we het verhaal van Mozes. Hij werd als een zoon aangenomen door de dochter van Farao. Hij groeide op onder ideale omstandigheden. Het eten was goed en gezond. Hij kreeg naar alle waarschijnlijkheid een volmaakte opvoeding en scholing. En dit alles vond plaats in een omgeving van weelde en volkomen veiligheid. In Handelingen 7:22 staat: ‘Mozes werd onderwezen in alle kennis van de Egyptenaren en werd een machtig man in woord en daad.’ Mozes vond zichzelf kennelijk wel geschikt om een goede leider te worden. Hij had wat we noemen een ‘gezond zelfbeeld’, hij wist wie hij was en kende zijn capaciteiten en mogelijkheden. ‘Hij meende dat zijn volksgenoten zouden begrijpen dat God hen door zijn toedoen (NBG ‘door zijn hand’) wilde bevrijden…’ (Handelingen 7:25) Jammer voor Mozes en ook jammer voor ons, maar God heeft zo zijn eigen gedachten over goede leiders. De ‘ideale’ opleiding aan het hof van Farao was niet voldoende. Mozes werd naar de universiteit van God gestuurd: de woestijn. Dat is de plaats waar je genade leert. Dat is de plaats waar je sterft aan je eigen capaciteiten en mogelijkheden. Daar leer je totaal afhankelijk van God te zijn. Hooglied beschrijft hoe de bruid, leunend op haar geliefde, uit de woestijn komt. (zie Hooglied 8:5) Je bent niet meer dezelfde, je leunt niet meer op jouw capaciteiten en bekwaamheden, je leunt op je geliefde, je leunt op Jezus! Je bent totaal afhankelijk van hem. Wat was er over van de zelfbewuste leider Mozes? Hij vroeg of God een ander wilde zenden. Hij zei dat hij niet goed kon spreken. Mozes vond zichzelf niet langer geschikt. (zie Exodus 4:10-13) Maar God was het daarin niet met hem eens. Mozes had zijn woestijndiploma gehaald en was nu juist uitermate geschikt. Mozes maakte veel tegenwerpingen. Hij twijfelde eraan of God wel door hem heen kon werken, of de Israëlieten wel zouden geloven dat God aan hem was verschenen en of hij genoeg vaardigheden had om de opdracht te vervullen. Zelfgerichtheid Ten diepste twijfelde Mozes niet alleen aan zichzelf, maar vooral ook aan God. Hij werd geconfronteerd met een geloofscrisis – is God werkelijk in staat om te doen wat hij zegt? Als wij in een situatie komen waarin God tot ons spreekt, hebben wij geloof nodig om te doen wat hij vraagt. Ons grootste probleem is echter zelfgerichtheid. Wanneer we een opdracht van God krijgen denken we dat we die opdracht in onze eigen kracht moeten uitvoeren, met alle hulpmiddelen (onze talenten en gaven) waarover wij op dat moment beschikken. We komen dan net als Mozes vaak tot de conclusie: ‘Dat kan ik niet. Dat is onmogelijk’. We vergeten, dat wanneer God spreekt, hij altijd laat zien wat hij van plan is te doen. God weet allang dat wij als mens beperkt zijn in onze mogelijkheden. Hij is de regisseur en welke rol wij mogen spelen is zijn verantwoordelijkheid. Het is juist onze onbekwaamheid die ervoor zorgt dat we geloof nodig hebben in een grote God die wel alles kan. Dan kunnen wij vol vertrouwen zijn opdracht uitvoeren omdat wij weten dat hij ten uitvoer zal brengen wat hij van plan is. Mozes zou zelf nooit in staat geweest zijn het volk Israël te bevrijden uit Egypte, de Rode Zee over te steken of het volk eten en drinken te verschaffen. Mozes moest wel vertrouwen dat God de dingen zou doen die hij beloofd had. Wanneer God een miljoen mensen wil bevrijden uit slavernij, dan stuurt hij niet een sterk en groot leger, maar een oude man met een stok die niet goed uit zijn woorden kan komen. Waarom? ‘Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen.’ (1 Korintiërs1:29) God wil de eer die hem ook rechtmatig toekomt. Hij wil dat wij beseffen dat het zijn kracht en bekwaamheid is en niet de onze. God zal ons in ‘woestijnsituaties’ brengen waarin we deze les leren. Hij wil dat we aan het einde van onze mogelijkheden komen. Daar waar wij onbekwaam zijn, kan God zijn bekwaamheid geven. Daar waar wij zwak zijn, kan God zijn kracht geven. Ik denk dat Mark Edward Petersen goed weergeeft wat Jezus bedoelde te zeggen. Hij vertaalt Matteüs 5 vers 3 als volgt: ‘Je bent gezegend wanneer je aan het einde van je touwtje bent. Met minder van jou is er meer van God.’
Jan POOL..
Openbaring 5:12 (NBG51)Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de macht en de rijkdom, en de wijsheid en de sterkte, en de eer en de heerlijkheid en de lof. -- Openbaring 5:12 (NBG51)

Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: ik heb de wereld overwonnen. Johannes 16:33

Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen, alles heeft in hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen, alles heeft in hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.
2 Korintiers 4:17-18De geringe last die we tijdelijk te dragen hebben, brengt ons een eeuwige luister, die alles omvat en alles overtreft. Wij richten ons niet op de zichtbare dingen maar op de onzichtbare, want de zichtbare dingen zijn tijdelijk, de onzichtbare eeuwig. -- 2 Korintiers 4:17-18
Joel 3:1-2Daarna zal zich dit voltrekken: Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft. Jullie zonen en dochters zullen profeteren, oude mensen zullen dromen dromen, en jongeren zullen visioenen zien. zelfs over slaven en slavinnen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten. -- Joel 3:1-2
Kolossenzen 3:12Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. Kolossenzen 3:12
Spreuken 17:17Een vriend is je altijd toegedaan, je broer is geboren om te helpen in tijden van nood. Spreuken 17:17
Jakobus 3:17de wijsheid van boven daarentegen is vóór alles zuiver, en verder vredelievend, mild en meegaand; ze is rijk aan ontferming en brengt niets dan goede vruchten voort, ze is onpartijdig en oprecht. Jakobus 3:17