Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
LICHAMELIJK CONTACT
Een voorganger zocht regelmatig een man op die bijna blind was. Hij vertelt hierover: 'Als ik met hem bad, wilde hij altijd mijn hand vasthouden, want, zoals hij zei, lichamelijk contact betekende veel voor hem, het gaf hem geestelijke inspiratie en een bijzondere troost. Nadat hij door een operatie weer kon zien en ik weer bij hem kwam en met hem wilde bidden, dacht ik dat hij het niet meer nodig zou vinden dat ik tijdens het bidden zijn hand vasthield. Maar het bleek dat hij graag wilde doorgaan met deze gewoonte, want ook nu hij weer kon zien, betekende dit heel veel voor hem. Lichamelijk contact kan heel waardevol zijn.' We lezen in de Evangeliën vaak dat de Heer Jezus mensen aanraakte, of dat de mensen Hem aanraakten. Bijvoorbeeld in Matth. 8:3 lezen we dat de Heer Jezus een melaatse aanraakte en hem genas. In Mark.10:13 lezen we dat ouders hun kinderen bij Jezus brachten, opdat Hij hen zou aanraken. In Matth.14:36 lezen we dat de mensen de zoom van zijn kleed of Hem Zelf wilden aanraken om genezen te worden.
Christus heeft ons vrijgekocht
ZEVENHONDERD MENSEN TEVREDENSTELLEN
GOD DANKEN VOOR HET EVANGELIE
Een ongelovige Engelse graaf bezocht de Fidji-
eilanden in de Grote Oceaan. Hij maakte kennis
met een stamhoofd dat christen was geworden.
De graaf zei: 'Wat is het toch jammer dat u zo
dom bent geweest om naar de zendelingen te
luisteren. Tegenwoordig gelooft toch geen enkel
verstandig mens meer wat in de Bijbel staat. Dat
boek heeft zijn'tijd gehad.'
Bij deze woorden begonnen de ogen van de
oude stamhoofd te fonkelen. 'Mijnheer de
graaf/ zei hij streng, 'u moest God danken voor
het evangelie!' 'Ik zou niet weten waarom', ant-
woordde de graaf. 'Dat zal ik u dan eens duide-
lijk maken. Ziet u daar die grote steen? Vroeger
was het onze gewoonte onze gevangenen op
deze steen te doden. En ziet u ginds die oven?
Als wij onze feesten vierden ter ere van onze
goden werden onze mensenoffers daarin geroosterd.
Als de zendelingen niet gekomen waren
om ons te leren dat we ons moesten bekeren
van deze boze dingen, en als zij ons niet "het
oude Boek" gebracht hadden, dan was u hier
ook in deze oven geroosterd. Daarom zeg ik u:
in plaats van zo verachtelijk over de Bijbel te
spreken, zou u God moeten danken voor het
evangelie.'
VISSEN.
MIJN SCHAPEN VOLGEN MIJ
SAMENWERKING
Gevoel versus Jezus
DE KOMST VAN DE HEILIGE GEEST
1 Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2 Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. 3 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
5 In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. 6 Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7 Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? 8 Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? 9 Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, 10 Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, 11 Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ 12 Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ 13 Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’
Toespraak van Petrus
14 Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. 15 Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang. 16 Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël:
17 “Aan het einde der tijden, zegt God,
zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten.
Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren,
jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten.
18 Ja, over al mijn dienaren en dienaressen
zal ik in die tijd mijn geest uitgieten,
zodat ze zullen profeteren.
19 Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven
en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook.
20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed
voordat de grote, stralende dag van de Heer komt.
21 Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.”
22 Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. 23 Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. 24 God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden. 25 David zegt immers over hem:
“Steeds houd ik de Heer voor ogen,
hij is aan mijn zijde, ik wankel niet.
26 Daarom verheugt zich mijn hart
en jubelt mijn tong van blijdschap.
Ja, mijn lichaam zal behouden blijven,
27 want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk
en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan.
28 U hebt mij de weg naar het leven getoond,
Uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.”
29 Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier. 30 Maar omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, 31 heeft hij de opstanding van de messias (2:31) de messias – Zie de noot bij Matteüs 2:4.voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. 32 Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. 33 Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort. 34 David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, 35 tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’” 36 Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’
37 Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’ 38 Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, 39 want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ 40 Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’
41 Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 42 Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.
Het leven van de eerste gemeente
43 De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. 44 Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. 45 Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. 46 Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. 47 Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.
PINKSTEREN 2
Dikwijls had Jezus Zijn discipelen gewezen op de noodzaak van de kracht van de Heilige Geest. Aan het eind van Lucas 24 staat dat Jezus de Zijnen onderrichtte dat ze in Zijn Naam bekering en vergeving van zonden moesten prediken onder alle volkeren; maar Hij voegde eraan toe dat ze moesten wachten in Jeruzalem totdat ze waren bekleed met kracht uit de hoge. In Joh. 16 zei Jezus tot hen dat Hij zou heengaan tot Hem, die Hem gezonden had en dat dit nodig was, omdat anders de Trooster, de Heilige Geest, niet tot hen zou kunnen komen. Jezus zei:
"Indien Ik heenga, zal Ik Hem (de Heilige Geest) tot u zenden. En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel. Hij, de Geest der waarheid, zal u de weg wijzen tot de volle waarheid, en de toekomst zal Hij u verkondigen en Hij zal Mij verheerlijken". Er zijn twee dingen nodig om met Christus overwinnaar te kunnen zijn, namelijk geloof en Zijn goddelijke kracht. Zonder deze zullen wij altijd de nederlaag lijden. Jezus sprak:"Zonder Mij kunt ge niets doen".
Petrus was drie jaar lang op de beste bijbelschool geweest. Hij genoot persoonlijk onderwijs van Jezus Zelf Petrus voelde zich dan ook "een hele Pief', nadat hij drie jaar met Jezus was geweest. Jezus wist echter wat in de mens was en zei tegen hem op de avond voordat Hij Zich gevangen liet nemen: "Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoude. En gij, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broeders".
Petrus, die op zichzelf vertrouwde, sprak: "Here, met U ben ik bereid ook gevangenis en dood in te gaan!" Dit meende Petrus oprecht. Maar Jezus had geen vertrouwen in de mens zonder de Heilige Geest, ook al was deze een van zijn meest geliefde discipelen.
Hij zei: "Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien eer gij driemaal zult geloochend hebben, dat gij Mij kent". Deze ervaring was voor de overmoedige Petrus een goede les. Wat heeft hij geweend en zich geschaamd, vooral toen Jezus met het hanegekraai Zich speciaal omkeerde om Petrus met liefdevolle ogen overtuigend aan te zien. Hoe wonderbaar, dat de Heiland de Vader gebeden had dat hun geloof niet zou ophouden.
PINKSTEREN


De zeven gaven van de Heilige Geest
Christus heeft ons vrijgekocht
Christus heeft ons vrijgekocht
van de vloek van de wet.
Gal. 3:13
Dit is een van de grote heilswaarheden van het
nieuwe verbond. Onder het oude verbond met
Israël was het: Vervloekt is ieder die niet vol-
hardt in alles wat geschreven staat in het boek
van de wet. Wanneer werd Christus een vloek?
Toen Hij aan het kruis hing! Hij werd daar tot
zonde gemaakt; Hij droeg onze zonden. Paulus
schrijft: 'Hij heeft mij liefgehad en Zich voor
mij overgegeven.' Eeuwig zij zijn naam hier-
voor geprezen. Gods zegen, eens aan Abraham
beloofd, is door Hem tot alle volken gekomen.
'Van de vloek maakt Hij mij vrij
en zijn sterven zaligt mij.'
HORIZONTAAL EN VERTICAAL CHRISTENDOM
In verband met het christenzijn worden wel
eens de woorden horizontaal en verticaal
gebruikt. Onder horizontaal verstaat men dan
de verhouding van mens tot medemens, name-
lijk hoe we als christenen zouden moeten staan
ten opzichte van onze naaste. Ons christen zijn
moet blijken uit onze houding tegenover onze
medemens, vooral tegenover de armen en ver-
drukten, want voor hen had Christus, toen Hij
op aarde was, een bijzondere belangstelling.
Anderen zeggen: 'Nee, dat is niet het belangrijkste
Het gaat in de eerste plaats om onze verhouding
tot God: de verticale levenshouding, daar
komt het op aan.' Zo zijn de meningen hierover
verdeeld.
Aan een oudere dame werd eens de betekenis
van deze woorden 'horizontaal' en 'verticaal' in
verband met het christen zijn uitgelegd. Ze zei:
'Ik begrijp het. Het is net zo als bij het oplossen
van een kruiswoordpuzzel. Daar zijn horizontale
en verticale rijtjes, waarop de antwoorden op de
vragen moeten worden ingevuld. Maar als er bij
de puzzel fouten zitten in de horizontale ant-
woorden, dan deugt er van de verticale antwoor-
den ook niets. En omgekeerd is het net zo.'
EBED-MELEK
Zijn naam komt maar éénmaal in de Bijbel voor,
in Jer. 38:7. Ebed-Melek betekent 'dienaar van
de koning'. God geeft ons door middel van deze
dienaar, een Ethiopiër, een lesje in pastoraat.
Wat was het geval? Jeremia sprak het woord van
God, maar die boodschap vonden enkele man-
nen ontmoedigend en daarom vroegen zij aan
de koning toestemming om Jeremia ter dood
te brengen. Voor het gemak wierpen zij hem in
een put; weliswaar zonder water, maar met slijk.
Jeremia zonk erin weg en zou gestikt zijn als niet
Ebed-Melek in actie was gekomen. Deze dienaar
pleitte bij de koning voor het leven van Jeremia
en kreeg toestemming om het leven van Jere-
mia te redden. Hij verdween in de kelder, nam
vandaar lappen van afgedragen en gescheurde
kleren (die snijden niet in je vel) en liet die aan
touwen neer in de put. Jeremia was nog wel in
staat om de lompen onder zijn oksels te leggen
en de mannen trokken hem omhoog. De juiste
man op de juiste tijd met de juiste woorden op
de juiste plaats, daar gaat het om.
In de Bijbel staan meer van zulke pareltjes. Vaak
betreft het een knecht of dienstmeisje, zoals bij
Naaman in 2 Kon. 5. Je hoeft maar een knecht
van de Koning te zijn om door Hem gebruikt te worden.
WAAROM DOET GOD NIETS?
Er gaat geen dag voorbij of we worden gecon-
fronteerd met verschrikkelijk veel oorlogsleed,
met moord en verkrachting, met kinderen
die worden ontvoerd en misbruikt, met grove
onverschilligheid ten opzichte van de mede-
mens. Het is vaak niet te geloven wat mensen
elkaar aan kunnen doen. Je kunt er soms wan-
hopig van worden als je ziet wat er allemaal
voor ellende op de aarde heerst. Komt daar dan
nooit een einde aan? Waarom doet God hier nu
niets aan, waarom grijpt Hij niet in?
Prediker worstelde ook al met het probleem van
het onrecht dat op aarde plaatsvindt. Hij kwam
tot het besef dat God deze wereld haar zondige
gang laat gaan om de mensheid op de proef te
stellen en de mensen te laten zien dat zij in feite
niets beter zijn dan de dieren. Het is alsof God
wil zeggen: 'Kijk, zo zijn jullie mensen nou. Als
Ik jullie je eigen gang laat gaan, dan komt er
niets dan ellende uit voort. Er is niet veel waar
jullie nu echt trots op kunnen zijn.' Laten we
bij het zien van al het leed in de wereld er net
als Prediker op vertrouwen dat God op het juiste
moment alles wat de mens doet zal beoordelen,
zowel het goede als het kwade.
'IK HOOR DAAR!'
'GODDANK, HET WORDT AL DONKER'
In de Middeleeuwen hebben monniken zich op
veel gebieden verdienstelijk gemaakt. Zij ver-
zorgden de zieken, gaven onderwijs en deden
aan landbouw en veeteelt. Ook hielden zij zich
bezig met het overschrijven van de Heilige
Schriften. Zo ontstonden prachtige afschriften
van de Bijbel. Heel mooi zijn de versierde hoofd-
letters, meestal in de kleuren goud en blauw. Het
is de begrijpen dat dit werk, als het dag in, dag
uit moest worden gedaan, sommige monniken
wel eens zwaar viel. Men spreekt terecht wel van
monnikenwerk. De liefde voor de tekst moest
wel heel groot zijn om dit werk vol te houden.
Een Ierse monnik, die eens een Latijnse tekst
moest overschrijven, schreef aan het eind van
een vermoeiende dag in de marge in het Iers:
'Goddank, het wordt al donker'; blij dat de
invallende schemering verder werken onmoge-
lijk maakte.
In onze tijd is het overschrijven van de Bijbel
niet meer nodig. Wij kunnen gemakkelijk een
Bijbel krijgen. Onze taak is de Schrift te lezen.
Wie dat doet met zijn hele hart, zal steeds meer
begrijpen van de Bijbel. Hij zal zeggen: 'God-
dank, het wordt steeds lichter.
mieke




