Ik heb op aarde uw grootheid getoond.
Ik heb op aarde uw grootheid getoond.
Vandaag zij we getuige van een vertrouwelijk gesprek tussen de Vader en de Zoon. Tot nu toe had Jezus met zijn leerlingen over zijn Vader gesproken. Maar nu spreekt Hij met zijn Vader over zijn leerlingen. In dit gesprek gaat het om de relatie tussen God en zijn Zoon en de mensen die aan de Zoon gegeven zijn. In een relatie gaat het om belangstelling voor de ander. Je wilt de ander beter leren kennen. De Zoon en de Vader kunnen we alleen leren kennen door het cadeau van eeuwig leven. Jezus wil dat leven geven aan iedereen die in Hem gelooft. Jezus toonde de grootheid van zijn Vader door diens reddingsplan van liefde uit te voeren. En dat deed Hij perfect. De Vader kon die daad van liefde alleen maar beantwoorden door Hem op te wekken uit de doden en te verheffen tot zijn majesteit. Zijn grootheid mogen we steeds meer leren bewonderen.
1 Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. 2 Hij heeft van u macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die u hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken. 3 Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus. 4 Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat u mij opgedragen hebt. 5 Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die ik bij u had voordat de wereld bestond.
6 Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard, 7 en nu begrijpen ze dat alles wat u mij hebt gegeven, van u komt. 8 Ik heb de woorden die ik van u ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat ik van u gekomen ben, en ze geloven dat u mij hebt gezonden.
9 Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die u mij hebt gegeven, omdat zij van u zijn 10 – alles wat van mij is, is van u, en alles wat van u is, is van mij – en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is.
Joh.17:1-10



