De prijs van het leven is te hoog, in eeuwigheid niet op te brengen.
De prijs van het leven is te hoog, in eeuwigheid niet op te brengen.
Er valt met geld heel wat te bereiken. Grote huizen en grote weelde (vers 17), voorspoed (vers 19), vermogen (vers 7,11). Maar inzicht niet. Leven allerminst. De onbelangrijke dingen van het leven zijn te koop, desnoods voor een appel en een ei. Aan de belangrijkste dingen van ons bestaan hangen dure prijskaartjes. Je wordt makkelijk misleid door de schone schijn, en dan denk je dat het hele leven binnen je bereik ligt. Niks ervan! De psalmdichter weet wel beter. Wat God vraagt voor een leven, is niet te betalen. En de wisselkoersen van Er is een boel verwarring in deze wereld over wat een mens hééft en wat hij ís. De meeste mensen houden zich vooral met de eerste vraag bezig, en krijgen geen vat op hun eigen identiteit, op wat ze in diepste wezen zijn. Daardoor blijft hun denken, zelfs heel hun leven, beperkt tot de buitenkant. Je kunt arm zijn, of je kunt rijk zijn, maar het gaat er toch werkelijk om (niet wat je bent, maar) wie je bent.
Pas aan het einde van de Bijbel worden de vragen definitief verhelderd en opgelost. Het Nieuwe Testament vertelt ons dat de Zoon van God gekomen is om zijn leven te geven als een losprijs voor velen. Dat is de prijs van ons leven. Zo hoog schat God de waarde van mensenlevens in. Het mooiste, liefste en rijkste wat Hij had, zijn eniggeboren Zoon, gaf Hij om ons te kunnen bezitten. Dat is zoals Hij al zijn schepselen het liefst wil zien: als zijn geliefde kinderen!
'Geen mens kan een ander vrijkopen (...) de prijs van het leven is te hoog, in eeuwigheid niet op te brengen' (vers 8). Maar aan het einde van de Bijbel wordt de Heer Jezus het nieuwe lied toegezongen: 'U verdient het (...) want U bent geslacht en met uw bloed hebt U voor God en mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal' (Openbaring 5:9).
God zijn beslissend.




