GOD HIELD REKENING MET ABRAHAM
GOD HIELD REKENING MET ABRAHAM
Deze week stonden er onder meer enkele hoofdstukken uit het boek Genesis op mijn Bijbelleesrooster. Zo kwam ik ook bij Genesis 19:27-29: ''s Morgens vroeg ging Abraham naar de plaats waar hij bij de Heer had gestaan. Toen hij uitkeek over Sodom en Gomorra en over de hele vallei, zag hij dikke rookwolken van het land opstijgen als uit een smeltoven. Toen God de steden wegvaagde waar Lot had gewoond, liet Hij Lot aan de ondergang ontkomen. Zo hield God, toen Hij de steden in de vallei verwoestte, rekening met Abraham.'
Ik heb geprobeerd me voor te stellen wat Abraham gedacht moet hebben toen hij 's morgens die rookpluim zag hangen boven de plek waar de steden Sodom en Gomorra hadden gelegen. Ik denk dat hij diep verdrietig was. 'Hoe is het afgelopen met mijn neef Lot, zijn vrouw en zijn dochters? Leven ze nog, of zijn ze met de inwoners van de stad omgekomen?' Ik kan me zo voorstellen dat die prangende vraag zijn ziel gekweld zal hebben. Hij had gepleit voor het handjevol rechtvaardigen in deze stad. Hij had tegen de Heer gezegd: 'Ik hoop dat U niet kwaad wordt, Heer, wanneer ik het nog één keer waag iets te zeggen: stel dat het er maar tien zijn.' God had beloofd dat Hij de stad niet zou verwoesten ter wille van de tien. Omdat er kennelijk geen tien rechtvaardigen gevonden werden, verwoestte God deze steden. Toen Hij dat deed, dacht Hij aan de voorbede van Abraham en spaarde Hij Lot.
Het heeft mij bepaald bij de kracht van het gebed. Bidden doe je nooit tevergeefs. Misschien lijkt het daar soms wel op. Die gedachte zou Abraham ook gehad kunnen hebben toen hij de rookpluim boven Sodom en Gomorra zag hangen. 'Tevergeefs. De Heer heeft mijn gebed niet verhoord. De stad is verwoest. Lot en de zijnen zijn omgekomen.'
Wij mogen nu beter weten. Wij mogen weten dat God wel geluisterd heeft naar het gebed van Abraham, en het leven van Lot heeft gespaard omdat Abraham voor hem gebeden had.
Ik moet hierbij denken aan de woorden uit 1 Samuël 12:23 uit de NBG-vertaling: 'Wat mij betreft, het zij verre van mij, dat ik tegen de Heer zou zondigen door op te houden voor u te bidden.'
Ik kan mij geen indringender oproep voorstellen om veel voor elkaar te bidden. Bidden voor elkaar, misschien vanaf een ziekbed. Bidden voor elkaar vanuit de stilte van een woonkamer. Maar ook het gemeenschappelijk gebed is daar een heel goede gelegenheid voor. Bidden helpt, en bovendien versterkt het de onderlinge band.



