GOD DOET HET ANDERS
GOD DOET HET ANDERS
Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik (en heel wat Joden in Jezus' tijd) zou verwacht hebben dat de Koning van het universum geboren zou zijn in een paleis - een plaats die overeenkomt met zijn stand. Hij zou geslapen hebben tussen wiegenlakentjes van extra fijn Egyptisch katoen, en zijn hoofd zou gerust hebben op een donzen kussentje met zijden sloop. De mobile boven zijn wieg zou beslist vervaardigd zijn van fonkelende edelstenen: witte diamanten, rode robijnen, blauwe saffieren en groen emerald. En alle hooggeëerde mensen in de samenleving zouden een bezoekje brengen aan deze prachtig versierde kinderkamer om Hem te aanbidden.
Maar zo heeft God het niet gedaan Jezus werd geboren in een vieze, stinkende, afkeer wekkende schuur. Hij werd niet tussen schone lakentjes gelegd maar in een kribbe - een voerbak vol snot en kwijl van dieren en hun half opgegeten etensresten. Hij werd niet verwelkomd in de wereld door grote leiders, door regeerders, overheidsbeambten en andere leden van de club van Lexusrijders. Hij werd begroet door een groep onaanzienlijke herders. Ja, maanden later kwamen er drie koningen of wijze mannen uit het oosten. Maar niemand had er ook maar een idee van wie zij waren.
Ziet u het plaatje? Jezus kwam niet naar de aarde om zich te vereenzelvigen met de rijken, de succesvollen en de invloedrijken. Hij kwam in de wereld als een pauper. Hij kwam de wereld niet binnen in het comfortabele huis van zijn ouders, en zelfs niet in de veiligheid van een ziekenhuis. Hij kwam terecht op de aller nederigste plaats, in de allereenvoudigste omstandigheden. God verborg het mysterie van het koninkrijk in de levens van de meest behoeftigen.
Uit: Rode letters, zilte tranen, Tom Davis




