Uit het evangelie volgens Johannes 1:47-51
Uit
het evangelie volgens Johannes
1, 47-51
Jezus zag Natanaël aankomen en zei: ‘Dat is nu een
echte Israëliet, een mens zonder bedrog.’
‘Waar kent U mij van?’ vroeg Natanaël.
Jezus antwoordde: ‘Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder
de vijgenboom zat.’
‘Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ zei Natanaël.
Jezus vroeg: ‘Geloof je omdat Ik tegen je zei dat Ik je onder de vijgenboom zag
zitten? Je zult nog grotere dingen zien.’
‘Waarachtig, Ik verzeker jullie,’ voegde Hij eraan toe, ‘jullie zullen de hemel
geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de
Mensenzoon.’
Engelen zijn de nederigheid zelf. Zij leven immers in, door en vanuit het Woord van God.
Voor ons, mensen, is het een kwestie van loslaten, een kwestie van afdalen tot dat vruchtbare dal van de nederigheid. Men beklimt de top van de volmaaktheid door af te dalen. O zo moeilijk voor mensen, omdat de nederigheid zo dwars ingaat tegen de grondaanleg van het zondige mensenhart. We willen groot zijn, sterk, en ons boven anderen verheffen. Wij willen zijn als God.
Dat afdalen tot dat vruchtbare dal van de nederigheid krijg je uit jezelf niet voor elkaar. Het gaat tegen alles in. Maar in verbondenheid met de Mensenzoon die opklimt en afdaalt, is het te doen. Dat zegt Hij ook zelf: "Leer van mij, Ik ben zachtmoedig en nederig van hart" (Mt 11,29). Je kunt het van Hem leren, niet alleen doordat Hij het beter kan dan jijzelf, als een soort voorbeeldfunctie, maar je kunt het van Hem leren doordat je samen met Hem de levensweg doorgaat die Hij is doorgegaan. Hij gaat het opnieuw met je doen. Jezus, wiens Hart vervuld is van nederigheid en zachtmoedigheid, Hij leert het je als het ware spelenderwijze. Die grote genade mogen we verwachten en ontvangen.


