Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
akke.beakke.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Berichten van 1 januari 2011 tot 31 december 2011

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
21, 12-19

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Jullie zullen worden mishandeld en vervolgd en uitgeleverd aan de synagogen, jullie zullen worden opgesloten in de gevangenis en worden voorgeleid aan koningen en gouverneurs omwille van mijn naam. Dan zullen jullie moeten getuigen. Bedenk wel dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden. Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken.
Zelfs je ouders en broers, verwanten en vrienden zullen je uitleveren, sommigen van jullie zullen worden terechtgesteld, en jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam.
Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan.
Red je leven door standvastigheid

Christenen die consequent leven naar hun geloof zullen de nodige tegenstand ondervinden. Zelfs binnen de kring van vrienden en verwanten zal onenigheid voorkomen. Soms zijn regelmatige vervolgingen hun deel. Toch zullen zij volhouden als zij blijven vertrouwen op Christus. Door standvastig te zijn zullen zij hun leven winnen.


Wanneer we ons op geloofsvlak bedreigd voelen, hebben we al vlug de neiging om ons te gaan verdedigen, alsof de Heer zelf bedreigd wordt. Uit liefde willen we het dan voor Hem opnemen. Willen 'we'... En daar gaan we dikwijls de fout in. 'We' willen het doen... En Jezus dan? Krijgt Hij nog ruimte om te spreken, te handelen? We eigenen ons de verdediging toe, nemen het zelf in handen, eisen zelfs het recht op.

Jezus is duidelijk: ‘Bedenk dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden. Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken’.

De wijsheid waarover Jezus hier spreekt is de wijsheid van God, de wijsheid van de Geest; een wijsheid als gave.
Wat moeten we ons bij deze gave voorstellen? Is het een soort geheim wapen van de christen?
We moeten ons van dat wapen het tegenovergestelde voorstellen van de gewone menselijke wapens. De wapens van de heilige Geest doden, maar niet de tegenstander. Ze doden het eigen moordende 'ik' dat uit is op mogelijke vergelding en wraak. Deze laatste wil zichzelf redden, wil zijn redding niet overlaten aan God.

Laat ons spreken en handelen in de Geest, in de liefde en de barmhartigheid van de Heer.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
21, 5-11

Toen er gesproken werd over de tempel, over de mooie stenen en wijgeschenken waarmee hij versierd was, zei Jezus: ‘Wat jullie hier zien, er zullen dagen komen waarop geen steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’
Ze stelden Hem toen de vraag: ‘Meester, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we het herkennen?’
Jezus zei: ‘Let op, laat je niet misleiden. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben het, ”of: “De tijd is gekomen.” Volg hen niet! Als jullie berichten horen over oorlog en opstand, raak dan niet in paniek. Die dingen moeten eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen het einde.’
Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere, er zullen zware aardbevingen komen en hongersnoden en epidemieën alom, en er zullen aan de hemel grote en verschrikkelijke tekenen verschijnen

De leerlingen stellen Jezus vragen over de tekens van de eindtijd en van de verwoesting van de tempel. Maar Hij antwoordt niet onmiddellijk. Om hun geloof niet teleur te stellen, waarschuwt Hij voor valse interpretaties en voor eigen oplossingen.

Herinner je je nog elf september 2001, op die mooie zonnige nazomerdag. De wereld zal nooit meer zijn wat ze voor die tijd was. Elke mens, waar ook ter wereld, is sindsdien potentieel slachtoffer van het internationale terrorisme. De wolkenloze, warme nazomerdag van de veiligheid, de welvaart, het onbewolkte bestaan was weggevaagd.
Zo kan het gaan in het groot, maar zo kan het ook gaan in het klein. Bij het verlies van een dierbare, bij het zich manifesteren van een ziekte, het wegvallen van een contact, het zich openbaren van een ondeugd. Dan kan ook het gevoel ontstaan: er valt een wereld in elkaar.
En uiteindelijk zullen alle mensen dit meemaken, want als wij sterven, zal voor ieder van ons persoonlijk de wereld ten onder gaan.

Die wereldondergangen in het klein kunnen ons voorbereiden op de laatste wereldondergang. Het is allemaal nog niet het einde, het lijkt wel zo, maar het is nog niet zo. Je moet het allemaal zien in het licht van de laatste wereldondergang. "Als jullie berichten horen over oorlog en opstand, raak dan niet in paniek. Die dingen moeten eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen het einde." Deze perikoop is genomen uit het evangelie van Lucas. Bij Lucas begint zich heel duidelijk de tijd af te tekenen tegen het einde van de tijd, tegenover de jongste dag.

Hoe is dat nu met het leven in de navolging van Christus? Het gewone leven moet toch doorgaan?
Eigenlijk kan dat niet. Wij leven voortdurend in het gezicht van het einde, met onze tekorten, zwakheden, de beperkingen van het menselijk bestaan: eten, drinken. Hoe kun je dat nu volhouden?
Dat kan door telkens opnieuw je zwakheid, je grenzen, te aanvaarden, niet teruggrijpen op jezelf, je niet vastgrijpen aan het hier en nu dat toch maar voorlopig is, maar je in de beleving van die grenssituatie overgeven aan Hem die staat aan de andere kant van de grens.
Wanneer je je overgeeft aan Hem, zal Hij met zijn kracht jouw zwakte aanvullen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:39 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
21, 1-4

Toen Jezus opkeek, zag Hij hoe rijken hun giften in de offerkist kwamen werpen.
Hij zag ook dat een arme weduwe er twee muntjes in gooide, en Hij zei: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer gegeven dan alle anderen. Want de anderen hebben iets van hun overvloed geofferd, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze nodig had voor haar levensonderhoud.
’

Christenen mogen hun zekerheid niet zoeken in rijkdom, macht of prestige. De behoeftige weduwe geeft hiervan een prachtig voorbeeld. Zij offert van wat zij nodig heeft, zij geeft wat zij heeft. Wij geven vaak alleen maar van het overbodige. Dat wat betreft geld of materiële goederen.
Maar hoe staat het met ons 'zijn'... Zijn we bereid ons helemaal te geven aan God, of krijgt Hij enkel maar een deeltje
...

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:41 Reageer op dit bericht Stuur door

Christus is de Koning


Uit de profeet Ezechiël
34, 11-12 + 15-17


Ik zal zelf naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen. Zoals een herder naar zijn kudde op zoek gaat als zijn dieren verstrooid zijn geraakt, zo zal Ik naar mijn schapen op zoek gaan en ze redden, uit alle plaatsen waarheen ze zijn verdreven op een dag van dreigende, donkere wolken.
Ikzelf zal mijn schapen weiden en ze laten rusten – spreekt God, de Heer.
Ik zal naar verdwaalde dieren op zoek gaan, verjaagde dieren terughalen, gewonde dieren verbinden, zieke dieren gezond maken; maar de vette en sterke dieren zal Ik doden. Ik zal ze weiden zoals het moet.
Wat jullie betreft, mijn schapen, dit zegt God, de Heer: Ik zal rechtspreken tussen het ene schaap en het andere, tussen rammen en bokken
.

De profeet spant zich in om de ballingen in Babylon weer hoop te geven. Na de aanklacht tegen de slechte herders die de koningen van Israël dikwijls waren, belooft God alle verstrooide schapen, maar vooral de meest verwaarloosden, weer bijeen te brengen. Daartoe zal Hij een nieuwe David doen opstaan, een koning die zijn kudde zal weiden op wegen van gerechtigheid en liefde.

Psalm 23, 1 + 2 + 3 + 5 + 6

De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water.

Hij geeft mij nieuwe kracht
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn Naam.

U nodigt mij aan tafel
voor het oog van de vijand,
U zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.

Geluk en genade volgen mij
alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de Heer
tot in lengte van dagen.

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs
15, 20 26 + 28

Broeders en zusters,
Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen.
Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt.
Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer hij komt, zij die hem toebehoren.
En dan komt het einde en draagt hij het koningschap over aan God, de Vader, nadat hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft.
Want hij moet koning zijn totdat ‘God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd’.
De laatste vijand die vernietigd wordt is de dood.
En op het moment dat alles aan hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan hem die alles aan hem onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren-

De koninklijke macht van Christus bestaat erin dat Hij de mensen over de dood heen naar het leven voert, de machten van het kwaad vernietigt en alle mensen samenbrengt in God

Uit het evangelie volgens Matteüs
25, 31-46

'Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal Hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. Dan zullen alle volken voor Hem worden samengebracht en zal Hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; de schapen zal Hij rechts van zich plaatsen, de bokken links.
Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want Ik had honger en jullie gaven mij te eten, Ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, Ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, Ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.”
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en opgenomen, U naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat U ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar U toe gekomen?”
En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”
Daarop zal Hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. Want Ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, Ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, Ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet.”
Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor U gezorgd?”
En Hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijke niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan.”
Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.
’

De parabel beschrijft hoe de Koning en Herder de goeden zal scheiden van de kwaden. De wet van de liefde, de maatstaf voor het oordeel, zal erg veeleisend zijn omdat de rechter, Christus, zich zal vereenzelvigen met de misdeelden

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas

20, 27-40


 Enkele Sadduceeën, die ontkennen dat er een opstanding is, kwamen naar Jezus toe en vroegen Hem: ‘Meester, Mozes heeft ons het volgende voorgeschreven: als een gehuwd man sterft zonder dat zijn vrouw kinderen heeft gebaard, moet zijn broer met die vrouw trouwen en nakomelingen verwekken voor zijn broer. Nu waren er zeven broers. De eerste was gehuwd, maar stierf kinderloos; daarna trouwde de tweede broer met de vrouw en vervolgens de derde, en toen de andere broers, maar alle zeven waren ze kinderloos toen ze stierven. Ten slotte stierf ook de vrouw. Wiens vrouw is ze dan bij de opstanding? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.’
Jezus zei tegen hen: ‘De kinderen van deze wereld huwen en worden uitgehuwelijkt, maar wie waardig bevonden is deel te krijgen aan de komende wereld en aan de opstanding van de doden, huwt niet en wordt niet uitgehuwelijkt. Zij kunnen ook niet meer sterven, want ze zijn als engelen en ze zijn kinderen van God omdat ze deel hebben aan de opstanding. Dat de doden opgewekt worden, dat heeft ook Mozes al duidelijk gemaakt in de tekst over de doornstruik, waar hij spreekt over de Heer als de God van Abraham en de God van Isaak en de God van Jakob. Hij is geen God van doden, maar van levenden, want voor Hem zijn allen in leven.’
Enkele schriftgeleerden zeiden: ‘Meester, wat U zegt is juist.’
En niemand durfde Hem nog een vraag te stellen

De Sadduceeën trachten Jezus' opvattingen over de verrijzenis belachelijk te maken door een onwaarschijnlijk voorstel. Jezus antwoordt dat zij het probleem al te menselijk en verkeerd stellen. De wereld van de verrijzenis is een gans andere. Als zij Mozes goed begrijpen zullen zij verstaan dat God zijn verbond doortrekt over de dood heen.
Wie leeft in de het licht van het eeuwig leven leeft innerlijk anders dan iemand die leeft in de overtuiging dat er geen leven na de dood is. Waarmee niet gezegd is dat iemand die niet gelooft in het eeuwig leven niet zou kunnen beminnen. Dat kan hij heel zeker wel. Dus uiterlijk gezien kan een leven van iemand die niet gelooft in het eeuwig leven hetzelfde zijn dan het leven van iemand die wel gelooft in het hiernamaals.
Waar zit dan het verschil ?

Het verschil zit binnenin. De liefdesdaden van een gelovige hebben een eeuwigheidswaarde. Hij weet (ook al zal hij dat niet voortdurend verstandelijk redeneren) dat hij, wanneer hij ooit gestorven zal zijn, die daden zal kunnen aanbieden aan God. Hij gelooft dat het hemels leven een zekere eeuwige bekroning is van zijn liefdesleven hier op aarde. Wie in dit geloof bemint, bemint in de diepte anders dan wanneer dit geloof niet aanwezig is.
Een ander fundamenteel verschil is dat een gelovige niet bemint vanuit zijn allerindividueelste ikje. Hij bemint vanuit het bewustzijn dat God in hem woont en de stuwende kracht is van zijn liefde. Meer: hij gelooft dat de Heer hem als instrument gebruikt om te beminnen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:34 Reageer op dit bericht Stuur door

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

1 Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. 2 Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. 3 Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. 4 Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’

5 Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’ – Ik hoorde zeggen: ‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.’ – 6 Toen zei hij tegen mij: ‘Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. 7 Wie overwint komen al deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn. 8 Maar voor hen die laf en trouweloos zijn geweest, die zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen hebben gediend: hun deel is de vuurpoel met brandende zwavel, dat is de tweede dood

Openbaring:21:1-8

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:15 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Openbaring

Uit het boek Openbaring

        3, 20

 

        Ik sta voor de deur en klop aan.

        Als iemand mijn stem hoort

        en de deur opent,

        zal Ik binnenkomen,

        en we zullen samen eten,

        Ik met hem en hij met mij

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 05:56 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Spreuken

Uit het boek Spreuken
31, 10-13 + 19-20 + 30-31

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen. Haar man vertrouwt op haar en zal daar rijkelijk bij winnen.
Ze brengt hem voorspoed, geen ellende, alle dagen van haar leven. Haar handen zijn voortdurend aan het spinrok, ze houdt altijd de weefspoel vast.
Haar handen strekt zij uit naar de behoeftigen, ze geeft de armen hulp.
Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat, maar een vrouw met ontzag voor de Heer moet worden geprezen.
Moge zij de vruchten plukken van haar werk, mogen haar daden worden geprezen in de poorten.

Deze tekst moet men verstaan vanuit de tijd waarin hij geschreven werd. Overigens, bij nader toezien, is hij niet zo voorbijgestreefd. Weigert de vrouw ook vandaag niet dat men haar uitsluitend op grond van haar schoonheid naar waarde zou schatten? Evengoed als de man, wenst zij haar plaats te vinden in de opbouw van de maatschappij. 'Schoonheid is vluchtig', zegt de Schrift. De echte waarde van de vrouw, zo goed als die van de man, hangt af van minder ijdele eigenschappen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:24 Reageer op dit bericht Stuur door

bidden

Uit het  evangelie volgens Matteüs

        7, 7-8

'Vraag  en er zal je gegeven worden,

        zoek en je zult vinden, klop en er

        zal voor je worden opengedaan.

        Want ieder die vraagt ontvangt,

        en wie zoekt vindt, en voor wie

        klopt zal worden opengedaan.'

Uit het evangelie volgens Lucas
18, 1-8

Jezus vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven:
‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.” Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’
Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen? Of laat hij hen wachten? Ik zeg jullie dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen.
Maar als de Mensenzoon komt, zal Hij dan geloof vinden op aarde?’

'Blijf altijd bidden zonder ophouden', is de boodschap die we vandaag horen.
Bidden is iets midden in het leven, het is zo breed als het leven zelf en kent vele vormen en inhouden. Zo gunt de weduwe uit de gelijkenis zichzelf geen rust en ook niet aan de onrechtvaardige rechter: ze vraagt en blijft vragen tot hij bakzeil haalt. Hij, die zich niets van God, gebod of medemens aantrekt, omdat hij geen blauw oog zou krijgen, staat er letterlijk in het grieks.

‘Hoeveel te meer ‘, zegt Jezus, ‘zal God dan recht doen aan de zijnen, die dag en nacht tot Hem roepen’. Lucas spoort ons aan moedig weerstand te bieden tegen het onrecht en daar zonder ophouden voor te bidden. Strijd en inkeer zijn nodig. We mogen het strijden en bidden om gerechtigheid niet opgeven.

Met een vraag besluit Lucas ook zijn gelijkenis. Jezus zegt: ’Als de mensenzoon komt , zal Hij dan nog het geloof vinden op aarde?”
Jezus draait de zaak om. De bange vraag in het begin van de parabel (of een mens wel gehoor vindt bij God) wordt nu de vraag: of de Zoon straks nog een mens aantreft die gelooft in de blijde boodschap, in de belofte?
Jezus betwijfelt of er dan nog ergens iemand te vinden is met zo’n groot geloof als de weduwe. Haar niet aflatend vragen, haar niet opgeven met zoeken naar gerechtigheid en vechten voor gerechtigheid noemt Jezus ‘geloof’. Naar zo’n gelovigen is Jezus op zoek, gelovigen die zichzelf geen rust gunnen en die God geen rust gunnen...

God, onszelf en elkaar geen rust gunnen, bidden en werken, totdat (beloofd is beloofd) de toekomst het antwoord zal zijn: Het rijk Gods. Een groot, weids land waar het goed is om wonen voor iedereen.

Daar moeten wij vandaag voor bidden en aan werken, met de niet aflatende gedrevenheid en met het grote geloof van de weduwe uit het Lucas’ verhaal.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

psalm19.2-5

Psalm 19, 2-5

De hemel verhaalt van Gods majesteit,
het uitspansel roemt het werk van zijn handen.

De dag zegt het voort aan de dag die komt,
de nacht vertelt het door aan de volgende nacht.

Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord,
het is een spraak zonder klank.

Over heel de aarde gaat hun stem,
tot aan het einde van de wereld hun taal

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 15:19 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
17, 7-10

'Als iemand van jullie een knecht zou hebben die ploegt of de kudden weidt, dan zal hij, wanneer die thuiskomt van het land, toch niet tegen hem zeggen: “Ga maar meteen aan tafel”? Zal hij niet veel eerder tegen hem zeggen: “Maak iets te eten voor me klaar, doe je gordel om en bedien me terwijl ik eet en drink, en daarna kun je zelf eten en drinken”? Hij bedankt de knecht toch niet omdat die gedaan heeft wat hem is opgedragen?
Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: “Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.”'

Het evangelie roept op om van binnen naar buiten te leven, dat wil zeggen niet ik-gericht maar naar de ander gericht.

Al te dikwijls laten we ons vangen door het duiveltje van de egostreling. We gebruiken onze daden van liefde voor onszelf: om het gevoel te hebben zinvol bezig te zijn, om met ons geweten in het reine te zijn, om door anderen gezien of geprezen te worden, om goed te staan bij anderen, om onze hemel te verdienen, enz enz... Het 'ik' staat centraal.

Evangelisch liefhebben heeft niets met het ego te maken, maar puur met de ander, de Ander. Het is een zichzelf geven omwille van de ander. Het is ingaan op een innerlijke stuwing, die ons gegeven wordt van buitenuit om van binnenuit 'ja' te zeggen tegen de liefde die God is

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:11 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het  evangelie volgens Lucas

6, 36-37

'Wees  barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.

        Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden.

        Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden.

        Vergeef, dan zal je vergeven worden.'

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:24 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
25, 1-13

'Het zal met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en erop uittrokken, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs. De dwaze meisjes hadden wel hun lampen gepakt, maar geen extra olie. De wijze meisjes hadden behalve hun lampen ook olie in kruiken bij zich. Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in. Midden in de nacht klonk er luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet.” Dat wekte de meisjes en ze brachten hun olielampen in orde. De dwaze meisjes zeiden tegen de wijze: “Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan al uit.” De wijze meisjes antwoordden: “Nee, straks is er nog te weinig voor ons en jullie samen. Zoek liever een verkoper en koop zelf olie.” Terwijl zij op olie uit waren, arriveerde de bruidegom, en zij die klaarstonden gingen met hem naar binnen voor het bruiloftsfeest, waarna de deur gesloten werd. Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: “Heer, heer, laat ons binnen!” Maar hij antwoordde: “Ik ken jullie werkelijk niet.”
Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip Hij komt.

Er is iets tragisch in het bestaan van de christenen: dag en uur van Christus' wederkomst zijn niet gekend. Daarom is voor hen wijs en voorzichtig, zich onvermoeibaar op die wederkomst voor te bereiden, door de trouw aan het evangelie, de standvastigheid in het geloof en de beoefening van de naastenliefde
Vandaag worden we opgeroepen waakzaam te zijn; waakzaam voor de komst van de Heer.
Het waakzame bestaat erin, om de parabel te volgen, naast de lampen ook olie bij ons te hebben om de lampen brandende te houden.

Heel dikwijls, overigens zeer terecht, wordt deze parabel uitgelegd in het licht van de 'eind-tijd'. Daar zijn heel veel overwegingen rond te vinden. Surf maar want rond op het net. Op die zogenaamde eind-tijd gaan we nu even niet in.

De komst van de Heer speelt zich namelijk ook af in ons dagelijks bestaan, in het leven van elke dag.
Vraag is dan: Wat kan deze gelijkenis ons nu leren over ons dagelijks leven ?

Wel, elke morgen staan we op - als het goed is - met de intentie de dag door te gaan de Heer lovend, zijn liefde belevend, goede werken verrichtend, enz... De intentie is als het ware de lamp die ieder bij heeft waarover sprake is in de gelijkenis. Die goede intentie geeft een zeker licht aan ons 'zijn', het sterkt ons doen en laten doorheen de dag. Doch kan het zijn dat deze intentie weinig inhoud heeft, en daardoor geen stand houdt. Het is een zeker verlangen dat 'leeg' is, niet 'vervuld'. Het is een verlangen dat uit zichzelf vraagt gevoed te worden, en wel met de genade van de Heer.

Intentie zonder voeding is als lampen zonder voorraad olie... de dwaze meisjes.
De genade die de intentie gevoed heeft is de olie die de lampen brandend zullen houden.

Met andere woorden: we moeten ruimte en tijd scheppen opdat onze goede intenties kunnen gevuld worden met Gods genade, opdat onze intenties werkelijk vlees en bloed kunnen worden in heel ons 'zijn', in al ons doen en laten.
Het dagelijks morgengebed is van wezenlijk belang om ons hele 'zijn' te laten volstromen met Gods genade. Wie zich iedere morgen (bij licht of duisternis) geeft aan de Heer, maakt het Hem mogelijk zijn intrek te nemen in ons hart. Zijn inwoning zal ons tot gemeenschap maken in Hem. Hij zal leven door ons heen.

Laat ons waakzaam zijn. Ja, laat ons dagelijks bidden; bidden met ons hart

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:37 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Prediker

Uit het  boek Prediker

        5, 14

 

        Naakt is iemand uit de moederschoot gekomen,

        even naakt keert hij terug.

        Niets van wat hij heeft verworven

        en in handen dacht te hebben,

        neemt hij mee.

Uit het evangelie volgens Lucas
16, 9-15

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is. Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen? En als jullie onbetrouwbaar blijken met wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat jullie zelf toekomt?
Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’
De Farizeeën, die geldzuchtig waren, hoorden dit alles aan en ze haalden honend hun neus voor Hem op.
Maar Jezus zei tegen hen: ‘U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God.'

Door onze bezittingen te delen met de armen zullen wij niet bezwijken om twee heren te gaan dienen maar in elke situatie ervoor zorgen God te dienen, die onze harten kent

: ‘Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’

De uitdrukking ‘de mammom dienen’ betekent in de Nederlandse taal: ‘geldzuchtig zijn’.
Geld hebben we nodig. Het is een onmisbaar ruilmiddel, het belichaamt onze koopkracht, het is een noodzakelijk levensmiddel.
Maar de afgoderij begint zodra we de verhoudingen gaan omkeren, als geld niet meer een middel voor iets anders is maar al het andere tot middel voor geld wordt gemaakt.
In het geld zit de sterkste en verschrikkelijkste bekoring tot afgoderij.
Wie het geld dient als zijn heer, kan God niet meer dienen. Hij heeft God verraden.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:19 Reageer op dit bericht Stuur door

Psalm 27, 1 + 4 + 13 + 14

Refr.: De Heer is mijn huis.

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen ?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn?

Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
Hem te ontmoeten in zijn tempel.

Mag ik niet verwachten
de goedheid van de Heer te zien
in het land van de levenden ?
Wacht op de Heer,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de Heer.

Uit het evangelie volgens Lucas
15, 1-10

Vreugde over één zondaar die zich bekeert.

Alle tollenaars en zondaars kwamen Jezus opzoeken om naar Hem te luisteren.
Maar zowel de Farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis: ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.”
Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.
En als een vrouw tien drachmen heeft en er één verliest, steekt ze toch de lamp aan, veegt het hele huis schoon en zoekt ze alles af tot ze het muntstuk gevonden heeft? En als ze het gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buren bijeen en zegt: “Deel in mijn vreugde, want ik heb de drachme gevonden die ik kwijt was.”
Zo, zeg ik u, heerst er ook vreugde onder de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt.’

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:14 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes

        11, 25-26

 

        Jezus sprak :

 

'Ik ben de opstanding en het leven.

        Wie in mij gelooft zal leven,

        ook wanneer hij sterft,

        en ieder die leeft en in mij gelooft

        zal nooit sterven.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 12:54 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
14, 12-14

Jezus zei tot de Farizeeër die Hem aan tafel had genodigd:
‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.


‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit.’

Een vermaning van Jezus uit aan de mensen waar Hij te gast was. Niet dat die mensen op zich genomen geen goede mensen waren, maar zij bewaarden hun goedheid, hun rijkdom, hun sympthie voor elkaar, zij sloten zich op in hun eigen kring, zij vormden een gesloten circuit, waardoor de armen, de kreupelen, de verlamden en de blinden uitgesloten werden. En dat zijn nu juist de mensen aan wie Jezus voor alles zijn gezelschap wil geven, zijn sympathie en vriendschap, want Hij is toch de Zoon van de Vader; de Vader die Vader is van allen en die allen bemint met een allenomvattende liefde.

We horen hier een opdracht voor alle mensen die méér hebben, namelijk dat zij hun méér moeten delen met hen die minder hebben. Maar de rijken sluiten zich maar al te dikwijls op in hun eigen gesloten circuit, in hun rijke buurt, met hun rijke kennissen. En als de een ’n maaltijd geeft dan doet hij dat dikwijls met de bedoeling om door de ander aan wie hij die maaltijd geeft ook eens te worden uitgenodigd. Zo blijft het goede maar rondgaan in de eigen kleine kring en worden de minderen geïsoleerd van de goede gaven van hemelse Vader.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:19 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de brief van Paulus aan de Efeziërs

Uit de brief van Paulus aan de Efeziërs
2, 19-22

U bent gebouwd op het fundament van de apostelen en de profeten.

Broeders en zusters,
u bent geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. Vanuit Hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan Hem, de Heer, in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest

Het koninkrijk Gods groeit ongemerkt, stil maar onweerstaanbaar als kiemend zaad. Zo'n groei merk je ook in de mentaliteit van Simon en Judas. Toen zij zich bij Jezus aansloten waren hun motieven wellicht niet zo zuiver religieus. Simon was zelfs een gekend lid van de ondergrondse beweging die de Romeinse overheersing wilde wegwerken. Ook Judas Thadeüs zag in Jezus een toekomstig staatshoofd. Jezus was een man die aan hun politieke aspiraties beantwoordde, maar wel op zijn manier. Het wonder dat aan hen gebeurde, was dat zij Jezus met volle overgave en met een diep geloof bleven volgen, ook wanneer zij merkten dat zijn rijk niet van deze wereld was

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
13, 22-30

Op weg naar Jeruzalem trok Jezus verder langs steden en dorpen, terwijl Hij onderricht gaf.
Iemand vroeg Hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’
Hij antwoordde: ‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen. Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: “Heer, doe open voor ons!”, dan zal Hij antwoorden: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?”
Jullie zullen zeggen: “We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en U hebt in onze straten onderricht gegeven.”
Maar Hij zal tegen jullie zeggen: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!”
Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het Koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt.
Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het Koninkrijk van God.
En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.

Lucas geeft drie korte parabels bij de opgang van Jezus naar Jeruzalem. Ee parabel van de nauwe poort, de parabel van de gesloten deur en de parabel over het toegelaten worden tot het Koninkrijk. Hij wil beroep doen op onze persoonlijke inzet, want er komt een tijd dat het te laat

‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Al bekennen we het zelf niet vlug, toch zijn we af en toe ook bezig met deze vraag. We zouden graag willen weten of we op de wachtlijst naar de hemel staan.

Jezus ziet deze vraag een beetje als een kinderlijke vraag, naief en niet zo verstandig. Want Hij antwoordt erop als een vader tot zijn kind, geduldig maar toch vermanend: 'Begin alvast maar je best te doen en dan zullen we verder wel zien'. 'Doe alle moeite... ' Jezus antwoordt naar de maat van onze vraag. God is een verstandige Vader. Hij kent zijn kinderen. Hij weet, dat wij, als gelovigen, vaak te laat komen, als de deur gesloten is.

Toch heeft Hij het ons anders geleerd. We zouden er als eersten bij moeten zijn om de wil te doen van de Vader in de hemel en om de nood te lenigen van de mensen op aarde. Vaak zijn we echter de eersten om onze eigen wil en zin door te drijven, en de laatste om zijn wil te laten geschieden. Zo uitgebreid zijn we dikwijls met onszelf bezig dat de nauwe deur waarover sprake is in het evangelie voor ons een flessenhals wordt waarin we onherroepelijk vastlopen. '...want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.'

God is een Vader met doorzicht. Hij is onze excuses voor. Hij kent de argumenten en doorziet de uitvluchten waarmee we voor de dag komen om onze fouten wit te wassen. Hij verklaart ze bij voorbaat ongeldig. Weer is zijn antwoord: 'Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie'.

Geloof wordt ongeloof als wij het met God op een koopje willen gooien. Op zondag aanzitten aan de tafel van de Heer verschaft ons niet automatisch een visum voor de eeuwigheid. Want het Lichaam dat wij nuttigen, en het Bloed dat wij drinken, is werkelijke goddelijke vitamine. Het moet leven en vrucht dragen als wij van de tafel van de Heer worden weggezonden naar het leven van iedere dag. Zijn onderricht is nutteloos als het geen vlees en bloed wordt in ons dagelijks doen en laten.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:05 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
13, 10-17

Jezus gaf op sabbat onderricht in een synagoge.
Er was daar ook een vrouw die al achttien jaar bezeten was door een geest die haar ziek maakte. Ze was helemaal krom en kon met geen mogelijkheid rechtop staan. Toen Jezus haar zag, riep Hij haar bij zich en zei tegen haar: ‘U bent verlost van uw ziekte,’ en Hij legde haar de handen op. Meteen ging ze rechtop staan en loofde God.
Maar de leider van de synagoge werd boos omdat Jezus op sabbat genas en zei tegen de menigte: ‘Er zijn zes dagen om te werken. Kom dus op die dagen om u te laten genezen en niet als het sabbat is!’
Maar de Heer zei: ‘Huichelaars! Maakt niet ieder van jullie op sabbat zijn os of ezel los van de voederbak om hem te laten drinken? Mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door Satan geboeid werd gehouden, mocht zij op sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt?’
Toen Hij dat zei, stonden al zijn tegenstanders beschaamd, maar de hele menigte was verheugd over de machtige daden die door Hem werden verricht.

Voor goedheid zonder maat staat iedereen perpleks. De genezing van een vrouw die reeds achttien jaar ziek was, is zo een blijk van Jezus goedheid zonder maat. Jezus doorbreekt alle hindernissen van de wet op de Sabbat. Alleen goedheid telt

Een vrouw komt bij Jezus. Ze is bezeten door een boze geest, achttien jaar lang is zij al ziek en krom gebogen. Er zijn met deze vrouw twee dingen aan de hand: ze is geboeid, onvrij, zichzelf niet meester, én ze is krom, naar de aarde gebogen.

Dat is nu precies wat de boze geest met ons allemaal doet: iemand onvrij maken, in de greep van zijn gevoelens houden, van zijn hartstochten, van zijn neigingen, van zijn iets niet kunnen, of van zijn iets per se moeten, én hij houdt iemands blik op de aarde gericht, neergebogen, depressief, moedeloos, dé zielsziekte van deze tijd. Dat heet troosteloosheid. 'Troosteloosheid', zegt Ignatius, 'is duisternis en verwarring in de ziel, een beweging naar wat laag en aards is' - gebogen naar de aarde, - én 'onrust vanwege verschillende beroeringen en bekoringen. Dit brengt tot wantrouwen, zonder hoop, zonder liefde, waarbij zij zich helemaal in luiheid, lauwheid en droefheid bevindt, als het ware gescheiden van haar Schepper en Heer' (GO 317). Naar de aarde toegebogen betekent dus ook van de hemel, van God, onze Schepper en Heer, afgewend.

Deze vrouw in het evangelie is als het ware een verpersoonlijking van de troosteloosheid, een lichaam geworden troosteloosheid. De mens is namelijk geschapen en bestemd om opgericht te zijn, alleen al zijn lichaamshouding wijst daarop. Hij is het enige viervoetige wezen dat op twee benen loopt, het hoofd omhoog, opgericht naar de hemel.

Hoe lopen wij erbij? Hoe is het met onze ziel gesteld?
Kunnen wij de Heer zo welkom heten dat Hij ons weer kan doen rechtstaan, ons kan optillen, kijkend naar de Vader, de Schepper van het leven, ook van ons leven. Of zien we de uitgestrekte hand van de Heer niet, en blijven we naar de aarde gebogen, ons richtend op allerlei dingen die ons van de Vader weerhouden.

En hoe kijken wij naar hen die krom gebogen door het leven gaan? Als we hen al willen zien, willen we hen dan ook ontmoeten, of doen we onze oogkleppen aan en zien hen liever niet bezig…
Het evangelie nodigt uit de Heer te volgen, ook in de genezingen die Hij doet. Zijn wij bereid broederschap aan te gaan met hen die kromgebogen lopen, met hen die niet de moed hebben naar de hemel te kijken, met hen die twijfelen, die niet meer kunnen geloven. Zijn we bereid die vriendschap aan te bieden die de Heer zo genegen was en een rode draad vormt doorheen heel het evangelie.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:50 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas
13, 1-9

Er waren enkele mensen aanwezig die Jezus vertelden over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met hun offers.
Hij zei tegen hen: ‘Denken jullie dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat ze dat ondergaan hebben? Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen. Of die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel. Denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? Zeker niet, zeg Ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij.’
Hij vertelde hun deze gelijkenis: ‘Iemand had een vijgenboom in zijn wijngaard geplant en ging kijken of de boom vrucht droeg, maar hij vond geen vijgen. Hij zei tegen de wijngaardenier: “Al drie jaar kom ik kijken of die vijgenboom vrucht draagt, maar tevergeefs. Hak hem maar om, want hij dient tot niets en put alleen de grond uit.”
Maar de wijngaardenier zei: “Heer, laat hem ook dit jaar nog met rust, tot ik de grond eromheen heb omgespit en hem mest heb gegeven, misschien zal hij dan het komende jaar vrucht dragen, en zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken.”’

Zoals een boom krijgt ieder de nodige verzoeningstermijn om tot vruchten te komen

Het evangelie van vandaag wil ons tonen dat de barmhartigheid van God heerst boven het kwaad. Daarom eindigt het evangelie dan ook met de parabel van de vijgenboom zonder vrucht. Eigenlijk moet hij omgehakt worden, maar Jezus roept op tot geduld en barmhartigheid.

Er zijn twee categorieën mensen waarmee wij in ons dagelijks leven moeten omgaan: de medemens en onszelf.

Wat de medemens betreft: dragen wij, wanneer wij een mens zien zondigen, het geduld van Jezus in ons. Gunnen wij die mens de tijd en de mogelijkhei van bekering. Of plaatsen we hem in een vakje, veroordeeld geven tot bekering is de dag van vandaag niet populair. De schandpaalpolitiek is dikwijls meer geliefd dan de weg gaan van mogelijkheid scheppen tot bekering, verzoening.
Deze tweede weg bewandelen is nogthans de weg waartoe het evangelie oproept: niet veroordelen, maar mogelijkheden scheppen van verzoening met God en medemens. Dat vraagt inspanning van ons. We moeten naar de zondaar durven toegaan, de zonde veroordelend, niet de zondaar. We moeten naar hem toegaan met en vanuit de barmhartigheid van de Heer: Hij met ons, in ons, door ons. We zullen de genade ontvangen de zondaar te mogen aanraken met de liefde van de Heer, net zoals de Heer zovele zieken aanraakte en genas in het evangelie.
Het wordt hoogtijd dat wij christenen uit onze catacomben komen, dat we de wereld durven ingaan, om broederschap aan te bieden aan allen die daarvoor openstaan. En als men er niet voor openstaat: laat ons dan bidden, met een diep en sterk geloof, dat God de harten voor Hem mag openen.

Wat onszelf betreft: zo dikwijls straffen we onszelf omdat we onszelf veroordelen. Wie zichzelf veroordeelt zet zich vast. Hij laat geen ruimte meer vrij voor de barmhartigheid van God.
Wie gezondigd heeft moet eenvoudigweg op z'n knieën gaan zitten, berouw tonen, z'n spijt uitdrukken tegenover God, en om vergeving vragen. Als dit zuiver gebeurt zal God z'n genade niet weigeren.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 12:19 Reageer op dit bericht Stuur door

de brief van Paulus aan de christenen van Rome

Uit de brief van Paulus aan de christenen van Rome
7, 18-25a

Broeders en zusters,
ik besef dat in mij, in mijn eigen natuur, het goede niet aanwezig is. Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.
Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, ben ik daar niet zelf de oorzaak van, maar de zonde die in mij heerst. Ik ontdek in mij de wetmatigheid dat het kwade zich aan mij opdringt, ook al wil ik het goede doen.
Innerlijk stem ik vol vreugde in met de wet van God, maar in alles wat ik doe zie ik die andere wet. Hij voert strijd tegen de wet waarmee ik met mijn verstand instem en maakt van mij een gevangene van de wet van de zonde, die in mij leeft.
Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? God zij gedankt, door Jezus Christus, onze Heer.

Paulus drukt in deze lezing een diep menselijke ervaring uit. Dikwijls lukken wij niet in het goede dat we willen terwijl het kwade - dat we niet willen - steeds weer opduikt. Paulus biedt hiervoor een oplossing: Jezus Christus, onze Heer. God zij gedankt !

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:41 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
12, 49-53

Jezus sprak:
'Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou Ik graag willen dat het al brandde! Ik moet een doop ondergaan, en Ik word hevig gekweld zolang die niet volbracht is.
Denken jullie dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins, zeg Ik jullie, Ik kom verdeeldheid brengen. Vanaf heden zullen vijf in één huis verdeeld zijn: drie tegen twee en twee tegen drie. De vader zal tegenover zijn zoon staan en de zoon tegenover zijn vader, de moeder tegenover haar dochter en de dochter tegenover haar moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover haar schoonmoeder.

Christus' zending is zo veeleisend dat niet iedereen haar onverdeeld aanvaardt. Zelfs onder vrienden en verwanten kan ze zodoende verdeeldheid teweegbrengen. Voor Hem zelf bracht ze mee dat Hij als het ware erin gedompeld werd. Eenmaal door lijden en dood heen, doopt Hij ook de christenen op deze weg. Maar Hij verzekert hen zijn Geest.

 dat vuur dat Jezus op aarde is komen brengen, is niet een uitwendig vuur, zoals dat vuur dat Jakobus en Johannes van de hemel wilden afroepen om de Samaritanen te verdelgen, omdat zij Jezus en de leerlingen niet wilden ontvangen omdat Jeruzalem het doel van hun reis was. Dat was een uitwendig vuur. 'Heer, wilt Gij dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen?' … 'Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht' (Lc 9,54-55). Dat vuur is een verslindend, vernietigend vuur, maar Jezus is een ander vuur komen brengen, het vuur van de liefde, het inwendige vuur, het vuur van de heilige Geest. De heilige Geest die zich in tongen van vuur neerzette op de hoofden van de apostelen, dat wil zeggen: de heilige Geest is de ziel van de christen, de liefde is de ziel van de christen, de liefde van God, van binnenuit.

Inwendig is ook de vrede waar Jezus het over heeft. Jezus zegt: Ik ben niet de vrede komen brengen, de uitwendige vrede, een leven zonder conflicten. Nee, Hij is een andere vrede komen brengen, de vrede tussen God en de mensen. Die heeft natuurlijk ook wel een uitwendig aspect, maar die begint in het hart. Dat de hemel, God, Zich verzoent met de aarde, met de mens. 'Vrede op aarde onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft', die Hij liefheeft (Lc 2,14). Het is een inwendige vrede, een vrede van het hart. Díe vrede is Jezus komen brengen, en dat vraagt Hij ook van zijn leerlingen. 'Laat in welk huis gij ook binnengaat uw eerste woord zijn: vrede aan dit huis!' (Lc 10,5). En ook het eerste woord van de Verrezene aan zijn leerlingen was: “Vrede zij u" (Joh 20,20).

Maar die vrede is niet onbelemmerd, die vrede wordt aangevochten in haar loop, en zo verdeelt zich de wereld in twee rijken met elk een eigen vrede: een hemels Rijk met een hemelse vrede en een duivels rijk met een valse vrede, een diplomatieke vrede, of een koude vrede, een valse rust.

Ons geloof is een geloof in God, die we niet zien, en het is een geloof in de gaven en krachten van God die we ook niet zien, maar die in al het zichtbare doordringt en van binnenuit bezielt, die een nieuwe loop, een restauratie van binnenuit tot stand kan brengen. Een Nieuw Verbond! Dat horen we dan ook altijd bij de consecratie: 'Dit is mijn Bloed van het Nieuwe Verbond, tot vergiffenis van de zonde.' Herstel van binnenuit, van God uit, die hart en nieren doorgrondt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Dit is een waar gebeurd verhaal

(Dit is een waar gebeurd verhaal en je kunt meer informatie vinden door te Googlen op Herman Rosenblat. Hij werd Bar Mitzvah op de leeftijd van 75)

 

 

Augustus 1942. Piotrków, Polen.

 

Die ochtend was de lucht dreigend toen we angstig stonden te wachten.

Alle mannen, vrouwen en kinderen van het Joodse getto in Piotrków waren op een plein bij elkaar gedreven.

We hadden gehoord dat we verplaatst zouden worden. Mijn vader was pas onlangs overleden aan tyfus, die zich snel verspreid had in het overvolle getto. Mijn grootste angst was dat onze

familie zou worden gescheiden.

'Wat je ook doet,' fluisterde Isidore, mijn oudste broer, ‘vertel ze niet hoe oud je bent. Zeg dat je zestien bent.’

Ik was lang voor een jongen van 11, dus ik kon het proberen. Op die manier was ik misschien wel waardevol om te werken.

Een SS-er kwam naar me toe, zijn laarzen klikten tegen de kasseien.

Hij bekeek me van top tot teen en vroeg toen naar mijn leeftijd.

'Zestien,' zei ik. Hij stuurde mij naar links, waar mijn drie broers al stonden

met andere gezonde jonge mannen.

Mijn moeder kreeg een gebaar om naar rechts te gaan bij andere vrouwen, kinderen, zieken en ouderen.

Ik fluisterde Isidore, 'Waarom?'

Hij gaf geen antwoord.

Ik rende naar de andere kant, naar Mama en zei dat ik bij haar wilde blijven.

'Nee,' zei ze streng. 'Ga weg. Wees niet vervelend. Ga met je broers mee.’

Ze had voor die tijd nog nooit zo hard gesproken. Maar ik begreep het:

ze wilde mij beschermen. Ze hield zo veel van mij, dat ze, alleen deze keer,

deed alsof het niet zo was. Het was het laatste wat ik van haar gezien heb…

Mijn broers en ik werden vervoerd in een veewagen naar Duitsland ...

Een nacht later kwamen we aan bij het concentratiekamp Buchenwald

en we werden in een overvolle barak gebracht. De volgende dag werden er uniformen en identificatienummers uitgegeven.

Noem me geen Herman meer,' zei ik tegen mijn broers. Ik ben nu 94983.'

Ik werd te werk gesteld in het crematorium van het kamp. Ik moest de doden opladen

in een met de hand bediende lift. Ik voelde mijzelf ook dood. Ik werd hard, ik was een nummer.

 

Spoedig daarna werden mijn broers en ik overgebracht naar Schlieben, een kamp dat hoorde onder  Buchenwald in de buurt van Berlijn ..

Op een ochtend leek het of ik de stem van mijn moeder hoorde.

'Zoon,' zei ze zacht maar duidelijk, ‘ik zal je een engel sturen. '

Toen werd ik wakker. Het was net een droom. Een mooie droom.

Maar in deze plaats konden er geen engelen zijn. Er was alleen werk. En honger. En angst.

Een paar dagen later liep ik rond in het kamp, om de barakken heen, vlakbij het hek van prikkeldraad waar de bewakers je niet gemakkelijk konden zien. Ik was alleen.

Aan de andere kant van het hek zag ik iemand: een klein meisje met helblonde,

bijna lichtgevende krullen. Ze stond half verborgen achter een berk.

Ik keek rond om er zeker van te zijn dat niemand me zag. Ik riep haar zachtjes in het Duits. 'Heb je iets te eten?' Ze begreep het niet.

Ik schoof dichter naar het hek toe en herhaalde de vraag in het Pools.

Ze stapte naar voren. Ik was dun en mager, met lappen om mijn voeten gewikkeld, maar het meisje leek er niet bang voor te zijn. In haar ogen zag ik het leven.

Ze trok een appel uit haar wollen jasje en gooide hem over het hek.

Ik greep de vrucht en toen ik begon weg te lopen, hoorde ik haar zachtjes zeggen:

'Ik zie je morgen weer.'

Iedere dag op hetzelfde tijdstip keerde ik terug naar dezelfde plek bij het hek.

Ze was er altijd met iets voor mij om te eten - een homp brood of, beter nog, een appel.

We durfden niet te spreken of te blijven hangen. Gesnapt worden zou voor ons beiden de dood betekenen.

Ik wist niets over haar, dat soort boerenmeisje, behalve dat ze Pools verstond. Hoe heette ze? Waarom riskeerde ze haar leven voor mij?

Hoop was een beetje steun en dit meisje aan de andere kant van het hek

gaf me die, door mij brood en appels te eten te geven.

Bijna zeven maanden later werden mijn broers en ik in een

kolenwagon gepropt en vervoerd naar Theresienstadt, een kamp in Tsjecho-Slowakije.

‘Kom niet meer terug,' zei ik tegen het meisje die dag. ‘We gaan hier weg. '

Ik draaide me om naar de barakken en keek niet achterom. Ik heb niet eens afscheid genomen van het kleine meisje, van wie ik de naam niet wist, het meisje met de appels.

 

Drie maanden lang waren we in Theresienstadt. De oorlog liep op het eind

en de Geallieerde troepen waren dichtbij, maar mijn lot leek bezegeld.

Op 10 mei 1945 stond ik op de lijst om te sterven in de gaskamer om 10.00 uur.

In de rust van de dageraad probeerde ik me erop voor te bereiden. Zo vaak scheen de dood

klaar om me op te eisen, maar op de een of andere had ik het steeds overleefd. Nu was alles voorbij.

 

Ik dacht aan mijn ouders. Tenminste, ik dacht, dat we weer verenigd zouden worden.

 

Maar om 8 uur ‘s ochtends was er grote opschudding. Ik hoorde geschreeuw en zag mensen naar alle kanten door het kamp rennen. Ik werd met mijn broers opgevangen door

Russische troepen die het kamp hadden bevrijd! De poort zwaaide open. Iedereen rende weg, ik ook. Verbazingwekkend, al mijn broers hadden het overleefd - ik weet niet hoe. Maar ik wist zeker dat het meisje met de appels de sleutel was voor mijn overleving.

 

Op een plek waar het kwaad leek te overwinnen, had de goedheid van die ene persoon mijn leven gered, had mij hoop gegeven op een plaats waar die niet was.

Mijn moeder had mij een engel beloofd en de engel was gekomen.

 

Uiteindelijk kwam ik terecht in Engeland, waar ik werd geholpen door een

Joods liefdadigheidsfonds. In een herstellingsoord knapte ik op, samen met andere jongens die de Holocaust hadden overleefd en ik kreeg een opleiding in de elektronica.

Daarna ging ik naar Amerika, waar mijn broer Sam ook al was. Ik nam dienst in het Amerikaanse leger tijdens de Korea-Oorlog en keerde twee jaar later terug naar New York City.

 

 

Omstreeks  augustus 1957 opende ik mijn eigen bedrijf voor reparatie van elektrische apparaten. Ik begon weer een toekomst op te bouwen.

 

Op een dag kreeg ik een telefoontje van mijn vriend Sid die ik in Engeland had leren kennen.

'Ik heb een afspraakje met een meisje. Ze heeft een Poolse vriendin. Zullen we samen gaan? '

 

Een ‘blind date’? Nee, dat was niets voor mij.

Maar Sid bleef aandringen en een paar dagen later gingen we naar de

Bronx om zijn afspraak op te halen en haar vriendin Roma.

 

Ik moest toegeven, voor een ‘blind date’ was dit niet slecht. Roma was verpleegster

in een ziekenhuis in de Bronx. Ze was aardig en bijdehand. Ook mooi, met zwierige

bruine krullen en groene, amandelvormige ogen die levenslustig schitterden.

 

Met ons vieren reden we naar Coney Island. Roma was prettig om mee te praten

en prettig gezelschap.

Het bleek dat zij ook op haar hoede was voor een afspraak met iemand die ze niet kende!

We deden dit beiden voor het plezier van onze vrienden.

We maakten een wandeling over de promenade, genoten van de zilte zeebries, en vervolgens hebben we gegeten aan de kust. Ik kon me geen betere tijd herinneren.

 

We persten ons weer in de auto van Sid. Roma en ik zaten samen op de achterbank.

 

Als Europese joden die de oorlog overleefd hadden, waren we ons ervan bewust dat veel nog niet gezegd was tussen ons. Zij sneed het onderwerp aan.

'Waar was jij,’ vroeg ze zacht, ‘ tijdens de oorlog?'

‘In de kampen,' zei ik. De verschrikkelijke herinneringen waren nog steeds levendig, het verlies onherstelbaar.

Ik had geprobeerd om het te vergeten. Maar je kunt dit nooit vergeten.

 

Ze knikte. 'Mijn familie was ondergedoken op een boerderij in Duitsland,

niet ver van Berlijn, ' vertelde ze me. "Mijn vader kende een priester,

en hij heeft ons papieren gegeven dat we niet-joods waren. '

Ik stelde me voor hoe ze ook moest hebben geleden, met angst, de vaste metgezel.

En toch hier hadden we het beiden overleefd en waren we hier in een nieuwe wereld.

 

'Er was een kamp naast de boerderij,' ging Roma verder. 'Ik zag daar een jongen

en ik gooide elke dag appels naar hem. '

 

Wat een verbazingwekkend toeval,  dat zij een andere jongen had geholpen.

‘Hoe zag hij eruit?’ vroeg ik.

 

'Hij was lang, mager en had honger. Ik moet hem zes maand lang elke dag hebben gezien. '

Mijn hart ging tekeer. Ik kon het niet geloven. Dit kon niet waar zijn.

'Heeft hij je op een dag verteld dat je niet terug moest komen, omdat hij zou vertrekken Schlieben?' Roma keek me verbaasd aan. 'Ja!'

'Dat was ik!'

Ik zou haast barsten van blijdschap en ontzag, overspoeld door emoties.

Ik kon het niet geloven! Mijn engel!

 

'Ik laat je niet meer gaan.' zei ik tegen Roma. En achterin de auto

van die ‘blind date’ vroeg ik haar ten huwelijk. Ik wilde niet langer wachten.

 

'Je bent gek!' zei ze. Maar ze nodigde me wel uit om haar ouders te ontmoeten voor het

Shabbatsdiner van de volgende week.

 

Ik verlangde ernaar om Roma nog veel beter te leren kennen, maar de belangrijkste dingen wist ik al: haar standvastigheid, haar goedheid. Gedurende vele maanden was ze in de slechtste omstandigheden naar de omheining gekomen en had mij hoop gegeven.

Nu had ik haar weer had gevonden en ik zou haar nooit meer laten gaan.

 

Die dag zei ze ja. En ik hield mijn woord. Na een huwelijk van bijna 50 jaar,

met twee kinderen en drie kleinkinderen, heb ik haar nooit laten gaan.

 

 

Herman Rosenblat van Miami Beach, Florida

 

 

Naschrift:

 

Over dit verhaal wordt een film gemaakt met de titel “The Fence”.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:03 Reageer op dit bericht Stuur door

God is altijd online

God is altijd online

 

God is altijd online

Op het wereldwijde web

Bij Hem is nooit een storing

En Zijn server is nooit bezet.

Met God chatten is altijd mogelijk

Het contact is levensecht

De verbinding is gelukkig draadloos

Ook zonder computer kun je bij Hem terecht.

Hackers kunnen niet storen

Gods firewall werkt altijd correct

Je zult hem wel zelf moeten installeren

Dan is jouw verbinding perfect.

Gods computer zoekt heel het net af

Om te verbinden met jou en mij

We mogen gratis downloaden

En virussen zijn er niet bij.

De beste programma's kun je bij Hem krijgen

Dan loopt je computer als een trein

En mocht je harde schijf toch crashen

Dan is God voor jou altijd online.

Hij heeft geen wachttijd en geeft goede adviezen

Hij heeft zelfs een Handleiding gemaakt

Als je die gebruikt als leidraad voor je leven

Dan wordt jou (levens)computer nooit meer gekraakt.

myplaceofpeace.com

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 17:49 Reageer op dit bericht Stuur door

het evangelie volgens Lucas

het evangelie volgens Lucas
8, 1-3

Kort daarop begon hij rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen. De twaalf vergezelden hem, 2 en ook enkele vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren uitgedreven, 3 Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna – en nog tal van anderen, die uit hun eigen middelen voor hen zorgden.

 

 

 

Vanaf het begin van het christendom hebben ook vrouwen een taak. Hun aanwezigheid wordt hier door Lucas uitdrukkelijk aangehaald. Zij maakten Christus en zijn godsdienst menselijker en warmer.

Kort daarop begon Jezus rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen.
De twaalf vergezelden Hem, en ook enkele vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren uitgedreven, Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna–en nog tal van anderen, die uit hun eigen middelen voor hen zorgden.

Het evangelie van vandaag is een echte parel. En we mogen gerust ook zeggen dat het een soort lofzang is op een al te vaak vergeten groep. Vaak hebben we de indruk dat het evangelie een zaak van mannen is. Vrouwen komen er nauwelijks of slechts terloops aan te pas. Een zieke vrouw wordt wel eens genezen. Een vrouw wast de voeten van Jezus. Vrouwen volgen Hem en zijn vrienden en zorgen voor hen uit eigen middelen. Vrouwen staan onder het kruis. Ze staan overal achter of onder, maar zelden of nooit op het voorplan.

Grote rollen worden door mannen bezet. Apostelen en schriftgeleerden, een honderdman, een barmhartige Samaritaan of een goede herder. Dat Annas en Kàjafas, Herodes, Judas of Pilatus ook mannen waren, is hier helemaal geen troost. Maar zo ziet Jezus het niet. Op geen enkel moment. Want het evangelie is geen 'Guiness-book of records', waarin het om de grootste, de sterkste of de beste gaat, waarbij alleen prestatie of kwantiteit telt. Het is een levensboek waar geloof en vertrouwen, waar geduld en liefde, inzet en overgave, de echte kwaliteit en de ware talenten vormen.

En daar spelen vrouwen onvervreemd en onvervangbaar een glansrol. Een rol, waarbij veel mannen tot debutanten verbleken. Lucas begint er zijn evangelie al mee. De eerste persoon die we ontmoeten is Zacharias, een man, een priester. Stomweg valt hij al meteen door zijn rol. "Ge zult zwijgen en niet in staat zijn te spreken, omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt."

Meteen daarop treden twee vrouwen op, Maria en Elisabet. In een feilloos duet, in een magnificat van puur geloof en zuivere overgave, brengen ze onze heilsgeschiedenis daadwerkelijk en definitief op gang. Ook wanneer het doek over het openbaar leven van Jezus opengaat en Hij nog even in de coulissen wilt blijven, opdat Hij zijn uur nog niet gekomen acht, is het weer een vrouw, die, onweerstaanbaar zoals alleen moeders dat kunnen, Jezus tot handelen aanzet. "Doe maar wat Hij u zeggen zal." Zo maakte Jezus een begin met zijn tekenen.

Van het penninkje van de weduwe tot de kostelijke nadusbalsem van Maria te Betanië, van die onbevangen eerlijkheid van de vrouw aan de put van Jakob in Samaria tot het vindingrijk geloof van de Kananese met de kruimels die van tafel vallen, kunnen we, heel het leven van Jezus door, parel na parel opsteken tot een krans van vrouwelijke gebaren en gaven van geloof, liefde en toewijding.

En toen zijn uur echt gekomen was, een uur waarop ontrouw en verraad, waarop verloochening en vaandelvlucht ineens puur mannelijke begrippen werden, stond er ook weer die krans van vrouwelijke trouw, van meevoelen en meegaan ten einde toe. Een krans van vrouwen die Jezus vanaf Galilea waren gevolgd en Hem hadden gediend. Echte, levende en zuivere godsdienst van een al te vaak vergeten groep.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:56 Reageer op dit bericht Stuur door

DE REGENWORM

DE REGENWORM

Een man had zichzelf ingebeeld dat hij een regenworm was. Dat zorgde voor veel problemen, want voortaan ging hij voor iedere kip op de loop en liep hij opvallend graag buiten als het regende.
Tenslotte ging hij maar eens naar de psychiater. Die zou hem wel van zijn dwangvoorstellingen bevrijden.
En ja hoor, na een aantal consulten was de man zover dat hij het wist: hij was geen regenworm. Opgelucht vertrok hij naar huis.
Omdat de psychiater zich sterk bij de kwestie betrokken had gevoeld, ging hij een week of wat later eens informeren hoe het ermee stond. Toen hij de tuin van zijn ex-patiënt binnenliep, viel zijn mond open. De man zat vol angst in een boom.
‘Wat doe je nou?’ riep de dokter omhoog.
‘Mij schuilhouden. Op het erf loopt een kip!’
‘Maar man, je weet toch dat je geen regenworm bent!’
‘Ja, dat weet ík wel, maar dat weet die kip niet.’
Vreemd verschijnsel, dat de mensen soms geloven dat ze geloven, of dat ze zichzelf wijsgemaakt hebben dat ze niet geloven.

Toen voor het eerst na bijna tweeduizend jaar de sjofar weer werd geblazen bij de ‘Klaagmuur’, ontdekte een Israëlische officier, dat hij een diepgelovig mens was en niet de atheïst voor wie hij zichzelf altijd had gehouden.
Omgekeerd zijn er veel gelovigen die denken, dat ze geloven.
Betrappen we onszelf daar ook niet vaak op?

Stanley Jones vertelt van een gezin, waarin een jongetje door een ongeluk om het leven was gekomen.
Een vreselijk gebeuren, dat de omgeving diep schokte. Maar de ouders geloofden met hun hele hart dat hun kind naar de hemel was gegaan. Als gevolg daarvan kreeg de begrafenis het karakter van een feest.
Een vriendje van het kind, dat bij de begrafenis was geweest, zei op de terugweg tegen zijn moeder: ‘Ze geloven dat Johnny in de hemel is.’
‘Natuurlijk,’ zei de moeder. ‘Dat geloven wij toch ook?’
‘Ja,’ zei zoonlief, ‘maar zij geloven het écht!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 17:32 Reageer op dit bericht Stuur door

De nederigheid, woonstede van de naastenliefde

De nederigheid, woonstede van de naastenliefde

Gods boodschap van liefde is tot ons gekomen door de vernedering van Zijn Zoon. De nederigheid is een basiskenmerk, een van de fundamenten van een echt christelijk leven, omdat zij de woning van de liefde is.  Augustinus zegt: «Als jullie me vragen wat het meest wezenlijk is in de godsdienst en in de leer van Jezus Christus, zal ik jullie antwoorden: het eerste is de nederigheid, het tweede: de nederigheid, en het derde: de nederigheid». [4] In de nederigheid van het mensgeworden Woord wordt ons niet alleen de diepte van de liefde van God voor ons getoond, maar ook de koninklijke weg die tot de volheid van deze liefde leidt

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 22:11 Reageer op dit bericht Stuur door

Liefde is

Liefde is: altijd samen willen zijn.
Liefde, in de diepste zin van het woord.
Liefde is: samen met God willen zijn,
·
.
Onbreekbaar drievoudig koord:
··

De liefde, zij is geduldig,
·Houdt rekening met elkaar

Zij vergeeft je ongeduld veelvuldig
En streelt dan even door je haar.

De liefde, zij kent geen afgunst
Want je vertrouwt elkaar.
Houden en loslaten is hier de kunst.
Dan valt liefhebben niet zwaar.

De liefde, zij is niet zelfzuchtig,
·
Kijkt enkel naar de ander.
En dan niet heel even, vluchtig,
·
Maar zo, dat ik waar nodig, verander.

De liefde, zij rekent het kwaad niet aan
Maar kent de woorden vergeven en vergeten.
Verzoening daar komt het op aan.
Je wilt van blijvende boosheid niet weten.

Liefde is: samen op weg met God.
Hij is vertrouwd met jullie wegen.
Liefde is geen willekeurig lot.
Blijf dicht bij Hem, ervaar Zijn zegen.


Vrij naar 1 Kor. 13.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 17:47 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
11, 5-13

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: “Wil je mij drie broden lenen, want een vriend van me is na een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.” En veronderstel nu eens dat die vriend dan zegt: “Val me niet lastig! De deur is al gesloten en mijn kinderen en ik zijn al naar bed. Ik kan niet opstaan om je te geven wat je vraagt.” Ik zeg jullie, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat ze vrienden zijn, dan zal hij wel opstaan omdat zijn vriend zo onbeschaamd blijft aandringen, en hem alles geven wat hij nodig heeft.
Daarom zeg Ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.
Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen.’

 

Jezus leerde ons niet alleen hoe wij moeten bidden, maar Hij wees ook op de kracht van het volgehouden gebed. Als een vriend, die wij 's nachts lastig vallen, antwoord geeft, als geen enkele aardse vader de verwachtingen van zijn kind teleurstelt, dan zal zeker onze hemelse Vader elk kinderlijk gebed verhoren dat geïnspireerd is door de Geest.

 

“Een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten." 'Ik heb niets.' Dat is een situatie die model staat voor onze verhouding tot God. Ík heb niets, wíj hebben niets. Wij zijn als de vriend die niets heeft en God is de Vriend die heeft en geeft. Wij krijgen en God geeft. Hij is goedgeefs. We hebben niets en God geeft alles, alles wat we nodig hebben. Zo is de verhouding tussen God en de mensen: hebben en niet hebben. Rijk en arm. We staan tegenover God als bedelaars. En zo is het in de wereld van de mensen ook. Er zijn mensen die hebben en mensen die niet hebben. Niets hebben, dat is nog tot daar aan toe, maar niets zijn, dat is een nog grotere vorm van armoede. En dat is de verhouding tussen de Vader en zijn kinderen, zij staan tegenover elkaar als zijn en niets zijn.

Als vader sta je tegenover je kinderen als degene die is, en de kinderen die je het bestaan hebt gegeven, zijn van jou afhankelijk. Kinderen zijn tot in hun bestaan afhankelijk van hun ouders. En ze vragen, ook al doen ze dat niet altijd uitdrukkelijk met woorden. Ze beginnen al met vragen als ze nog niet eens kunnen praten, als ze nog geen wens kunnen formuleren, dan vragen ze al om eten en drinken, brood, ei, vis, kortom, de middelen om te bestaan. Zo is onze verhouding ten opzichte van God. Wij hebben niets en wij zijn niets. Maar dat is nu juist onze kracht, want we hebben een Vriend. God is onze Vriend en God is onze Vader. En Hij leeft zich juist uit als Vader, en Hij biedt zich aan als Vriend, door te geven wat wij niet hebben: voedsel, en door te geven wat we niet zijn: het bestaan.

Vriendschap heeft iets van uitverkiezing, dat is iets van een persoonlijke betrokkenheid. Niet omdat het moet van de natuur, maar vanuit het hart. En nu wordt er van God gezegd: Hij is onze Vader, Hij is als een Vriend. Hij heeft met ons een verbondenheid die niet alleen maar voortkomt uit de natuur, zo van 'het móet', maar die voortkomt uit het hart. Zoals een vriend met zijn vriend.

De heilige Geest is de band van liefde tussen de Vader en de Zoon. Je wordt niet alleen opgenomen in het natuurlijke leven van God, maar ook in het leven van zijn Hart, in zijn liefde. Veel mensen zullen moeten constateren dat ze niet krijgen wat ze vragen, dat zoveel behoeften ongedekt blijven, ook behoeften waarin ze willen worden voorzien door er in vertrouwen aan God om te vragen. Maar waar God altijd in voorziet, als we Hem erom vragen, als we ons ervoor openstellen wil dat zeggen, dat is zijn vriendschap, zijn liefde

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:52 Reageer op dit bericht Stuur door

moeder Theresa

De vrucht van stilte is het gebed.
De vrucht van het gebed is geloof.
De vrucht van het geloof is liefde.
De vrucht van liefde is dienstbaarheid.
De vrucht van dienstbaarheid is vrede.

(moeder Theresa)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:50 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten