DE REGENWORM
DE REGENWORM
Een man had zichzelf ingebeeld dat hij een regenworm was. Dat zorgde voor
veel problemen, want voortaan ging hij voor iedere kip op de loop en liep hij
opvallend graag buiten als het regende.
Tenslotte ging hij maar eens naar de psychiater. Die zou hem wel van zijn
dwangvoorstellingen bevrijden.
En ja hoor, na een aantal consulten was de man zover dat hij het wist: hij was
geen regenworm. Opgelucht vertrok hij naar huis.
Omdat de psychiater zich sterk bij de kwestie betrokken had gevoeld, ging hij
een week of wat later eens informeren hoe het ermee stond. Toen hij de tuin van
zijn ex-patiënt binnenliep, viel zijn mond open. De man zat vol angst in een
boom.
‘Wat doe je nou?’ riep de dokter omhoog.
‘Mij schuilhouden. Op het erf loopt een kip!’
‘Maar man, je weet toch dat je geen regenworm bent!’
‘Ja, dat weet ík wel, maar dat weet die kip niet.’
Vreemd verschijnsel, dat de mensen soms geloven dat ze geloven, of dat ze
zichzelf wijsgemaakt hebben dat ze niet geloven.
Toen voor het eerst na bijna tweeduizend jaar de sjofar weer werd geblazen
bij de ‘Klaagmuur’, ontdekte een Israëlische officier, dat hij een diepgelovig
mens was en niet de atheïst voor wie hij zichzelf altijd had gehouden.
Omgekeerd zijn er veel gelovigen die denken, dat ze geloven.
Betrappen we onszelf daar ook niet vaak op?
Stanley Jones vertelt van een gezin, waarin een jongetje door een ongeluk
om het leven was gekomen.
Een vreselijk gebeuren, dat de omgeving diep schokte. Maar de ouders geloofden
met hun hele hart dat hun kind naar de hemel was gegaan. Als gevolg daarvan
kreeg de begrafenis het karakter van een feest.
Een vriendje van het kind, dat bij de begrafenis was geweest, zei op de
terugweg tegen zijn moeder: ‘Ze geloven dat Johnny in de hemel is.’
‘Natuurlijk,’ zei de moeder. ‘Dat geloven wij toch ook?’
‘Ja,’ zei zoonlief, ‘maar zij geloven het écht!





