Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
seniorennet.beseniorennet.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Uit het boek Spreuken

Uit het boek Spreuken
31, 10-13 + 19-20 + 30-31

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen. Haar man vertrouwt op haar en zal daar rijkelijk bij winnen.
Ze brengt hem voorspoed, geen ellende, alle dagen van haar leven. Haar handen zijn voortdurend aan het spinrok, ze houdt altijd de weefspoel vast.
Haar handen strekt zij uit naar de behoeftigen, ze geeft de armen hulp.
Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat, maar een vrouw met ontzag voor de Heer moet worden geprezen.
Moge zij de vruchten plukken van haar werk, mogen haar daden worden geprezen in de poorten.

Deze tekst moet men verstaan vanuit de tijd waarin hij geschreven werd. Overigens, bij nader toezien, is hij niet zo voorbijgestreefd. Weigert de vrouw ook vandaag niet dat men haar uitsluitend op grond van haar schoonheid naar waarde zou schatten? Evengoed als de man, wenst zij haar plaats te vinden in de opbouw van de maatschappij. 'Schoonheid is vluchtig', zegt de Schrift. De echte waarde van de vrouw, zo goed als die van de man, hangt af van minder ijdele eigenschappen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:24 Reageer op dit bericht Stuur door

bidden

Uit het  evangelie volgens Matteüs

        7, 7-8

'Vraag  en er zal je gegeven worden,

        zoek en je zult vinden, klop en er

        zal voor je worden opengedaan.

        Want ieder die vraagt ontvangt,

        en wie zoekt vindt, en voor wie

        klopt zal worden opengedaan.'

Uit het evangelie volgens Lucas
18, 1-8

Jezus vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven:
‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil met mijn tegenstander.” Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan de mensen gelegen liggen, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’
Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het recht. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen? Of laat hij hen wachten? Ik zeg jullie dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen.
Maar als de Mensenzoon komt, zal Hij dan geloof vinden op aarde?’

'Blijf altijd bidden zonder ophouden', is de boodschap die we vandaag horen.
Bidden is iets midden in het leven, het is zo breed als het leven zelf en kent vele vormen en inhouden. Zo gunt de weduwe uit de gelijkenis zichzelf geen rust en ook niet aan de onrechtvaardige rechter: ze vraagt en blijft vragen tot hij bakzeil haalt. Hij, die zich niets van God, gebod of medemens aantrekt, omdat hij geen blauw oog zou krijgen, staat er letterlijk in het grieks.

‘Hoeveel te meer ‘, zegt Jezus, ‘zal God dan recht doen aan de zijnen, die dag en nacht tot Hem roepen’. Lucas spoort ons aan moedig weerstand te bieden tegen het onrecht en daar zonder ophouden voor te bidden. Strijd en inkeer zijn nodig. We mogen het strijden en bidden om gerechtigheid niet opgeven.

Met een vraag besluit Lucas ook zijn gelijkenis. Jezus zegt: ’Als de mensenzoon komt , zal Hij dan nog het geloof vinden op aarde?”
Jezus draait de zaak om. De bange vraag in het begin van de parabel (of een mens wel gehoor vindt bij God) wordt nu de vraag: of de Zoon straks nog een mens aantreft die gelooft in de blijde boodschap, in de belofte?
Jezus betwijfelt of er dan nog ergens iemand te vinden is met zo’n groot geloof als de weduwe. Haar niet aflatend vragen, haar niet opgeven met zoeken naar gerechtigheid en vechten voor gerechtigheid noemt Jezus ‘geloof’. Naar zo’n gelovigen is Jezus op zoek, gelovigen die zichzelf geen rust gunnen en die God geen rust gunnen...

God, onszelf en elkaar geen rust gunnen, bidden en werken, totdat (beloofd is beloofd) de toekomst het antwoord zal zijn: Het rijk Gods. Een groot, weids land waar het goed is om wonen voor iedereen.

Daar moeten wij vandaag voor bidden en aan werken, met de niet aflatende gedrevenheid en met het grote geloof van de weduwe uit het Lucas’ verhaal.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

psalm19.2-5

Psalm 19, 2-5

De hemel verhaalt van Gods majesteit,
het uitspansel roemt het werk van zijn handen.

De dag zegt het voort aan de dag die komt,
de nacht vertelt het door aan de volgende nacht.

Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord,
het is een spraak zonder klank.

Over heel de aarde gaat hun stem,
tot aan het einde van de wereld hun taal

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 15:19 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
17, 7-10

'Als iemand van jullie een knecht zou hebben die ploegt of de kudden weidt, dan zal hij, wanneer die thuiskomt van het land, toch niet tegen hem zeggen: “Ga maar meteen aan tafel”? Zal hij niet veel eerder tegen hem zeggen: “Maak iets te eten voor me klaar, doe je gordel om en bedien me terwijl ik eet en drink, en daarna kun je zelf eten en drinken”? Hij bedankt de knecht toch niet omdat die gedaan heeft wat hem is opgedragen?
Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: “Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.”'

Het evangelie roept op om van binnen naar buiten te leven, dat wil zeggen niet ik-gericht maar naar de ander gericht.

Al te dikwijls laten we ons vangen door het duiveltje van de egostreling. We gebruiken onze daden van liefde voor onszelf: om het gevoel te hebben zinvol bezig te zijn, om met ons geweten in het reine te zijn, om door anderen gezien of geprezen te worden, om goed te staan bij anderen, om onze hemel te verdienen, enz enz... Het 'ik' staat centraal.

Evangelisch liefhebben heeft niets met het ego te maken, maar puur met de ander, de Ander. Het is een zichzelf geven omwille van de ander. Het is ingaan op een innerlijke stuwing, die ons gegeven wordt van buitenuit om van binnenuit 'ja' te zeggen tegen de liefde die God is

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:11 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het  evangelie volgens Lucas

6, 36-37

'Wees  barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.

        Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden.

        Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden.

        Vergeef, dan zal je vergeven worden.'

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:24 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
25, 1-13

'Het zal met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en erop uittrokken, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs. De dwaze meisjes hadden wel hun lampen gepakt, maar geen extra olie. De wijze meisjes hadden behalve hun lampen ook olie in kruiken bij zich. Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in. Midden in de nacht klonk er luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet.” Dat wekte de meisjes en ze brachten hun olielampen in orde. De dwaze meisjes zeiden tegen de wijze: “Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan al uit.” De wijze meisjes antwoordden: “Nee, straks is er nog te weinig voor ons en jullie samen. Zoek liever een verkoper en koop zelf olie.” Terwijl zij op olie uit waren, arriveerde de bruidegom, en zij die klaarstonden gingen met hem naar binnen voor het bruiloftsfeest, waarna de deur gesloten werd. Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: “Heer, heer, laat ons binnen!” Maar hij antwoordde: “Ik ken jullie werkelijk niet.”
Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip Hij komt.

Er is iets tragisch in het bestaan van de christenen: dag en uur van Christus' wederkomst zijn niet gekend. Daarom is voor hen wijs en voorzichtig, zich onvermoeibaar op die wederkomst voor te bereiden, door de trouw aan het evangelie, de standvastigheid in het geloof en de beoefening van de naastenliefde
Vandaag worden we opgeroepen waakzaam te zijn; waakzaam voor de komst van de Heer.
Het waakzame bestaat erin, om de parabel te volgen, naast de lampen ook olie bij ons te hebben om de lampen brandende te houden.

Heel dikwijls, overigens zeer terecht, wordt deze parabel uitgelegd in het licht van de 'eind-tijd'. Daar zijn heel veel overwegingen rond te vinden. Surf maar want rond op het net. Op die zogenaamde eind-tijd gaan we nu even niet in.

De komst van de Heer speelt zich namelijk ook af in ons dagelijks bestaan, in het leven van elke dag.
Vraag is dan: Wat kan deze gelijkenis ons nu leren over ons dagelijks leven ?

Wel, elke morgen staan we op - als het goed is - met de intentie de dag door te gaan de Heer lovend, zijn liefde belevend, goede werken verrichtend, enz... De intentie is als het ware de lamp die ieder bij heeft waarover sprake is in de gelijkenis. Die goede intentie geeft een zeker licht aan ons 'zijn', het sterkt ons doen en laten doorheen de dag. Doch kan het zijn dat deze intentie weinig inhoud heeft, en daardoor geen stand houdt. Het is een zeker verlangen dat 'leeg' is, niet 'vervuld'. Het is een verlangen dat uit zichzelf vraagt gevoed te worden, en wel met de genade van de Heer.

Intentie zonder voeding is als lampen zonder voorraad olie... de dwaze meisjes.
De genade die de intentie gevoed heeft is de olie die de lampen brandend zullen houden.

Met andere woorden: we moeten ruimte en tijd scheppen opdat onze goede intenties kunnen gevuld worden met Gods genade, opdat onze intenties werkelijk vlees en bloed kunnen worden in heel ons 'zijn', in al ons doen en laten.
Het dagelijks morgengebed is van wezenlijk belang om ons hele 'zijn' te laten volstromen met Gods genade. Wie zich iedere morgen (bij licht of duisternis) geeft aan de Heer, maakt het Hem mogelijk zijn intrek te nemen in ons hart. Zijn inwoning zal ons tot gemeenschap maken in Hem. Hij zal leven door ons heen.

Laat ons waakzaam zijn. Ja, laat ons dagelijks bidden; bidden met ons hart

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:37 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het boek Prediker

Uit het  boek Prediker

        5, 14

 

        Naakt is iemand uit de moederschoot gekomen,

        even naakt keert hij terug.

        Niets van wat hij heeft verworven

        en in handen dacht te hebben,

        neemt hij mee.

Uit het evangelie volgens Lucas
16, 9-15

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is. Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen? En als jullie onbetrouwbaar blijken met wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat jullie zelf toekomt?
Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’
De Farizeeën, die geldzuchtig waren, hoorden dit alles aan en ze haalden honend hun neus voor Hem op.
Maar Jezus zei tegen hen: ‘U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God.'

Door onze bezittingen te delen met de armen zullen wij niet bezwijken om twee heren te gaan dienen maar in elke situatie ervoor zorgen God te dienen, die onze harten kent

: ‘Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’

De uitdrukking ‘de mammom dienen’ betekent in de Nederlandse taal: ‘geldzuchtig zijn’.
Geld hebben we nodig. Het is een onmisbaar ruilmiddel, het belichaamt onze koopkracht, het is een noodzakelijk levensmiddel.
Maar de afgoderij begint zodra we de verhoudingen gaan omkeren, als geld niet meer een middel voor iets anders is maar al het andere tot middel voor geld wordt gemaakt.
In het geld zit de sterkste en verschrikkelijkste bekoring tot afgoderij.
Wie het geld dient als zijn heer, kan God niet meer dienen. Hij heeft God verraden.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:19 Reageer op dit bericht Stuur door

Psalm 27, 1 + 4 + 13 + 14

Refr.: De Heer is mijn huis.

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen ?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn?

Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
Hem te ontmoeten in zijn tempel.

Mag ik niet verwachten
de goedheid van de Heer te zien
in het land van de levenden ?
Wacht op de Heer,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de Heer.

Uit het evangelie volgens Lucas
15, 1-10

Vreugde over één zondaar die zich bekeert.

Alle tollenaars en zondaars kwamen Jezus opzoeken om naar Hem te luisteren.
Maar zowel de Farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis: ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.”
Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.
En als een vrouw tien drachmen heeft en er één verliest, steekt ze toch de lamp aan, veegt het hele huis schoon en zoekt ze alles af tot ze het muntstuk gevonden heeft? En als ze het gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buren bijeen en zegt: “Deel in mijn vreugde, want ik heb de drachme gevonden die ik kwijt was.”
Zo, zeg ik u, heerst er ook vreugde onder de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt.’

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:14 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Johannes

Uit het evangelie volgens Johannes

        11, 25-26

 

        Jezus sprak :

 

'Ik ben de opstanding en het leven.

        Wie in mij gelooft zal leven,

        ook wanneer hij sterft,

        en ieder die leeft en in mij gelooft

        zal nooit sterven.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 12:54 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
14, 12-14

Jezus zei tot de Farizeeër die Hem aan tafel had genodigd:
‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.


‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit.’

Een vermaning van Jezus uit aan de mensen waar Hij te gast was. Niet dat die mensen op zich genomen geen goede mensen waren, maar zij bewaarden hun goedheid, hun rijkdom, hun sympthie voor elkaar, zij sloten zich op in hun eigen kring, zij vormden een gesloten circuit, waardoor de armen, de kreupelen, de verlamden en de blinden uitgesloten werden. En dat zijn nu juist de mensen aan wie Jezus voor alles zijn gezelschap wil geven, zijn sympathie en vriendschap, want Hij is toch de Zoon van de Vader; de Vader die Vader is van allen en die allen bemint met een allenomvattende liefde.

We horen hier een opdracht voor alle mensen die méér hebben, namelijk dat zij hun méér moeten delen met hen die minder hebben. Maar de rijken sluiten zich maar al te dikwijls op in hun eigen gesloten circuit, in hun rijke buurt, met hun rijke kennissen. En als de een ’n maaltijd geeft dan doet hij dat dikwijls met de bedoeling om door de ander aan wie hij die maaltijd geeft ook eens te worden uitgenodigd. Zo blijft het goede maar rondgaan in de eigen kleine kring en worden de minderen geïsoleerd van de goede gaven van hemelse Vader.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:19 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de brief van Paulus aan de Efeziërs

Uit de brief van Paulus aan de Efeziërs
2, 19-22

U bent gebouwd op het fundament van de apostelen en de profeten.

Broeders en zusters,
u bent geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. Vanuit Hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan Hem, de Heer, in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest

Het koninkrijk Gods groeit ongemerkt, stil maar onweerstaanbaar als kiemend zaad. Zo'n groei merk je ook in de mentaliteit van Simon en Judas. Toen zij zich bij Jezus aansloten waren hun motieven wellicht niet zo zuiver religieus. Simon was zelfs een gekend lid van de ondergrondse beweging die de Romeinse overheersing wilde wegwerken. Ook Judas Thadeüs zag in Jezus een toekomstig staatshoofd. Jezus was een man die aan hun politieke aspiraties beantwoordde, maar wel op zijn manier. Het wonder dat aan hen gebeurde, was dat zij Jezus met volle overgave en met een diep geloof bleven volgen, ook wanneer zij merkten dat zijn rijk niet van deze wereld was

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
13, 22-30

Op weg naar Jeruzalem trok Jezus verder langs steden en dorpen, terwijl Hij onderricht gaf.
Iemand vroeg Hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’
Hij antwoordde: ‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen. Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: “Heer, doe open voor ons!”, dan zal Hij antwoorden: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?”
Jullie zullen zeggen: “We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en U hebt in onze straten onderricht gegeven.”
Maar Hij zal tegen jullie zeggen: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!”
Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het Koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt.
Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het Koninkrijk van God.
En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.

Lucas geeft drie korte parabels bij de opgang van Jezus naar Jeruzalem. Ee parabel van de nauwe poort, de parabel van de gesloten deur en de parabel over het toegelaten worden tot het Koninkrijk. Hij wil beroep doen op onze persoonlijke inzet, want er komt een tijd dat het te laat

‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Al bekennen we het zelf niet vlug, toch zijn we af en toe ook bezig met deze vraag. We zouden graag willen weten of we op de wachtlijst naar de hemel staan.

Jezus ziet deze vraag een beetje als een kinderlijke vraag, naief en niet zo verstandig. Want Hij antwoordt erop als een vader tot zijn kind, geduldig maar toch vermanend: 'Begin alvast maar je best te doen en dan zullen we verder wel zien'. 'Doe alle moeite... ' Jezus antwoordt naar de maat van onze vraag. God is een verstandige Vader. Hij kent zijn kinderen. Hij weet, dat wij, als gelovigen, vaak te laat komen, als de deur gesloten is.

Toch heeft Hij het ons anders geleerd. We zouden er als eersten bij moeten zijn om de wil te doen van de Vader in de hemel en om de nood te lenigen van de mensen op aarde. Vaak zijn we echter de eersten om onze eigen wil en zin door te drijven, en de laatste om zijn wil te laten geschieden. Zo uitgebreid zijn we dikwijls met onszelf bezig dat de nauwe deur waarover sprake is in het evangelie voor ons een flessenhals wordt waarin we onherroepelijk vastlopen. '...want velen, zeg Ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.'

God is een Vader met doorzicht. Hij is onze excuses voor. Hij kent de argumenten en doorziet de uitvluchten waarmee we voor de dag komen om onze fouten wit te wassen. Hij verklaart ze bij voorbaat ongeldig. Weer is zijn antwoord: 'Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie'.

Geloof wordt ongeloof als wij het met God op een koopje willen gooien. Op zondag aanzitten aan de tafel van de Heer verschaft ons niet automatisch een visum voor de eeuwigheid. Want het Lichaam dat wij nuttigen, en het Bloed dat wij drinken, is werkelijke goddelijke vitamine. Het moet leven en vrucht dragen als wij van de tafel van de Heer worden weggezonden naar het leven van iedere dag. Zijn onderricht is nutteloos als het geen vlees en bloed wordt in ons dagelijks doen en laten.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:05 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Lucas

Uit het evangelie volgens Lucas
13, 10-17

Jezus gaf op sabbat onderricht in een synagoge.
Er was daar ook een vrouw die al achttien jaar bezeten was door een geest die haar ziek maakte. Ze was helemaal krom en kon met geen mogelijkheid rechtop staan. Toen Jezus haar zag, riep Hij haar bij zich en zei tegen haar: ‘U bent verlost van uw ziekte,’ en Hij legde haar de handen op. Meteen ging ze rechtop staan en loofde God.
Maar de leider van de synagoge werd boos omdat Jezus op sabbat genas en zei tegen de menigte: ‘Er zijn zes dagen om te werken. Kom dus op die dagen om u te laten genezen en niet als het sabbat is!’
Maar de Heer zei: ‘Huichelaars! Maakt niet ieder van jullie op sabbat zijn os of ezel los van de voederbak om hem te laten drinken? Mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door Satan geboeid werd gehouden, mocht zij op sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt?’
Toen Hij dat zei, stonden al zijn tegenstanders beschaamd, maar de hele menigte was verheugd over de machtige daden die door Hem werden verricht.

Voor goedheid zonder maat staat iedereen perpleks. De genezing van een vrouw die reeds achttien jaar ziek was, is zo een blijk van Jezus goedheid zonder maat. Jezus doorbreekt alle hindernissen van de wet op de Sabbat. Alleen goedheid telt

Een vrouw komt bij Jezus. Ze is bezeten door een boze geest, achttien jaar lang is zij al ziek en krom gebogen. Er zijn met deze vrouw twee dingen aan de hand: ze is geboeid, onvrij, zichzelf niet meester, én ze is krom, naar de aarde gebogen.

Dat is nu precies wat de boze geest met ons allemaal doet: iemand onvrij maken, in de greep van zijn gevoelens houden, van zijn hartstochten, van zijn neigingen, van zijn iets niet kunnen, of van zijn iets per se moeten, én hij houdt iemands blik op de aarde gericht, neergebogen, depressief, moedeloos, dé zielsziekte van deze tijd. Dat heet troosteloosheid. 'Troosteloosheid', zegt Ignatius, 'is duisternis en verwarring in de ziel, een beweging naar wat laag en aards is' - gebogen naar de aarde, - én 'onrust vanwege verschillende beroeringen en bekoringen. Dit brengt tot wantrouwen, zonder hoop, zonder liefde, waarbij zij zich helemaal in luiheid, lauwheid en droefheid bevindt, als het ware gescheiden van haar Schepper en Heer' (GO 317). Naar de aarde toegebogen betekent dus ook van de hemel, van God, onze Schepper en Heer, afgewend.

Deze vrouw in het evangelie is als het ware een verpersoonlijking van de troosteloosheid, een lichaam geworden troosteloosheid. De mens is namelijk geschapen en bestemd om opgericht te zijn, alleen al zijn lichaamshouding wijst daarop. Hij is het enige viervoetige wezen dat op twee benen loopt, het hoofd omhoog, opgericht naar de hemel.

Hoe lopen wij erbij? Hoe is het met onze ziel gesteld?
Kunnen wij de Heer zo welkom heten dat Hij ons weer kan doen rechtstaan, ons kan optillen, kijkend naar de Vader, de Schepper van het leven, ook van ons leven. Of zien we de uitgestrekte hand van de Heer niet, en blijven we naar de aarde gebogen, ons richtend op allerlei dingen die ons van de Vader weerhouden.

En hoe kijken wij naar hen die krom gebogen door het leven gaan? Als we hen al willen zien, willen we hen dan ook ontmoeten, of doen we onze oogkleppen aan en zien hen liever niet bezig…
Het evangelie nodigt uit de Heer te volgen, ook in de genezingen die Hij doet. Zijn wij bereid broederschap aan te gaan met hen die kromgebogen lopen, met hen die niet de moed hebben naar de hemel te kijken, met hen die twijfelen, die niet meer kunnen geloven. Zijn we bereid die vriendschap aan te bieden die de Heer zo genegen was en een rode draad vormt doorheen heel het evangelie.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:50 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten