bidden
Uit het evangelie volgens Matteüs
7, 7-8
'Vraag en er zal je gegeven worden,
zoek en je zult vinden, klop en er
zal voor je worden opengedaan.
Want ieder die vraagt ontvangt,
en wie zoekt vindt, en voor wie
klopt zal worden opengedaan.'
Uit het evangelie volgens Lucas
18, 1-8
Jezus vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te
bidden en niet op te geven:
‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets
aan de mensen gelegen liet liggen. Er woonde ook een weduwe in die stad, die
steeds weer naar hem toe ging met het verzoek: “Doe mij recht in het geschil
met mijn tegenstander.” Maar lange tijd wilde hij dat niet doen. Ten slotte zei
hij bij zichzelf: Ook al heb ik geen ontzag voor God en laat ik mij niets aan
de mensen gelegen liggen, toch zal ik die weduwe recht verschaffen omdat ze me
last bezorgt. Anders blijft ze eindeloos bij me komen en vliegt ze me nog aan.’
Toen zei de Heer: ‘Luister naar wat deze rechter zegt, al minacht hij ook het
recht. Zal God dan niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag
en nacht tot Hem roepen? Of laat hij hen wachten? Ik zeg jullie dat Hij hun
spoedig recht zal verschaffen.
Maar als de Mensenzoon komt, zal Hij dan geloof vinden op aarde?’
'Blijf
altijd bidden zonder ophouden', is de boodschap die we vandaag horen.
Bidden is iets midden in het leven, het is zo breed als het leven zelf en kent
vele vormen en inhouden. Zo gunt de weduwe uit de gelijkenis zichzelf geen rust
en ook niet aan de onrechtvaardige rechter: ze vraagt en blijft vragen tot hij
bakzeil haalt. Hij, die zich niets van God, gebod of medemens aantrekt, omdat
hij geen blauw oog zou krijgen, staat er letterlijk in het grieks.
‘Hoeveel te meer ‘, zegt Jezus, ‘zal God dan recht doen aan de zijnen, die dag en nacht tot Hem roepen’. Lucas spoort ons aan moedig weerstand te bieden tegen het onrecht en daar zonder ophouden voor te bidden. Strijd en inkeer zijn nodig. We mogen het strijden en bidden om gerechtigheid niet opgeven.
Met
een vraag besluit Lucas ook zijn gelijkenis. Jezus zegt: ’Als de mensenzoon
komt , zal Hij dan nog het geloof vinden op aarde?”
Jezus draait de zaak om. De bange vraag in het begin van de parabel (of een
mens wel gehoor vindt bij God) wordt nu de vraag: of de Zoon straks nog een
mens aantreft die gelooft in de blijde boodschap, in de belofte?
Jezus betwijfelt of er dan nog ergens iemand te vinden is met zo’n groot geloof
als de weduwe. Haar niet aflatend vragen, haar niet opgeven met zoeken naar
gerechtigheid en vechten voor gerechtigheid noemt Jezus ‘geloof’. Naar zo’n
gelovigen is Jezus op zoek, gelovigen die zichzelf geen rust gunnen en die God
geen rust gunnen...
God, onszelf en elkaar geen rust gunnen, bidden en werken, totdat (beloofd is beloofd) de toekomst het antwoord zal zijn: Het rijk Gods. Een groot, weids land waar het goed is om wonen voor iedereen.
Daar moeten wij vandaag voor bidden en aan werken, met de niet aflatende gedrevenheid en met het grote geloof van de weduwe uit het Lucas’ verhaal.









