
Mieke MantelWAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT


Mieke Mantel

Mieke Mantel
hart
Mieke Mantel
DE REGENWORMDE REGENWORM
Een man had zichzelf ingebeeld dat hij een regenworm was. Dat zorgde voor
veel problemen, want voortaan ging hij voor iedere kip op de loop en liep hij
opvallend graag buiten als het regende.
Tenslotte ging hij maar eens naar de psychiater. Die zou hem wel van zijn
dwangvoorstellingen bevrijden.
En ja hoor, na een aantal consulten was de man zover dat hij het wist: hij was
geen regenworm. Opgelucht vertrok hij naar huis.
Omdat de psychiater zich sterk bij de kwestie betrokken had gevoeld, ging hij
een week of wat later eens informeren hoe het ermee stond. Toen hij de tuin van
zijn ex-patiënt binnenliep, viel zijn mond open. De man zat vol angst in een
boom.
‘Wat doe je nou?’ riep de dokter omhoog.
‘Mij schuilhouden. Op het erf loopt een kip!’
‘Maar man, je weet toch dat je geen regenworm bent!’
‘Ja, dat weet ík wel, maar dat weet die kip niet.’
Vreemd verschijnsel, dat de mensen soms geloven dat ze geloven, of dat ze
zichzelf wijsgemaakt hebben dat ze niet geloven.
Toen voor het eerst na bijna tweeduizend jaar de sjofar weer werd geblazen
bij de ‘Klaagmuur’, ontdekte een Israëlische officier, dat hij een diepgelovig
mens was en niet de atheïst voor wie hij zichzelf altijd had gehouden.
Omgekeerd zijn er veel gelovigen die denken, dat ze geloven.
Betrappen we onszelf daar ook niet vaak op?
Stanley Jones vertelt van een gezin, waarin een jongetje door een ongeluk
om het leven was gekomen.
Een vreselijk gebeuren, dat de omgeving diep schokte. Maar de ouders geloofden
met hun hele hart dat hun kind naar de hemel was gegaan. Als gevolg daarvan
kreeg de begrafenis het karakter van een feest.
Een vriendje van het kind, dat bij de begrafenis was geweest, zei op de
terugweg tegen zijn moeder: ‘Ze geloven dat Johnny in de hemel is.’
‘Natuurlijk,’ zei de moeder. ‘Dat geloven wij toch ook?’
‘Ja,’ zei zoonlief, ‘maar zij geloven het écht!
De nederigheid, woonstede van de naastenliefdeDe nederigheid, woonstede van de naastenliefde
Gods
boodschap van liefde is tot ons gekomen door de vernedering van Zijn Zoon. De
nederigheid is een basiskenmerk, een van de fundamenten van een echt
christelijk leven, omdat zij de woning van de liefde is. Augustinus zegt: «Als jullie me vragen wat het
meest wezenlijk is in de godsdienst en in de leer van Jezus Christus, zal ik
jullie antwoorden: het eerste is de nederigheid, het tweede: de nederigheid, en
het derde: de nederigheid». [4] In de nederigheid van het mensgeworden Woord
wordt ons niet alleen de diepte van de liefde van God voor ons getoond, maar
ook de koninklijke weg die tot de volheid van deze liefde leidt
Liefde is
Liefde is:
altijd samen willen zijn.
Liefde, in de diepste zin van het woord.
Liefde is: samen met God willen zijn, ·.
Onbreekbaar drievoudig koord: ··
De liefde, zij is geduldig, ·Houdt rekening met elkaar
Zij vergeeft
je ongeduld veelvuldig
En streelt dan even door je haar.
De liefde, zij kent geen afgunst
Want je vertrouwt elkaar.
Houden en loslaten is hier de kunst.
Dan valt liefhebben niet zwaar.
De liefde, zij is niet zelfzuchtig, ·Kijkt enkel
naar de ander.
En dan niet heel even, vluchtig, ·Maar zo, dat
ik waar nodig, verander.
De liefde, zij rekent het kwaad niet aan
Maar kent de woorden vergeven en vergeten.
Verzoening daar komt het op aan.
Je wilt van blijvende boosheid niet weten.
Liefde is: samen op weg met God.
Hij is vertrouwd met jullie wegen.
Liefde is geen willekeurig lot.
Blijf dicht bij Hem, ervaar Zijn zegen.
Vrij naar 1 Kor. 13.
Uit het evangelie volgens LucasUit het evangelie volgens Lucas
11, 5-13
Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe
gaat en tegen hem zegt: “Wil je mij drie broden lenen, want een vriend van me
is na een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.” En
veronderstel nu eens dat die vriend dan zegt: “Val me niet lastig! De deur is
al gesloten en mijn kinderen en ik zijn al naar bed. Ik kan niet opstaan om je
te geven wat je vraagt.” Ik zeg jullie, als hij al niet opstaat en het hem
geeft omdat ze vrienden zijn, dan zal hij wel opstaan omdat zijn vriend zo
onbeschaamd blijft aandringen, en hem alles geven wat hij nodig heeft.
Daarom zeg Ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult
vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en
wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.
Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats
van een vis een slang geven? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? Als
jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken,
hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan
wie hem erom vragen.’
Jezus leerde ons niet alleen hoe wij moeten bidden, maar Hij wees ook op de kracht van het volgehouden gebed. Als een vriend, die wij 's nachts lastig vallen, antwoord geeft, als geen enkele aardse vader de verwachtingen van zijn kind teleurstelt, dan zal zeker onze hemelse Vader elk kinderlijk gebed verhoren dat geïnspireerd is door de Geest.
“Een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten." 'Ik heb niets.' Dat is een situatie die model staat voor onze verhouding tot God. Ík heb niets, wíj hebben niets. Wij zijn als de vriend die niets heeft en God is de Vriend die heeft en geeft. Wij krijgen en God geeft. Hij is goedgeefs. We hebben niets en God geeft alles, alles wat we nodig hebben. Zo is de verhouding tussen God en de mensen: hebben en niet hebben. Rijk en arm. We staan tegenover God als bedelaars. En zo is het in de wereld van de mensen ook. Er zijn mensen die hebben en mensen die niet hebben. Niets hebben, dat is nog tot daar aan toe, maar niets zijn, dat is een nog grotere vorm van armoede. En dat is de verhouding tussen de Vader en zijn kinderen, zij staan tegenover elkaar als zijn en niets zijn.
Als vader sta je tegenover je kinderen als degene die is, en de kinderen die je het bestaan hebt gegeven, zijn van jou afhankelijk. Kinderen zijn tot in hun bestaan afhankelijk van hun ouders. En ze vragen, ook al doen ze dat niet altijd uitdrukkelijk met woorden. Ze beginnen al met vragen als ze nog niet eens kunnen praten, als ze nog geen wens kunnen formuleren, dan vragen ze al om eten en drinken, brood, ei, vis, kortom, de middelen om te bestaan. Zo is onze verhouding ten opzichte van God. Wij hebben niets en wij zijn niets. Maar dat is nu juist onze kracht, want we hebben een Vriend. God is onze Vriend en God is onze Vader. En Hij leeft zich juist uit als Vader, en Hij biedt zich aan als Vriend, door te geven wat wij niet hebben: voedsel, en door te geven wat we niet zijn: het bestaan.
Vriendschap heeft iets van uitverkiezing, dat is iets van een persoonlijke betrokkenheid. Niet omdat het moet van de natuur, maar vanuit het hart. En nu wordt er van God gezegd: Hij is onze Vader, Hij is als een Vriend. Hij heeft met ons een verbondenheid die niet alleen maar voortkomt uit de natuur, zo van 'het móet', maar die voortkomt uit het hart. Zoals een vriend met zijn vriend.
De heilige Geest is de band van liefde tussen de Vader en de Zoon. Je wordt niet alleen opgenomen in het natuurlijke leven van God, maar ook in het leven van zijn Hart, in zijn liefde. Veel mensen zullen moeten constateren dat ze niet krijgen wat ze vragen, dat zoveel behoeften ongedekt blijven, ook behoeften waarin ze willen worden voorzien door er in vertrouwen aan God om te vragen. Maar waar God altijd in voorziet, als we Hem erom vragen, als we ons ervoor openstellen wil dat zeggen, dat is zijn vriendschap, zijn liefde
moeder TheresaDe vrucht van stilte is het gebed.
De vrucht van het gebed is geloof.
De vrucht van het geloof is liefde.
De vrucht van liefde is dienstbaarheid.
De vrucht van dienstbaarheid is vrede.
(moeder Theresa)
Uit het evangelie volgens Johannes 1:47-51Uit
het evangelie volgens Johannes
1, 47-51
Jezus zag Natanaël aankomen en zei: ‘Dat is nu een
echte Israëliet, een mens zonder bedrog.’
‘Waar kent U mij van?’ vroeg Natanaël.
Jezus antwoordde: ‘Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder
de vijgenboom zat.’
‘Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ zei Natanaël.
Jezus vroeg: ‘Geloof je omdat Ik tegen je zei dat Ik je onder de vijgenboom zag
zitten? Je zult nog grotere dingen zien.’
‘Waarachtig, Ik verzeker jullie,’ voegde Hij eraan toe, ‘jullie zullen de hemel
geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de
Mensenzoon.’
Engelen zijn de nederigheid zelf. Zij leven immers in, door en vanuit het Woord van God.
Voor ons, mensen, is het een kwestie van loslaten, een kwestie van afdalen tot dat vruchtbare dal van de nederigheid. Men beklimt de top van de volmaaktheid door af te dalen. O zo moeilijk voor mensen, omdat de nederigheid zo dwars ingaat tegen de grondaanleg van het zondige mensenhart. We willen groot zijn, sterk, en ons boven anderen verheffen. Wij willen zijn als God.
Dat afdalen tot dat vruchtbare dal van de nederigheid krijg je uit jezelf niet voor elkaar. Het gaat tegen alles in. Maar in verbondenheid met de Mensenzoon die opklimt en afdaalt, is het te doen. Dat zegt Hij ook zelf: "Leer van mij, Ik ben zachtmoedig en nederig van hart" (Mt 11,29). Je kunt het van Hem leren, niet alleen doordat Hij het beter kan dan jijzelf, als een soort voorbeeldfunctie, maar je kunt het van Hem leren doordat je samen met Hem de levensweg doorgaat die Hij is doorgegaan. Hij gaat het opnieuw met je doen. Jezus, wiens Hart vervuld is van nederigheid en zachtmoedigheid, Hij leert het je als het ware spelenderwijze. Die grote genade mogen we verwachten en ontvangen.


goede kerst
Jozef ging naar de stad van David.Jozef ging naar de stad van David.
Niet keizer Augustus of Herodus, de koning van Judea, noch Quirinius de stadhouder over Syrië, maar alleen de God van Abraham, Isaak en Jakob heeft de regie van het wereldgebeuren in zijn hand. God volvoert al zijn plannen. De machthebbers mogen allemaal geniale plannen bedenken om hun eigen macht zeker te stellen of uit te breiden, maar die in de hemel troont, lacht. De machtigen organiseren een wereldwijde volkstelling omdat God wil dat Maria in Bethlehem zal bevallen. Het bestuur van het gigantische Romeinse rijk is maandenlang, zo niet jarenlang, in rep en roer vanwege deze inschrijving. En dat alleen omdat God wil dat zijn Zoon geboren zal worden in de stad van David. Lucas schildert ons hoe God via het wereldgebeuren zijn doel bereikt. Het is uiterst komisch te zien hoe de machtigen en de groten der aarde alles doen om hun onderdanen te registreren. Zij onderwerpen hen, maken hen schatplichtig om gezag en macht over hen uit te oefenen en trachten daarbij hun persoonlijke belangen en positie te versterken. Zij hebben er geen idee van dat ze hiermee ongewild Gods doel dienen en daarmee uiteindelijk hun eigen graf graven. Jawel, koning Salomo zei het al: 'De mens stippelt zijn weg uit, maar de Heer bepaalt de richting die hij gaat.' Het maakt niet uit of je Augustus, Herodes, Quirinius, Jozef of Maria heet. God heeft de regie in handen van het politieke reilen en zeilen van regering en onderdanen, en blijft hen tegelijkertijd verantwoordelijk houden voor hun daden. Het is God die lang tevoren aankondigt wat nog gebeuren moet. Die uit het oosten een adelaar roept, uit een ver land een man die zijn plannen uitvoert, en redding brengt in Sion (Jesaja 46 vanaf vers 10). En dat begint in Bethlehem!
KERST EN DE STATISTIEK VAN DE SLACHTINGENKERST EN DE STATISTIEK VAN DE SLACHTINGEN .
Een aantal medewerkers van een statistisch bureau zit de week voor Kerst samen te eten in een restaurant. Eén van hen houdt een toespraak om terug te kijken op het afgelopen jaar en hij doet dat op een originele manier. Het is bijna Kerst en hij vraagt zich hardop af hoe het kerstverhaal in de nationale statistieken opgenomen zou kunnen zijn. De wijzen uit het Oosten zouden misschien in de Statistiek Inkomend toerisme geteld zijn. Het kindje Jezus zou in de Bevolkingsstatistiek voorkomen. Zelfs aan het begin van de jaartelling maakt hij onderdeel uit van een volkstelling (van keizer Augustus) en van het geslachtsregister dat door Joden wordt bijgehouden. De spreker gaat verder. Hij noemt de os en de ezel en vraagt aan de aanwezigen in welke statistiek deze dieren geteld zouden kunnen zijn. Het antwoord van een van de tafelgenoten is, tot hilariteit van de aanwezigen: 'Statistiek van de Slachtingen'. Met Kerst voor de deur is dat niet zo'n vreemd antwoord... Wij kennen het Kerstverhaal zoals het in de Bijbel staat. De os en de ezel komen er niet in voor. Het is dus ook niet waarschijnlijk dat zij in de Statistiek van de Slachtingen zouden terechtkomen. Voor de fijnproevers onder ons. De os en de ezel worden genoemd in het boek Jesaja dat circa 800 jaar voor de geboorte van Christus is geschreven. De tekst is: 'Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak, maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid' (1:3). Die voederbak komt ook voor in Lucas 2 en vormt de verbinding tussen de ezel en de geboorte van Christus.
Wij kennen ook het Paasverhaal zoals het in de Bijbel staat. Daaruit blijkt dat de enige uit het Kerstverhaal die wél in de Statistiek van de Slachtingen zou kunnen voorkomen, het kindje Jezus is. Het is een schokkende, maar Bijbelse gedachte. In het boek Jesaja wordt voorzegt dat Christus als een lam geslacht zou worden voor de zonden van zijn volk. Letterlijk staat er: 'Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze wandaden gebroken' (53:5).
De Bijbel beschrijft uitgebreid het lijden van de Heer Jezus. Er zijn vier evangeliën geschreven waarbij van verschillende kanten wordt beschreven hoe de Heer op het kruis is gestorven. Filmmakers hebben geprobeerd dit lijden op film vast te leggen. Wie de film The Passion of the Christ heeft gezien, heeft een beeld van wat er op het kruis is gebeurd. Ik geloof in de Heer Jezus en ik weet dat Hij voor mijn overtredingen heeft geleden en is gestorven. Ik geloof ook dat Hij is opgestaan uit de dood.
Op aarde zijn er allerlei statistieken en er zijn ook bevolkingsregisters. De Bijbel spreekt over een bevolkingsregister in de hemel (het boek van het leven van het Lam). Mensen die in dat register staan, hebben de Heer Jezus aangenomen als hun Heer en behoren tot die hemelse bevolking. Zoals wij ons kunnen afvragen hoe het Kerstverhaal in de statistieken terecht zou komen, zo kunnen wij ook stilstaan bij de vraag hoe wij in die hemelse statistiek terecht kunnen komen. Ik ben ingeschreven in het boek van het leven van het Lam. En jij? Het register is nog geopend.
GOD DOET HET ANDERSGOD DOET HET ANDERS
Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik (en heel wat Joden in Jezus' tijd) zou verwacht hebben dat de Koning van het universum geboren zou zijn in een paleis - een plaats die overeenkomt met zijn stand. Hij zou geslapen hebben tussen wiegenlakentjes van extra fijn Egyptisch katoen, en zijn hoofd zou gerust hebben op een donzen kussentje met zijden sloop. De mobile boven zijn wieg zou beslist vervaardigd zijn van fonkelende edelstenen: witte diamanten, rode robijnen, blauwe saffieren en groen emerald. En alle hooggeëerde mensen in de samenleving zouden een bezoekje brengen aan deze prachtig versierde kinderkamer om Hem te aanbidden.
Maar zo heeft God het niet gedaan Jezus werd geboren in een vieze, stinkende, afkeer wekkende schuur. Hij werd niet tussen schone lakentjes gelegd maar in een kribbe - een voerbak vol snot en kwijl van dieren en hun half opgegeten etensresten. Hij werd niet verwelkomd in de wereld door grote leiders, door regeerders, overheidsbeambten en andere leden van de club van Lexusrijders. Hij werd begroet door een groep onaanzienlijke herders. Ja, maanden later kwamen er drie koningen of wijze mannen uit het oosten. Maar niemand had er ook maar een idee van wie zij waren.
Ziet u het plaatje? Jezus kwam niet naar de aarde om zich te vereenzelvigen met de rijken, de succesvollen en de invloedrijken. Hij kwam in de wereld als een pauper. Hij kwam de wereld niet binnen in het comfortabele huis van zijn ouders, en zelfs niet in de veiligheid van een ziekenhuis. Hij kwam terecht op de aller nederigste plaats, in de allereenvoudigste omstandigheden. God verborg het mysterie van het koninkrijk in de levens van de meest behoeftigen.
Uit: Rode letters, zilte tranen, Tom Davis
kerstconcert

DEZE BRIEF IS VOOR JOU...DEZE BRIEF IS VOOR JOU...
Ik schrijf je deze brief omdat je de moeite waard bent!
Ik zag je gisteren nog toen je met je vrienden praatte.
Ik heb de hele dag gewacht, want Ik hoopte dat je ook met Mij wilt praten.
Soms zie je er zo verdrietig uit, zo alleen...
Dat doet Mij pijn, want Ik weet hoe jij je voelt.
In de tijd dat Ik op aarde was,
heb Ik het moeilijker gehad dan jij het ooit zult hebben.
Tweeduizend jaar geleden heb Ik voor jou gekozen.
Ik heb voor jou gekozen omdat jij belangrijk voor Mij bent.
Zo belangrijk, dat Ik de prijs heb betaald voor jouw fouten en tekortkomingen,
toen Ik daar aan het kruis hing tussen hemel en aarde.
Ik was door God verlaten, zodat jij weer bij Hem kunt komen.
Ik heb mijn leven gegeven om jou te kunnen redden.
Na drie dagen ben Ik weer opgestaan en heb Ik de dood overwonnen,
zodat jij het eeuwige leven kunt krijgen
. Ik weet dat tweeduizend jaar een lange tijd is en Ik kan me goed voorstellen dat het moeilijk is om te geloven wat Ik voor jou heb gedaan.
Toch is het zo! En dat probeer Ik je te vertellen door wat je om je heen ziet, in de blauwe lucht en het groene gras.
En Ik probeer het je te vertellen als Ik je omhels met warme zonnestralen.
Roep Me... Praat alsjeblieft met Me...
Vertel Me waar je mee zit.
Ik kan je helpen!
Als je voor Mij kiest, kan Ik je fouten en tekortkomingen vergeven.
Als je voor Mij kiest, kun je het eeuwige leven krijgen.
En dat is een leven zoals het leven bedoeld is.
Neem me aan als Koning van je hart en Ik zal je mijn liefde geven.
Ik zal je zo veel liefde geven dat je die kunt uitdelen aan anderen.
Ik zal je troosten als je verdriet hebt en je hart laten zingen als je blij bent.
Kies voor Mij!
Ik heb al voor jou gekozen!
Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Ik ben de enige weg tot de Vader.
mieke manel

Ik hoef niet alles te begrijpenIk hoef niet alles te begrijpen, als ik Zijn hand maar vast mag grijpen.
Geduld is: God God laten zijn.
In de hemel is er geen sprake van paniek, daar zijn alleen plannen.
Mijn kruis is daar waar de wil van God en mijn eigen wil elkaar ontmoeten.
God zal je nergens brengen waar Zijn genade je niet kan dragen.
Verlossing is gratis - God dienen kost alles
Bedroeven van de Heilige Geest is:
Zijn plannen met ons leven dwarsbomen en Hem niet alle ruimte geven.
En heilige is iemand die Gods licht uitstraalt.
DE ZON CENTRAALDE ZON CENTRAAL
We zijn geschapen om de heerlijkheid van God boven alle dingen te kennen en te koesteren. Als we die schat inruilen voor beelden, wordt alles op zijn kop gezet. De zon van Gods heerlijkheid is geschapen om te schijnen als het middelpunt in het zonnestelsel van onze ziel. En als dat het geval is, worden alle planeten van ons leven in de juiste baan gehouden. Maar als de zon verplaatst wordt, vliegt alles uit elkaar. De genezing van de ziel begint, als de eer van God wordt teruggebracht naar zijn schitterende centrale plaats.
Uit: Jezus zien en ervaren ...en intens van Hem genieten, John Piper
VRIJVRIJ
Vrij van angst
is weten wie morgen in handen houdt
Vrij van falen
is weten met wie je opnieuw mag beginnen
Vrij van onzekerheid
is weten wie altijd dezelfde blijft
Vrij van schuld
is weten wie de prijs heeft betaald voor vergeving
Vrij van zonde
is weten wie groter is dan de verleiding
Vrij van zorgen
is weten wie alle antwoorden kent
Vrij van obsessies
is weten wie mijn ware 'ik' kan bevrijden
Vrij om te worden
wie Jezus wil dat ik zou zijn
Rob Frost
WANDELEN MET HEMWANDELEN MET HEM
Op een mooie zomerdag was ik met mijn dochter op bezoek in een soort pretpark. Toen we in de rij stonden voor een van de attracties, hoorde ik een man vragen: 'Weet iemand waar deze rij naartoe gaat?' De man naast hem zei: 'Ik heb geen flauw idee.' Ik grinnikte om hun kennelijke onwetendheid, maar toen realiseerde ik me dat ik zelf ook niet wist waar de rij voor was.
Het maakte me trouwens niets uit. Het was een 'vader-en-dochterdag' en we hadden het samen gezellig. Het was niet belangrijk waar we naartoe gingen, het ging er om dat we samen uit waren.
Ik moest denken aan wat we noemen 'wandelen met de Here'. Zijn we zo in beslag genomen door wat we meemaken in het leven dat we vergeten om blij te zijn dat we elke dag met Hem samen zijn?
Henoch, een gelovige uit het Oude Testament, 'wandelde met God, driehonderd jaar' (Gen. 5:22). En toen wandelde hij weg van de aarde in Gods tegenwoordigheid zonder de dood te zien (Hebr. 11:5).
We weten niet hoe onze levensweg zal zijn, maar we kunnen genieten van de reis als we met de Here wandelen: 'Ik wandel in het licht met Jezus...'