het evangelie volgens Lucas
8, 1-3
Kort daarop begon hij rond te trekken van stad tot stad
en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te
verkondigen. De twaalf vergezelden hem, 2 en ook enkele
vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij
wie zeven demonen waren uitgedreven, 3 Johanna, de vrouw
van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna – en nog tal van anderen,
die uit hun eigen middelen voor hen zorgden.
Vanaf het begin van het christendom hebben ook vrouwen
een taak. Hun aanwezigheid wordt hier door Lucas uitdrukkelijk aangehaald. Zij
maakten Christus en zijn godsdienst menselijker en warmer.
Kort daarop begon Jezus rond te trekken van stad tot
stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te
verkondigen.
De twaalf vergezelden Hem, en ook enkele vrouwen die van boze geesten en
ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren
uitgedreven, Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en
Susanna–en nog tal van anderen, die uit hun eigen middelen voor hen zorgden.
Het evangelie van vandaag is een echte parel. En we
mogen gerust ook zeggen dat het een soort lofzang is op een al te vaak vergeten
groep. Vaak hebben we de indruk dat het evangelie een zaak van mannen is.
Vrouwen komen er nauwelijks of slechts terloops aan te pas. Een zieke vrouw
wordt wel eens genezen. Een vrouw wast de voeten van Jezus. Vrouwen volgen Hem
en zijn vrienden en zorgen voor hen uit eigen middelen. Vrouwen staan onder het
kruis. Ze staan overal achter of onder, maar zelden of nooit op het voorplan.
Grote rollen worden door mannen bezet. Apostelen en
schriftgeleerden, een honderdman, een barmhartige Samaritaan of een goede
herder. Dat Annas en Kàjafas, Herodes, Judas of Pilatus ook mannen waren, is
hier helemaal geen troost. Maar zo ziet Jezus het niet. Op geen enkel moment.
Want het evangelie is geen 'Guiness-book of records', waarin het om de
grootste, de sterkste of de beste gaat, waarbij alleen prestatie of kwantiteit
telt. Het is een levensboek waar geloof en vertrouwen, waar geduld en liefde,
inzet en overgave, de echte kwaliteit en de ware talenten vormen.
En daar spelen vrouwen onvervreemd en onvervangbaar een
glansrol. Een rol, waarbij veel mannen tot debutanten verbleken. Lucas begint
er zijn evangelie al mee. De eerste persoon die we ontmoeten is Zacharias, een
man, een priester. Stomweg valt hij al meteen door zijn rol. "Ge zult zwijgen en niet in staat
zijn te spreken, omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt."
Meteen daarop treden twee vrouwen op, Maria en
Elisabet. In een feilloos duet, in een magnificat van puur geloof en zuivere
overgave, brengen ze onze heilsgeschiedenis daadwerkelijk en definitief op
gang. Ook wanneer het doek over het openbaar leven van Jezus opengaat en Hij
nog even in de coulissen wilt blijven, opdat Hij zijn uur nog niet gekomen
acht, is het weer een vrouw, die, onweerstaanbaar zoals alleen moeders dat
kunnen, Jezus tot handelen aanzet. "Doe
maar wat Hij u zeggen zal." Zo maakte Jezus een begin met zijn
tekenen.
Van het penninkje van de weduwe tot de kostelijke
nadusbalsem van Maria te Betanië, van die onbevangen eerlijkheid van de vrouw
aan de put van Jakob in Samaria tot het vindingrijk geloof van de Kananese met
de kruimels die van tafel vallen, kunnen we, heel het leven van Jezus door,
parel na parel opsteken tot een krans van vrouwelijke gebaren en gaven van
geloof, liefde en toewijding.
En toen zijn uur echt gekomen was, een uur waarop
ontrouw en verraad, waarop verloochening en vaandelvlucht ineens puur
mannelijke begrippen werden, stond er ook weer die krans van vrouwelijke trouw,
van meevoelen en meegaan ten einde toe. Een krans van vrouwen die Jezus vanaf
Galilea waren gevolgd en Hem hadden gediend. Echte, levende en zuivere
godsdienst van een al te vaak vergeten groep.