Naar de inhoud

HUISMUJE'S TRIESTE JEUGD

IK HEB GEEN SPIJT VAN DE DINGEN DIE IK DEED!
ENKEL SPIJT VAN DE DINGEN DIE IK NALIET TE DOEN!
akke.beakke.be

Categorie: NABESCHOUWING

FLASHBACK ELS

Vreemd hoe je zomaar vanuit het niets moet denken aan mensen uit je ver verleden. Jarenlang heb je niet aan hen gedacht, ze zijn al zolang uit je leven verdwenen, en dan staan ze plotsklaps weer levensgroot voor je in beeld.
Els, heette ze, en ze was mijn buurmeisje en vriendin van de lagere school. Zij was klein en tenger.

Ik herinner mij hoe zij, ondanks de warme kledij, in de winter liep te verkleumen van de kou. Haar handen zagen steeds blauw. In de zomer echter was zij steeds de eerste die een mooi bruin kleurtje kreeg, ze moest nog maar 'zon' denken en ze zag al bruin.

Els was een nakomertje, een ongelukje, en dat liet men haar regelmatig voelen Ze had een oudere zus Philomena, maar wij noemden haar kortweg Philly.
Uiterst strenge ouders had Els. Vriendinnetjes mochten nooit mee naar binnen. Zelfs voor haar deur spelen mocht niet en als we toch niet wilden luisteren dan was een emmer koud water ons deel.
Haar vader kregen we nooit te zien maar we hoorden hem wel vaak schreeuwen en brullen tot op straat. Alle kinderen uit de buurt waren doodsbang voor die mensen, Els en Philly nog het meest vermoed ik.

De oma van Els, Neeltje, woonde enkele meters verder in een piepklein rijhuis. Er stonden zo vier van die huisjes naast elkaar. Je kon vrij bij hen inlopen via een klein steegje dat achter de huisjes lag en dat doodliep in een groot veld van een boer. Elk huisje had ook een tuintje. Een smal reepje grond. Het ene tuintje stond vol bloemen, het andere deed als moestuintje dienst. Maar de mensen deelden hun tuin met hun buren. Dan weer zaten ze met z'n allen in de bloementuin, een andere keer waren ze gezamenlijk aan het werk in het moestuintje. Buurman Oscar zijn tuintje was volledig afgestemd op kinderen hoewel hij zelf altijd kinderloos was gebleven, of misschien net daarom. Het stond vol met kabouters en er was zelfs een schommel. Zijn favoriete bezigheid was ons op die schommel zo hoog mogelijk laten vliegen.

Neeltje baatte het snoephuisje uit in het 'Tirolerhof'. Een grote nabij gelegen speeltuin. Groot in mijn kinderogen dan.
Hoewel zij toch al een respectabele ouderdom had werkte zij nog elke dag. Vermoedelijk was ze wel verplicht om te blijven werken, want Neeltje had een zorgenkind, Charlotte.
Charlotte was 'achterlijk' zoals men het toen wat respectloos noemde. Uiterlijk zag je niets aan haar. Maar innerlijk was zij nog een kind hoewel zij al de dertig jaar was.
Charlotte vierde haar moederlijke gevoelens bot op mij en zij nam mij onder haar vleugels.
Wanneer mijn tirranieke pleegmoeder haar kuren weer had, dan vluchtte ik naar Charlotte.

Charlotte was ook een beetje jongensgek, niet zo verwonderlijk natuurlijk gezien haar leeftijd, en wij fietsten dan ook regelmatig naar de kazerne van Fort 1 waar zij de soldaten ging opzoeken. Ik moest dan steeds op uitkijk staan om te zien of er geen overste aankwam. Een reep chocolade van de soldaat in kwestie was dan steeds mijn beloning.

Voor we terug naar huis reden pikten we gauw nog wat wortelen en rabarber van het veld dat naast de kazerne lag. Zo had Charlotte een alibi voor haar afwezigheid.

Neeltje maakt vele snoepjes zelf bij haar thuis. Het rook er dan ook altijd heel lekker naar karamel. Mijn liefste bezigheid was die lange warme karamelErepen in stukken snijden. Ze moesten allemaal gelijk zijn, maar Charlotte leerde mij een trucje om op het laatst een te klein stukje over te hebben, en zodoende mocht dat in onze mond verdwijnen.
Sommige karamelblokjes werden gedoopt in warme chocolade en wij mochten dan steeds de pot uit likken. Ook spekken maakte ze zelf, maar die lustte ik niet.

Els lustte ze des te meer maar zij mocht van haar ouders niet bij haar oma op bezoek gaan. Neeltje en haar oudste dochter (moeder van Els) hadden de grootste ruzie. Het had iets te maken met de vader van Els, maar ik heb er natuurlijk nooit het fijne van geweten.

Ik verloor hen uit het oog toen we nog maar eens verhuisden.
Neeltje is al geruime tijd dood en Charlotte is toen naar een home gegaan. Dat weet ik omdat ik hen later als tiener een keertje wilde opzoeken. Toen bleek dat de huisjes waren afgebroken en dar er nieuw mooie huizen voor in de plaats waren gebouwd  Maar één van die nieuwe bewoners herinnerden zich Neeltje nog.
Ook Els was ondertussen verhuisd, maar niemand kon zeggen waarheen.


Vandaag moest ik weer even aan haar denken, ik weet niet waarom. Ik vraag mij af waar ze nu is en wat ze vandaag aan het doen is. Zou zij ook nog eens aan mij denken?

©Huismusje


DOORZICHTIGHEID

...Wat maakt dat ik niet genoeg heb aan de mensen die ik diep liefheb en die mij op hun beurt liefhebben?
Dat ik mij o zo graag laat omringen door vrienden? Vrienden die mij troosten en die ik op mijn beurt troost aanbied. Vrienden bij wie ik kan lachen om hun capriolen. Of stil wordt van hun moedige  strijd tegen al wat hun leven beïnvloed.

Wat maakt dat ik de hand die me stokslagen gaf nog steeds in mijn hand durf te nemen?
Is het een gebrek aan zelfvertrouwen? Of aan bewustzijn?
Ik heb een muur om me heen opgetrokken, maar ik bouwde er gaten in.
Gaten waar de wind  doorheen kan razen en de regen kon binnensijpelen. Heel soms ook heftige stormen.
Maar door diezelfde gaten kwam ook zonneschijn, broodnodige warmte en licht.
Ik houd mijn cocon bewust doorzichtig.

©Huismusje

VAN VLINDER TOT RUPS

wv7vbs.jpg

(ateur van het gedicht: onbekend.)

Het lijkt soms alsof ik in een cocon leef! Een taai ondoorzichtig vel dat ik ongemerkt en ongewild rondom mij heb gesponnen. Bescherming tegen de vijand, de grote onbekende. Ik zie hem niet maar voel dat hij aanwezig is. Hij loert op me. Hij wacht op dat ene zwak moment dat ik even niet alert ben  op hem, en slaat dan toe.  Zo voel ik mij. De omgekeerde fase. Van vlinder naar rups. Waarom? 'k heb geen idee.

Angst piept een stemmetje in mijn achterhoofd. Vrees voor de pijn die niemand opmerkt maar steeds aanwezig is.  En waarom merkt niemand jouw pijn, piept dat stemmetje weer,  eigen schuld, dikke bult, je camouflage is te perfect.
Ik blijf een toeschouwer. Iemand die van binnen door het raam naar buiten kijkt. Die alle beweging registreert maar er nooit aan deelneemt.  Ik voel de warmte van het haardvuur en toch blijven mijn handen koud.

Het is inderdaad angst, weet ik. Angst voor wat ik niet kan zien, niet kan betasten, maar als een onzichtbare deken rondom mij wordt geweven. Angst ook voor wat hierna komt.
Voor de volgende fase van deze omgekeerde evolutie. Een hoopje doorzichtige eitjes aan de onderkant van een blad. Gecamoufleerd als vogelpoep. Om de sluipwesp en de spin te misleiden. Bevreesd ook, om te worden verdelgd door het rond gesproeide gif van hen die sterker en machtiger zijn.
Ik kan enkel maar hopen!

©Huismusje

SCHADUWZIJDE

Mishandelde en/of emotioneel verwaarloosde kinderen moeten leren leven met hun schaduwzijde.
Wat die Psy-tisten ook mogen zeggen... dat er ooit nog wel eens iemand zal kunnen opduiken die de volwassene graag ziet... zijn leven met hem/haar wil delen... en er ook nog in slaagt om haar daarvan te overtuigen... het Kind gelooft het niet. Dat kwam ongewenst ter wereld en kan zich niets anders voorstellen dan dat het ook ongewenst die wereld weer zal verlaten.

Emotionele verwaarlozing van kinderen kan leiden tot ernstige groeiachterstand. Maar vaak is daarbij ook de uitscheiding van groeihormoon afgenomen. Zodat het lijkt of deze kinderen een hormonale stoornis hebben. Kinderartsen beschrijven een aantal karakteristieke gedrag afwijkingen die bij dergelijke kinderen kunnen voorkomen, zoals vraatzucht (hyperfagie) en abnormale dorst.

Nu, dat is dus bij mij niet het geval.
Met mijn 1m.74 ben ik alvast in mijn lichamelijke groei niet gestoord.
Vraatzucht? Nou, ik houd wel van lekker eten en dat is me ook aan te zien, maar van vraatzucht heb ik gelukkig geen last.
Abnormale dorst dan?
Ik heb in de loop der jaren menige koffiebaal verzet, en ook af en toe een glas wijn teveel gedronken, maar of dit nu abnormaal is daar twijfel ik aan.

Wantrouwen! De Engelsen noemen het 'Frozen watchfulness.'
En ja, daar moet ik toegeven dat dit één van de karakteristieke eigenschappen is die ik bezit.
Zodra iemand in mijn buurt komt dan switch ik naar veilige modus, en dat doe ik al heel veel jaren. Al is het in de loop der tijden drastisch verminderd. Maar het was een lang leerproces.
Het is geen toneelspelen, ik doe me niet voor als iemand anders dan ik van nature ben, ik ben enkel op mijn hoede. Ik ben er mij van bewust dat er mensen in mijn buurt zijn en dat ik dus moet oppassen. Vraag me niet waarvoor. Vraag me niet om het een naam te geven, ik kan het je niet zeggen. Ik associeer de menselijke aanwezigheid onbewust met "mogelijk gevaar."
Het lijkt wel wat op een derde zintuig. Je ontwikkeld een 'doorkijkblik'. Je kunt het ook intuïtie noemen. Vaak heb ik het bij het rechte eind, maar ik geef niet altijd toe aan die gevoelens. Ik heb mezelf moeten leren om mensen het voordeel van de twijfel te gunnen.

Er zijn nochtans mensen die ik vertrouw, bij wie ik het gevoel heb dat ik 'mezelf' kan zijn.
Mensen die zich de moeite namen om me te doorgronden. Geduldige mensen die me in mijn eigen ritme laten functioneren.
Gelukkig! Het heeft me vrienden opgeleverd en het laat me liefde beleven.
Maar er is altijd die verhoogde alertheid waar je geen verklaring voor vind. Ik heb er jaren over gedaan om die een plaats te kunnen geven.


©Huismusje

HOGE HAKKEN

Ik schreef hier mijn verhaal over de kommer en kwel die ik beleefde bij mijn pleegouders.
Ik heb ook geschreven dat ik daar al jaren klaar mee ben en de pijn nog maar heel latent aanwezig is. Sommige dingen vergeet je nu eenmaal nooit!

Maar er zijn ook enkele leuke herinneringen en die heb ik veelal te danken aan mijn pleegvader. Ondanks alles hadden wij samen toch een band en heb ik van hem gehouden. En hij van mij.  op zijn manier dan.
Bewijze de volgende anekdote.

Het was de periode van de naaldhak.
Hoe fijner en hoger de hak, hoe beter. Althans  voor ons modebewuste jonge vrouwen. En vanaf het moment dat ik oud genoeg was om ze met goed fatsoen te kunnen dragen liep ik rond op die stiletto’s.
Ik droeg ze zelfs tijdens de werkuren.  Alle wijze raad en waarschuwingen voor een slechte rug en mismaakte voeten op mijn oude dag ten spijt.
Zonder moeite, geen enkel probleem.  Of toch eén probleem! Ik leef namelijk op grote voet. Letterlijk! Schoenmaat 40.
Vandaag is dat geen enkel probleem meer want je vind nu zelfs damesschoenen in maatje 42, maar dat was in de jaren ´60 niet zo.
In feite heb ik maatje 40 ½, maar dat was al helemaal zoeken naar een speld in een hooiberg destijds. Mijn budget was er immers niet op gericht om in super-de-luxe schoenwinkels te kopen.

Die modieuze schoenen bezaten bovendien ook een smalle tip. Voor de kleine voet heel elegant. Aan mijn voeten echter leken het wel overzetboten! Dus kocht ik ze tegen beter weten in steevast een maatje kleiner dan vereist.
En hierbij kwam pa mij ter hulp

Omdat elk nieuw paar schoenen kwam met grote en pijnlijke blaren waarbij het bloed vaak letterlijk in mijn schoenen stond , kwam hij met een idee. Hij zou die schoenen voor mij wel ‘uitlopen’. Zelf had hij schoenmaat 41. Kleine schoenmaat voor een man, maar hij was dan ook klein en tenger van gestalte.
Zogezegd zo gedaan dus. En zo gebeurde het dat pa in huis met een dik paar sokken aan zijn voeten op hoge hakken rondliep. Een hilarisch zicht was dat, want lopen is een groot woord. Het was eerder strompelen dat hij deed. Een heel komisch en hilarisch zicht was dat, een slapstick gelijk.
Maar allengs begon hij er beter en beter mee ‘uit de voeten’ te kunnen. Zo goed zelfs, dat hij vaak niet eens meer besefte dat hij ze aanhad.

Op een dag kocht ik weer een nieuw paar hoge hakken. Mooie witte zomerpumps met open teen en op de neus als versiering een gouden gesp met glitter steentjes. En pa was weer bereid om me pijn en smarten te besparen.
Mijn pleegmoeder staat in de keuken te koken wanneer ze plots tot de ontdekking komt dat ze iets nodig heeft van de winkel v. Pa als goede huisvader schiet meteen in actie en gaat naar de kruidenier op de hoek van onze straat om het benodigde te halen. Op mijn hoge hakken! Hij had het niet eens in de gaten! De buren evenwel……: -))
Pas toen hij al bijna halverwege de straat was begonnen de rare blikken van de mensen hem op te vallen en viel zijn frank. Op dat moment voelde pa de wereld onder zijn (mijn) hoge hakken wegzinken, want hij besefte terdege dat dit voorval hem voor jaren tot lijdend voorwerp zou markeren op iedere gezellige bijeenkomst.

Ik heb nog vele jaren, en nu nog trouwens, op naaldhakken gelopen. Met de jaren werd het wel makkelijker om de juiste schoenmaat te vinden. En gelukkig maar, want pa heeft sinds die memorabele dag nooit meer mijn schoenen willen ‘uitlopen’.
Verleden jaar nog wees hij met een guitige blik naar mijn hoge hakken en vertelde plagend dat die hem jarenlang nachtmerries hadden bezorgd.
Ik kon hem gelukkig laten weten dat zijn moeite niet tevergeefs was geweest. Want telkens pa mijn schoenen had uitgelopen pasten ze als gegoten en was ik blaren vrij.
Ik heb menige leuke dansavond aan hem te danken.

© Huismusje

Meer van HUISMUJE'S TRIESTE JEUGD

↑ Terug naar de berichten