FLASHBACK ELS
Vreemd hoe je zomaar vanuit het
niets moet denken aan mensen uit je ver verleden. Jarenlang heb je niet aan hen
gedacht, ze zijn al zolang uit je leven verdwenen, en dan staan ze plotsklaps
weer levensgroot voor je in beeld.
Els, heette ze, en ze was mijn buurmeisje en vriendin van de lagere
school. Zij was klein en tenger.
Ik herinner mij hoe zij, ondanks de warme kledij, in de winter liep te verkleumen van de kou. Haar handen zagen steeds blauw. In de zomer echter was zij steeds de eerste die een mooi bruin kleurtje kreeg, ze moest nog maar 'zon' denken en ze zag al bruin.
Els was een nakomertje, een ongelukje, en dat liet men haar regelmatig voelen Ze
had een oudere zus Philomena, maar wij noemden haar kortweg Philly.
Uiterst strenge ouders had Els. Vriendinnetjes mochten nooit mee naar binnen. Zelfs
voor haar deur spelen mocht niet en als we toch niet wilden luisteren dan was
een emmer koud water ons deel.
Haar vader kregen we nooit te zien maar we hoorden hem wel vaak schreeuwen en
brullen tot op straat. Alle kinderen uit de buurt waren doodsbang voor die
mensen, Els en Philly nog het meest vermoed ik.
De oma van Els, Neeltje, woonde enkele meters verder in een piepklein rijhuis. Er stonden zo vier van die huisjes naast elkaar. Je kon vrij bij hen inlopen via een klein steegje dat achter de huisjes lag en dat doodliep in een groot veld van een boer. Elk huisje had ook een tuintje. Een smal reepje grond. Het ene tuintje stond vol bloemen, het andere deed als moestuintje dienst. Maar de mensen deelden hun tuin met hun buren. Dan weer zaten ze met z'n allen in de bloementuin, een andere keer waren ze gezamenlijk aan het werk in het moestuintje. Buurman Oscar zijn tuintje was volledig afgestemd op kinderen hoewel hij zelf altijd kinderloos was gebleven, of misschien net daarom. Het stond vol met kabouters en er was zelfs een schommel. Zijn favoriete bezigheid was ons op die schommel zo hoog mogelijk laten vliegen.
Neeltje baatte het snoephuisje uit
in het 'Tirolerhof'. Een grote nabij gelegen speeltuin. Groot in mijn
kinderogen dan.
Hoewel zij toch al een respectabele ouderdom had werkte zij nog elke dag. Vermoedelijk was ze wel verplicht om te blijven werken, want Neeltje
had een zorgenkind, Charlotte.
Charlotte was 'achterlijk' zoals men het toen wat respectloos noemde.
Uiterlijk zag je niets aan haar. Maar innerlijk was zij nog een kind hoewel zij al de dertig jaar was.
Charlotte vierde haar moederlijke gevoelens bot op mij en zij nam mij onder haar
vleugels.
Wanneer mijn tirranieke pleegmoeder haar kuren weer had, dan vluchtte ik naar Charlotte.
Charlotte was ook een beetje
jongensgek, niet zo verwonderlijk natuurlijk gezien haar leeftijd, en wij
fietsten dan ook regelmatig naar de kazerne van Fort 1 waar zij de soldaten
ging opzoeken. Ik moest dan steeds op uitkijk staan om te zien of er geen overste
aankwam. Een reep chocolade van de soldaat in kwestie was dan steeds mijn beloning.
Voor we terug naar huis reden pikten we gauw nog wat wortelen en rabarber van het veld dat naast de kazerne lag. Zo had Charlotte een alibi voor haar afwezigheid.
Neeltje maakt vele snoepjes zelf
bij haar thuis. Het rook er dan ook altijd heel lekker naar karamel. Mijn
liefste bezigheid was die lange warme karamelErepen in stukken snijden. Ze
moesten allemaal gelijk zijn, maar Charlotte leerde mij een trucje
om op het laatst een te klein stukje over te hebben, en zodoende mocht dat in
onze mond verdwijnen.
Sommige karamelblokjes werden gedoopt in warme chocolade en wij mochten dan steeds
de pot uit likken. Ook spekken maakte ze zelf, maar die lustte ik niet.
Els lustte ze des te meer maar zij mocht van haar ouders niet bij haar oma op bezoek gaan. Neeltje en haar oudste dochter (moeder van Els) hadden de grootste ruzie. Het had iets te maken met de vader van Els, maar ik heb er natuurlijk nooit het fijne van geweten.
Ik verloor hen uit het oog toen we
nog maar eens verhuisden.
Neeltje is al geruime tijd dood en Charlotte is toen naar een home gegaan. Dat
weet ik omdat ik hen later als tiener een keertje wilde opzoeken. Toen bleek
dat de huisjes waren afgebroken en dar er nieuw mooie huizen voor in de plaats waren gebouwd Maar één
van die nieuwe bewoners herinnerden zich Neeltje nog.
Ook Els was ondertussen verhuisd, maar niemand kon zeggen waarheen.
Vandaag moest ik weer even aan haar denken, ik weet niet waarom. Ik vraag mij af
waar ze nu is en wat ze vandaag aan het doen is. Zou zij ook nog eens aan
mij denken?












