Voor iedereen is er werk.
Een lange ervaring onder werknemers heeft mij geleerd dat er op de wereld heel weinig mensen zijn die helemaal nergens voor geschikt zijn. Voor ieder is een baan te vinden. Als er in een instelling iemand klaagt over de volstrekte waardeloosheid van de receptioniste, de man die klusjes uitvoert, de boekhouder, de magazijnier, de kok, dan ligt een slechte 'hofmeester', de manager aan de basis van deze situatie. De kok moet van kokkerellen houden. De receptioniste moet de chaos in goede banen leiden. Zo worden alle bedienden mettertijd goed. Je moet gewoon zorgen dat iedereen van zijn werk houdt, zoals de tuinman van zijn planten.
Als hij iets graag doet, is hij tevreden en ook gelukkig, en als allen, bedienden en arbeiders in 'het huis van vertrouwen' rustig, blij en vriendelijk zijn, ontstaat van zelf wat we tegenwoordig noemen, een goede atmosfeer.
Als dus een ondergeschikte zijn werk niet aankan, is dat de schuld van zijn baas!













