huwelijk en onafhankelijkheid

Het huwelijk: Een bruiloft was een persoonlijke gebeurtenis, geen godsdienstige. Het belangrijkste was het wettelijke document (dat is een wet wat ergens op papier staat) dat het recht van beide partijen op hen eigen bezit vastlegde. De vrouw droeg meestal één derde van het huwelijksgoed bij, en de man twee derde. Als één van hen stierf kon de andere van het inkomen leven, maar ze mochten alleen hun eigen deel opmaken.
Onafhankelijkheid: Vrouwen hadden dus recht op eigen bezit en mochten zelf geld verdienen, zodat maar weinig vrouwen afhankelijk waren van hun man. Ze konden werk zoeken als vroedvrouw, zangeres, muzikant, priesteres of als marktkoopvrouw. Als haar man haar sloeg, kon ze hem voor de rechter slepen en als hij van haar scheidde moest hij haar blijven onderhouden. Als het echtpaar stierf, werden ze vaak in het zelfde graf begraven.



















