De samenleving was een gelaagde samenleving


De samenleving in Egypte was een standenmaatschappij, waarbij de farao bovenaan stond.
5 Verschillende lagen: slaven, de boeren en werklieden,de ambtenaren, de priesters, en de familie van de farao
Na de slaven waren de boeren en werklieden de laagste stand en hadden niet veel rechten. De boeren moesten een deel van hun oogst aan de farao als belasting afstaan.
De zonen van de boer volgden hun vader op. Ze hadden weinig kans om een ander beroep te leren.
De werklieden waren handelaren of handwerkers. Zij stonden iets hoger op de maatschappelijke ladder. Hun kinderen konden het beroep van hun vader leren.
Dan kwamen de ambtenaren van de farao.
Zij hadden tamelijk veel te zeggen in de Egyptische samenleving.
De staf van de farao bestond uit boekhouders en belastingophalers. Deze mensen konden lezen en schrijven. Dat leerden ze op de weinige scholen die er bestonden . Hun kinderen gingen ook naar deze scholen.
Vervolgens kwamen de priesters en tenslotte de familie van de farao.
Om een groter rijk te krijgen, trouwden farao’s dikwijls met prinsessen uit naburige landen.
Egypte was een dictatuur.
Alles ging via de farao, er werd geen besluit genomen zonder hem.
De farao was meestal aanwezig bij de oorlogen en veldslagen die er plaats vonden.

















