geen
Geen bloem meer
zou nog bloeien
indien het mensenhart
er niet naar verlangde.
Edith Oeyen
Gedichten: Edith Oeyen, poëzie is mijn passie
geenGeen bloem meer
zou nog bloeien
indien het mensenhart
er niet naar verlangde.
Edith Oeyen
alsAls de dag eindigt
heten we de nacht welkom:
diepblauwe luchten.
Edith Oeyen
wijnElke druppel wijn
die nu wordt opgedronken
ontstond uit druiven.
Edith Oeyen
NietsNiets is voor eeuwig
zelfs de eerste lentezon
verdwijnt in de nacht.
Edith Oeyen

DRAAGTAS
Hoe mooi prijkt zij
tegen de wand
haar beige-rode kleur
heeft de blos van verlegenheid
wat herbergt zij
liefdesbrieven uit jaren eerder
een muzikaal verlangen
voor vandaag
of mogelijk een verhaal
van eenzaamheid
even kijk ik achter het raam
en vind foto’s uit de oude doos
ik zong toen liedjes
voor mijn ouders.
Edith Oeyen

In het groene gras
bloeien veel gele klokjes
ze luiden blijheid.
Edith Oeyen
WuivendeWuivende bomen
begroeten het ochtendlicht:
jong is de lente.
Edith Oeyen
twee kinderenTwee kinderen
lachen zich de blijheid toe
om weeral lente.
Edith Oeyen

Gele gerberas
waar is de zon heengegaan
die jou bloeien laat.
Edith Oeyen
OverOver de wegen
trippelt een eenzame mus
ze vindt wat eten.
Edith Oeyen
HaikuDagen geleden
doolde de zon verdoken
nu klieft ze wolken.
Edith Oeyen
Hij is een mensHij is een mens
Aan Louis Brans
Soms kantelen de wolken
en worden ze zwaar van weemoed
als regen dan zijn vrijheid krijgt
daagt het zonlicht in de grote straat
daar loopt een man
met kronkelende gedachten
die diepbewogen het blauw bezingt
in zijn geborgenheid willen velen leven
hij is de wijze man
het grijs der jaren
heeft hem getekend
en gemaakt wat hij nu is
goedlachs en edel strooit hij woorden
zijn luide stem klinkt muzikaal
hij is een mens
zoals er weinigen zijn.
Edith Oeyen
Een doosje
MYSTERIEMysterie
Is zij die daar staat
een argeloze vrouw
die zoekt naar
de eeuwigheid van blauw
of is zij een twijfelaartster
die luistert naar
het zingen van haar bloed
of mogelijk iemand
die is uitgedanst
en wegvlucht uit
de realiteit
wie het ook mag zijn
waar zij zich ook bevindt
in het licht voor haar
ligt nog toekomst
en in de schaduw
achter haar kijken
verleden dagen na.
Edith Oeyen
BLOEMSCHIKKENBloemschikken
Hier laat men zijn verbeelding
de vrije loop, ruiken
wij het parfum van rozen in hout
zwijgend zijn bloemen
verstrengeld met elkaar
terwijl wij het ruisen
van de wind nog horen
zijn schaduw en zonnestraal
een verbondenheid in de zomertuin
bij het plukken van een lelie
gaat ons denken naar
een witte zwaan
zoveel schoonheid
is onnoembaar in een paar woorden.
Edith Oeyen
Mens is abstract landschapMens in abstract landschap
bij werk van felix De Boeck
Voorzichtig is de ochtend bij het ontwaken
de taal van de rozelaar spreekt roze
onstuimig juichen wolken
als een wakende moeder
haar kind sust
samen luisteren ze
naar de adem van de vogels
ontwaren dieren in vredige verbondenheid
in dit landschap doorkruist
met duizend lijnen
fluistert de wind
zachte woorden
verscholen achter wolken
Thor met rode blos.
Edith Oeyen
IFINGIFING
Als de adem van een hongerige storm
heb ik gezocht naar woorden
letter per letter heb
ik zinnen gevormd
de nacht was kil
elke bloem verkleurde haar geur
toen ik dichter kwam
schaduwen tekenden mij op
namen mij in hun macht
als de wind soms woest soms frêle
is mijn honger
ik zal Ifing vragen
om samen de winter te bewonen
de lente lief te hebben
elk seizoen te prijzen
liefste,
geef mij dan je schoonheid.
Edith Oeyen
ZoveelZoveel eenzaamheid
drukt pijn op de schouders
we dragen dit juk
dagen als ballast mee
straks als de boomgaard roept
witte bloesems de lucht verlichten
voelen wij het vederlichte blazen van de wind
als waarheid aan
enkel wijzelf kunnen ontwaken
uit een bed van verdriet
terwijl wij onmacht
naar verleden tijd bannen
zoveel eenzaamheid krijgt vleugels
als licht weer onze ogen opent
elke dag die voor ons ligt
is een oningevuld kruiswoordraadsel.
Edith Oeyen
LICHT
LICHT
De ochtend jong van uren
draagt het geheim van de nacht over
vogels fladderen hun vleugels uit
en fluiten een concert
voor vroege oren
het licht valt in repen
door de sparren achter mijn huis
en ik zie in de verte
de schemer van gisteren
uitsterven in een waterplas
licht brengt me altijd weer
dat lentegevoel
en de kleuren van jonge groen.
Edith Oeyen
VERDRIETVERDRIET
Jaren groeiden gestadig
naar later
desondanks blijft het gemis
zijn vriend ging heen
toch leeft nu nog blijheid
fonkelen zijn ogen
als vroeger weer wordt opgehaald
het samen fietsen
lachen en praten
nu weegt soms de heimwee
en als de nacht hem geen rust gunt
wist hij zijn vochtige ogen
droog.
Edith Oeyen