Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
HET BEGIN
Onder de korst van het niets
fluistert een beweging
over gespannenheid
een explosie
als breekbaar glas
spat alles uit elkaar
onleesbaar duister
wordt met kleur overgoten
voelt de beweeglijkheid
van vleugels
wentel zich naar morgen
vechtend tegen de nieuwe gloed
ontluiken bloemen en planten
zij kleden zich
om dit feestelijk gebeuren.
Edith Oeyen
Collectieve douches
Collectieve douches
bij werk van Jos Vanden Eynde
wie kent nog de zwarte huid
van mijnwerkers uit die tijd?
hier schrobden ze hun poriën schoon
hier sproeiden ze de arbeid uit hun leden
de siddering over hu naakte lijf
vloeide samen met het water
naar riolen
daar leven hun geheimen en zwijgen
alle tijden
als licht in hun ogen pijnlijk werd
volgden ze de schaduw van populuieren
in de ochtend
zochten ze naar een lied
van sneeuw voor een nieuwe dag
voorbij het zwart van hun ogen
zagen ze hun kinderen staan.
Edith Oeyen
Kleindochter
KLEINDOCHTER
Vertederd kijk ze me aan
vragen leven in haar ogen
ze is jong en wil weten
wil kennen
nieuwsgierig als ze is
lacht ze als de twinkel uit haar ogen
betovert mij met een glimlach
ik smelt als sneeuw voor de zon
geef telkens antwoord en weet
ook eens wordt zij
vrouw met mogelijkheden
nu echter wil ik haar beschermen
ik hoop dat het leven haar meer biedt
dan een schoot om kinderen te baren
Edith Oeyen
als vuurspuwende draak
Als vuurspuwende draak
kijkt hij me
aan huiveringen lopen over mijn rug
zoveel boosheid in één mens
maakt me angstig
hij wil macht en aanzien
maar is zo klein
mijn ogen dwalen af
als hij langzaam wegsluipt
zoekend naar een andere prooi
ooit betaalt hij de rekening
van zijn eigen gelag.
Edith Oeyen
SNEEUW


Verstomd slaat ze de neerslag gade
juist nu ze weer buiten kon
bederft deze de pret
ze vloekte binnensmonds
maar genoot met volle teugen
van het sneeuwwit tapijt
hoeveel kinderen zullen nu juichen
flitste het door haar hoofd
en voelde zich weer even kind
een sneeuwman met pijp
rode sjaal
zwarte muts
dagen kon hij blijven staan
haar vreugde kon niet op
broerlief was niet altijd lief
hij trok de bezemstelen uit
zo werd de sneeuwman armloos
stond hij als pijnpop te kijk
de zon deed de rest
liet traag zijn hoofd,
zijn romp wegsmelten
maar de warmte die hij nu nog gaf
was weer genieten met volle teugen
dus dacht ze
ik oefen morgen maar met de auto
laat mijn pret niet bederven
Edith Oeyen
NIET ALS PHAEDRA
Zwaluwvleugels dragen lucht
als fakkel brand ik
in de zon
zij schijnt haar glans
in tevredenheid van zomer
jasmijn zal bloeien
papavers wiegen langs de berm
korenbloemen makken akkers blauw
in de eeuwige trouw van de natuur
zal het gras groen kleuren
en ik zal niet als Phaedra
de ondergang bewerken
maar beminnen om de
ongereptheid der dingen.
Edith Oeyen
ZOVEEL GLIMLACH
Zoveel glimlach had zij verborgen gehouden
schuchter als steeds
trad ze naar voor
met in het haar
de glinstering van de zon,
op het jonge gras
had de ochtend dauw gelegd
ze voelde nog even de onzekerheid
en wist dat ze nooit
een helleveeg zou worden,
de vraag die ze had was
of anderen haar aanvaarden zoals ze was,
of moest ze zoals steeds voorheen
door de regen lopen?
Edith Oeyen
Koningskind
Koningskind
Bij werk van Marleen Verheyen
Rondom haar
danst de middagzon de pirouette
droomvlinders sluiten
traag hun vleugels
want elke ochtend zien wij weer
deze goddelijke schepping
gezeten in de schaduw
van de avond
ontsluierd zij de geheimen
van de goden
draagt zij in stilte shoonheid uit
door mensen handen geboetseerd
blijft zij de eeuwigheid
trouw.
Edith Oeyen
Gallina
Bedeesd en schuchter
kijkt zij de glimlach
over haar schouders heen
alleen haar arm raakt warmte
na zoveel uren kou
prijkt zij als ijsheldere bloem
roerloos op het doek
haar zachte huid vertelt
over donkerrrood bloed
dat door aderen stroomt
zij heeft bemind en liefgehad
onvangt de toekomt
bij het brandbaar hout
van een open haard
bedeesd legt zij
haar schuchterheid
in jouw handen.
Edith Oeyen
Met open ogen
Met open ogen
Met open ogen tasten ze de wereld af
op zoek naar antwoorden op hun vragen
ze willen weten en leren
hun kijk is jong
soms lees je verstomming op hun gelaat
soms overvalt twijfel hun denken
zie je angstige blikken
hoop en vreugde
maar je beseft
dat zij straks het leven
met open handen aandurven
ze zijn leergierig
het jong zijn is een pluspunt
blijheid straalt op hun huid
als de zon op een waterplas
Editn Oeyen
WAARDEREN
WAARDEREN ZAL IK
Over Dr. I. Cl.
Alsof hij door de kamer zweeft
komt hij de stilte brengen,
of ik bezoek kreeg van mijn dokter
en dat oefenen noodzakelijk was,
zijn glimlach opende weer een dag
terwijl zijn zachte stem
een lied in mij liet zingen,
hoeveel dankbaarheid
woont in het hart van zijn patiënten?
Hij verlaat de kamer in alle rust
die overgaat op mij
waarderen zal ik zo een gebaar,
hij weet mensen als mens te zien.
Edith Oeyen
WEERBARSTIG
WEERBARSTIG EN ONPLOOIBAAR
Oefenen bracht geen aarde aan de dijk
ze zag witte sluiers in de bomen
verstenen tot
een pad kasseien voor haar gelegd
als een weekdier in brak water
scandeerde ze
telkens weer een vloek
van onmacht
rilde om de zwarte grijze sterren
en de kleur van de kerstroos
die ze niet zag
weerbarstig
en onplooibaar de knie
ondanks haar trachten
bracht porto geen soelaas.
Edith Oeyen
DOELLOOS TASTEN
DOELLOOS TASTEN
Hoeveel duisternis
moest ze doorstaan
vooraleer ze weer rozen zag
bezoekers waren
soms als een profeet
elk had zijn verhaal
vertelde over lange tijd
vertelde over hoe het moest
pijnstillers
pijnstillers
ze telde de strepen op de muur
voelde zich verstrikt
in een lus vol twijfels
trachtte de boosdoener te ontmaskeren
maar hoe dan ook
het was een naald zonder oog
een nacht zonder licht
het was hopeloos tasten naar jong mos
Edith Oeyen
Verpleegster X
Ze lacht de vriendelijkheid de dag in
biedt hulp
en spreekt de zachte taal van geduld
ze lijkt een engel neergestreken
uit het onbekende
toont begrip en
liefde voor haar vak
ze straalt
heeft dansende glinstering
in haar ogen
haar blik
is helder
ze is blond
doet me denken
aan rijpend koren
heerlijk is het
jong te zijn
ze wil
dat ieder zich goed voelt
daarom lacht ze
met open ogen.
Edith Oeyen
EDITH OEYEN SCHRIJFT
PRACHTIGE LIEFDESPOËZIE!
DE IJSLAAG DIE ONS DRAAGT IS DUN
Thierry Deleu
Edith Oeyen viert in De ijslaag die ons draagt is dun de verbintenis van haar wereld met de puurste romantiek die ze aan het witte blad toevertrouwt,” schrijft Ingrid Lenaerts. Op meesterlijke wijze analyseert de dichteres wat haar dagdagelijks overkomt. Zij creëert miniaturen van liefde, tekent ongekunstelde natuurbeelden en verrast door haar gevoelige annotaties bij het werk van Felix De Boeck.
Edith Oeyen wentelt zich in “de eeuwigheid van altijd duren”. Dàt is de drijfveer van haar schrijven: overleven! Op zichzelf geen verrassende boodschap, maar bij Oeyen blijft die gedachte haar niet zozeer kwellen; zij wordt niet zomaar geassocieerd met angst voor de dood. Voor de dichteres is het veeleer een hartstochtelijk zoeken naar een reden van bestaan. “Kan ik de grenzen herleggen?” vraagt ze zich af.
Wanneer zij wordt geconfronteerd met eeuwigheid, gaat zij schuilen achter geheimen en duisternis. Daar wil zij de betovering vinden. Zij zoekt het gezelschap op van “de schemer van de bloemen”, van “rozen/in de schemer van de avond”, van “een kerselaar die bloemen draagt/in een jonge ochtend”. Als alternatief voor haar sterfelijkheid zoekt zij “Gods mooiste scheppingsdaad” op: de liefde, het “herboren worden in elkaar”. Haar geliefde fluistert haar woorden in “van dood en eeuwig licht”. “Net toen er schaduw wilde vallen/werd zij wakker in het zonlicht.” De liefde geeft haar vleugels die haar “vrijheid bieden”.
De poëzie van Edith Oeyen vloeit als een stroom tussen weelderige oevers en bij iedere bocht splitst hij zich in nieuwe beddingen. Zo vormt hij een meander van zacht opdringend vertoon. Haar poëzie is een demonstratie van stroom en tegenstroom: “de klaarheid is weer duister”, vrijheid vs. verbondenheid, “dat wilde vuur//stil en onbewogen”, “breekbaarheid maakt ons sterk”.
Edith Oeyen schrijft verbluffend mooie liefdespoëzie. Het wordt tijd dat zij hiervoor de hemel wordt in geprezen. Haar vergelijkingen, beelden, metraforen blijven je boeien. Omdat zij het experiment schuwt en zich niet waagt aan woordspelletjes en spitsvondige taalcreaties waarop de experimentele poëzie in de jaren’50 - ’55 een patent had. Zij beweegt zich nooit op de rand van helderheid en ontoegankelijkheid. Haar gevoelens en gedachten verwoordt zij in een herkenbare beeldspraak en een eigen taalkoloriet. Zij exploreert natuur en liefde, geboorte en dood in een eigen stijl, waarin gevoel de eerste viool speelt.
Zij “zingt het hoogste lied”; zij ervaart “de volheid van ingetogen liefde”, “de vruchtbaarheid van liefde”. Liefde is het “kompas dat mij/uit het duister naar jou toe leidt”.
Wanneer ik verdwaal in je denken
wijs me dan het voetspoor naar je toe.
leid me naar het pad
waar geen struikelstenen liggen:
ontrafel een fragment uit die droom
en ontdek hoe verloren liefde pijnigt
herbouw de constructie uit je leven
en weet me te vinden in het bos
van zoveel tekens,
kijk naar de maan en de sterren,
zij wijzen je de nacht aan
die ons samen schrijft.
De ijslaag die ons draagt is dun bestaat uit drie delen - voor mij zouden het drie bundels kunnen zijn -: “De ijslaag die ons draagt is dun”; “Sporen op wit”; “woord en beeld hand in hand”.
Op blz. 39 staat het eerste gedicht dat een titel kreeg: “Ranke handen”. Dan denk je algauw dat de titelloze gedichten geen vlag behoeven omdat de lading herkenbaar is en gezien mag worden. Moet de lezer op zijn hoede zijn? Verbergt de verpakking een triviale inhoud? Met andere woorden: spreekt het gedicht niet voor zichzelf? Mist het gedicht de nodige helderheid? Ja en neen. Ja, omdat de poëzie in “Sporen op wit” minder sterk gevoelens weergeeft. Het epische neemt vaak de bovenhand. Het verhaal domineert de emotie. De dichteres analyseert de feiten meer dan de gevoelens die worden gekoesterd. Opgelet, de poëzie van Edith Oeyen blijft voortreffelijk! Met een gedicht als “Waterbloemen” bereikt zij een ongekende hoogte. De dichteres nodigt de lezer uit haar te volgen in de hartstocht van haar liefde.
Waterbloemen
Verlaten door de kudde
weet hij hoe eenzaamheid
een naam kreeg
zijn rimpelloze schaduw
beweegt bij het horen
van een schalmei,
verlangen groeit
en roerloos wacht hij,
want wie twee
blauwe ogen liefheeft
ziet waterbloemen bloeien
aan de vijver.
Is de dichteres “een argeloze vrouw//is zij een twijfelaarster//of mogelijk iemand/die is uitgedanst/en wegvlucht uit de realiteit”? Die vraag stelt Edith Oeyen terecht in het gedicht “Mysterie”. Omdat zij verwacht dat de lezer ook reageert, is mijn antwoord: JA. Zij is argeloos; koestert haar twijfels en vlucht graag uit de werkelijkheid. Dank zij deze drie emotionele “kwaliteiten” schrijft zij inhoudelijk sterke poëzie in een duurzame taalmix. Zij weet bovendien haar gevoelens een universele dimensie te geven. Ja, dit is één van haar sterke punten: geen egotripperij, maar herkenbare liefdesgedichten die overal kunnen worden gesmaakt.
Ook in “woord en beeld hand in hand” word ik vaak getroffen door gevatte beschrijvingen van het plastisch werk van enkele (bevriende) kunstenaars. Edith Oeyen schrijft plastisch, zij beeldt uit; het werk van de bevoorrechte kunstenaars komt gevoelbaar nabij; de dichteres is betrokken partij, nauwnemend en zo gevoelig. Toch blijft haar gevoeligheid vatbaar voor indrukken. Edith Oeyen weet op een harmonieuze wijze argumenten die een beroep doen op gevoel te verzoenen met die op redenering. Haar sterke inleving en de wijze waarop zij het woord beheerst, maken van haar een van de beste liefdesdichters in Vlaanderen en Nederland.
De slak
Bij werk van Felix De Boeck
Op zoek naar verloren dromen
beklimt zij diagonale lijnen,
vindt zij in zeegroen
de traagheid van het leven
achter de berg
liggen verborgen raadsels,
ook de rode kleur van liefde,
onhoorbaar haast de wind,
hij ademt vrede over het landschap
met trage traagheid
klimt zij omhoog,
slaapt straks in kil gras, en de dood,
ja, de dood komt later.
Thierry Deleu
Edith Oeyen, De ijslaag die ons draagt is dun, Zuid & Noord, Beringen, 2005 - Papaverreeks nr.63
Maar als ze


Wanneer er duizend stenen vallen
is er één op haar hoofd
het zwaard van Domocles
hangt bevend in haar omgeving
soms wil ze
het leven uit
maar als ze de zon
achter de wolken ziet
en kinderen die glimlachen in hun spel
weet ze dat in en uitademen
nog voldoening geven kan
dan zoekt ze de bloemen op
en ontdekt de kleur van hoop.
Edith Oeyen
EEN STILLE PLEK


Een stille plek
Ik zoek een plek
waar ik mezelf kan zijn
waar mijn tranen
zich mengen met water
dat naar de zee toevloeit
een plek waar muziek
al mijn wonden heelt
en me weer ademen laat
waar lawaai verstild
door de adem van kinderen
waar vogels sjilpen
in wiegende bomen
een plek waar ik kan
luisteren naar mijn eigen stem
waar ik herinneringen
kan omarmen en loslaten
waar ik kan helen
van zoveel pijn en verdriet
opdat ik weer een mens
kan worden met een glimlach.
Edith Oeyen
Het ontwaken
Het ontwaken
Een helse pijn schuurt door haar lijf
ze vloekt en verbijt de pijn,
ze kan haar tranen niet bedwingen
dan als haar ogen zich verder openen
vloeit al dat traanvocht verloren,
maakt wegeltjes op haar wangen
Ze beeft over al haar leden
een verschrikte stem vraagt om hulp:
de pijn is onnoembaar,
tien handen staan plots rond haar bed
gedoe en veelal
en zij in machteloosheid gehuld
omstaanders bieden hulp
ondanks alles blijft ze lijden
een epuderale,
een pijnpomp
niets baat
dan met trage traagheid
ebt alles uit haar leden,
ze blijft verdoofd en verslagen achter
niemand die haar vraagt
hoe de ervaring was,
was het risico groot
wachten er andere patiënten
of had schrik een weg gebaand door de gangen
Nooit zal ze het weten
Edith Oeyen
Arrogantie
Arrogantie
Over dr. Stefan Cl.
Met klikkende hakken
komt arrogantie dichterbij
priemt zijn ogen vast op ons
zijn stem snijdt op onze huid
waarom we er zijn
en wanneer we weggaan
hardheid woont in zijn vragen
zijn antwoord is grof en cru
Met klikkende hakken
gaat arrogantie weer buiten
maar in ons hoofd
spookt hij verder
hij draagt geen zachtheid mee
laat staan begrip
misschien is hij uit zijn slaap gehaald
en laat hij morgen mildheid wonen
in zijn woorden.
Edith Oeyen

