even
Even op bezoek
vlug een blik door de kamer:
haar ogen traande.
Edith Oeyen
Gedichten: Edith Oeyen, poëzie is mijn passie
evenEven op bezoek
vlug een blik door de kamer:
haar ogen traande.
Edith Oeyen
Haar puntige tongHaar puntige tong
prikte mijn huid
tot bloedens toe
niet wetend waarom
besloot ik
een beschermlaag aan te leggen
te zwijgen over het lot
en andere dingen
niet te reageren
op haar scherpe taal
was het domheid
arrogantie
of aanstellerij
was het denken
dat zij alles beter wist
of niet beseffen
hoe vriendschap is
nee zij sloot de deur haast
ik laat ze nog even
op een kier
en wacht.
Edith Oeyen
zonZonweerspiegeling
op het watervlakvijver
vissen springen op.
Edith Oeyen

Voorbij gisteren
is vandaag al aanwezig:
zon van morgen wacht.
Edith Oeyen
Zij isNee zij is
Aan ingrid Lenaerts
Het leven heeft haar niet gespaard
harde tijden en veel pijn
tegenwind en onbegrip
maar ook het breken
van haar hart om moeders heengaan
nee zij is niet
de prinses uit duizend en één nacht
gewoon een vrouw
zij weet zich op te offeren
en steeds weer te herstellen
hoewel de tijd haar gebroken heeft
strompelt ze verder door de wind
en straks danst ze weer de tango
op een mooie melodie.
Edith Oeyen
wondenDe wonden die iemand maakt helen
doch de littekens blijven.
Edith Oeyen
geenGeen bloem meer
zou nog bloeien
indien het mensenhart
er niet naar verlangde.
Edith Oeyen
alsAls de dag eindigt
heten we de nacht welkom:
diepblauwe luchten.
Edith Oeyen
wijnElke druppel wijn
die nu wordt opgedronken
ontstond uit druiven.
Edith Oeyen
NietsNiets is voor eeuwig
zelfs de eerste lentezon
verdwijnt in de nacht.
Edith Oeyen

DRAAGTAS
Hoe mooi prijkt zij
tegen de wand
haar beige-rode kleur
heeft de blos van verlegenheid
wat herbergt zij
liefdesbrieven uit jaren eerder
een muzikaal verlangen
voor vandaag
of mogelijk een verhaal
van eenzaamheid
even kijk ik achter het raam
en vind foto’s uit de oude doos
ik zong toen liedjes
voor mijn ouders.
Edith Oeyen

In het groene gras
bloeien veel gele klokjes
ze luiden blijheid.
Edith Oeyen
WuivendeWuivende bomen
begroeten het ochtendlicht:
jong is de lente.
Edith Oeyen
twee kinderenTwee kinderen
lachen zich de blijheid toe
om weeral lente.
Edith Oeyen

Gele gerberas
waar is de zon heengegaan
die jou bloeien laat.
Edith Oeyen
OverOver de wegen
trippelt een eenzame mus
ze vindt wat eten.
Edith Oeyen
HaikuDagen geleden
doolde de zon verdoken
nu klieft ze wolken.
Edith Oeyen
Hij is een mensHij is een mens
Aan Louis Brans
Soms kantelen de wolken
en worden ze zwaar van weemoed
als regen dan zijn vrijheid krijgt
daagt het zonlicht in de grote straat
daar loopt een man
met kronkelende gedachten
die diepbewogen het blauw bezingt
in zijn geborgenheid willen velen leven
hij is de wijze man
het grijs der jaren
heeft hem getekend
en gemaakt wat hij nu is
goedlachs en edel strooit hij woorden
zijn luide stem klinkt muzikaal
hij is een mens
zoals er weinigen zijn.
Edith Oeyen
Een doosje
MYSTERIEMysterie
Is zij die daar staat
een argeloze vrouw
die zoekt naar
de eeuwigheid van blauw
of is zij een twijfelaartster
die luistert naar
het zingen van haar bloed
of mogelijk iemand
die is uitgedanst
en wegvlucht uit
de realiteit
wie het ook mag zijn
waar zij zich ook bevindt
in het licht voor haar
ligt nog toekomst
en in de schaduw
achter haar kijken
verleden dagen na.
Edith Oeyen