TOEN HET LICHT…
Toen het licht op oranje sprong haastte hij zich om het kruispunt over te steken. Dit snelheidsmanoeuvre moest hij zelf bekopen. Plots begon zijn wagen te slippen op het natte wegdek. In volle vaart vloog hij tegen een verkeerspaal aan. Zijn wagen was totaal vernield, zelf had hij een gapende hoofdwonde. Bloed, niets dan bloed liep uit de wonde. Elke beweging deed pijn. Al vlug hoorde hij de sirene. De ambulance was meteen ter plaatse, maar hij zat geklemd in het voertuig. Men vond het nodig de brandweer bij te roepen om hem te bevrijden uit het wrak. Huilend van angst en pijn zat hij te beven. Zijn benen bewogen niet meer. Als een klein en hulpeloos kind riep hij om hulp. Hij sloeg zijn armen als wieken van een molen. Plots was het moment van bevrijding aangebroken. Zijn wekker liep af en hij ontwaakte badend van het zweet uit zijn nachtmerrie.
Edith Oeyen



