Luister,
de muren fluisteren
hoe de innigheid van regen
met ons verbonden is.
Wij rillen als een zonnebloem
op een zomernacht, vrezen
de ochtendwind die argeloos
zijn lied laat horen, kennen bloemen
bij naam, zoeken het koraal
dat bij ons hoort.
Je stem is van glas
als je wimpers uit mijn ogen veegt
als je vraagt wat ik eet en drink
als je wil weten hoe ik slaap
als je zegt niet te wenen
als je lacht met mijn lach.
Laten we die bereikbaarheid
niet verspelen…
Edith Oeyen






