DUIZEND NACHTBLOEMEN
Als lamgeslagen buig ik mijn stramme leden
tot op de grond die ik bewoon,
ik wil grote schoonmaak houden,
maar gedempt fluisteren stemmen,
zwanger van vernieling liggen dagen voor ons.
Zwarte dagen
die om ons bewustzijn vragen
terwijl een dodenwind
over het avondland raast.
De mijn van mijn stad
zal als opbergkast worden gebruikt
kernafval zal onze grond vervuilen.
Waar blijft het drinkbaar water
de toekomst voor onze kinderen?
Zal ik mij bevragen bij een late nacht
of moet ik onrust laten groeien?
Is er geen weg terug
als elkeen zich op de borst slaat
en kijkt?
Als lamgeslagen buig ik weer mijn stramme leden
wil betogen voor de grond waarop ik woon
kernafval mag niet worden gedumpt!
Ik vraag duizend nachtbloemen te planten
in elke schacht
van de weldra gesloten mijn.
Edith Oeyen