Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
toverlicht
TOVERLICHT
bij werk van Claire Vanden Abeele
Op de schommel van onzekerheid
groeit twijfel. In de schaduw van vogels
zweef ik naar het onbekende
mijn huid schrompelt van pijn
bij het zien van zoveel onrecht
geuren verdampen rondom bloemen
als de zon de dag tooit
wie is genezer van onbegrip?
wie is heler bij ontroering?
strooi met gulle hand bloesems
in de lente, zodat elke bruidegom
zijn bruid welkom heet in innige
omhelzing en wij onze breekbaarheid
kunnen verbergen onder een tover van licht.
Edith OEYEN
Dit landschap draagt


DIT LANDSCHAP DRAAGT
Bij werk van Jos Vanden Eynde
Dit landschap draagt tekens van pijn
bomen buigen als schaduw valt
het zijn eenzame bossen
zonder wandelaars,
zij roepen op zuurstof
dragen vergankelijkheid in zich
wij zoeken koortsig naar verbondenheid
ontdekken ijsvelden van onbegrip
bedelen om mildheid in ons bestaan
als opgejaagd wild
klemmen wij onze klauwen
in wat nog rest
en hopen op stilte
want stilte is de slaap van sneeuw.
Edith Oeyen
Bos vruchten
Bosvruchten
Ze staan zo weelderig te wachten op zon
verscholen tussen groen mos en
kreupelhout zoeken zij naar warmte van zomer
een blauwe bosanemoon vertelt over de bosbessen
zo paars als het kleed van de dood
bramen rood als lippen willen smelten in mijn mond
en op een hoge eikenboom hangt
een eikel verlangend naar de wind
kastanjes schudden zich onder een dreigende lucht
en ik die alles gadesla
ben verwonderd om zoveel natuur
elke maand toont weer wat anders
Edith Oeyen
Vorige maand


Vorige maand nog was ik in het buitenland
nomaden keken mij wantrouwig aan
hun tronie was onherkenbaar bruin getaand
door het felle zonlicht
hoe ik ook keek het was vis zoeken
op de schouw, een diagnose stellen
van iets dat onontrafelbaar was
niets begrijpend werden
mijn tranen regendruppels
zij werden verzilverd door de tijd
en bloeien nu vandaag
als rozen in mijn vaders tuin.
Edith Oeyen
Wie zijn wij

Avond te brussel
AVOND TE BRUSSEL
Er was
verwondering aanwezig
woorden gevleugeld
kregen betekenis in tijd
ontkleed tot op het bot
werd liefde meer
dan wat men denkt
dat het moet zijn.
Luisteren naar verzwegen zinnen
was perspectieven openen
van klank en kleur
was snaren van violen breken
en water dragen naar de zee.
De stad toonde duizend lichten
gaf eenzaamheid zijn naam.
Edith Oeyen
Dit zonderling geheim


Dit zonderling geheim
ontplooide in het morgenlicht
liggend op zacht mos
in vreemd verlangen gehuld
vond zij het wonder
dat de naam liefde draagt
zijn glimlach was
een vurig lied
dat eenzaamheid verdrijven deed
beiden schrijden ze nu naast elkaar
ontkleden wind en bomen
hebben samen dromen
zetten zich bij de rivier
in het kantelend avondrood
dit zonderling geheim
liet hen zwijgzaam
drinken van elkaars verlangen
liefde heeft een naam.
Edith Oeyen
Hert
HERT
Vertwijfeld en met angstige blik
vlucht het tussen de bomen,
rent naar de struiken en
verbergt zich uit wanhoop
voor de dood
plots kijkt het jager
recht in de ogen,
met trage vleugelslag misleiden
rode vlinders de kogel
het hert ademt weer vrij
huppelt in het gras
met een onbedwingbaar verlangen
zoekt hij zijn gezellen
tussen braamstruiken en ademt
weer de geur van groen.
Edith Oeyen
Gisteren droomde ik van blauwe wolken
van zon en rust
de realiteit was verweg
een waas van onbevangenheid
omgaf mij
ik danste in een blauwe zaal
waar tegels gouden randen hadden
hoorde zingen in de verte
en blijheid veroverde mijn hart
ik genoot van zoveel vrijheid
zoveel rust was me nooit gegund
de tover werd verbroken
de deurbel klonk scherp
ik opende mijn ogen en vroeg
wie ik was.
Edith Oeyen
De sterren vertellen

DE STERREN VERTELLEN
Ze draagt de pijn van jaren in zich
het verlies van zoveel is ondraaglijk hard
realiteit noemt men het
soms als de zon schijnt lacht ze even
want dan straalt haar warme huid
dan streelt de wind haar haren
soms kijkt zij uren in de nacht
de donkere lucht beangstigt haar
even een glimlach dan
want de sterren vertellen
dat de nacht zo donker is
als men hem wil zien.
Zij draagt de pijn van jaren in zich
eelt op haar ziel heeft haar gehard
ze kan het leven aan.
Edith Oeyen
Weeral is een tijd


Weeral is een tijd voorbij
van zon en wind en regen
bloedwarme dagen vergezelden ons
heimweepijn bewoont ons hart
nu dagen veel licht verliezen
weldra groeien weer
kristallen bloemen op het raam
staat het riet roerloos bij de vijver
en nu wij weer die glimlach zien
van vrienden rondom ons
lijkt het alsof wij
een wonderbaar fluisteren
door onze aderen horen vloeien
in de schemer van het najaar
slaan wij onze vleugels uit
bij een vleugje poëzie.
Edith Oeyen
GROOTMOEDER


Zij IV
Zij was de liefste vrouw
die ik ooit kende
maar droefheid woonde in haar ogen
onbewogen soms staarde ze me aan
een traan welde in me op
en toen ik haar oude dagen zag
wist ik dat ook mijn jeugd voorgoed voorbij was,
dat een boterham met suiker
nooit meer zo zou smaken
als aan de oude houten tafel
waar mijn grootmoeder brood sneed,
waar zij koffie schonk in een gebroken tas
zij ken de geen weelde
wel liefde die zij aan ons doorgaf.
Nu nog ruik ik haar geur
als zij in mijn denken woont.
Edith Oeyen
LOPEND OVER KERKHOFPADEN

Lopend over de kerkhofpaden
werd mijn stilte doorbroken,
mijn stap stopte
ik luisterde naar jeugdige stemmen,
in hun fluistering vertelde zij:
over een droom van geluk
over hun zweven op witte wolken
over het volgen van elke aardse beweging
over het zijn van engelenvleugels
en het wegdragen van pijn
naar de overkant
zij vroegen mij
bewaar elke zachtheid
die je bewoont
wees niet droef om ons
want wij zijn de sleutelbloemen
die bloeien in de lente,
ieder jaar weer.
Bij het lezen van hun namen
ontdekte ik de onschuld van kinderen
ook de zachte aarde die hen toedekte,
een warme gloed doorstroomde mijn lichaam.
Mijn tranen
werden parels
opgenomen door de eeuwigheid.
Edith Oeyen
MEISJE
MEISJE
Ze overschouwt de verte
haar dromen liggen verborgen
in een ochtend achter de heuvels
ze weert de obstakels
en wil dansen als een ballerina
in het licht
vervuld van ritme
schudt ze de onzekerheid
uit haar lijf.
Ze ademt jeugd
en wil beminnen in de toekomst
dan wordt de donkere jurk
een witte sluier van liefde.
Edith Oeyen
TROOST


TROOST
Ze lijkt de wildebras van elke party
haar haren sluiks en ogen op feest
maar als ze eenzaam thuiskomt
groeit de pijn
ook het verlangen getroost te worden,
enkel het kind
herinnert haar
aan de duim die
verdriet verzachten deed
verleiding denken velen
zij vult de regels in.
Edith Oeyen

Nu ik achterblijf in stilte
schrijf ik jouw naam roestbruin
ergens doolt de zon verloren.
Kilte maakt mijn leven oud
en kleuren somberder dan ooit.
Kaalheid van de bomen
toont ook mijn herfst.
Edith Oeyen

Laat me slapen


Laat me slapen in een onbezonnen tijd
waar kind zijn vreugde brengt,
en ieder blijheid beleeft
aan zijn dromen die ongerept de dag ingaan,
laat me slapen als het jonge gras
weer groen kleurt,
en de eerste krokus paars de weide tooit
als de zon zacht priemt
en lacht om de laatste rillingen
die over mijn rug heen lopen.
Laat me slapen tot moeheid
verleden tijd is geworden.
Edith Oeyen
VLINDERS

En al de vlinders om haar hoofd dansen,
met zwierige vleugels betoveren ze
de blauwe lucht,
ze fladderen vrij en onbezonnen
zij denkt haar jeugdig jong
wil meevliegen in vrijheid
genieten van zoveel zon,
zij voelt blijheid in haar hart
en weet geluk is soms
een straaltje warmte op
je huid.
Edith Oeyen
Zingende golven


ZINGENDE GOLVEN
Het strand lijkt
van gouden weemoed vervuld
als de wind zijn lied fluit
wij staren roerloos
over zingende golven,
luisteren naar verloren stemmen
voelen de zachte schemer
als warme gloed
als een witte ridder
prijkt de ivoren maan
in dit avondblauw
zij geeft ons de adem
en de droom voor morgen.
Edith Oeyen

