GROOTMOEDER


Zij IV
Zij was de liefste vrouw
die ik ooit kende
maar droefheid woonde in haar ogen
onbewogen soms staarde ze me aan
een traan welde in me op
en toen ik haar oude dagen zag
wist ik dat ook mijn jeugd voorgoed voorbij was,
dat een boterham met suiker
nooit meer zo zou smaken
als aan de oude houten tafel
waar mijn grootmoeder brood sneed,
waar zij koffie schonk in een gebroken tas
zij ken de geen weelde
wel liefde die zij aan ons doorgaf.
Nu nog ruik ik haar geur
als zij in mijn denken woont.
Edith Oeyen















