Wies Pee (1911 - 1990)


Wies (Aloïs) Pee werd op 13 juli 1911 geboren in Dendermonde.
Hij was naast componist ook leraar, dirigent, organist en muziekwetenschapper.
Op 2 mei 1990 overleed hij in Antwerpen na een leven vol inzet voor schoonheid ter ere van Vlaanderen en Christus (AVV-VVK).
Opleiding
Na een basisopleiding muziek en viool aan de stedelijke academie van Dendermonde studeerde hij aan het Lemmensinstituut in Mechelen. Daar had hij o.a. Mgr. Jules Van Nuffel, die hem in de Lemmensschool te Mechelen aanvaardde, met de verklaring dat goede violisten gewoonlijk ook goede organisten werden, als leraar naast Flor Peeters, Marinus De Jong en Mgr. Jules Vyverman. In 1935 behaalde hij er zijn laureaatsdiploma.
Vervolgens studeerde hij musicologie aan de Rijksuniversiteit Gent bij Floris Van Der Mueren (1939) en volgde hij privélessen compositie bij Lodewijk Mortelmans en Paul Gilson. Tussendoor behaalde hij het diploma van muziekleraar van de tweede graad (1936).
Als student zette Pee zich in voor het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond in Oost-Vlaanderen. Hij voelde zich als Vlaams-nationalist en Dietser aanvankelijk, tot in 1934, thuis in het Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen (Verdinaso).
Professionele loopbaan
Als oefeninstrument beschikte Wies Pee over het minderwaardig orgel van de paters Benedictijnen in Dendermonde en eigenlijk had hij ook niet de ambitie om zich als koster-organist te ontplooien. Van Nuffel stuurde hem dan naar Ierland waar hem een plaats als organist werd beloofd. Dat avontuur liep echter slecht af omdat de nationalistische Ieren geen ‘buitenstaander’ duldden en hem dus niet wilden benoemen.
Dankzij Gaston Feremans kon hij aan de slag als muziekleraar in het Atheneum van Gent. Ook in Blankenberge en Antwerpen gaf Wies Pee muzieklessen. Hij gaf tevens les aan de muziekacademie in Dendermonde.
Van 1937 tot 1939 was hij koor- en orkestleider in opdracht van het Willemsfonds.
In 1943, volle oorlogsperiode, kreeg hij een officiële opdracht voor een studie van volksliederen in Duitsland.
Die reis naar Duitsland en zijn vlaamsgezinde activiteiten deed hem na de bevrijding 17 maanden in hechtenis belanden. In dat kamp schreef hij o.a. zijn bekendste lied ‘Jeugd in het gelid’ en de ‘Mis van deemoed’ voor 4 gelijke stemmen a capella. Hij leidde er een kampkoor.
Door tussenkomst van zijn oud-leraar Jules Van Nuffel werd Wies Pee in 1947 organist van de Sint-Pieterskerk in Leuven. In diezelfde stad leidde hij het studentenkoor ‘De Kegelaar’ en de ‘Bachvereniging’ waarmee hij zelfs in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten optrad. Hij lanceerde te Leuven de Mattheuspassion van Schütz. Daarnaast gaf hij privélessen en pianolessen in het Sint-Pieterscollege en het Sint-Jozefsseminarie.
In 1952 verliet hij Leuven om in Antwerpen het orgel van de Sint-Amanduskerk te bespelen. Daarnaast was hij docent muziekpedagogie aan de Sociale Scholen in Heverlee, docent aan het Sint-Thomasinstituut in Brussel en aan de Normaalschool in Alsemberg.
Voor het Algemeen Nederlands Zangverbond (ANZ) gaf hij cursussen voor zangleraars en koorleiders en organiseerde hij zangavonden. Hij was een overtuigd verdediger van ‘volksopvoeding-door-het-lied’.
In het ANZ-tijdschrift Harop publiceerde hij bijdragen over componisten en muziekinstrumenten en pedagogische artikels zoals bijvoorbeeld een methode om liederen aan te leren aan de hand van ‘Wij zijn bereid’ van Jef Tinel.
Opmerkelijk hierbij is dat die methode gebaseerd is op het ritmisch gevoel dat alle mensen is aangeboren.
Zijn pedagogische vakkennis komt heel sterk tot uiting in zijn ‘Volledig Theorieboek voor het Muziekonderricht’ waarover muziekinspecteur Emiel Hullebroeck verklaarde dat dit het meest volledige werk was in het Nederlands.
Pee behoorde tot de eerste naoorlogse dirigenten van de Vlaams Nationale Zangfeesten. Hij dirigeerde tevens op de Dag van het Vlaamse Lied en de Europeade en speelde orgel op de IJzerbedevaart.
Samen met Preud'homme en Jan Brouns meende hij dat het ANZ zijn eigen liederen verwaarloosde ten voordele van het oude volkslied en de kleinkunst. In 1967 weigerde hij nog langer te dirigeren op het zangfeest. Toch zou hij jaren later net als Preud’homme terugkeren. Op het 52ste Vlaams Nationaal Zangfeest werd hij als 75-jarige eredirigent gehuldigd.
Ook tegen de ‘psalmziekte’ fulmineerde hij hevig. Hij zette zich af tegen de ‘minderwaardige en wansmakelijke’ muziek die gecomponeerd werd naar aanleiding van de vernieuwing van de liturgie en de invoering van de volkstaal.
Componist
Tijdens zijn collegejaren in Dendermonde waagde Wies Pee zich aan zijn eerste composities en schreef hij een drama in Vondeliaanse verzen.
Zijn opvattingen over nationale muziek leunden aan bij Peter Benoit. Hij behoorde tot de generatie volksgerichte liedcomponisten (Jef Tinel en Armand Preud'homme), die onder impuls van Willem De Meyer de fakkel van Emiel Hullebroeck en Remi Ghesquière hadden overgenomen. Hij componeerde onder meer strijdliederen (vb. ‘Jeugd in het gelid’, ‘Jeugd van Vlaanderen’ en ‘Gebed voor de slag’), religieuze liederen (vb. ‘Gij badt op enen berg alleen’ en ‘Kerstliedje’), 3 missen, een ‘Lutgardisoratorium’ voor koor, orkest en solisten, pianostukken en een kindercantate. Voor gemengd koor componeerde hij ‘ O man van smarten’. Hij schreef daarnaast ook talrijke arrangementen voor koperensemble.
Hij schreef daarenboven ook theoretische boeken zoals 'Een weinig gekend bundeltje orgelwerkjes van Jef van Hoof', in ‘Jef van Hoof. Een bundel studies en schetsen verzameld naar aanleiding van zijn aanstaande vijf en zestigste verjaardag, 1950’ naast zijn reeds geciteerde artikels in het ANZ-tijdschrift Harop en zijn handboek ‘Volledig theorieboek voor muziekonderricht’ uit 1944.
Te beluisteren
Helaas vinden we geen opnames van composities van Wies Pee terug.
Op YouTube staat er alleen een melodieweergave van ‘Jeugd in het gelid’.











