Staf Nees 120 jaar geleden geboren


De Mechelse beiaardier, organist, dirigent, leraar en componist Staf Nees werd geboren op 2 december 1901. Hij overleed plotseling in zijn geboortestad op 25 januari 1965.
Vooral als beiaardier verwierf hij internationale faam. Hij maakte school en beïnvloedde de hele wereld vanuit zijn beiaardschool. Maar ook in Vlaanderen was zijn veelzijdige rol en invloed niet te onderschatten. Zo werd hij in 1953 voorzitter van ‘Het Madrigaal’, de federatie voor Vlaamse katholieke koren, vandaag een onderdeel van Koor en Stem.
Opleiding
Als thuishaven van het Lemmensinstituut was Mechelen een echte orgelstad.
In de Sint-Romboutskathedraal galmden daarbovenuit de tonen van het magistrale koor en uit de toren beierden klokkenklanken over heel de stad. In deze stad en in het stedelijk conservatorium werkten niet de minsten: Edgar Tinel, August De Boeck, Godfried Devreese, Mgr. Jules Van Nuffel en Jef Denyn.
Geen wonder dus dat Staf (Gustave) Nees als kind al werd aangetrokken door de muziek. Hij volgde les aan het Mechelse muziekconservatorium (hoorn en solozang) en aan het Lemmensinstituut bij Jules Van Nuffel, Oscar Depuydt en Lodewijk Mortelmans.
In 1922 behaalde hij met grote onderscheiding de Prijs Lemmens-Tinel.
Intussen was hij in 1919 ook gestart met een beiaardopleiding bij Jef Denyn. Daar behaalde hij In 1924 het einddiploma met grote onderscheiding
Professionele loopbaan
Meteen na zijn studies werd hij aangesteld als organist van de Hanswijkkerk en kreeg hij de leiding van het koor en het orkest van de Koninklijke Kunstkring Edgar Tinel. Met deze muziekvereniging voerde hij muziek uit van de barok tot Stravinsky, maar vooral werken van zijn Vlaamse collega's.
Hij werd tevens leraar aan de pas opgerichte beiaardschool, toen gehuisvest aan de Wolmarkt.
In 1926 werd Nees benoemd tot Mechels hulpbeiaardier. In die functie verving hij steeds meer Denyn tijdens diens buitenlandse concertreizen. Het was dan ook vanzelfsprekend dat Nees in 1932 de officiële Mechelse stadsbeiaardier werd en in 1944 directeur werd van de Beiaardschool. Onder zijn directeurschap verwierf de beiaardschool het predicaat Koninklijk en verkreeg ze de oefenbeiaard in het torentje van Hof van Busleyden
In deze school leidde hij samen met Jef Van Hoof verscheidene generaties binnen- en buitenlandse beiaardiers op en stichtte hij in 1946 de Internationale Compositiewedstrijd voor beiaard waardoor hij de beiaard tot ver buiten de grenzen promootte.
Hij werd een veelgevraagd jurylid en adviseur in restauratiedossiers en gaf veel beiaardconcerten, ook in het buitenland zoals in Engeland, Denemarken, Duitsland, Canada en de VS. Tijdens die concerten speelde hij vaak bewerkingen van Oud-Nederlandse liederen.
Daarnaast doceerde hij In het Lemmensinstituut harmonie en koraal.
Componist
Baanbrekend werk verrichte Nees met zijn beiaardmuziek: een dertigtal specifieke beiaardcomposities en een duizendtal bewerkingen, harmonisaties en arrangementen van allerhande vocale en instrumentale werken uit de wereldliteratuur. Daarbij zijn een honderdtal Oud-Nederlandse liederen, 200 Vlaamse liederen uit de 19de en 20ste eeuw, 250 liederen ontleend aan alle mogelijke nationaliteiten en verder werken ontleend aan de muziekliteratuur van alle tijden. Hij schreef o.a. ‘8 Preludes’, ‘4 Fantasia's’, ‘4 Dansen’ en ‘3 Variaties’, ‘Toccata, Lied en Fuga’ op Daar staat een clooster in Oostenrijk, ‘Introductie, Lied en Fuga’ over Ghequetst ben ic van binnen en ‘Rhythmendans’. Hij maakte heel wat transcripties van werken van o.a. De Fesch, Van den Gheyn en Fiocco.
Om de beiaard een nieuw aanzien te geven, koos Staf Nees voor een repertoire dat aanleunde bij de traditionele vormen en genres van de toonaangevende instrumenten. Het preludium, de toccata, de fugetta en de fantasia maken deel uit van de orgelmuziek. Naar het pianorepertorium verwijzen titels als Intermezzo, Studie, Rondo, Variaties, Lied zonder woorden, Aubade en Improvisatie. Hierbij leunen ook genrestukjes aan als: Weemoed, Feestklokken en Klacht en Troost over Jef Denyn. De Serenade en de Suite verwijzen naar de wereld van de orkestmuziek.
Van in het begin ontwikkelde Staf Nees een eigen beiaardstijl, schatplichtig aan zijn voorganger en voorbeeld Jef Denyn.
Als leerling van de romanticus Lodewijk Mortelmans ontwikkelde Nees deze Vlaams romantische stijl tot een eigen lyrische stijl, steeds gedomineerd door grote spanningsbogen.
Voor orgel schreef hij slechts enkele kleinere stukjes, vooral voor liturgisch gebruik: Communio 'O Filii et Filiae' en ‘Veni Sancte Spiritus’.
Bekommerd om de kwaliteit van de uitvoering van het Gregoriaans componeerde hij orgelbegeleidingen bij het Graduale, gebundeld in Nova Organi - Harmonia ad Graduale, een publicatie uit 1942 die meteen een grote verspreiding kende.
Voor piano componeerde hij slechts een viertal kleinere werkjes. Drie ervan dateren uit zijn studietijd.
Een buitenbeentje is de ‘Dans’ voor 8 gitaren, geschreven voor de Cavalcade van de Hanswijk-Jubelfeesten in 1963.
In de Vlaamse romantische traditie, krachtig en Vlaams, componeerde hij veel koorwerken, missen, motetten, liederen en oratoria.
Samen met Mgr. Jules Van Nuffel, Flor Peeters, Marinus De Jong, Gaston Feremans en Mgr. Jules Vyverman vormde Staf Nees de zogenaamde Mechelse school. Hun stijl werd sterk beïnvloed door het Gregoriaans. Volledig in de geest van het Motu proprio streefde men naar een polyfone muziek die een religieuze sfeer ademde.
Hij componeerde een zestigtal motetten voor verschillende bezettingen: solostem of koor, gemengde of gelijke stemmen, a capella of met obligate orgelpartij. Teksten als het Tantum ergo of O salutaris hostia zette hij zelfs meerdere keren op muziek.
Daarnaast componeerde hij zes missen o.a. de ‘Missa in honorem B. Mariae Virginis’, een mis voor twee ongelijke stemmen en orgel ter ere van O.L.V. van Hanswijk, een ‘Sint-Romboutsmis’ voor 5 stemmen waarvan de creatie de laatste uitvoering was die Mgr. Van Nuffel heeft gedirigeerd heeft en de ‘Missa Te Deum’ uit 1960 voor gemengd koor en orgel. In deze laatste etaleerde Nees op meesterlijke wijze zijn beheersing van de contrapuntische technieken. Zoon Vic beweerde zelfs trots dat zijn vader af en toe eens over de schouder van zijn zoon gegluurd had en zo enkele modernere trekjes in deze muziek gestoken had.
Koorleider Staf Nees schreef een aantal schitterende koorwerken waaronder ‘Musica’ op tekst van Lambrecht Lambrechts uit 1932 voor zesstemmig gemengd koor. Andere koorwerken zijn onder meer ‘Feestcanon’ en de canon ‘Heil het Madrigaal’, beiden uit 1961.
Ook het liedgenre boeide Staf Nees. Net zoals Van Hoof, dankte hij aan de publicatie van liederen zijn eerste faam als componist. Een aantal van deze liederen zoals ‘Primula veris’ op tekst van Willem Gijssels of ‘Kindje’ op tekst van Alice Nahon, werd onmiddellijk gepubliceerd in de reeks Het Vlaamsche Lied van de Standaard Uitgeverij.
Aansluitend componeerde hij ook liederen op religieuze teksten. Hoogtepunten zijn onder meer ‘De zonne alreede is opgestaan’ voor zangstem en klavier op tekst van Guido Gezelle en ‘Gebed’ op tekst van P. Van Crombruggen, geschreven voor hoge stem en strijkers.
Veel religieuze liederen werden echter geschreven als gelegenheidsmuziek en kunnen ons door de vaak al te gedateerde teksten helaas nauwelijks nog bekoren.
Met zijn kunstkring voerde Staf Nees grote oratoria uit. Zo kon hij zijn eigen oratoria: ‘Simon Petrus’ (1935) en ‘Maria’ (1938) en cantates zoals ‘Het kerstwonder’ (1925), ‘Jubelcantate’ (1926) en ‘Te Deum’ (1938) laten horen.
Zijn composities getuigen van een typisch Vlaams expressief lyrisme waartoe Tinel en Mortelmans de aanzet gaven en dat we ook terugvinden bij Ryelandt, Peeters, Van Nuffel, Vyverman e.a.
Erkenning
In 1958 kreeg hij de Harriet Cohen International Music Award voor zijn werk als concertbeiaardier in Engeland.
Nees was onder zijn collega beiaardiers één der weinige professioneel gevormde muzikanten, wat hem meteen op een voetstukje plaatste. Als tweede directeur van de Beiaardschool, stond hij ook in voor de verdere verspreiding van het gedachtegoed van Denyn. Alle ogen zijn in Mechelen nog steeds op hem gericht. Vanuit dit perspectief gezien is Nees de incarnatie van de ideale beiaardier. De portretten van Alfred Ost illustreren dit ten overvloede.
Staf Nees werd geconfronteerd met het ontbreken van een geëigende romantische schrijftechniek voor de beiaard en verrichtte baanbrekend werk en legde de basis voor een op de beiaard toegespitste componeerwijze.
Die eigen methode en principes introduceerde hij bij vrienden en collega's zoals Gaston Feremans, Arthur Meulemans, Jef Rottiers, Jos Lerinckx en vele studenten aan de Mechelse Beiaardschool.
Hij was geen baanbreker, geen stijlvernieuwer maar legde het fundament van de beiaardcultuur in de voorbije eeuw. Zijn creativiteit bepaalt nog steeds in grote mate hoe de beiaard over onze steden klinkt.
Het oratorium ‘Het bronzen hart’ van Gaston Feremans, dat een lofzang is op de Sint-Romboutstoren en zijn beiaard, is aan Staf Nees opgedragen.
Te beluisteren
Oude plaatopnames geven een beeld van Staf Nees als beiaardier en beiaardcomponist.
‘Nees & Nees’ is een cd met werken van vader Staf en zoon Vic door het Brussels kathedraalkoor o.l.v. Kurt Bikkembergs.
Op een andere cd van het Brussels kathedraalkoor zijn 6 gemakkelijke Latijnse gezangen te beluisteren.
En natuurlijk is er staf nees - YouTube .










