Robert Herberigs


Schilder, auteur, wijnbouwer, zanger en componist… hij was het allemaal.
Geboren in Gent op 18 juni 1886 en in Oudenaarde overleden op 20 september 1974 leidde hij een lang en rijk gevuld leven gewijd aan de kunst en de natuur. ‘Een enig fenomeen in het Vlaamse cultuurleven’, zo beschreef August Corbet hem.
Opleiding
Robertus Henricus Maria Joseph Herberigs liep school in het Gentse (elitaire) jezuïetencollege Sint-Barbara met de bedoeling rechtenstudies te doen.
Maar het draaide anders uit.
Vader Herberigs was amateur fluitist en voorzitter van de Koninklijke Harmonie Sint Cecilia. Twee zussen van Robert speelden piano en Robert speelde eerst viool en daarna ook klarinet. Als klarinettist in de harmonie waagde hij zich al vlug aan enkele composities.
Met de goedkeuring van zijn ouders trok Robert naar het Gentse conservatorium. Hij volgde er zang, piano en viool en op achttienjarige leeftijd behaalde hij reeds eerste prijzen notenleer (bij Léon Van der Haeghen) en zang (bij Oscar Roels).
Met het oog op het behalen van de Romeprijs volgde Herberigs privélessen compositie bij de bekende muziekpedagoog Leo Moeremans samen met o.a. de componisten Georges D’Hoedt en Jef Tinel en de violist-dirigent Désiré Defauw.
In 1909 won Herberigs als jongste componist ooit de ‘Prix de Rome’ met zijn cantate De legende van Sint Hubertus.
Met de beurs aan deze prijs verbonden reisde Herberigs drie jaar in Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Italië.
Professionele loopbaan
Bij de creatie van zijn cantate zong Herberigs zelf de titelrol. Maar hij had intussen al zijn strepen als bas-baritonsolist verdiend (1908-1909) aan de Koninklijke Vlaamse Opera in Antwerpen met glansrollen als Reinaert de Vos in de creatie van August De Boecks gelijknamige opera, De Evangelieman van Kienzl en de titelrol van Heinrich Zöllers opera Faust.
Van 1951 tot 1953 was hij directeur van diezelfde Koninklijke Vlaamse Opera te Antwerpen.
Voor het overige verdeelde hij sinds 1925 zijn tijd tussen zijn woonplaatsen in Oudenaarde en Bourg-Saint-Andéol in de Ardèche waar hij een vruchtbare abrikozenplantage uitbaatte op het landgoed Château Rochecolombe waar zijn nageslacht nu wijn verbouwt.
Naast het componeren schreef hij enkele toneelstukken en een tiental volkse en historische romans, o.a. Pasterke Candeels en Het wolvenhof en schilderde hij honderden landschappen, marines en abstracten.
Componist
Het oeuvre van Herberigs is zeer gevarieerd en gaat van kunstliederen, pianomuziek, koorwerken, kamermuziek tot filmmuziek, muziek voor koperblazers, orkestwerken, concerti, opera’s en een groots openluchtspel.
Ook zijn stijl maakte verschillende evoluties door gaande van laat-romantiek, impressionisme over neoclasicisme tot tonaalvrije en dan weer zeer klassieke harmonieën.
In 1912 componeerde hij een van zijn bekendste werken: het symfonisch gedicht voor hoorn en orkest naar het verhaal van Cyrano de Bergerac. Een jeugdig en fris klinkende compositie, schalks, opgewekt en laat-romantisch.
Andere symfonische werken zijn Nachtelijke Wapenschouw, De vrolijke vrouwtjes van Windsor, Sinfonia Breve, Ode aan de muzen, De vier jaargetijden naar Brueghel, Hiawatha, Vier odes aan Botticelli, Hamlet, Antonius en Cleopatra en pianoconcerti. Dit zijn zeer sprekende en plastische werken die vaak een duidelijke band met de schilderkunst en literatuur weerspiegelen. De orkestraties zijn nu eens stoer en krachtig met fauvistische contrasten en een sterke motoriek. Andere orkestwerken zijn dan echter heel week en freel. Zo zijn de Schetsen en Impromptu’s veel serener, soberder en bedaarder dan de eerder geciteerde werken. Ze kaderen in een neo-classicistische stijl net zoals zijn sonates voor viool en klarinet.
Naast de laat-romantische invloed treffen we in Herberigs’ composities ook sporen van het Franse impressionisme. Vooral dan in zijn pianowerken: Trois ballades, Pièces brèves, Poèmes elégiaques en de suites A la fontaine bellerie en Ariane. Ook hier weer is er de link met de literatuur van o.a. Ronsard, Baudelaire, Mallarmé en Musset. De partituren vertonen een druk notenbeeld dat vaak over drie notenbalken uitgeschreven is.
In diezelfde sfeer kadert de liedcyclus La chanson d'Eve op gedichten van Charles Van Lerberghe.
Naast zijn Verlaineliederen componeerde Herberigs een groot aantal liederen op teksten van Guido Gezelle.
Herberigs vertrok voor een lied steeds vanuit de tekst. Tekst en muziek moeten volgens hem een monoliet vormen. De muziek moet het ritme en de sfeer van de tekst volgen en uitbeelden.
In de tweede helft van de jaren twintig schreef Herberigs vooral religieuze muziek, vaak opgedragen aan Mgr. Jules Van Nuffel en zijn Sint-Romboutskoor: 9 missen, antifonen, communiones, motetten, geestelijke liederen. Heel bekend werd zijn koorwerk Van Jezus en Sint – Janneke.
De opera Le mariage de Rosine werd in 1925 in de Gentse opera gecreëerd. Eerder schreef hij al de opera L’ amour médecin.
Bij het brede publiek werd Herberigs het meest bekend dankzij zijn muziek voor het openluchtspel Het Lam Gods in Gent in 1949. Het is een groots en indrukwekkend epos voor gemengd koor, kinderkoor, orkest, orgel en solisten. Het 3 uur durend werk behandelt de verschillende scènes van het gelijknamige schilderij van de gebroeders Van Eyck. Dit werk past in de traditie van de openluchtspelen van Alfons Moortgat (Mariaspel; Arnoldusspel), Arthur Meulemans (Heilig Bloedprocessie), Jef Tinel (Arnoldusspel; Fra Angelico) en anderen.
In september 1974, twee weken voor het overlijden van de componist, werden fragmenten van dit oratorium in de Gentse kathedraal uitgevoerd onder leiding van Léonce Gras. Herberigs was bij de uitvoering nog zelf aanwezig.
Erkenning
Een eerste erkenning van Herberigs’ kwaliteiten als componist was uiteraard de Romeprijs in 1909.
Hij was voorzitter van de auditiecommissie van het toenmalige NIR (vandaag VRT) en lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten.
Zijn vitale, solide en plastisch georkestreerde werken werden bijna allemaal gecreëerd door het NIR-orkest o.l.v. Daniël Sternefeld.
In 1963 ontving hij voor zijn hele oeuvre de Peter Benoitprijs.
Nog in 1963 werd Herberigs gelauwerd met de prijs van de Lodewijk Mortelmans-Stichting Noordstarfonds voor een bundel van 6 Gezelleliederen. Ze verschenen op LP in een luxe-editie waarin ook een gesproken opname zat van de componist zelf met enkele richtlijnen bij het componeren van liederen.
Ter gelegenheid van zijn dertig jaar overlijden in 2004 werd in het najaar een reeks concerten gepland gecombineerd met een tentoonstelling en een cd-uitgave
In 2008 werd een project goedgekeurd tot inrichting van een Herberigsmuseum in het gemeentelijk domein De Ghellinck te Elsegem, deelgemeente van Wortegem-Petegem. Het plan werd echter niet gerealiseerd.
Herberigs werd wel benoemd tot ereburger van Oudenaarde en in 2014 verscheen er een biografie over hem geschreven door Marcel Lequeux.
Te beluisteren
In het rijke VRT-archief is heel wat muziek van Herberigs bewaard.
Op LP en cd is heel wat van zijn muziek verschenen. (Zoeken | Databank | Kunstenpunt)
En natuurlijk heeft ook YouTube een aanbod van Herberigsmuziek.
















