Naar de inhoud

Peter Leys

Vlaamse polyfonisten in Sinaai

Onder deze titel verzorgde het vocaal ensemble Polyfoon op zaterdag 19 november j.l. een avondvullend programma in de Catharinakerk van Sinaai.

Het plaatselijke comité van het Edgar Tinelmuseum organiseerde naar jaarlijkse gewoonte een concert waarin diverse ensembles of solisten een interessant programma brengen. Edgar Tinel is uiteraard steeds op een of andere manier bij dat evenement betrokken.

Dit jaar was het dan de beurt aan het ensemble Polyfoon onder leiding van Lieven Deroo.

Dit ad-hoc-ensemble ontstond in 1999 en heeft zijn thuisbasis in Temse.

Een typisch  kenmerk van deze koorgroep is dat zij muziek van de Vlaamse Polyfonisten uit de 15de en 16de eeuw confronteren met hedendaagse a capella koormuziek. Hun optreden is telkens zeer thematisch opgebouwd.

Voor dit concert koos de dirigent als ruggengraat het ordinarium van een klassieke misviering aangevuld met religieuze muziek op Latijnse en Nederlandse teksten. We hoorden een Kyrie (Dufay), Gloria (De Ley), Credo (D’Hollander), Sanctus-Benedictus (De Rore) en een Agnus Dei (Lassus) met tussendoor geestelijke koorwerken van Ockeghem, Kristiaan en Maarten Van Ingelgem en vanzelfsprekend Edgar Tinel.

Sommige koorwerken waren 4-stemmig, maar er waren er ook van 5, 6, 8 en zelfs 11 en 12 stemmen. Een staaltje van technisch kunnen van deze componisten om al deze zelfstandige zanglijnen harmonisch en structureel één welluidend geheel te laten vormen!

De avond werd aaneengepraat met leerrijke weetjes en hier en daar een kwinkslag door Koen Uvin.

Zowel dirigent, presentator en verschillende koorleden herkenden we als trouwe Canvaskijker en luisteraar van KLARA.

De hoge kwaliteit van de traditionele polyfonisten kenden we uiteraard. Maar van sommige hedendaagse werken was het voor ons de eerste keer dat we ze konden beluisteren. En het moet gezegd dat deze werken de vergelijking met de oude meesters -mutatis mutandis – flink konden doorstaan. Al horen we bij vader Van Ingelgem en D’Hollander duidelijke stijlinvloeden van Vic Nees, toch klinken hun composities zeer verfrissend, persoonlijk en overtuigend. Hampstead Heath van zoon Van Ingelgem kende zijn Belgische creatie. Een zeer sfeervol werkje met lange melodische lijnen die voor het koor een zware klus zijn qua intonatie en spanning.

Caecilia en Ave Maria van thuisspeler Edgar Tinel zijn typische voorbeelden van zijn melodieuze maar tevens strenge, sobere en klassieke componeerstijl. Het Ave Maria, zonder orgelbegeleiding deze keer, is inderdaad zeer geschikt als a capellastuk.

Het concert vergde heel wat soepele bewegingskracht van de zangers. Nu eens stonden ze in 2 koren opgesteld vooraan en achteraan de kerk. Wanneer ze opgesteld stonden in het midden van de kerk, veranderden de koorleden meermaals onderling van plaats volgens de stembezetting. Als toehoorder zag je nu eens de rug en dan weer de gezichten van dirigent en zangers. Alles ten dienste van de ideale koorklank. Bovendien is het een ervaring om ook eens de mimiek van een dirigent te zien.

Het koor zong enorm gedisciplineerd, toonvast, zuiver, homogeen, stijlvol, zichtbaar enthousiast en met een perfecte dictie. De aanwezige Kristiaan Van Ingelgem en echtgenote genoten zichtbaar van de puike uitvoering van zijn Lofzang op de Schepper op een religieuze, spirituele en bij wijlen humoristische tekst van Cornelis Crul (16de eeuw). Ook Geert D’Hollander kon persoonlijk horen en zien hoe zijn werk eer werd aan gedaan.

Het publiek beloonde het hele optreden terecht met een staande ovatie en dwong zodoende nog een bisnummer van de hand van Geert D’Hollander af.

Comitévoorzitster Nelly Maes verheugde zich na het slotakkoord over de talrijke opkomst van het publiek, feliciteerde organisatoren en uitvoerders, bedankte de sponsors en  het kerkbestuur en nodigde alle aanwezigen uit op een glaasje. Een gesmaakte afsluiter van een hoogstaande muzikale avond met uitsluitend muziek van componisten van Vlaamse herkomst door de eeuwen heen.

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Klankdomein '22

Componist Wilfried Westerlinck is de drijvende kracht achter dit nieuwe project dat muziek van Vlaamse componisten in de schijnwerper wil plaatsen. Het biedt een podium aan jonge uitvoerende artiesten die werk spelen van onze eigen toondichters, oud en jong, overleden of springlevend.
Naast een gevarieerd kleurrijk muziekaanbod is er ook een voordracht geprogrammeerd die een wetenschappelijke situering geeft van de Vlaamse muziek binnen het hele muziekspectrum.
Een boeiend en interessant gegeven, dus.

Zaterdag 8 oktober mochten we het openingsconcert van deze tweedaagse bijwonen.
Een nokvol auditorium van de muziekacademie in Mortsel luisterde aandachtig en genoot.

Het befaamde en jonge Desguinkwartet speelde het knap en technisch virtuoos geschreven maar misschien wat droge Tweede Strijkkwartet van Flor Alpaerts. Voor de meeste toehoorders wellicht een eerste kennismaking met dit werk van een componist die zijn vak meer dan behoorlijk beheerste. 
Hetzelfde ensemble speelde samen met pianist Mathias Coppens  diens Pianokwintet. Een zeer gevarieerde en begeesterende compositie. Coppens is een 30iger van wie we hopelijk nog veel werk zullen mogen beluisteren. Net zoals Ruben De Gheselle. Van hem hoorden we Finite Infinity voor vioolsolo. Een mooi werkje dat zeer fijn werd gespeeld door de knappe en piepjonge violiste Véronique De Raedemaeker.
Iets minder jong, maar nog zeer springlevend en creatief is de Gentse postmodernist Lucien Posman. Le Conte de l' Etude Modeste is een bij wijlen humoristisch en virtuoos pianowerk met een pianist (Bart Meynckens) die tevens vertelt. Enkele knipogen naar De Schilderijententoonstelling van Moussorgski zijn pittig en gevat.
Tussen dit jonge geweld door was er ook ruimte voor meer (laat-)romantische muziek. Sopraan Anne Cambier, aan het klavier sfeervol begeleid door Urbain Boodts, bracht met haar frisse en soepele stem 3 liederen van Ernest Van der Eyken en 4 liederen van Henry-Georges D'Hoedt. Vooral bij deze laatste werden we sterk gegrepen door de heerlijke en rijke pianobegeleidingen.
Alles gehoord hebbende, waren we zeer verwonderd over de veelzijdigheid van het aanbod van muziek en de gedegen uitvoering ervan. De componisten werd alle eer gedaan door de artiesten.

Doctor in de muziekgeschiedenis, David Vergauwen, ging in zijn korte lezing tekeer tegen de stelling dat er onder onze Vlaamse componisten geen echte genieën zouden zijn. Als Duitsland (Wagner, Brahms...), Frankrijk (Berlioz), Engeland (Britten) .... wel muziekgenieën voortbracht, waarom zou uitgerekend Vlaanderen er dan geen kennen? Benoit? Ryelandt? Alpaerts?
Een discussie om te voeren, niet alleen tussen pot en pint...

Dit openingsconcert van de tweedaagse Klankdomein '22 was een fantastisch schot in de roos.
Dergelijke initiatieven verdienen alle lof en kunnen hopelijk een traditie worden.
Positief alvast is dat organisaties zoals het ANZ (Algemeen Nederlands Zangverbond), SABAM for CULTURE, en Cemper mee hun schouders zetten onder dit initiatief. Onze componisten en uitvoerders verdienen dit ruimschoots en ook het publiek kan er alleen maar verwonderd en verrijkt door geraken.

Peter Leys

Reageer op dit bericht

Jef Tinel op beiaard

Op 14 september sloot beiaardierster Els Debevere de concertcyclus van 2022 af in Nieuwpoort.
Ze vertolkte verzoeknummers van de aanwezigen tijdens de vorige concerten.
Zo bracht ze o.a. (nummer 12 in het programma) een beiaardbewerking van 'Ik hoor de klokken', een pianowerkje van Jef TINEL. Heel mooi, stemmig en licht vertolkt.

Reageer op dit bericht

Orgelwerk bewerkt voor strijkorkest

Jef Tinel (1885-1972) componeerde in de jaren '20 het innige 'In stille aanbidding' voor orgel.
Guifrez Levantez (wellicht een schuilnaam voor een ons verder onbekende arrangeur) bewerkte dit orgelstuk voor strijkers.
Het strijkorkest Stringendo o.l.v. Pascale Van Os verzorgde een uitvoering in 2021.
 
Reageer op dit bericht

11 juli

11 juli: hier past een cantate van Peter Benoit: de Rubenscantate of 'Vlaanderens kunstroem'.
Dit is een historische uitvoering o.l.v. Lodewijk De Vocht, dirigent en componist die als kind Peter Benoit nog gekend heeft en zelf een opvolger van Benoit was als directeur van het Antwerpse conservatorium, toen het nog Koninklijk Vlaams was.
Reageer op dit bericht

Jef TINEL 50 jaar overleden

Naar aanleiding van de 50ste verjaardag van het overlijden van componist-organist-dirigent-pedagoog Jef TINEL (11 mei 1885-25 mei 1972) publiceert Klassiek Centraal vandaag op haar website een uitgebreid artikel over deze veelzijdige musicus, neef en leerling van Edgar Tinel (1854-1912).

Toondichter Jef Tinel 50 jaar overleden - Klassiek Centraal (klassiek-centraal.be)

Naar aanleiding van deze 'verjaardag' publiceerde Michael Schopen een opname van Tinels orgelwerk 'Sortie'.

Contrebombarde.com Concert hall

Reageer op dit bericht

Jef Tinel 50 jaar overleden

Op 25 mei is het exact 50 jaar geleden dat Jef Tinel (1885-1972) in Gent overleed

Jef Tinel was een neef van de bekende Vlaamse componist Edgar Tinel (1854-1912).

Jef kreeg zijn eerste lessen harmonie en orgel thuis van zijn vader Oscar Tinel (1852-1913).
Daarna volgde hij de opleiding tot koster - organist in Sint-Niklaas en werd hij laureaat orgel, harmonie, contrapunt en fuga aan het Lemmensinstituut van Mechelen.
Vervolgens studeerde hij compositie bij Leo Moeremans in Gent.
Later behaalde hij ook het diploma van muziekleraar in het middelbaar onderwijs.

Jef Tinel begon en eindigde zijn carrière als organist in Zele, Maldegem, Sint-Amandsberg en Gent.
Hij dirigeerde koren en harmonieorkesten.
Op de IJzerbedevaart en het Vlaams-Nationaal Zangfeest was hij een graag geziene dirigent. Zijn lied 'Wij zijn bereid' werd al vlug een topper in het repertoire van deze manifestaties.
Hij was een tijdje muziekhandelaar in Tielt, muziekleraar en directeur van de muziekschool in Maldegem.

Als componist schreef hij liederen (kunst- én volksliederen), religieuze en profane koormuziek, werken voor orgel en piano, suites en andere stukken voor symfonisch orkest, muziek voor harmonieën en strijkorkest.
Bij toneelwerken van o.a. Jef Crick, Toon de Mindere en Jos Vandenberghe componeerde hij muziek voor koor, soli en orkest.

Jef Tinel componeerde in een laat-romantische toonspraak wars van bombast en experiment.

Een voorbeeld van een kunstlied is 'O kom met mij in de lentenacht' op een tekst van Pol De Mont (1857-1931).

partituur: O kom met mij in de lentenacht (imslp.org)

klankbeeld: Jef TINEL (1885 - 1972): O kom met mij in de lentenacht - YouTube

Info en partituren:


Category:Tinel, Jef - IMSLP


TINEL, Jef (seniorennet.be)

Jef Tinel - Wikipedia

Reageer op dit bericht

Fernand Van Durme

We hebben in de muziek echte families die van generatie op generatie toonaangevende musici afleveren. Uiteraard kennen we de clan Bach, maar ook in Vlaanderen zijn er dergelijke muzikale families gaande van Candael, Mortelmans, Nees, Schroyens, Tinel tot Veremans. Ook de naam van de Wase familie Van Durme klinkt als een klok in de Vlaamse muziekwereld: orgelcomponisten Ferdinand en Oscar, symfonicus Jef en dan ook Fernand.

Fernand Van Durme werd in Eksaarde geboren op 18 april 1914 en overleed in Antwerpen op 13 oktober 1993.

 

Opleiding

Na humaniorastudies in Lokeren en aan het Klein Seminarie in Sint-Niklaas werd  Van Durme laureaat van het Lemmensinstituut in Mechelen na een opleiding bij o.a. Flor Peeters, Marinus De Jong en Mgr. Jules Van Nuffel. Hij volgde daarnaast privélessen bij Karel Candael, Jef Van Hoof en Gaston Feremans.

Aan de Gentse universiteit behaalde hij daarna het licentiaatsdiploma van Kunstgeschiedenis.

 

Muzikale loopbaan

Fernand Van Durme werd in 1933 organist van de O.L. Vrouwkerk in zijn geboortestad in opvolging van zijn vader Prudent. Ook zijn grootvader (Ferdindand) was er organist geweest en die was zelfs de eerste muziekleraar van Edgar Tinel uit Sinaai.

Hij dirigeerde er ook succesvol het befaamde koor Sint-Gregoriusgilde dat o.a. de grote werken van Benoit en Tinel zong.

In 1950 trok hij naar Leopoldstad in de Belgische kolonie Congo als muziekprogrammator van de BRT en dirigent van het kathedraalkoor. Na de onafhankelijkheid werd hij musicus-componist-sonorisator bij de Vlaamse televisie. Daar ontstond zijn hechte vriendschap met Mark Liebrecht (Marcel Oger).

Na 1973 werd in Sint-Niklaas de Orde van de Reynaert geboren en Fernand van Durme werd de eerste Groot-Vos of voorzitter.

Het brede Vlaamse publiek kent Fernand Van Durme als dirigent op IJzerbedevaarten, Vlaams-Nationale Zangfeesten, zeezangfeesten en 11-julivieringen.

 

Componist

Van Durme schreef verschillende volksliederen, o.a. Waasland (op tekst van E.H. J. De Wilde),  De Wase klompenboer en Waaslands Meidansje.

Daarnaast componeerde hij kunstliederen (vb. Melopee  op tekst van Paul Van Ostayen), kamermuziek, werken voor viool en piano, koorwerken (vb. Eens Meien Morgen Vroege) en koorbewerkingen van volksliederen.

Wanneer in mei 1973 te Sint-Niklaas voor de eerste maal een Reynaertspel werd opgevoerd, deed Mark Liebrecht, die de algemene leiding had en de regie voerde, een beroep op Van Durme voor de muziekcollage. Het werd een schitterende realisatie.

 

Te beluisteren

Het mannenkoor Gaudeamus uit Sinaai maakte een cd-opname van de Wase Klompenboer.

Om het uur weerklinkt op de beiaard van Sint-Niklaas ‘Waasland’.

Op YouTube vinden we een opname van het Waaslandlied.

 

Waaslandlied - YouTube

Reageer op dit bericht

Jef Van Hoof

Spokenhof, zwarte jas en hoed, een welige baard, een klein brilletje, brede dirigerende gebaren en een ongekuist taalgebruik… zo wordt Jef Van Hoof vaak voorgesteld.

Men kent hem als componist van stoere strijdliederen en ritmische kopermuziek. 

Minder mensen weten dat deze musicus nog heel wat meer in zijn mars had.

Hij werd in Antwerpen geboren op 8 mei 1886 en overleed er op 24 april 1959.

 

Opleiding

Josephus Bonifacius Emilius Michael Van Hoof was de zoon van de koster-organist van de Sint-Michielskerk in Antwerpen, Frans Van Hoof.

Hij studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen bij Jozef Huybrechts, Paul Gilson, August De Boeck (harmonie), Joseph Callaerts, Arthur De Hovre (orgel), Jozef Bossiers (piano) en Lodewijk Mortelmans (contrapunt en fuga). Hij was een exponent van de Benoit-school. Jefs broer, Emiel, vertelde hoe Jef door het overlijden van Benoit in 1901 tot tranen toe bewogen was. Op die dag zou de vijftienjarige knaap het rotsvast besluit genomen hebben om componist te worden.

 

Professionele loopbaan

In 1916 volgde Van Hoof zijn vader op als titularis van het orgel in de Sint-Michielskerk.

Tijdens WO I koesterde Van Hoof activistische sympathieën en werd na die oorlog veroordeeld. Daarna gaf hij privélessen en organiseerde hij concerten waarbij hij zelf als pianist optrad. Hij was actief als pianist en dirigent van het Antwerps Koperensemble.

Als grote aanhanger van de Vlaamse muziekbeweging in het kielzog van Peter Benoit waren zijn muziekactiviteiten dan ook sterk verbonden met Vlaamsgezinde organisaties zoals het ANV, het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) en de Groeningerwacht, die hij mee oprichtte en waarvan hij het mannenkoor dirigeerde.

Hij was ook medestichter van het Genootschap van Vlaamse Componisten (1922), van de Vlaamse Concerten (1926) en van de Nationale Vlaamse Fanfare (1930).

Hij dirigeerde op IJzerbedevaarten en Guldensporenvieringen en in 1933 was hij naast Willem De Meyer medeoprichter van het Vlaams Nationaal Zangfeest waarvan hij tot 1936 de enige dirigent was. Toen daar ook liederen van andere componisten aan bod kwamen die hun eigen liederen dirigeerden, trok Van Hoof zich terug.

Vanaf 1924 was hij leraar harmonie en compositie aan de Mechelse Beiaardschool en in 1936 werd hij leraar aan het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen waarvan hij in 1942 directeur werd in opvolging van Flor Alpaerts. Zijn tegenkandidaat was Lodewijk De Vocht.

In 1944 werd hij uit zijn ambt ontzet en veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf. Lodewijk De Vocht volgde hem als directeur op.

Na de repressieperiode trad Van Hoof nog een paar maal op als dirigent, onder meer op de Dag van het Vlaamse Lied in 1953 (een kortstondige onsuccesvolle afscheuring van het zangfeest van het ANZ) en op de Vlaamse dag van de Wereldtentoonstelling in 1958.

 

Componist

Jef Van Hoof componeerde vanaf 1903 liederen, religieuze muziek, koorwerken, theatermuziek, piano-, beiaard- en orgelstukken, kamermuziek en symfonische werken (een oeuvre van 280 titels).

Zijn eerste werken waren Vlaamse strijdliederen zoals Groeninge (1909 op tekst van Guido Gezelle. Dit lied is tot vandaag een onbetwiste topper op het Vlaams Nationaal Zangfeest en 11-julivieringen. Emiel Hullebroeck noemde het ‘de Vlaamse Marseillaise’. Van Hoof behaalde er de Prijs van het Algemeen Nederlands Verbond (ANV) mee.

Van zijn liederen – op teksten van o.a. Guido Gezelle, Eugeen van Oye, Raf Verhulst, René De Clercq, Pol De Mont, Alice Nahon, Albrecht Rodenbach, Jan Van Nijlen, Angèle De Bremaeker – vermelden we Aanroepinghe, Daar is maar één land, Goedendag, Psalm, Eed van trouw, Nacht-deun, ’t Is stille, 4 Ritschl-liederen, Nanoen in huis, De vriezeman, De lotusbloem, Lentestemming, Suja, nu Suja, Marialiedeken, Ik heb u lief, ABN-lied….

In de kerkliedbundel ‘Zingt Jubilate’ (nummer 377) is het passielied Aan Uw stam, o Kruis  opgenomen (tekst F. Clinckaert en G. Smet). Een heel eenvoudige, innige en mooie melodie.

Jef Van Hoof verklaarde zelf ‘Het lied is de kleinste der muzikale vormen. De moeilijkste!’ Hij beheerste deze vorm echter uitstekend, geïnspireerd door zijn leraar Lodewijk Mortelmans en de Duitse romantiek. Ook de missie van Benoit om een nationale muziek te schrijven, inspireerde hem.

In zijn liederen overheerst de menselijke stem. De pianobegeleiding heeft een dienende en sfeerscheppende functie. Lange voor-, tussen- of naspelen worden vermeden. De melodie volgt de natuurlijke prosodie.

Door hun gevatheid doen Van Hoofs liederen moderner aan dan die van zijn oudere tijdgenoten.

Behalve in de Vlaamse strijd zocht Van Hoof inspiratie in het religieuze, de natuur, de liefde en het kind.

Zijn religieuze ingesteldheid leidde tot het componeren van verschillende missen: Missa de Deo voor gemengd koor, koper en slagwerk en het Te Deum voor gemengd koor en koperensemble. In deze werken horen we een vinnige ritmiek.

Voorts componeerde hij nog 3 missen (De angelis, De Sanctis en De beata) en een gedialogeerde Volksmis op een Nederlandse tekst van pater Monden.

Elke mis schrijft een verschillende bezetting voor.

Voor liturgisch gebruik leverde hij drie, telkens als Lof betitelde bundels motetten. Vooral het Derde Lof behoort tot de meest treffende kerkmuziek uit die jaren. Voor gemengd koor schreef hij Caecilia en Klaar bloed, beide Gezelleteksten.

In zijn beginperiode schreef Van Hoof twee dramatische schetsen die eigenlijk wedstrijdstukken voor de Romeprijs waren: De Legende van Sint-Hubertus en Tycho Brahé op tekst van Herman Baccaert. Met dit laatste werk behaalde hij in 1911 de Tweede Romeprijs. In 1916 componeerde hij op tekst van Nico Gunzburg het koorwerk Oproep dat werd uitgevoerd bij de opening van de door de Duitse bezetter georganiseerde Nederlandstalige universiteit Gent.

Verder componeerde hij verschillende profane koorwerken voor zowel mannenkoor als gemengd koor: Vijf driestemmige Liederen of de cantates Rodenbach ter ere en Lieven Gevaert Gedenkklank , beide met koperbegeleiding. Vermelden we ook 't Lied der Hogeschool, Het Lied van de Vlaamse Staatsbediende of andere kleine cantates zoals Het Lied van het Recht of Groeningerwacht, Bekender zijn Hangt nen truisch en het mijmerende Ik wist niet. Voor gemengd a capella-koor vermelden we Vijf Koren op teksten van Willem Gijssels en bewerkingen van Geuzen- en volksliederen.

Van Hoof componeerde ook opera's: Meivuur (libretto Pol De Mont), Vertraagde film (libretto Herman Teirlinck) en Jonker Lichthart (libretto Edgar den Haene).

De opvoeringen van Meivuur in de Vlaamse Opera in 1924 lokten flinke rellen uit  omwille van Van Hoofs activistische sympathieën tijdens de oorlog. Hoewel hij voor dit stuk heel wat complimenten mocht in ontvangst nemen (o.m. van Lodewijk Mortelmans), kreeg het nooit nog een tweede kans.

De eenakter Jonker Lichthart werd pas postuum (1961) scenisch opgevoerd. Het is een verrukkelijke Straussiaanse partituur.

Beïnvloed door Peter Benoits pleidooi voor het lyrisch drama schreef Van Hoof een declamatorium of stuk voor lyrische voordracht: Derde Nacht.

Naast deze vocale muziek bevat de opuslijst van Jef Van Hoof ook heel wat instrumentale muziek.

Opgeleid als organist schreef hij enkele orgelwerkjes, bv. Rist van 6 orgelstukken.

Voor piano schreef hij Drie Walsen.

Van Hoof componeerde in een laat-romantische stijl. Dat is in zijn geval geen synoniem van zwoele en lange uitweidingen. Hij bleef trouw aan het ideaal van Benoit én aan het idioom van Gilson en opende zo een weg naar het modernisme. Op 2 gebieden was hij (internationaal) vernieuwend en baanbrekend.

Als leraar aan de Mechelse beiaardschool schreef hij vijf werken voor beiaard.

Daarnaast creëerde hij een hoogst merkwaardig repertoire voor de ‘harde’ kopers (trompetten, trombones en contrabastuba, zonder hoorns) en slagwerk. Voor het koper koesterde hij een bijzondere voorliefde. Hij beschouwde ze als de ziel van het orkest. Hij componeerde talrijke oproepen voor kopers te dienste van openluchtmanifestaties, IJzerbedevaarten en zangfeesten, een Openingsfanfare op het Wilhelmus, de Ritmische Suite die oorspronkelijk als begeleiding diende voor gymoefeningen van jongeren, en vooral de schitterende Sinfoniëtta. Hier zien we hoe Van Hoof opkeek naar Paul Gilson die hij beschouwde als zijn belangrijkste leraar, de vader van de Belgische blaasmuziek.

Klein Kwartet in C en Nietigheden zijn twee erg aantrekkelijke composities voor strijkkwartet. En bij zijn kamermuziekwerken zijn ook nog Suite voor drie fagotten en Moderato voor pianosextet te vermelden.

Vaak vergeten wij dat de componist van strijdliederen ook verrukkelijk mooie orkestbladzijden schreef.

Hij componeerde 6 symfonieën gekenmerkt door een zeer verzorgde en evenwichtige vormgeving. De 6de bleef echter onvoltooid. Van het 4de deel zijn slechts enkele partijen van de beginmaten genoteerd.

Hij schreef een vrolijke Herinneringsouverture waarin verschillende bekende (volks)liederen verwerkt worden met een extra groet aan Benoits Lied der Vlamingen. De jonge Herbert Von Karajan dirigeerde dit werk in Aken in 1935.

Van Hoof componeerde concertino’s voor viool en fagot, een Scherts voor cello en orkest,  een Symfonische Inleiding voor een Feestgelegenheid, Perseusouverture, Ouverture Willem De Zwijger en symfonische suites.

 

Erkenning

Voor zijn liederen ontving hij de Lodewijk Mortelmansprijs.

De Missa De Deo en de Missa De Beata werden in Aken gecreëerd en kenden er veel bijval.

In 1968 werd ter zijner nagedachtenis een driejaarlijkse prijs voor Vlaamse componisten in het leven geroepen.

De meeste van zijn werken werden uitgegeven door de muziekuitgeverij De Crans, door hemzelf in 1917 opgericht. De handschriften berusten hoofdzakelijk in het AMVC. De Crans gaf in 1951 een huldeboek uit ter gelegenheid van Van Hoofs 65ste verjaardag.

Mark Liebrecht schreef in zijn monkelende anekdotische stijl ‘Met Jef Van Hoof onder één hoed’ en Paul De Raedt schreef een monografie over Van  Hoof in de reeks Meesters der toonkunst.

 

Te beluisteren

Het VRT-archief bevat verschillende opnames van werken van Van Hoof.

Het lied ‘Groeninghe’ werd o.a. door bariton Renaat Verbruggen gezongen en verscheen op verschillende langspeelplaten (mede onder impuls van Willem De Meyer).

Alt Ria Bollen, tenor Zeger Vandersteene begeleid aan de piano door Jozef De Beenhouwer en Levente Kende verzorgden een LP met liederen van Jef Van Hoof. Er zijn verschillende LP’s (Fama, Philips, Cultura, RCA LPM, Telemann-gezelschap) en cd-opnames (In Flanders Fields) in de handel verkrijgbaar (geweest) met symfonisch werk en liederen.

En uiteraard is er YouTube waar men enkele interessante opnames kan beluisteren: jef van hoof - YouTube    

Rist van zes kleine stukken - Jef Van Hoof (1886-1959) - YouTube

Reageer op dit bericht

Meer van Peter Leys

↑ Terug naar de berichten