Naar de inhoud

Peter Leys

seniorennet.beseniorennet.be

Klankdomein '22

Componist Wilfried Westerlinck is de drijvende kracht achter dit nieuwe project dat muziek van Vlaamse componisten in de schijnwerper wil plaatsen. Het biedt een podium aan jonge uitvoerende artiesten die werk spelen van onze eigen toondichters, oud en jong, overleden of springlevend.
Naast een gevarieerd kleurrijk muziekaanbod is er ook een voordracht geprogrammeerd die een wetenschappelijke situering geeft van de Vlaamse muziek binnen het hele muziekspectrum.
Een boeiend en interessant gegeven, dus.

Zaterdag 8 oktober mochten we het openingsconcert van deze tweedaagse bijwonen.
Een nokvol auditorium van de muziekacademie in Mortsel luisterde aandachtig en genoot.

Het befaamde en jonge Desguinkwartet speelde het knap en technisch virtuoos geschreven maar misschien wat droge Tweede Strijkkwartet van Flor Alpaerts. Voor de meeste toehoorders wellicht een eerste kennismaking met dit werk van een componist die zijn vak meer dan behoorlijk beheerste. 
Hetzelfde ensemble speelde samen met pianist Mathias Coppens  diens Pianokwintet. Een zeer gevarieerde en begeesterende compositie. Coppens is een 30iger van wie we hopelijk nog veel werk zullen mogen beluisteren. Net zoals Ruben De Gheselle. Van hem hoorden we Finite Infinity voor vioolsolo. Een mooi werkje dat zeer fijn werd gespeeld door de knappe en piepjonge violiste Véronique De Raedemaeker.
Iets minder jong, maar nog zeer springlevend en creatief is de Gentse postmodernist Lucien Posman. Le Conte de l' Etude Modeste is een bij wijlen humoristisch en virtuoos pianowerk met een pianist (Bart Meynckens) die tevens vertelt. Enkele knipogen naar De Schilderijententoonstelling van Moussorgski zijn pittig en gevat.
Tussen dit jonge geweld door was er ook ruimte voor meer (laat-)romantische muziek. Sopraan Anne Cambier, aan het klavier sfeervol begeleid door Urbain Boodts, bracht met haar frisse en soepele stem 3 liederen van Ernest Van der Eyken en 4 liederen van Henry-Georges D'Hoedt. Vooral bij deze laatste werden we sterk gegrepen door de heerlijke en rijke pianobegeleidingen.
Alles gehoord hebbende, waren we zeer verwonderd over de veelzijdigheid van het aanbod van muziek en de gedegen uitvoering ervan. De componisten werd alle eer gedaan door de artiesten.

Doctor in de muziekgeschiedenis, David Vergauwen, ging in zijn korte lezing tekeer tegen de stelling dat er onder onze Vlaamse componisten geen echte genieën zouden zijn. Als Duitsland (Wagner, Brahms...), Frankrijk (Berlioz), Engeland (Britten) .... wel muziekgenieën voortbracht, waarom zou uitgerekend Vlaanderen er dan geen kennen? Benoit? Ryelandt? Alpaerts?
Een discussie om te voeren, niet alleen tussen pot en pint...

Dit openingsconcert van de tweedaagse Klankdomein '22 was een fantastisch schot in de roos.
Dergelijke initiatieven verdienen alle lof en kunnen hopelijk een traditie worden.
Positief alvast is dat organisaties zoals het ANZ (Algemeen Nederlands Zangverbond), SABAM for CULTURE, en Cemper mee hun schouders zetten onder dit initiatief. Onze componisten en uitvoerders verdienen dit ruimschoots en ook het publiek kan er alleen maar verwonderd en verrijkt door geraken.

Peter Leys

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Jef Tinel op beiaard

Op 14 september sloot beiaardierster Els Debevere de concertcyclus van 2022 af in Nieuwpoort.
Ze vertolkte verzoeknummers van de aanwezigen tijdens de vorige concerten.
Zo bracht ze o.a. (nummer 12 in het programma) een beiaardbewerking van 'Ik hoor de klokken', een pianowerkje van Jef TINEL. Heel mooi, stemmig en licht vertolkt.

Reageer op dit bericht

Orgelwerk bewerkt voor strijkorkest

Jef Tinel (1885-1972) componeerde in de jaren '20 het innige 'In stille aanbidding' voor orgel.
Guifrez Levantez (wellicht een schuilnaam voor een ons verder onbekende arrangeur) bewerkte dit orgelstuk voor strijkers.
Het strijkorkest Stringendo o.l.v. Pascale Van Os verzorgde een uitvoering in 2021.
 
Reageer op dit bericht

11 juli

11 juli: hier past een cantate van Peter Benoit: de Rubenscantate of 'Vlaanderens kunstroem'.
Dit is een historische uitvoering o.l.v. Lodewijk De Vocht, dirigent en componist die als kind Peter Benoit nog gekend heeft en zelf een opvolger van Benoit was als directeur van het Antwerpse conservatorium, toen het nog Koninklijk Vlaams was.
Reageer op dit bericht

Jef TINEL 50 jaar overleden

Naar aanleiding van de 50ste verjaardag van het overlijden van componist-organist-dirigent-pedagoog Jef TINEL (11 mei 1885-25 mei 1972) publiceert Klassiek Centraal vandaag op haar website een uitgebreid artikel over deze veelzijdige musicus, neef en leerling van Edgar Tinel (1854-1912).

Toondichter Jef Tinel 50 jaar overleden - Klassiek Centraal (klassiek-centraal.be)

Naar aanleiding van deze 'verjaardag' publiceerde Michael Schopen een opname van Tinels orgelwerk 'Sortie'.

Contrebombarde.com Concert hall

Reageer op dit bericht

Jef Tinel 50 jaar overleden

Op 25 mei is het exact 50 jaar geleden dat Jef Tinel (1885-1972) in Gent overleed

Jef Tinel was een neef van de bekende Vlaamse componist Edgar Tinel (1854-1912).

Jef kreeg zijn eerste lessen harmonie en orgel thuis van zijn vader Oscar Tinel (1852-1913).
Daarna volgde hij de opleiding tot koster - organist in Sint-Niklaas en werd hij laureaat orgel, harmonie, contrapunt en fuga aan het Lemmensinstituut van Mechelen.
Vervolgens studeerde hij compositie bij Leo Moeremans in Gent.
Later behaalde hij ook het diploma van muziekleraar in het middelbaar onderwijs.

Jef Tinel begon en eindigde zijn carrière als organist in Zele, Maldegem, Sint-Amandsberg en Gent.
Hij dirigeerde koren en harmonieorkesten.
Op de IJzerbedevaart en het Vlaams-Nationaal Zangfeest was hij een graag geziene dirigent. Zijn lied 'Wij zijn bereid' werd al vlug een topper in het repertoire van deze manifestaties.
Hij was een tijdje muziekhandelaar in Tielt, muziekleraar en directeur van de muziekschool in Maldegem.

Als componist schreef hij liederen (kunst- én volksliederen), religieuze en profane koormuziek, werken voor orgel en piano, suites en andere stukken voor symfonisch orkest, muziek voor harmonieën en strijkorkest.
Bij toneelwerken van o.a. Jef Crick, Toon de Mindere en Jos Vandenberghe componeerde hij muziek voor koor, soli en orkest.

Jef Tinel componeerde in een laat-romantische toonspraak wars van bombast en experiment.

Een voorbeeld van een kunstlied is 'O kom met mij in de lentenacht' op een tekst van Pol De Mont (1857-1931).

partituur: O kom met mij in de lentenacht (imslp.org)

klankbeeld: Jef TINEL (1885 - 1972): O kom met mij in de lentenacht - YouTube

Info en partituren:


Category:Tinel, Jef - IMSLP


TINEL, Jef (seniorennet.be)

Jef Tinel - Wikipedia

Reageer op dit bericht

Fernand Van Durme

We hebben in de muziek echte families die van generatie op generatie toonaangevende musici afleveren. Uiteraard kennen we de clan Bach, maar ook in Vlaanderen zijn er dergelijke muzikale families gaande van Candael, Mortelmans, Nees, Schroyens, Tinel tot Veremans. Ook de naam van de Wase familie Van Durme klinkt als een klok in de Vlaamse muziekwereld: orgelcomponisten Ferdinand en Oscar, symfonicus Jef en dan ook Fernand.

Fernand Van Durme werd in Eksaarde geboren op 18 april 1914 en overleed in Antwerpen op 13 oktober 1993.

 

Opleiding

Na humaniorastudies in Lokeren en aan het Klein Seminarie in Sint-Niklaas werd  Van Durme laureaat van het Lemmensinstituut in Mechelen na een opleiding bij o.a. Flor Peeters, Marinus De Jong en Mgr. Jules Van Nuffel. Hij volgde daarnaast privélessen bij Karel Candael, Jef Van Hoof en Gaston Feremans.

Aan de Gentse universiteit behaalde hij daarna het licentiaatsdiploma van Kunstgeschiedenis.

 

Muzikale loopbaan

Fernand Van Durme werd in 1933 organist van de O.L. Vrouwkerk in zijn geboortestad in opvolging van zijn vader Prudent. Ook zijn grootvader (Ferdindand) was er organist geweest en die was zelfs de eerste muziekleraar van Edgar Tinel uit Sinaai.

Hij dirigeerde er ook succesvol het befaamde koor Sint-Gregoriusgilde dat o.a. de grote werken van Benoit en Tinel zong.

In 1950 trok hij naar Leopoldstad in de Belgische kolonie Congo als muziekprogrammator van de BRT en dirigent van het kathedraalkoor. Na de onafhankelijkheid werd hij musicus-componist-sonorisator bij de Vlaamse televisie. Daar ontstond zijn hechte vriendschap met Mark Liebrecht (Marcel Oger).

Na 1973 werd in Sint-Niklaas de Orde van de Reynaert geboren en Fernand van Durme werd de eerste Groot-Vos of voorzitter.

Het brede Vlaamse publiek kent Fernand Van Durme als dirigent op IJzerbedevaarten, Vlaams-Nationale Zangfeesten, zeezangfeesten en 11-julivieringen.

 

Componist

Van Durme schreef verschillende volksliederen, o.a. Waasland (op tekst van E.H. J. De Wilde),  De Wase klompenboer en Waaslands Meidansje.

Daarnaast componeerde hij kunstliederen (vb. Melopee  op tekst van Paul Van Ostayen), kamermuziek, werken voor viool en piano, koorwerken (vb. Eens Meien Morgen Vroege) en koorbewerkingen van volksliederen.

Wanneer in mei 1973 te Sint-Niklaas voor de eerste maal een Reynaertspel werd opgevoerd, deed Mark Liebrecht, die de algemene leiding had en de regie voerde, een beroep op Van Durme voor de muziekcollage. Het werd een schitterende realisatie.

 

Te beluisteren

Het mannenkoor Gaudeamus uit Sinaai maakte een cd-opname van de Wase Klompenboer.

Om het uur weerklinkt op de beiaard van Sint-Niklaas ‘Waasland’.

Op YouTube vinden we een opname van het Waaslandlied.

 

Waaslandlied - YouTube

Reageer op dit bericht

Jef Van Hoof

Spokenhof, zwarte jas en hoed, een welige baard, een klein brilletje, brede dirigerende gebaren en een ongekuist taalgebruik… zo wordt Jef Van Hoof vaak voorgesteld.

Men kent hem als componist van stoere strijdliederen en ritmische kopermuziek. 

Minder mensen weten dat deze musicus nog heel wat meer in zijn mars had.

Hij werd in Antwerpen geboren op 8 mei 1886 en overleed er op 24 april 1959.

 

Opleiding

Josephus Bonifacius Emilius Michael Van Hoof was de zoon van de koster-organist van de Sint-Michielskerk in Antwerpen, Frans Van Hoof.

Hij studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen bij Jozef Huybrechts, Paul Gilson, August De Boeck (harmonie), Joseph Callaerts, Arthur De Hovre (orgel), Jozef Bossiers (piano) en Lodewijk Mortelmans (contrapunt en fuga). Hij was een exponent van de Benoit-school. Jefs broer, Emiel, vertelde hoe Jef door het overlijden van Benoit in 1901 tot tranen toe bewogen was. Op die dag zou de vijftienjarige knaap het rotsvast besluit genomen hebben om componist te worden.

 

Professionele loopbaan

In 1916 volgde Van Hoof zijn vader op als titularis van het orgel in de Sint-Michielskerk.

Tijdens WO I koesterde Van Hoof activistische sympathieën en werd na die oorlog veroordeeld. Daarna gaf hij privélessen en organiseerde hij concerten waarbij hij zelf als pianist optrad. Hij was actief als pianist en dirigent van het Antwerps Koperensemble.

Als grote aanhanger van de Vlaamse muziekbeweging in het kielzog van Peter Benoit waren zijn muziekactiviteiten dan ook sterk verbonden met Vlaamsgezinde organisaties zoals het ANV, het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) en de Groeningerwacht, die hij mee oprichtte en waarvan hij het mannenkoor dirigeerde.

Hij was ook medestichter van het Genootschap van Vlaamse Componisten (1922), van de Vlaamse Concerten (1926) en van de Nationale Vlaamse Fanfare (1930).

Hij dirigeerde op IJzerbedevaarten en Guldensporenvieringen en in 1933 was hij naast Willem De Meyer medeoprichter van het Vlaams Nationaal Zangfeest waarvan hij tot 1936 de enige dirigent was. Toen daar ook liederen van andere componisten aan bod kwamen die hun eigen liederen dirigeerden, trok Van Hoof zich terug.

Vanaf 1924 was hij leraar harmonie en compositie aan de Mechelse Beiaardschool en in 1936 werd hij leraar aan het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen waarvan hij in 1942 directeur werd in opvolging van Flor Alpaerts. Zijn tegenkandidaat was Lodewijk De Vocht.

In 1944 werd hij uit zijn ambt ontzet en veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf. Lodewijk De Vocht volgde hem als directeur op.

Na de repressieperiode trad Van Hoof nog een paar maal op als dirigent, onder meer op de Dag van het Vlaamse Lied in 1953 (een kortstondige onsuccesvolle afscheuring van het zangfeest van het ANZ) en op de Vlaamse dag van de Wereldtentoonstelling in 1958.

 

Componist

Jef Van Hoof componeerde vanaf 1903 liederen, religieuze muziek, koorwerken, theatermuziek, piano-, beiaard- en orgelstukken, kamermuziek en symfonische werken (een oeuvre van 280 titels).

Zijn eerste werken waren Vlaamse strijdliederen zoals Groeninge (1909 op tekst van Guido Gezelle. Dit lied is tot vandaag een onbetwiste topper op het Vlaams Nationaal Zangfeest en 11-julivieringen. Emiel Hullebroeck noemde het ‘de Vlaamse Marseillaise’. Van Hoof behaalde er de Prijs van het Algemeen Nederlands Verbond (ANV) mee.

Van zijn liederen – op teksten van o.a. Guido Gezelle, Eugeen van Oye, Raf Verhulst, René De Clercq, Pol De Mont, Alice Nahon, Albrecht Rodenbach, Jan Van Nijlen, Angèle De Bremaeker – vermelden we Aanroepinghe, Daar is maar één land, Goedendag, Psalm, Eed van trouw, Nacht-deun, ’t Is stille, 4 Ritschl-liederen, Nanoen in huis, De vriezeman, De lotusbloem, Lentestemming, Suja, nu Suja, Marialiedeken, Ik heb u lief, ABN-lied….

In de kerkliedbundel ‘Zingt Jubilate’ (nummer 377) is het passielied Aan Uw stam, o Kruis  opgenomen (tekst F. Clinckaert en G. Smet). Een heel eenvoudige, innige en mooie melodie.

Jef Van Hoof verklaarde zelf ‘Het lied is de kleinste der muzikale vormen. De moeilijkste!’ Hij beheerste deze vorm echter uitstekend, geïnspireerd door zijn leraar Lodewijk Mortelmans en de Duitse romantiek. Ook de missie van Benoit om een nationale muziek te schrijven, inspireerde hem.

In zijn liederen overheerst de menselijke stem. De pianobegeleiding heeft een dienende en sfeerscheppende functie. Lange voor-, tussen- of naspelen worden vermeden. De melodie volgt de natuurlijke prosodie.

Door hun gevatheid doen Van Hoofs liederen moderner aan dan die van zijn oudere tijdgenoten.

Behalve in de Vlaamse strijd zocht Van Hoof inspiratie in het religieuze, de natuur, de liefde en het kind.

Zijn religieuze ingesteldheid leidde tot het componeren van verschillende missen: Missa de Deo voor gemengd koor, koper en slagwerk en het Te Deum voor gemengd koor en koperensemble. In deze werken horen we een vinnige ritmiek.

Voorts componeerde hij nog 3 missen (De angelis, De Sanctis en De beata) en een gedialogeerde Volksmis op een Nederlandse tekst van pater Monden.

Elke mis schrijft een verschillende bezetting voor.

Voor liturgisch gebruik leverde hij drie, telkens als Lof betitelde bundels motetten. Vooral het Derde Lof behoort tot de meest treffende kerkmuziek uit die jaren. Voor gemengd koor schreef hij Caecilia en Klaar bloed, beide Gezelleteksten.

In zijn beginperiode schreef Van Hoof twee dramatische schetsen die eigenlijk wedstrijdstukken voor de Romeprijs waren: De Legende van Sint-Hubertus en Tycho Brahé op tekst van Herman Baccaert. Met dit laatste werk behaalde hij in 1911 de Tweede Romeprijs. In 1916 componeerde hij op tekst van Nico Gunzburg het koorwerk Oproep dat werd uitgevoerd bij de opening van de door de Duitse bezetter georganiseerde Nederlandstalige universiteit Gent.

Verder componeerde hij verschillende profane koorwerken voor zowel mannenkoor als gemengd koor: Vijf driestemmige Liederen of de cantates Rodenbach ter ere en Lieven Gevaert Gedenkklank , beide met koperbegeleiding. Vermelden we ook 't Lied der Hogeschool, Het Lied van de Vlaamse Staatsbediende of andere kleine cantates zoals Het Lied van het Recht of Groeningerwacht, Bekender zijn Hangt nen truisch en het mijmerende Ik wist niet. Voor gemengd a capella-koor vermelden we Vijf Koren op teksten van Willem Gijssels en bewerkingen van Geuzen- en volksliederen.

Van Hoof componeerde ook opera's: Meivuur (libretto Pol De Mont), Vertraagde film (libretto Herman Teirlinck) en Jonker Lichthart (libretto Edgar den Haene).

De opvoeringen van Meivuur in de Vlaamse Opera in 1924 lokten flinke rellen uit  omwille van Van Hoofs activistische sympathieën tijdens de oorlog. Hoewel hij voor dit stuk heel wat complimenten mocht in ontvangst nemen (o.m. van Lodewijk Mortelmans), kreeg het nooit nog een tweede kans.

De eenakter Jonker Lichthart werd pas postuum (1961) scenisch opgevoerd. Het is een verrukkelijke Straussiaanse partituur.

Beïnvloed door Peter Benoits pleidooi voor het lyrisch drama schreef Van Hoof een declamatorium of stuk voor lyrische voordracht: Derde Nacht.

Naast deze vocale muziek bevat de opuslijst van Jef Van Hoof ook heel wat instrumentale muziek.

Opgeleid als organist schreef hij enkele orgelwerkjes, bv. Rist van 6 orgelstukken.

Voor piano schreef hij Drie Walsen.

Van Hoof componeerde in een laat-romantische stijl. Dat is in zijn geval geen synoniem van zwoele en lange uitweidingen. Hij bleef trouw aan het ideaal van Benoit én aan het idioom van Gilson en opende zo een weg naar het modernisme. Op 2 gebieden was hij (internationaal) vernieuwend en baanbrekend.

Als leraar aan de Mechelse beiaardschool schreef hij vijf werken voor beiaard.

Daarnaast creëerde hij een hoogst merkwaardig repertoire voor de ‘harde’ kopers (trompetten, trombones en contrabastuba, zonder hoorns) en slagwerk. Voor het koper koesterde hij een bijzondere voorliefde. Hij beschouwde ze als de ziel van het orkest. Hij componeerde talrijke oproepen voor kopers te dienste van openluchtmanifestaties, IJzerbedevaarten en zangfeesten, een Openingsfanfare op het Wilhelmus, de Ritmische Suite die oorspronkelijk als begeleiding diende voor gymoefeningen van jongeren, en vooral de schitterende Sinfoniëtta. Hier zien we hoe Van Hoof opkeek naar Paul Gilson die hij beschouwde als zijn belangrijkste leraar, de vader van de Belgische blaasmuziek.

Klein Kwartet in C en Nietigheden zijn twee erg aantrekkelijke composities voor strijkkwartet. En bij zijn kamermuziekwerken zijn ook nog Suite voor drie fagotten en Moderato voor pianosextet te vermelden.

Vaak vergeten wij dat de componist van strijdliederen ook verrukkelijk mooie orkestbladzijden schreef.

Hij componeerde 6 symfonieën gekenmerkt door een zeer verzorgde en evenwichtige vormgeving. De 6de bleef echter onvoltooid. Van het 4de deel zijn slechts enkele partijen van de beginmaten genoteerd.

Hij schreef een vrolijke Herinneringsouverture waarin verschillende bekende (volks)liederen verwerkt worden met een extra groet aan Benoits Lied der Vlamingen. De jonge Herbert Von Karajan dirigeerde dit werk in Aken in 1935.

Van Hoof componeerde concertino’s voor viool en fagot, een Scherts voor cello en orkest,  een Symfonische Inleiding voor een Feestgelegenheid, Perseusouverture, Ouverture Willem De Zwijger en symfonische suites.

 

Erkenning

Voor zijn liederen ontving hij de Lodewijk Mortelmansprijs.

De Missa De Deo en de Missa De Beata werden in Aken gecreëerd en kenden er veel bijval.

In 1968 werd ter zijner nagedachtenis een driejaarlijkse prijs voor Vlaamse componisten in het leven geroepen.

De meeste van zijn werken werden uitgegeven door de muziekuitgeverij De Crans, door hemzelf in 1917 opgericht. De handschriften berusten hoofdzakelijk in het AMVC. De Crans gaf in 1951 een huldeboek uit ter gelegenheid van Van Hoofs 65ste verjaardag.

Mark Liebrecht schreef in zijn monkelende anekdotische stijl ‘Met Jef Van Hoof onder één hoed’ en Paul De Raedt schreef een monografie over Van  Hoof in de reeks Meesters der toonkunst.

 

Te beluisteren

Het VRT-archief bevat verschillende opnames van werken van Van Hoof.

Het lied ‘Groeninghe’ werd o.a. door bariton Renaat Verbruggen gezongen en verscheen op verschillende langspeelplaten (mede onder impuls van Willem De Meyer).

Alt Ria Bollen, tenor Zeger Vandersteene begeleid aan de piano door Jozef De Beenhouwer en Levente Kende verzorgden een LP met liederen van Jef Van Hoof. Er zijn verschillende LP’s (Fama, Philips, Cultura, RCA LPM, Telemann-gezelschap) en cd-opnames (In Flanders Fields) in de handel verkrijgbaar (geweest) met symfonisch werk en liederen.

En uiteraard is er YouTube waar men enkele interessante opnames kan beluisteren: jef van hoof - YouTube    

Rist van zes kleine stukken - Jef Van Hoof (1886-1959) - YouTube

Reageer op dit bericht

Robert Herberigs

Schilder, auteur, wijnbouwer, zanger en componist… hij was het allemaal.

Geboren in Gent op 18 juni 1886 en in Oudenaarde overleden op 20 september 1974 leidde hij een lang en rijk gevuld leven gewijd aan de kunst en de natuur. ‘Een enig fenomeen in het Vlaamse cultuurleven’, zo beschreef August Corbet hem.

 

Opleiding

Robertus Henricus Maria Joseph Herberigs liep school in het Gentse (elitaire) jezuïetencollege Sint-Barbara met de bedoeling rechtenstudies te doen.

Maar het draaide anders uit.

Vader Herberigs was amateur fluitist en voorzitter van de Koninklijke Harmonie Sint Cecilia. Twee zussen van Robert speelden piano en Robert speelde eerst  viool en daarna ook klarinet. Als klarinettist in de harmonie waagde hij zich al vlug aan enkele composities.

Met de goedkeuring van zijn ouders trok Robert naar het Gentse conservatorium. Hij volgde er zang, piano en viool en op achttienjarige leeftijd behaalde hij reeds eerste prijzen notenleer (bij Léon Van der Haeghen) en zang (bij Oscar Roels).

Met het oog op het behalen van de Romeprijs volgde Herberigs privélessen compositie bij de bekende muziekpedagoog Leo Moeremans samen met o.a. de componisten Georges D’Hoedt en Jef Tinel en de violist-dirigent Désiré Defauw.

In 1909 won Herberigs als jongste componist ooit de ‘Prix de Rome’ met zijn cantate De legende van Sint Hubertus.

Met de beurs aan deze prijs verbonden reisde Herberigs drie jaar in Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Italië.

 

Professionele loopbaan

Bij de creatie van zijn cantate zong Herberigs zelf de titelrol. Maar hij had intussen al zijn strepen als bas-baritonsolist verdiend (1908-1909) aan de Koninklijke Vlaamse Opera in Antwerpen met glansrollen als Reinaert de Vos in de creatie van August De Boecks gelijknamige opera, De Evangelieman van Kienzl  en de titelrol van Heinrich Zöllers opera Faust.

Van 1951 tot 1953 was hij directeur van diezelfde Koninklijke Vlaamse Opera te Antwerpen.

Voor het overige verdeelde hij sinds 1925 zijn tijd tussen zijn woonplaatsen in Oudenaarde en Bourg-Saint-Andéol in de Ardèche waar hij een vruchtbare abrikozenplantage uitbaatte op het landgoed Château Rochecolombe waar zijn nageslacht nu wijn verbouwt.

Naast het componeren schreef hij enkele toneelstukken en een tiental volkse en historische romans, o.a. Pasterke Candeels en Het wolvenhof en schilderde hij honderden landschappen, marines en abstracten.

 

Componist

Het oeuvre van Herberigs is zeer gevarieerd en gaat van kunstliederen, pianomuziek, koorwerken, kamermuziek tot filmmuziek, muziek voor koperblazers, orkestwerken, concerti, opera’s en een groots openluchtspel.

Ook zijn stijl maakte verschillende evoluties door gaande van laat-romantiek, impressionisme over neoclasicisme tot tonaalvrije en dan weer zeer klassieke harmonieën.

In 1912 componeerde hij een van zijn bekendste werken: het symfonisch gedicht voor hoorn en orkest naar het verhaal van Cyrano de Bergerac. Een jeugdig en fris klinkende compositie, schalks, opgewekt en laat-romantisch.

Andere symfonische werken zijn Nachtelijke Wapenschouw, De vrolijke vrouwtjes van Windsor, Sinfonia Breve, Ode aan de muzen, De vier jaargetijden naar Brueghel, Hiawatha, Vier odes aan Botticelli, Hamlet, Antonius en Cleopatra en pianoconcerti. Dit zijn zeer sprekende en plastische werken die vaak een duidelijke band met de schilderkunst en literatuur weerspiegelen. De orkestraties zijn nu eens stoer en krachtig met fauvistische contrasten en een sterke motoriek. Andere orkestwerken zijn dan echter heel week en freel. Zo zijn de Schetsen en Impromptu’s veel serener, soberder en bedaarder dan de eerder geciteerde werken. Ze kaderen in een neo-classicistische stijl net zoals zijn sonates voor viool en klarinet.

Naast de laat-romantische invloed treffen we in Herberigs’ composities ook sporen van het Franse impressionisme. Vooral dan in zijn pianowerken: Trois ballades, Pièces brèves, Poèmes elégiaques en de suites A la fontaine bellerie en Ariane. Ook hier weer is er de link met de literatuur van o.a. Ronsard, Baudelaire, Mallarmé en Musset. De partituren vertonen een druk notenbeeld dat vaak over drie notenbalken uitgeschreven is.

In diezelfde sfeer kadert de liedcyclus La chanson d'Eve op gedichten van Charles Van Lerberghe.

Naast zijn Verlaineliederen componeerde Herberigs een groot aantal liederen op teksten van Guido Gezelle.

Herberigs vertrok voor een lied steeds vanuit de tekst. Tekst en muziek moeten volgens hem een monoliet vormen. De muziek moet het ritme en de sfeer van de tekst volgen en uitbeelden.

In de tweede helft van de jaren twintig schreef Herberigs vooral religieuze muziek, vaak opgedragen aan Mgr. Jules Van Nuffel en zijn Sint-Romboutskoor: 9 missen, antifonen, communiones, motetten, geestelijke liederen. Heel bekend werd zijn koorwerk Van Jezus en Sint – Janneke.

De opera Le mariage de Rosine werd in 1925 in de Gentse opera gecreëerd. Eerder schreef hij al de opera L’ amour médecin.

Bij het brede publiek werd Herberigs het meest bekend dankzij zijn muziek voor het openluchtspel Het Lam Gods in Gent in 1949. Het is een groots en indrukwekkend epos voor gemengd koor, kinderkoor, orkest, orgel en solisten. Het 3 uur durend werk behandelt de verschillende scènes van het gelijknamige schilderij van de gebroeders Van Eyck. Dit werk past in de traditie van de openluchtspelen van Alfons Moortgat (Mariaspel; Arnoldusspel), Arthur Meulemans (Heilig Bloedprocessie), Jef Tinel (Arnoldusspel; Fra Angelico) en anderen.

In september 1974, twee weken voor het overlijden van de componist, werden fragmenten van dit oratorium in de Gentse kathedraal uitgevoerd onder leiding van Léonce Gras. Herberigs was bij de uitvoering nog zelf aanwezig.

 

Erkenning

Een eerste erkenning van Herberigs’ kwaliteiten als componist was uiteraard de Romeprijs in 1909.

Hij was voorzitter van de auditiecommissie van het toenmalige NIR (vandaag VRT) en lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten.

Zijn vitale, solide en plastisch georkestreerde werken werden bijna allemaal gecreëerd door het NIR-orkest o.l.v. Daniël Sternefeld.

In 1963 ontving hij voor zijn hele oeuvre de Peter Benoitprijs.

Nog in 1963 werd Herberigs gelauwerd met de prijs van de Lodewijk Mortelmans-Stichting Noordstarfonds voor een bundel van 6 Gezelleliederen. Ze verschenen op LP in een luxe-editie waarin ook een gesproken opname zat van de componist zelf met enkele richtlijnen bij het componeren van liederen.

Ter gelegenheid van zijn dertig jaar overlijden in 2004 werd in het najaar een reeks concerten gepland gecombineerd met een tentoonstelling en een cd-uitgave

In 2008 werd een project goedgekeurd tot inrichting van een Herberigsmuseum in het gemeentelijk domein De Ghellinck te Elsegem, deelgemeente van Wortegem-Petegem. Het plan werd echter niet gerealiseerd.

Herberigs werd wel benoemd tot ereburger van Oudenaarde en in 2014 verscheen er een biografie over hem geschreven door Marcel Lequeux.

 

Te beluisteren

In het rijke VRT-archief is heel wat muziek van Herberigs bewaard.

Op LP en cd is heel wat van zijn muziek verschenen. (Zoeken | Databank | Kunstenpunt)

En natuurlijk heeft ook YouTube een aanbod van  Herberigsmuziek.

robert herberigs - YouTube

 

Reageer op dit bericht

Emma Coeckelbergh - Tinel, de echtgenote van Edgar

EMMA, DE VROUW NAAST EDGAR TINEL

 

Voor het jaarconcert 2021 koos het Edgar Tinelcomité in Sinaai voor een originele invalshoek.

Het is precies 100 jaar geleden dat Tinels echtgenote, Emma Coeckelbergh overleed. Zij was de sterke vrouw naast de toondichter, moeder van 6 zonen én dichteres. Een vrouw die het verdient om eens in de schijnwerper te staan.

 

Ondanks de vierde coronagolf was de Katharinakerk in Sinaai goed gevuld voor dit herdenkingsconcert.

Nadat comitévoorzitster Nelly Maes de aanwezigen – inwoners van Sinaai en omstreken én verwanten van Tinel uit heel het land – had verwelkomd en de avond had geduid, lichtte historicus Marc Laceur het leven en werk van Emma Coeckelbergh toe. Spruitend uit een Antwerpse Franstalige bourgeoisiefamilie (°22 september 1851) en verhuisd naar het Waasland ontwikkelde ze zich tot een dichteres die o.a. de bewondering van de Franse dichter Evariste Carrance en onze eigen Hendrik Conscience wegdroeg.

In 1875 kruiste haar pad dat van Edgar Tinel en in 1877 werd hun huwelijk ingezegend. Ze kregen 6 zonen.

Edgar componeerde liederen op haar Franse teksten en anderzijds vertaalde Emma enkele Vlaamse teksten waarop Tinel componeerde naar het Frans (o.a. Franciscus). Een hele klus.

Emma overleed in Elsene op 17 februari 1921.

Maar uiteraard stond de poëzie van Emma centraal.

Dirk Vermeiren declameerde 5 van Emma’s gedichten in de originele taal en Karin De Wael droeg een vertaling voor.

Vanzelfsprekend mocht ook de muziek op haar teksten weerklinken.

Met haar zuivere, transparante, flexibele en heldere sopraanstem vertolkte Nel Vanhee 6 Coeckelberghliederen getoonzet door Edgar Tinel en 5 gecomponeerd door Willem Ceuleers. Willem Ceuleers begeleidde accuraat en inspirerend aan de vleugel. Hij soleerde ook in 2 poëtische pianostukken van Schumann en Debussy.

De kwaliteit van Tinel als liedcomponist was ons bekend, maar we waren zeer aangenaam verrast door de tekstgetrouwe en stijlvolle composities van Ceuleers. Opmerkelijk vonden we de rijke pianobegeleidingen in zijn liederen.

Als kers op de taart kwam Ward Bohé, conservator STEM-Sint-Niklaas een schilderij van Edouard Agneessens schenken aan het comité. Het schilderij toont Edgar Tinel in zijn jonge jaren. Een mooie aanvulling van het rijke archief van het Tinelmuseum.

Onnodig te zeggen dat deze avond meer dan geslaagd was en ons doet uitkijken naar de volgende concerten in Sinaai.

 

Reageer op dit bericht

Meer van Peter Leys

↑ Terug naar de berichten