Naar de inhoud

Peter Leys

akke.beakke.be

Archief

Peter Ritzen 65 jaar

Op 21 januari 2021 vierde Peter Ritzen zijn 65ste verjaardag.

Een pensioengerechtigde leeftijd. Niet zo voor Ritzen. Hij was, is en blijft een muzikaal actieve bezige bij.

Gentenaar van geboorte is hij een kosmopoliet voor wie Vlaanderen, Oostenrijk en zelfs China geen geheimen hebben. Als er maar muziek en piano’s zijn.

 

Opleiding

Als kleinzoon van Pieter Devriendt (1889-1949; organist, koorleider en medeoprichter van de Koninklijke Gentse Oratoriumvereniging) was de liefde voor de muziek aangeboren. Ook andere familieleden waren actief in de muziek. Zo was Ritzens oudoom Adèlson Vermander, stichter van de muziekacademie in Roeselare.

Peter Ritzen volgde zijn eerste muzieklessen aan een filiaal van de Ledebergse muziekacademie bij Remi Van Puyvelde. Daarna studeerde hij piano en kamermuziek aan het Gentse muziekconservatorium. Een van zijn leraars was Louis Pas.

Hij voltooide zijn studies aan het Mozarteum te Salzburg bij Tatiana Nikolajeva en behaalde aan de Ecole Normale de Musique van Parijs ‘Alfred Cortot’ het ‘Diplôme Supérieure d’ exécution’ voor piano.

In ‘81 werd hij Laureaat van de Internationale wedstrijd ‘Jonge Virtuozen’ en de prijs van de Stichting Alex De Vries in Antwerpen.

Op basis hiervan baande hij zich een brede weg, een echte avenue, doorheen het internationale muziekleven.

 

Veelzijdige loopbaan

Als pianovirtuoos trad hij op in Europa, Zuid-Afrika, Azië en de VS met de grootste orkesten en ensembles.

Hij vestigde zich in China.

Net zoals François Glorieux vroeg Ritzen aan zijn publiek thema’s waarop hij dan live improviseerde tijdens zijn recitals.

Naast soleren aan het klavier laat Ritzen zich ook opmerken als dirigent, vooral dan in China en Oostenrijk.

In 1991 richtte hij de Internationale Sommerakademie ‘Theodor Leschetizky' op aan de Universität für Musik und darstellende Kunst Wien.

In 2000 werd hij artistiek directeur van de International Piano Competition Theodor Leschetizky in Taipei.

De VRT nodigde hem in 2007 en 2010 uit als deskundig commentator in het panel van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano.

Van 2011 tot 2013 concerteerde hij in China en Oostenrijk naar aanleiding van de 200ste verjaardag van Franz Liszt en sinds 2015 is hij muziekdirecteur van het New Cosmos International Music Festival met hoofdzetel in Beijing.

In 2013 werd Peter Ritzen muziekdirecteur van het nieuwe orkest Metropolitan Philharmonic Orchestra Beijing. Hij werd tevens uitgenodigd door het National Theatre of Beijing om het Eerste Pianoconcerto van Tsjaikovski als solist uit te voeren met het Nationaal orkest van China voor de Nationale Chinese televisie CCTV.

Om de jarenlange internationale activiteiten van deze musicus te honoreren werd Peter Ritzen door zijn geboorteland in 2018 gekroond tot Officier in de Leopoldsorde.

In 2019 was hij intendant van het Leschetizky World Congress in Ischl (Oostenrijk).

Naast al deze activiteiten blijft Ritzen het muziekleven in Vlaanderen en de hele wereld op de voet volgen en promoten. Onder andere via de FB-groep ‘International Pianists Vienna; And Much More!’ met meer dan 800 leden.

 

Componist

Voor zijn instrument, de piano, componeerde Peter Ritzen 3 concerti, 3 Chinese Rapsodieën, een sonate, een pianokwintet en transcripties van filmthema’s, Weense walsen en Chinese volksliederen.

Hij componeerde liederen op Chinese, Spaanse en Duitse teksten en zelfs op gedichten van onze eigen Minister van Staat Mark Eyskens.

Daarnaast schreef hij nog enkele symfonische gedichten voor groot koor, orgel en orkest, een fluitconcerto en een vioolrapsodie.

Eén van deze symfonische gedichten is getoonzet op een (in het Duits vertaalde) tekst van de Vlaamse priester-dichter Anton Van Wilderode. Zo zien we dat de Chinese cultuur zeker een stempel gedrukt heeft op Ritzens werk, maar dat hij nooit de band met Europa en Vlaanderen in het bijzonder losgelaten heeft.

Zijn Chinees Requiem is een heus oratorium voor sopraan, piano, koor, groot orkest en Chinees slagwerk.

Ten slotte vermelden we nog zijn twee orkestliederen: 'Taborstunden' en 'Die Allerseligste Jungfrau Maria von Fatima' voor koor, orgel, strijkers en sopraan. Ritzen hecht merkbaar veel belang aan het Christelijke erfgoed.

 

Te beluisteren

Op verschillende cd’s (o.a. bij het label Naxos) is Peter Ritzen te beluisteren als virtuoos (Liszt-vertolker!) pianist en als componist.

Via YouTube is heel wat muziek van en door Peter Ritzen te bekijken en te beluisteren.

Peter Ritzen - Onderwerp - YouTube .

Reageer op dit bericht

Lode Dieltiens

LODE DIELTIENS (1926 – 2014)

 

In 2021 zou de Vlaamse componist – dirigent – organist – leraar Lode Dieltiens 95 jaar geworden zijn.

Een ideale gelegenheid om deze bescheiden en minzame maar ook zeer veelzijdige en vakkundige musicus wat nader voor te stellen.

Lode Dieltiens werd op 18 september 1926 in Wijnegem geboren en overleed op 10 juli 2014 in Lier.

 

Opleiding

De jonge Lode Dieltiens speelde klarinet in de plaatselijke harmonie, zong mee in het knapenkoor en leerde piano. Zijn humaniorastudies deed hij aan het Klein Seminarie van Hoogstraten.

Hij studeerde aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen en het Lemmensinstituut (toen nog) in Mechelen en bekwaamde er zich in de theoretische vakken, fuga en compositie. Niemand minder dan Mg. Jules Van Nuffel, Marinus De Jong, Staf Nees en Flor Peeters waren zijn leraars.

 

Loopbaan

Hij doorliep een succesvolle carrière als leraar en docent aan de Land- en Tuinbouwhuishoudschool in Berlaar, de Lierse muziekacademie, het Antwerpse Muziekconservatorium en het Lemmensinstituut.

Ontelbaar zijn de Vlaamse (amateur-)musici die bij Lode hun notenleer en didactiek geleerd hebben. Hun getuigenissen spreken van een vaderlijke leraar met eindeloos geduld die de saaie theorie boeiend en prettig kon maken. Niet te verwonderen dus dat zijn eigen kinderen, Roel, Koen, Veerle en Lieven, ook muziek gingen beoefenen.

Samen met Jos de Ryck gaf hij enkele handboeken over muziekdidactiek uit.

Hij dirigeerde verschillende koren (o.a. het dameskoor Cantate en het mannenkoor Alma Musica).

Tot 2000 was hij organist en cantor in de St.-Pieterskerk van Berlaar.

Lode Dieltiens was lange tijd actief in de koorwereld met name bij het Madrigaal, het ANZ en Koor&Stem als koordirigent, atelierleider en jurylid.

 

Vlaamse liedbeweging

Een lijfspreuk van Lode Dielties was dat elke musicus altijd een beetje zanger moet zijn.

Dat heeft hij heel zijn leven trouw toegepast.

Van 1956 tot 2001 trad Lode jaarlijks op als dirigent op het Vlaams Nationaal Zangfeest.

Lode Dieltiens was de laatste dirigent-componist die op het zangfeest zijn eigen liederen kwam dirigeren. Daarmee sloot hij de indrukwekkende rij af van Lodewijk Mortelmans over Karel Candael, Ernest Brengier, Lieven Duvosel, Emiel Hullebroeck, Arthur Meulemans, Jef Tinel, Jef Van Hoof, Ivo Mortelmans, Renaat Veremans, Fons Bervoets, Gaston Feremans, Marc Liebrecht tot Armand Preud’homme.

Tijdens de slotconcerten van de Dagen van het Vlaamse Lied leidde hij jarenlang de samenzang, begeleid door Jos Mertens (1924 - 2019) aan de vleugel.

In het spoor van Hullebroeck en Preud’homme en aangespoord door de bard Willem Demeyer schreef hij talloze volksliederen. De bekendste zijn ‘Nachtegaaltje’, ‘De gewijden’, ‘Het Blonde Leentje’, ‘Idylle’, ‘Nu kan de lente komen’, ‘Soldatenklacht’ en ‘Dank u, tot wederziens’.

Tijdens het zangfeest van 1957 werd zijn lied ‘Opstanding’ (op tekst van Clem De Ridder) gecreëerd. Het zou een vaste waarde blijven tot in de jaren ‘60. In 2003 zong het zangfeestkoor ‘Boerenbal’.

De Vlaamse liedbeweging bracht tijdens het 74ste Vlaams Nationaal Zangfeest in 2011 terecht en zeer dankbaar hulde aan de toen 85-jarige musicus. Het Nachtegaaltje klonk fris en schetterde luid in de nokvolle Lotto-Arena. De Gewijden, vertolkt door koor, solist en piano, klonk plechtig en verheven.

 

Koorcomponist

Ook als klassiek toondichter heeft Lode Dieltiens zijn sporen verdiend.

Hij componeerde religieuze muziek. Bijvoorbeeld een ‘Nederlandse volksmis’ waarin koor- en samenzang gecombineerd worden en een vierstemmige reciterende ‘Onze Vader’.

De motetten ‘Salve Regina’, ‘Alleluia-Benedicat vobis’, ‘Caro mea vere est cibus’ en ‘Ave Maria’ zijn aangepast aan de hedendaagse tonaliteit maar sluiten door hun trouw aan de traditie naadloos aan bij de grootse Lemmenstraditie gaande van Van Nuffel over Staf Nees tot Ludo Claesen vandaag. Ook een knipoog naar het Gregoriaans is nooit ver weg.

Uit de zangbundel Zingt Jubilate voorzag hij enkele liederen van een passende begeleiding en koorzetting (vb. ‘Aan uw stam, o kruis’, een lied van Jef Van Hoof).

Een topper bij veel koren is zijn speelse en opgewekte ‘Polka’.

Lode bewerkte daarnaast heel wat volks- en kerstliederen voor allerlei koorformaties.

Met vaak zeer eenvoudige middelen en technieken slaagde Dieltiens erin om een maximaal effect te verkrijgen. Zijn doelpubliek waren niet alleen de topkoren, maar vooral de basiskoren.  Dieltiens bleef steeds pedagoog….

 

Te beluisteren

Het ANZ gaf verschillende cd’s uit met onder andere werken en bewerkingen van zijn hand: ‘Nog klaarder dan die zonne’ (kerstliederen) en ‘Gildebroeders, maakt plezieren’ (profane volksliederen).

Een huldecomité gaf de cd ‘Tot iedereen het hoort’ uit met vocaal werk van Lode ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag.  

Op YouTube staan enkele filmpjes met muziek van Lode Dieltiens: Lode Dieltiens - YouTube .

Reageer op dit bericht

Ecce homo, een oratorium van Raoul De Smet

Deze week start de vasten, de voorbereidingstijd op het lijden, de dood en de verrijzenis van Jezus Christus.
De tijd van de passiemuziek komt er aan.
Wij laten u kennis maken met een eigentijds passie-oratorium van de Vlaamse componist Raoul De Smet.

In 1998 bezocht Raoul De Smet (°1936) de kathedraal van Rijsel. Daar bewonderde hij de moderne kruisweg van de Braziliaanse schilder – architect Sergio Ferro (°1938). Deze ervaring inspireerde hem om een muzikale kruisweg te componeren.

Na veel nadenken en gesprekken met musicus - auteur Dirk Blockeel ontstond in 2004 het oratorium ‘Ecce homo’. In 2011 herwerkte De Smet het werk.

Het werk bestaat uit een proloog, 14 staties en een slotstuk.

Het is geschreven voor zangers en instrumentaal ensemble.

Op 17 maart 2019 kende dit opus zijn wereldcreatie in Kortrijk en 14 dagen later was het te horen in de Antwerpse Sint-Pauluskerk. Uitvoerders waren de Ghent Singers en het M-ensemble onder leiding van Pascale Van Os.

 

‘Ecce homo’, zei Pilatus toen hij Christus na zijn ondervraging onschuldig achtte en aan het joelende volk teruggaf. Het was de start van de dodentocht naar Golgotha.

Deze calvarietocht wordt beschreven en uitgebeeld in de 14 staties van de kruisweg.

Heel wat componisten vonden er inspiratie in voor een groots passieverhaal.

Ook Raoul De Smet waagde er zich aan.

Dirk Blockeel schreef bij elke statie een kwatrijn.

 

De Smet wilde echter niet de zoveelste klassieke passie schrijven. Zijn werk moest aansluiten bij de actualiteit. Zo wordt elke statie gekoppeld aan hedendaagse thema’s zoals rassenhaat, kindermishandeling, volkerenmoord, corruptie, mensenhandel, epidemieën, hongersnood… Christus sterft zelfs nog in de 21ste  eeuw elke dag.

De muziek is dan ook niet sentimenteel of romantisch, maar eerder realistisch, ruig, direct, ruw en gebald. Er is geen plek voor religieuze zweverigheid.

Dat verklaart ook de aparte eigenzinnige keuze voor de instrumenten. Naast de klassieke viool, contrabas, hobo en fagot komen ook de trombone, hoorn, accordeon, slagwerk  en marimba aan bod. We horen zelfs een ratel die ongenadig verwijst naar de harde alledaagse werkelijkheid en die doet denken aan de akelige pest tijdens de middeleeuwen en de macabere diensten van Goede Vrijdag waar geen bel of klok mocht klinken.

 

De muziek in dit oratorium is modern van toonspraak en illustreert perfect de sfeer van de tekst. De muziek laat toe de tekst zeer verstaanbaar naar voren te brengen. Eerst was er het woord….

Het is een typische eigenschap van De Smet om met contrasten (dialectiek) te werken. Hij wendt verschillende zangtechnieken aan, er zijn gezongen, gereciteerde en gefluisterde fragmenten. Er is solozang versus koorzang, harde klanken versus verstilling en vertroosting. Zelf spreekt De Smet van een soort clair – obscur zoals we dat bij  barokschilders als Caravaggio aantreffen. Er is tevens een spontane afwisseling tussen Latijnse zinnen uit het passieverhaal en de Nederlandse gedichten van Dirk Blockeel.

Een heel duidelijk voorbeeld van een contrast is de dreigende sfeer (‘schreeuw en duisternis, de wereld scheurt’) bij de dood van Christus gevolgd door een eerst pijnlijke en daarna geleidelijk gelaten en zelfs bevrijdende stilte: ‘een dulcis memoria en bevrijdend hopen’.

 

Al wil De Smet het religieus – zweverige vermijden, toch is er een diep religieus karakter aanwezig.

Een innige en intieme meditatie door de cellosolo gaat het eigenlijke werk vooraf. Meteen komen we in de juiste sfeer om het oratorium waardig en sereen te beluisteren. De cellomelodie gaat over in zacht klokkengelui. Net zoals de monniken vroeger tot gebed en bezinning geroepen werden door de kerkklok, zo komen nu de uitvoerders onder begeleiding van de klok naar hun plaats. Niet gestoord door een ongepast applaus van het publiek. De sfeer is gewijd en heilig. Het verhaal kan starten in de juiste stemming.

Na statie 14 horen we de klok opnieuw. De cirkel is rond. Alfa en omega.

Het werk is doorspekt van reminiscenties aan het Gregoriaans en kent zijn voltooiing in een Grieks gebed om erbarmen gericht tot de ‘Hagios, ho Theos’, de Heilige God.

En – toppunt van Christelijk geloof – het werk eindigt met een opgewekt ‘Alleluia’. Het leven is sterker dan de dood. Alles komt goed!

 

Op deze manier brengt dit eigentijds poëtisch en muzikaal epos een eeuwenoude en standvastige boodschap van geloof en hoop. Per aspera ad astra. Na regen komt zonneschijn.

Een boeiende en sterke compositie met een universele inhoud.

 

Reageer op dit bericht

Raoul De Smet

RAOUL DE SMET

 

85 jaar geleden – op 27 oktober 1936 – werd in Borgerhout Raoul De Smet geboren.

Hij is Romanist, muziekhistoricus, pianist en componist.

Zijn 85ste levensjaar is een prima aanleiding om deze figuur wat meer nabij te bekijken.

Zijn verdiensten en composities zijn echter zo uitgebreid dat we ons hier noodgedwongen beperken tot enkele ‘headlines’. Via internet en andere bronnen is meer informatie beschikbaar.

 

Opleiding

Het minste wat we over Raoul De Smet kunnen zeggen, is dat hij een veelzijdige opleiding genoten heeft.

Aan de KULeuven studeerde hij Romaanse Filologie en muziekgeschiedenis om nadien een extra jaar als beursstudent door te brengen in het Spaanse Madrid en Salamanca waar hij Joaquin Rodrigo ontmoette.

Hij volgde notenleer, piano en harmonie aan de muziekacademies in Borgerhout en Deurne. Enkele namen van zijn leraars spreken meer dan tot de verbeelding: de pianisten Philibert Mees, Yvonne Van Den Berghe en Lode Backx en de componist Ivo Mortelmans. Bij deze laatste ontdekte hij de dodecafonie.

Zijn studiehonger was zeer groot en Raoul trok naar Gent om er aan het legendarische IPEM (Instituut voor Psycho-akoestica en Elektronische Muziek) compositie te studeren bij Lucien Goethals en Louis De Meester. In Antwerpen volgde hij muziekanalyse bij August Verbesselt en in Amsterdam compositie bij Ton de Leeuw.

Deze rijke waaier van leerscholen weerhield hem niet om daarenboven heel veel aan zelfstudie te doen via het bijwonen van concerten, het beluisteren van muziek, het bekijken van muziekdocumentaires van de WDR (Westdeutscher Rundfunk) en het doorgronden van partituren en literatuur van o.a. Schoenberg, Messiaen, Koechlin, Boulez…

Hij nam deel aan verschillende internationale cursussen en seminaries in o.a. Darmstadt, Bilthoven, Venetië en Salzburg. Zo kwam hij in contact met de eigentijdse Amerikaanse muziek en kon hij kennis opdoen bij figuren zoals Ligeti, Xenakis, Stockhausen en Kagel.

Tijdens een van de zondagmorgenconcerten door het Antwerps Bachgezelschap in de Arenbergschouwburg werd hij sterk gegrepen door de Sonate voor twee klavieren en slagwerk van Bela Bartok. Vanaf dan stond zijn beslissing vast: hij zou componist worden.

 

Professionele activiteiten

Raoul De Smet was enkele jaren leraar Frans en literatuur in Gabès en Sfax in Tunesië en tot 1996 docent Spaans aan de vertalers-tolkenafdeling van de Katholieke Vlaamse Hogeschool in Antwerpen.

In Gent gaf hij enige tijd muziek aan de filmafdeling van de Academie voor Schone Kunsten.

Raoul De Smet werkte ook als muziekjournalist en publiceerde tientallen componisteninterviews onder de naam Simon De Rijcke in de rubriek ‘Tijd in noot’ van het tijdschrift Ambrozijn.

 

Componist

De opuslijst van Raoul De Smet is quasi eindeloos.

We vinden er werken voor piano, klavecimbel, orgel, beiaard, accordeon, strijkorkest, symfonisch orkest, koor (met of zonder begeleiding), solozang, strijkers, houtblazers, gitaren en elektroakoestische tape.

Hij schreef 3 symfonieën en concerti voor o.a. viool, cello, saxofoon, piano en accordeon met begeleiding door symfonisch orkest, strijkorkest of zelfs bigband.

Daarnaast zien we twee kameropera’s (Ulrike, een antieke tragedie op tekst van Leo Geerts en Vincent, apologie van een schilder op een tekst van M.Thys), een oratorium (‘Ecce Homo’, kruisweg voor kamerkoor, sopraan, alt, tenor en bas-bariton en instrumentaal ensemble (hobo, fagot, hoorn, trombone, altviool, cello, contrabas, harp, accordeon, slagwerk op tekst van Dirk Blockeel) en toneelmuziek.

Hij componeerde tevens kamermuziek voor verschillend samengestelde ensembles.

Het werk van De Smet is stilistisch niet onder 1 noemer te vatten. Er is onbetwiste invloed van Bartok en Schoenberg maar hij is vooral een eclecticus die de technieken van dodecafonie, serialisme, aleatoriek, jazz en etnische muziek aanwendt. Zelf spreekt de componist van een zeker pluralisme. Er is een instinctieve versmelting van stijlen en harmoniesystemen. Daardoor krijgen veel van zijn werken een zap-structuur: er is geen traditionele ontwikkeling van thema’s, maar hij plaatst verschillende elementen die wel uit eenzelfde basismateriaal zijn ontstaan naast elkaar.

Zijn verblijf in Spanje en Tunesië is wellicht niet vreemd aan het feit dat we soms wat Arabische en Iberische invloeden bespeuren.

Raoul De Smet componeert vanuit impulsen of concrete aanleidingen: ergernis, vertwijfeling, geluk, maatschappijkritiek, liefde, een muzikale ervaring, een herinnering, een compositorisch aspect uit een vroeger werk, de dagdagelijkse realiteit…  Zo handelt de kameropera Ulrike over de Rote Armee Fraktion, met als kopstukken Ulrike Meinhof en Andreas Baader, die begin de jaren zeventig met bomaanslagen, bankovervallen en schietpartijen de Duitse samenleving in beroering brachten.

Sinds de jaren ‘80 verschijnt in zijn werk een mildere, meer consonante, eenvoudigere en speelse toon wat hij zelf ‘de oorstrelende dissonantie’ noemt.

Een opvallend kenmerk in de muziek van De Smet is de dialectiek of het werken met contrasten: na de voorstelling van een eerste idee volgt een tweede ofwel plaatst hij twee zaken gelijktijdig tegenover elkaar. Elders wordt het repetitieve geplaatst tegenover een verstilde sfeer of  wordt tegenover een achtstemmige canon een zeer uitgedunde passage geplaatst.

Zoals Bach bevat de muziek van De Smet vaak een mathematisch karakter. Zo wordt de reeds eerder vermelde kameropera Vincent volledig gedragen door het getal 33. De hele compositie steunt op verschillende ritmepatronen van 33 achtste of vierde noten (o.a. 9-3-4-5-1-4-5-2), waarin de kleinere notenwaarden (1 en 2) sforzando-accenten krijgen.

Naast zijn compositorische bezigheden organiseerde De Smet zelf heel wat concerten, concours en muziekdagen waarin eigentijdse (Vlaamse) componisten ruim aan bod kwamen.

Hij verzorgde facsimile-uitgaven van Vlaamse kamermuziek (E-M-reeks) en was lid van de Raad van Bestuur van het Centrum voor Muziek in Leuven.

De Smet is lid van SABAM, van de Unie van Belgische Componisten en Componistenarchipel Vlaanderen.

Vanuit deze functies is hij medestichter van het European Composers Forum dat Europese componisten wil verenigen.

 

Erkenning

In 1995 werd hij laureaat van de Fugatrofee voor zijn verdienste als promotor van de Belgische muziek.

Zijn muziek werd en wordt vaak geprogrammeerd door de BRT/VRT, buitenlandse radiozenders en ter gelegenheid van concerten en festivals in binnen- en buitenland tot in Argentinië, Australië, Brazilië, Canada, Mexico, USA, China en Iran.

In 1985 won hij met het koorwerk Gnomons I de tweede prijs op de Provinciale compositiewedstrijd van Antwerpen.

Zijn werken werden gecreëerd door niet de minsten zoals o.a. het Nationaal Orkest van België, Kameropera Transparant, Österreichisches Ensemble für Neue Musik, Kamerorkest van Odessa, Praags Kamerorkest, Collegium Instrumentale Brugense, Trio Avena, BRTN-koor, Arriagakwartet,, Gaggini-kwartet, Paul Dombrecht,, Jenny Spanoghe, Jan Michiels, Claude Coppens, Daniel Blumenthal, Ludo Mariën, en Geert Callaert.

Verschillende composities zijn opgenomen op cd en een hele reeks onuitgegeven cd’s uit het archief van Raoul De Smet bevindt zich in de collectie van MATRIX.

Lantro Music en DMP publiceerden werk van Raoul De Smet.

 

Via YouTube kan men enkele muziekfragmenten bekijken en beluisteren:

 raoul de smet - YouTube

 

Veel luistergenot!

Afbeeldingsresultaat voor raoul de smet

Reageer op dit bericht

Marcel De Boeck (1921-2019)

MARCEL DE BOECK (1921 – 2019)

 

In 2021 - op 19 december, om volledig te zijn - is het precies 100 jaar geleden dat Marcel Lodewijk De Boeck het levenslicht zag.
Hij werd geboren in Mariekerke aan de Schelde en overleed in Wintam (Hingene) op 22 juni 2019.
De Boeck was pedagoog, klarinettist en componist. Voor sommige composities gebruikte hij het pseudoniem Marc Rial.

  

Opleiding

Marcel De Boeck behaalde aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen eerste prijzen bij Ivo Mortelmans, Renaat Veremans (notenleer) en Jules Remes (klarinet) in 1941.

Hij vervolmaakte zich als autodidact en via privélessen harmonie, contrapunt, fuga, orkestratie en compositie bij Karel De Schrijver.

In 1957 slaagde hij in het examen voor hoofdonderkapelmeester bij het Belgisch leger.

 

Loopbaan

In 1946 werd De Boeck musicus in dienst van het Belgisch leger.

Hij richtte de muziekkapel van de 3de Infanteriebrigade op, gestationeerd in Ballycarry (Noord-Ierland).

Nog in 1946 slaagde hij in het examen voor klarinettist bij het muziekkorps van de 3de Infanteriebrigade in Duitsland.

Enkele jaren later werd hij klarinettist bij de Koninklijke Muziekkapel van de Belgische Luchtmacht te Bevekom.

Hij werd hoofdonderkapelmeester bij de militaire muziekkapel van de 2de Infanteriedivisie te Antwerpen.

Na zijn loopbaan als militair kapelmeester werd De Boeck in 1968 docent klarinet aan de muziekacademies van Boom en Bornem. Van 1972 tot aan zijn pensioen in 1986 was hij directeur van de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans te Bornem.  Een school waarvan hij mee aan de wieg stond. Zijn opvolger – Jan Van Landeghem – vertelt: “Ik was destijds muzikant bij een harmonie in Temse en onze dirigent, Marcel De Boeck, was directeur van de academie in Bornem. Maar hij ging met pensioen en vroeg me of ik geen interesse had om deel te nemen aan het examen om directeur te worden. Ik stemde in en tot mijn verbazing was ik de enige die geslaagd was voor de proeven”.

Met het harmonieorkest van deze instelling verzorgde hij de plaatopname "Land tussen Schelde en Rupel".

Naast zijn professionele bezigheden was hij ook actief in de amateurwereld van muziekbeoefening. Ook hier richtte hij zich op de muziek in zijn eigen streek aan de boorden van Schelde en Rupel.

Hij dirigeerde verscheidene blaasorkesten zoals de Koninklijke Harmonie Verbroedering Mariekerke (1945 - 1979), de Koninklijke Harmonie Bell-Telephone (1950 - 1963), de Koninklijke Harmonie Nut en Vermaak Bornem (1977 - 1978), de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia Willebroek (1953 - 1979), de Koninklijke Fanfare St.-Caecilia Hingene - Eikevliet (1962 - 1979), de Koninklijke Socialistische Harmonie Vooruit Boom (1968 - 1981), de Koninklijke Katholieke Werkersharmonie Recht door Zee Temse en de Koninklijke Fanfare Iever en Eendracht Kapelle-op-den-Bos.

Als door en door kenner van de prakrijk van de blaasmuziek was hij vanzelfsprekend een veelgevraagd jurylid voor muziekwedstrijden.

 

Componist

Naast het dirigeren legde De Boeck zich vanaf 1960 ook toe op het schrijven van hoogstaande composities voor harmonie- en fanfareorkesten.

In 1960 werd bijvoorbeeld zijn compositie Crassus en Spartacus het plichtwerk voor harmonieorkesten tijdens het Wereld Muziek Concours te Kerkrade.

Andere titels zijn o.a. Symfonietta, Fandango, Vagantes, Fancy Fair, Balletsuite, Tower of London, De Notelaer, Regiosuite (Mariekerke – Weert – Bornem-Hingene) en The Swinging Fisherman, een flitsende versie van "Het Loze Vissertje".

Voor sopraan, bariton, viool en piano componeerde hij een Onze Vader.

Ten slotte schreef hij verschillende werken voor viool en piano of saxofoon-, klarinet- en fluitensembles.

 

Erkenning

Voor zijn integraal blaasmuziekoeuvre kreeg Marcel De Boeck in 1978 de SABAM-prijs.

In 1982 ontving hij van het Antwerpse provinciebestuur een aanmoedigingspremie voor zijn Regiosuite.

In de vierde compositiewedstrijd in 1983, uitgeschreven door het Kempisch Jeugd Fanfare-Orkest, behaalde hij met Tara-ouverture de derde prijs.

Marcel De Boeck ontving bovendien in 1985 de culturele prijs van de provincie Antwerpen.

Omwille van al het hierboven geciteerde wordt Marcel De Boeck beschouwd als een echt monument in de Vlaamse muziekwereld, en zeker in de HA-FA-BRA-sector.

 

Luisterfragment

Christmas Music - "Onze Vader - Marcel De Boeck", Jan, Jenny, Elisabeth, Ludwig (8) - YouTube

Reageer op dit bericht

Hilmer Verdin

HILMER VERDIN (1921 – 2005)

 (l: Renaat Veremans - r: Hilmer Verdin)

Op 7 maart is het precies 100 jaar geleden dat in Brugge Hilmer Verdin geboren werd.
Voor ons een gelegenheid om deze organist, dirigent en componist even voor te stellen.

Hij werd geboren op 7 maart 1921 en overleed op 21 september 2005.

 

Opleiding

Zijn eerste muzieklessen kreeg hij thuis van zijn moeder. Daarna studeerde hij aan het Brugse Stedelijk Conservatorium. Op zijn 17de haalde hij al prijzen notenleer, piano, orgel, harmonie, zang en muziekgeschiedenis.

Daarna trok hij naar Mechelen om er verder te studeren aan het Lemmensinstituut bij o.a. Mgr. Jules Van Nuffel, Marinus De Jong en Flor Peeters. Hij volgde er cursussen koordirectie, orgel, piano, contrapunt en kerkmuziek.

Aan het Gentse conservatorium vervolmaakte hij zich in het orgelspel bij Gabriël Verschraegen, fuga bij Jules Bouquet en zang bij Laurent Swolfs.

 

Loopbaan

Verdin was van 1945 tot 1951 organist van de Sint-Petrus en Pauluskerk in Oostende. Hij dirigeerde er tevens het Variakoor.

Hij werd daarna organist in de Sint-Pietersabdij te Steenbrugge. In Brugge dirigeerde hij ook verschillende koren zoals het Renaat Veremanskoor (1952 – 1957) en vanaf 1960 het Brugs mannenkoor De Ghesellen van de H. Michiel.  Met de komst van Hilmer Verdin trad hier een periode van stabiliteit in. Hij was vakbekwaam en genoot in brede muzikale kringen van een voortreffelijke reputatie. Meer dan 30 jaar lang, tot september 1993, heeft hij zijn artistieke stempel weten te drukken op dit mannenkoor. Hij bracht het tot grote bloei en bezielde, op de hem eigen manier, talrijke optredens.                                                                                            

In 1957 richtte hij het madrigalenkoor Die Getrouwen op.

Hij was muziekleraar in de rijksmiddelbare school van Maldegem en orgelleraar aan de stedelijke muziekacademie in Izegem.

Voor het toenmalige NIR (Nationaal Radio-Instituut) was hij concerterend organist.

Ook als dirigent op massabijeenkomsten geraakte Hilmer Verdin bekend. In 1957 dirigeerde hij de samenzang op het 20ste Vlaams – Nationaal Jubelzangfeest in Antwerpen samen met Jef Tinel, Renaat Veremans, Armand Preud’homme, Wies Pee, Lode Dieltiens, Jan Brouns en Hendrik Diels. Ook op provinciale zangfeesten van het ANZ en andere liederenavonden trad hij meermaals op als enthousiast dirigent met brede gebaren. 

 

Ontdekker van Marva

Koordirigent Hilmer Verdin had al een tijdje door dat een zekere Marva Mollet (°Vlissegem, 1943) een zangcarrière ambieerde. Hij stelde haar voor aan het orkest van Roland Keereman. Een week later - wanneer zij in Leuven moesten optreden - kreeg Marva te horen dat de bekende impressario Robert Bylois, manager van onder andere Salvatore Adamo, in de zaal zat en zijn oog op haar liet vallen.

Tot 1980 was Marva een van de meest gewaardeerde artiesten van het Vlaamse lichte lied.

 

Componist

Hilmer Verdin schreef composities voor piano en orgel en componeerde twee missen voor gelijke stemmen. 

Op teksten van o.a. Guido Gezelle, Alice Nahon, René De Clercq, Luc Van Brabant, Alma Van Holm en Valeer van Kerkhove componeerde hij liederen.

Voor koor schreef hij koorbewerkingen (vb. ‘Tineke Van Heule’ van Emiel Hullebroeck en ‘’Stabat mater’ van Giovanni Pergolesi) en andere composities.

Zijn cantate ‘Legende van de Amazonestroom’ op tekst van Jan Vercammen werd in 1967 bekroond met de provinciale muziekprijs van West – Vlaanderen.

 

Reageer op dit bericht

Pianomuziek van Jef Tinel

Op YouTube verscheen vandaag een filmpje met 62 korte pianostukjes van Jef Tinel (1885-1972).

Jef Tinel bundelde deze composities als 'Herinneringen mijner jeugd'.

In afwachting dat we een live-uitvoering hebben, moeten we ons helaas tevreden stellen met een PC-animatie. Deze montage geeft toch een mooi beeld van hoe deze muziek kan klinken.

Bijlagen
Reageer op dit bericht

Meer van Peter Leys

↑ Terug naar de berichten