Blauwwit
Blauwwit
mijn ziel
is van papierm'n bloed
vloeit koningsblauwschrijf jij
m'n bladwit volmet leven
Pp
Ik kan niet schrijven zoals jij leest ...
Blauwwit
Blauwwit
mijn ziel
is van papierm'n bloed
vloeit koningsblauwschrijf jij
m'n bladwit volmet leven
Pp
Als was zij ooit de wind
Als was zij ooit de wind ...
Licht als een duif
die landt op de nok van een dak.
Plant zij haar vlag
voluptueus op mijn labiele land.Laat mij jou lezen,
schrijft haar adem in mijn oor.
Ik hoor de zomer
en voel haar golvend koren.Zij vult de vijvers van m'n leven.
Dobbert naar de kant
van mijn verlangen.
Als was zij ooit de wind.
Pp
Nooit klokvast
Nooit klokvast
De dag staat al te dralen voor het raam.
Oefent opstaan. Maar de ochtend twijfelt.
Dimt het gloren in een sprei van mist.
Septemberlicht valt spaarzaam door de blad'ren.
Schildert trage schaduw op de straten.
Om die later van de daken op te rapen.Dag werkt. Aan het ritme van de uren.
Mannen, vrouwen kneden tijd tot brood.
Een huis, een haven. Leven tot dood.Avond treuzelt langs de horizon.
Hij legt de dag te slapen.
Ergo sum
Ergo sum
Mijn ochtendritueel verslaapt zich.
In de eerste plooien van het licht.
Het sacrale water wacht op zijn ontwaken.
Ik wil de ochtend voor mij alleen bewaren.Angstvallig vertaal ik ieder geluid.
In de stilte teel ik dichters.
Op papier. Het geritsel van letters.
Ze herleven onder de streling van zachte ogen.Boven wacht de dag onder zijn lakens.
Ze slapen beiden nog. Onder een sprei van dromen.
Pp
Zo dichtbij als een kind
Zo dichtbij als een kind
hier ligt lapland
onder mijn hand
zo grooten ginder
door het open venster
reizen sterrenzo dichtbij
is het heelal
voor hem en mij
Pp
Laat alle deuren op een kier.
Laat alle deuren op een kier.
Behoedzaam maar behendig
draag ik zijn leven in mijn handen.
Een lichte last van woorden.Een dikke dichter. Nolens . 877 pagina's groot.
De ochtend wacht nu op berijmde bomen.
En bevroren bloemen op het behang.En met voorzichtige vingers
blader ik dan door zijn dagen.
Geletterd en geschreven. In sourdine.Laat het raam maar op een kier.
Zo sijpelt 't licht naar binnen.
Ik drink me dronken aan zijn zinnen.Ze nipten aan z'n lippen.
Toen hij sabbelend op het leven
woorden prevelde op wit papier.
Maar, o zo blauw van binnen.
Pp
Alleen en van geen god gestoord
Alleen en van geen god gestoord
Loom
ligt het licht
te talmenonder
wierook
van bewogen wolkenlucht
filtert geluid
uit leveneven
wijkt de wereld
voor de lichtheidvan duiven op een dak
kinderen die huilen
het brommen van een vliegoorlog
verschuilt zich
in Irakhier
schuilen mensen
voor elkaarstraks
haalt duister
de avond binnen
Pp
Ouverture tot overspel
Ouverture tot overspel
Ik meet haar blik.
Dit duurt al jaren.
Kan de aanblik niet hertalen.Soms merk ik wanhoop.
In soorten verdriet. Seizoensgebonden.
Zoals de mode.Maar dan van een eindeloze couture.
Zo diep.
Gesneden als een decolleté uit haar leven.Waarin het masker
dat haar behaagt, haar sluiert,
desnoods als maagd.Straks, kom ik, lieveling,
oreert ze, terwijl ze
haar overspelig huis betreedt.
Pp
Zerk voor een herinneringZerk voor een herinnering |
|
graag wil ik zwijgen in m'n schrijven leg je te slapen maar laat je ook ontwaken drentel rond je vijvers ogen noem ik ze spel je wimpers riet als wuivend ochtendlicht laat m'n woorden in jou verdampen als liefde door de jaren verrimpeld op een gezicht achtergelaten kerkhof van verlangen en gemis ik tel de graven van een overleden gedicht Pp | |
La tourneuse de pages
La tourneuse de pages
In mijn hoofd groeit een vrouw.
Zes zomers lang en nog altijd meisje.
Ze lacht als een bakvis
en weent als een waterval.Ze legt woorden in mijn mond.
Draait de bladen van m'n leven om.
Op haar strand, mag ik spelen. Heel even.
Want we stelen van de tijd. Tastbare uren.Verboden lichamen. Een lawine
van ondergesneeuwd gemis.
Het lot laat ons minnen. Nu. Niet later.
Winter wikkelt zich rond onze jaren.
Pp
Een matineuze lezer
Een matineuze lezer
Geen zaliger dageraad
dan te luisteren naar de stilte.
Van papier.Amper geritsel
van blauwzieke woorden.
In mijn handen
rust een bundel ochtendstilte.Mijn mond prevelt een lus van letters
rond geluk.
Ik kus de lippen van de blauwe dauw.Zo te leven, zo te sterven...
als een lezer van papier.
Pp
.
Een matineuze vlinder .
Een matineuze vlinder .
Geen zaliger dageraad
dan te luisteren naar de stilte.
Van papier.Amper geritsel
van blauwzieke woorden.
In mijn handen
rust een bundel ochtendstilte.Mijn mond prevelt een lus van letters
rond geluk.
Ik kus de lippen van de ochtend.Zo te leven, zo te sterven...
als een vlinder van papier.
Pp
De derde dag ...
You only live twice.
Van leven gestorven.
Reïncarnatie in Gedicht.
Tweede maal geboren.In lezer. Duizendmaal gelogen.
Schrijvers verrijzen.
Uit hun dromen. In woorden.
Pp
Bleu comme toi
Bleu comme toi
Als
zij er niet meer is
verzamel ikstukjes vrouw
in woorden
om te troosteneen blauwziek bundel
helpt haar vinden
tussen lijnenzie ik
ze verschijnen
wit van gemismaar
o, zo blauw
als bleu en blue
uvi
.
Zij
Zij
Als
zij er niet meer is
dan verzamel ik haarstukjes vrouw
in woorden
om me te troosteneen bundel
helpt haar dromen
tussen de lijnenzie ik
haar verschijnen
wit van gemismaar, o zo blauw
Pp
Schrijversverdriet
Schrijversverdriet
Ik schrijf je neer
maximaal mooier
dan je bentje grijze ogen
vul ik
met het blauw van zeeen voor je benen
leen ik
Griekse zuilenje borsten
laat ik één, neen twee
majeure maatjes zwellenen jouw silhouette
schilder ik
uit jonge abrikozenvoilà, nu ben je een
goddelijke Penelope
van kop tot teen
o, wreedaardig lot,
wat moest nu deze schone
met een Cyrano de Bergérachad ik maar nooit zo'n dom idee gehad
nu ligt ze naakt en zielsverliefd
te dromen in de armen van een schilder
.
Oud odeur
Oud odeur
Twee juffen, levenslange zussen , zuchten
in een herenhuis met hemelhoge luchters.
Voor kleine mensjes met een groot verleden. Belegen bourgeoisie.
Nu en dan valt onverwacht een woord tussen de stilte.Een pendule sleurt het lome ritme door de dag.
Traag en versleten. De tijd is rimpelloos verrimpeld.
En het behang nog altijd bang voor kamerrevolutie.
Het stof rust vredig. Naast verslenste vrouwentongen.Oud odeur slentert door open deuren
naar de theatrale trappenhal
waar grandeur nog sluimert in de ruimte.
En de navenante beelden uitgestald.Op het bureau van pa een opgedroogd sousmain
waarop in spiegelschrift verloren,
zinnen in sourdine. Zijn laatste woorden
die het decorum van de dood bewonen.Het souterrain telt al lang geen diensters meer.
De cuisinière culinair verkommerd naast de micro-oven.
Madame n'est plus servie. Son mari al evenmin.
Hier feesten slechts nog souvenirs van savoir-vivre.
Pp
.
Impasse
Impasse
Zoals in een verlaten kerk
de stilte wordt vertrappeld
door stappen van toeristen.
En God verjaagt uit mijn gedachten.
Zo kwets ik jou. Met zwijgen.
Verdwijn ik uit je. Door te blijven.
Harder dan hout. Killer dan koud.
Zal ik spreken om niets te hoeven zeggen?
Pp
Grand Café Lamote
. Grand Café Lamote
nu de hitte
de dag heeft leeg gelikt
lig jij als een lolly
tussen de koelte
van m'n lippenschaduw hang ik te drogen
onder het lover
van zon bedampte woorden
jij vlekt de stilte wit
ik kan ze amper horenavond zoekt nacht
ik leg me graag verloren
tussen de lakens van je dromen
hoor ik het ruisen van de zee
ik zie haar golven in je ogen
uvi
Aquarel van een mooie dag.
Dankjewel, liefste.
Nooit wil ik je kennen| Nooit wil ik je kennen | |
Ik streel avond door je haren strooi sterren in de verten van je ogen en boven je blanke bogen schilder ik horizon hoever laat jij me dromen zonder dat ik je ken Pp | |